Omzetbelasting; art. 9, lid 2, letter b, van de Wet OB 1968 en Tabel II, post a.6 bij de Wet OB 1968; art. 67f AWR; art. 6 EVRM; art. 14 IVBPR; artt. 47 en 48 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie; weigeren nultarief bij btw-fraude; bestuurlijke boete; verhoor
Algemene wet bestuursrecht
Art. 2:1 Awb
Genoemd in 74 uitspraken · Officiële wettekst
74 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
-
De in bezwaar gevraagde machtiging is één dag na afloop van de gegeven termijn ontvangen. Een drie weken na de ontvangst van de machtiging gedane uitspraak waarbij het bezwaar niet-ontvankelijk is verklaard in verband met de termijnoverschrijding van één dag is disproportioneel.
Artikel 16, lid 1, AWR, navordering, toerekenen aan de belastingplichtige van kwade trouw van degene die de aangifte voor de belastingplichtige heeft opgesteld
Geschil: Heeft de Rechtbank het ingediende beroepschrift terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een deugdelijke volmacht? Indien de erven ontvankelijk zijn in het beroep, is in geschil of de Heffingsambtenaar aan belanghebbenden een te lage proceskostenvergo
Tijdelijke wet vrachtverdeling Noord-Zuid-vervoer
Salduz-verweer (6 EVRM en 14 IVBPR). Aanvang verhoor. Recht op consultatiebijstand en verhoorbijstand in boetezaken. Eerlijk proces en bewijsuitsluiting.
BPM. Proefprocedure. Een importeur van ingevoerde gebruikte auto’s is niet zelfstandig bevoegd bezwaar en beroep in te stellen tegen het BPM-tarief dat de belastinginspecteur heeft vastgesteld. De importeur is zelf geen belastingplichtige; hij kan alleen met een volmacht van de k
Aangever heeft geen zelfstandig recht voor het indienen van bezwaar tegen de voldoening op aangifte van Bpm. Bij het niet binnen de door de inspecteur gestelde termijn overleggen van een machtiging, is niet vereist dat een tweede mogelijkheid tot het herstellen van het verzuim wo
De rechtbank stelt vast dat het geschil tussen partijen in essentie gaat over de reikwijdte van de bewindvoering. Naar het oordeel van de rechtbank betreft dit een inhoudelijk juridisch geschil, waarbij het niet aangaat om artikel 6:6 van de Awb toe te passen. In dit verband wijs
Uit de wet vloeit niet voort dat al bij indiening van het beroep een machtiging moet worden overgelegd. Vaste jursiprudentie van het hof: indien een op grond van art. 2:1 Awb gevraagde machtiging niet wordt verstrekt, dan is niet-ontvankelijkverklaring wegens het ontbreken van de
Conclusie PG (Geen) toerekening kwade trouw gemachtigde aan belastingplichtige bij navordering. Deze zaken betreffen navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen voor 1999, 2000 en 2002 en hangen samen met zaak 07/10944 waarin de A.-G. Wattel heden eveneens concludeert. Alle zaken
Conclusie PG (Geen) toerekening kwade trouw gemachtigde aan belastingplichtige bij navordering. Deze zaken betreffen navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen voor 1999, 2000 en 2002 en hangen samen met zaak 07/10944 waarin de A.-G. Wattel heden eveneens concludeert. Alle zaken
a. De beslissing van de officier van justitie is ten onrechte niet toegezonden aan de gemachtigde. Gevolg: termijn voor instellen beroep bij kantonrechter niet aangevangen en beroep i.c. tijdig ingesteld. Volgt vernietiging beslissing kantonrechter, terugwijzing naar de rechtbank
Kaderwet EZ-subsidies
Beslissing op bezwaar niet toegezonden aan gemachtigde. Beroepstermijn is eerst gaan lopen na ontvangst afschrift beslissing.
-
-
-
-