Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Algemene wet bestuursrecht

Art. 1:4 Awb

Genoemd in 27 uitspraken · Officiële wettekst

27 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live

ECLI:NL:GHLEE:2007:BB1224 1 × geciteerd
Gerechtshof Leeuwarden · 16-07-2007 · Bestuursrecht

Op verzetzaken als bedoeld in art. 26, 26a en 27 WAHV is de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. Het hof heeft thans geoordeeld dat de artikelen 6:9 en 6:11 Awb zich lenen voor analogische toepassing in verzetzaken.

ECLI:NL:PHR:2003:AF9715 1 × geciteerd
Parket bij de Hoge Raad · 26-09-2003 · Civiel recht; Personen- en familierecht

26 september 2003 Eerste Kamer Rek.nr. R02/061HR JMH/HJH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: 1. [de moeder], en 2. [de vader], beiden wonende te [woonplaats], VERZOEKERS tot cassatie, advocaat: mr. J. Groen, t e g e n [de pleegmoeder], wonende te [woonplaats], V

Gerechtshof Leeuwarden · 08-10-2003 · Bestuursrecht

Brief van de betrokkene is ten onrechte aangemerkt als beroepschrift tegen de inleidende beschikking. Gelet op de expliciete inhoud van die brief kon deze niet anders worden verstaan dan als een verzetschrift. De officier van justitie had het ten onrechte bij hem ingediende verze

Gerechtshof Leeuwarden · 01-10-2003 · Bestuursrecht

art. 26 WAHV; art. 26a WAHV; Verzetschrift ingekomen bij het CJIB. Awb niet van toepassing op Hoofdstuk VIII van de WAHV, waarin de verzetprocedure is geregeld. In casu aansluiting gezocht bij art. 6:15 Awb, waarin de doorzendplicht is geregeld voor bij niet bevoegd instanties i

Gerechtshof Leeuwarden · 05-03-2003 · Bestuursrecht

-

Gerechtshof Leeuwarden · 12-12-2001 · Bestuursrecht

-

Gerechtshof Leeuwarden · 13-09-2001 · Bestuursrecht

-

Parket bij de Hoge Raad · 03-11-2000 · Civiel recht

-

Rechtbank Leeuwarden · 17-04-2000 · Bestuursrecht

Negatief competentiegeschil. Besluit inzake weigering eisers in aanmerking te brengen voor vermindering van belasting als bedoeld in art. 229d lid 1 aanhef en onder a Gemeentewet (oud). De Rb. ziet zich, gelet op het bepaalde in art. 8:6 lid 1 Awb, gesteld voor de vraag of zij be