Overheidsprivaatrecht. Onrechtmatige overheidsdaad. Oplegging verkeersboetes o.g.v. Wahv. Boetes ten onrechte opgelegd omdat auto reeds vernietigd was. Boetes om die reden vernietigd door ovj in administratief beroep. Vraag of boeteoplegging onrechtmatig kan of moet worden geoord
Algemene wet bestuursrecht
Art. 1:4 Awb
Genoemd in 27 uitspraken · Officiële wettekst
27 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Aanvulling op CW-CAG d.d. 13 maart 2018 (ECLI:NL:PHR:2018:512) met bespreking van jurisprudentie van ‘s lands hoogste bestuursrechters omtrent het onderwerp van de wraking.
Wahv; verhouding Wahv-Awb; dwangsom bij niet-tijdig beslissen OvJ
Op verzetzaken als bedoeld in art. 26, 26a en 27 WAHV is de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. Het hof heeft thans geoordeeld dat de artikelen 6:9 en 6:11 Awb zich lenen voor analogische toepassing in verzetzaken.
26 september 2003 Eerste Kamer Rek.nr. R02/061HR JMH/HJH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: 1. [de moeder], en 2. [de vader], beiden wonende te [woonplaats], VERZOEKERS tot cassatie, advocaat: mr. J. Groen, t e g e n [de pleegmoeder], wonende te [woonplaats], V
Procesrecht. Verzet op voet van art. 5:26 lid 2 jo. art. 5:33 Awb tegen dwangbevel tot invordering van bestuurlijke dwangsommen volgens regels van dagvaardingsprocedure. Cassatie, verkeerde rechtsingang (beroepschrift), verwijzing naar rolzitting voor voortprocederen.
Bij verzoekschrift heeft Frisia Zout B.V. de minister van Verkeer en Waterstaat verzocht om op grond van de Belemmeringenwet Privaatrecht de rechthebbenden te verplichten hun medewerking te verlenen aan de realisatie van de (voorgenomen) aanleg van leidingen en kabels. Bij brief
art. 26 WAHV; te laat verzet; dwangbevel; beroep op uitzonderlijke omstandigheden op grond waarvan niet-ontvankelijkverklaring achterwege moet blijven faalt. De in art. 26, tweede lid, WAHV bedoelde zekerheidstelling van al de kosten strekt niet verder dan de reeds verschenen kos
art. 26 WAHV; art. 26a WAHV; In de mededeling van de griffier van de rechtbank omtrent de verplichting om in hoger beroep zekerheid te stellen en griffierecht te betalen is vermeld dat in verband met de betaling van het griffierecht aan de betrokkene een acceptgiro zal worden to
Brief van de betrokkene is ten onrechte aangemerkt als beroepschrift tegen de inleidende beschikking. Gelet op de expliciete inhoud van die brief kon deze niet anders worden verstaan dan als een verzetschrift. De officier van justitie had het ten onrechte bij hem ingediende verze
art. 26 WAHV; art. 26a WAHV; Verzetschrift ingekomen bij het CJIB. Awb niet van toepassing op Hoofdstuk VIII van de WAHV, waarin de verzetprocedure is geregeld. In casu aansluiting gezocht bij art. 6:15 Awb, waarin de doorzendplicht is geregeld voor bij niet bevoegd instanties i
De artt. 6:9 en 6:11 Awb zijn niet van toepassing in de procedures als bedoeld in art. 26 WAHV en art. 26a WAHV. Aangenomen moet worden dat de wetgever niet heeft willen voorzien in verschoonbaarheid van overschrijding van de termijn voor het doen van verzet of het instellen van
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-