Wet Woz. Ontvankelijkheid beroep. Waardevaststelling woning.
Algemene wet bestuursrecht
Art. 2:1 Awb
Genoemd in 74 uitspraken · Officiële wettekst
74 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Een algemeen geformuleerde machtiging is niet in strijd met artikel 2:1 Awb of andere wettelijke voorschriften. De kantonrechter had de beslissing tot niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie niet met verbetering van deze grond in stand mogen laten. De beslissing tot ni
Art. 81 lid 1 RO. Belastingrecht. Executiegeschil n.a.v. HR 25 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:1042, NJ 2013/559 (veroordeling belastingplichtige tot verschaffen van inlichtingen). Bekendmaking oproeping om inlichtingen te verstrekken (art. 41 AWR). Initiatief voor maken afspraak.
Geen afschrift dagvaarding in e.a. verzonden naar raadsman. Kan rechtsbijstand worden afgeleid uit verzetschrift tegen strafbeschikking van raadsman? Art. 39 (oud) en 51 (oud) Sv. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2000:ZD2182, ECLI:NL:HR:2015:3320 en ECLI:NL:HR:20
Verweerder heeft bij brief van 24 september 2015 eiser meegedeeld dat zijn ingediende kennisgeving niet inhoudelijk is afgedaan, omdat eiser niet is verschenen op de afspraak bij het IND-loket. Eiser heeft tegen deze brief bezwaar gemaakt, verweerder heeft het bezwaar niet-ontvan
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Rechtsbijstandverzekering. Vrije advocaatkeuze bij ontslagprocedure bij UWV (art. 6 BBA)? Art. 4:67 Wft. Richtlijn 87/344/EEG en HvJEU 7 november 2013, zaak C-442/12, ECLI:EU:C:2013:717. Moet ontslagprocedure worden aangemerkt als ‘administratiev
BPM. Proefprocedure. Een importeur van ingevoerde gebruikte auto’s is niet zelfstandig bevoegd bezwaar en beroep in te stellen tegen het BPM-tarief dat de belastinginspecteur heeft vastgesteld. De importeur is zelf geen belastingplichtige; hij kan alleen met een volmacht van de k
Belanghebbende was bestuurder van een BV welke zich bezighield met de handel in en exploitatie van onroerend goed. In dat kader werd de BV omzetbelasting over 2006 en 2007 verschuldigd welke op aangifte had moeten worden voldaan. Dat is echter verzuimd vanwege nalatigheid van een
beslissing inzake fictieve weigering om te beslissen op administratief beroep; geen misbruik van recht; reeds beslist op administratief beroep; weliswaar te laat maar gecompenseerd in de procedure; OvJ stuurt een beslissing voor meerdere betrokkenen.
Aangever heeft geen zelfstandig recht voor het indienen van bezwaar tegen de voldoening op aangifte van Bpm. Bij het niet binnen de door de inspecteur gestelde termijn overleggen van een machtiging, is niet vereist dat een tweede mogelijkheid tot het herstellen van het verzuim wo
op 18 december 2008 in de zaak Sopropé (zaak C-349/07) volgt dat de ‘eerbiediging van de rechten van de verdediging’ een algemeen beginsel van gemeenschapsrecht vormt, dat ook van toepassing is wanneer de administratie voornemens is een bezwarend besluit ten opzichte van een bepa
Nu op 21 maart 2011 door de toenmalige gemachtigde van verzoekster bezwaar is ingesteld tegen het besluit in primo en hierop door verweerder bij besluit van 15 juli 2011 is beslist, had verweerder het bezwaar van 12 november 2011 op grond van artikel 6:15, eerste en tweede lid, A
Lastgeving onder dwangsom. Dwangbevel. Formele rechtskracht. Overheidsaansprakelijkheid? Onjuiste bekendmaking uitspraak bestuursrechter? Inwerkingtreding van deze uitspraak.
Ongerechtvaardigde verrijking. Bestuursorgaan keert een te hoog subsidiebedrag uit en vordert teruggave. Gelet op formele rechtskracht staat in rechte vast dat verweerder een te hoog subsidiebedrag heeft ontvangen. In reconventie wordt schadevergoeding gevorderd wegens onrechtmat
De rechtbank stelt vast dat het geschil tussen partijen in essentie gaat over de reikwijdte van de bewindvoering. Naar het oordeel van de rechtbank betreft dit een inhoudelijk juridisch geschil, waarbij het niet aangaat om artikel 6:6 van de Awb toe te passen. In dit verband wijs
Buitenbehandelingstelling / voldoen leges in persoon / verblijfsvergunning regulier / 3.34i VV / toewijzing vovo Het geschil in deze zaak spitst zich toe op de vraag of verweerder terecht stelt dat verzoekster verplicht was om de ter zake van een aanvraag van een verblijfsvergunn
Uit deze uitspraak van de Afdeling volgt dat verweerder zich ten onrechte op het standpunt stelt dat zij de aanvraag van eiser buiten behandeling mocht stellen vanwege de omstandigheid dat eiser geen gegevens en bescheiden in persoon heeft overgelegd. Dat eiser deze gegevens niet
Buiten behandeling stelling / niet in persoon verschenen / geen reële mogelijkheid geboden tot herstel verzuim Verweerder heeft de aanvraag buiten behandeling gesteld omdat verzoeker de voor de aanvraag verschuldigde leges niet heeft voldaan en omdat verzoeker de aanvraag, na daa
Verweerder kan een bezwaarschrift eerst niet-ontvankelijk verklaren, indien de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim, in onderhavig geval het overleggen van een machtiging, te herstellen binnen een door verweerder daartoe gestelde termijn. Nu niet is gebleken dat verwee
Uit de wet vloeit niet voort dat al bij indiening van het beroep een machtiging moet worden overgelegd. Vaste jursiprudentie van het hof: indien een op grond van art. 2:1 Awb gevraagde machtiging niet wordt verstrekt, dan is niet-ontvankelijkverklaring wegens het ontbreken van de
De voorzieningenrechter overweegt, onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 10 juni 2008 (200708670/1), dat uit de wettelijke bepalingen zoals weergegeven onder 2.2 tot en met 2.6 niet volgt dat de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor
Conclusie PG (Geen) toerekening kwade trouw gemachtigde aan belastingplichtige bij navordering. Deze zaken betreffen navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen voor 1999, 2000 en 2002 en hangen samen met zaak 07/10944 waarin de A.-G. Wattel heden eveneens concludeert. Alle zaken
Conclusie PG (Geen) toerekening kwade trouw gemachtigde aan belastingplichtige bij navordering. Deze zaken betreffen navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen voor 1999, 2000 en 2002 en hangen samen met zaak 07/10944 waarin de A.-G. Wattel heden eveneens concludeert. Alle zaken
Art. 2:1 Awb: wanneer in de oorspronkelijke machtiging daarin niet is voorzien, kan niet worden aanvaard dat een gemachtigde zich op zijn beurt door een ander als gemachtigde laat vertegenwoordigen ('doormachtigen'). Dat geval doet zich hier voor. Art. 6:6 Awb: de kantonrechter h
a. De beslissing van de officier van justitie is ten onrechte niet toegezonden aan de gemachtigde. Gevolg: termijn voor instellen beroep bij kantonrechter niet aangevangen en beroep i.c. tijdig ingesteld. Volgt vernietiging beslissing kantonrechter, terugwijzing naar de rechtbank