Afwijzing door NZa van bouwimpuls (Beleidsregel bouwimpuls AWBZ). Bevoegdheid verweerster tot het vaststellen van de beleidsregel en tot het nemen van besluiten t.a.v. de bouwimpuls. De aanvraag bouwimpuls voldoet aan de voorwaarden. Het bedrag per plaats is, in vergelijking met
Algemene wet bestuursrecht
Art. 1:3 Awb
Genoemd in 1.208 uitspraken · Officiële wettekst
1.208 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Ontruimingsvordering in kort geding tegen uitgeprocedeerde Roma die in Almere in de noodopvang zitten, maar naar het vertrekcentrum in Ter Apel moeten. Geen doorkruising van het publiekrecht. Op basis van prognose van de bestuursrechtelijke procedures en een belangenafweging is d
Beslissing overeenkomstig HR 28 oktober 2011, nr. 10/02166, LJN BP3068. Art. 7:1a Awb. Prorogatie toegestaan uit overwegingen van proceseconomie hoewel niet aan alle [wettelijke] voorwaarden is voldaan.
Beslissing overeenkomstig HR 28 oktober 2011, nr. 10/02166, LJN BP3068.
Art. 13, 30j en 65 AWR. Art. 3:4, 6:2, letter b, en 6:12, lid 1 (tekst tot 1 oktober 2009) Awb. Vergoeding van heffingsrente wegens handelen in strijd met het evenredigheidsbeginsel. Zelfde beslissing als in HR 28 oktober 2011, nr. 10/02166.
Art. 13, 30j en 65 AWR. Art. 3:4 Awb. Opleggen van een nadere voorlopige aanslag tot een negatief bedrag is mogelijk. Keuze is aan inspecteur. Rentenadeel dat door deze keuze ontstaat moet worden vergoed op grond van het evenredigheidsbeginsel. Art. 6:2, letter b Awb. Bezwaar mog
Art. 13, 30j en 65 AWR. Art. 3:4 Awb. Opleggen van een nadere voorlopige aanslag tot een negatief bedrag is mogelijk. Keuze is aan inspecteur. Rentenadeel dat door deze keuze ontstaat moet worden vergoed op grond van het evenredigheidsbeginsel.
Art. 28, lid 5 IW 1990. Belastingaanslag is ook in meer dan één termijn invorderbaar indien die aanslag met het oog op de betalingskorting in één keer wordt betaald.
Art. 13, 30j en 65 AWR. Art. 3:4 Awb. Opleggen van een nadere voorlopige aanslag tot een negatief bedrag is mogelijk. Keuze is aan inspecteur. Rentenadeel dat door deze keuze ontstaat moet worden vergoed op grond van het evenredigheidsbeginsel.
Winkeltijdenwet ontheffing openstelling zondagavond supermarkt Beleidsregels
Art. 15, aanhef en letter h, Wet BRV; art. 5b, lid 5, Uitvoeringsbesluit BRV (tekst tot 2008); art. 63 AWR. Internereorganisatievrijstelling overdrachtsbelasting. Geen gerechtvaardigd vertrouwen gewekt door resolutie waarin ten aanzien van andere gevallen toepassing hardheidsclau
Gaswet
Aanbod van verkoop erfpachtsrecht door gemeente. Prijsbepaling van de blote eigendom. Vraag of er sprake is van door de gemeente opgewekt vertrouwen. Gelijkheidsbeginsel. Bij verlenen toestemming voor nieuwbouw door gemeente als erfverpachter gehandeld in overeenstemming met alge
Erfpachtrecht. Verzoek tot vervangende rechterlijke machtiging tot overdracht erfpachtrecht op de voet van art. 5:91 lid 4 BW. De rechter kan deze machtiging onvoorwaardelijk verlenen, dan wel onder voorwaarden die hij redelijk acht. Algemene erfpachtvoorwaarden van het onderhavi
COa / vergoeding kosten contra-expertise taalanalyse / interne gedragslijn / niet kennelijk onredelijk Eiser heeft verzocht om vergoeding van de door hem te maken kosten ten behoeve van een contra expertise taalanalyse. Verweerder heeft de aanvraag deels afgewezen. Niet in geschi
Wet toezicht kredietwezen 1992
Wet op de kansspelen Vergunning speelautomatenhal
Wet marktordening gezondheidszorg
Meststoffenwet Uitvoeringsregeling Meststoffenwet
Meststoffenwet Uitvoeringsregeling Meststoffenwet
Meststoffenwet Uitvoeringsregeling Meststoffenwet
Meststoffenwet Uitvoeringsregeling Meststoffenwet
Weigering plaatsing bomen op de bomenlijst. De gemeentelijke wetgever geeft het college van b&w de opdracht om een bomenlijst vast te stellen. Het college komt, gelet op de Bomenverordening, geen vrijheid toe om in de beleidsregels nadere voorwaarden te stellen die verdergaan dan
Weigering tot verlening van standplaatsvergunning. Ondeugdelijk gemotiveerd. Artikel 5.2.3 van de Nijmeegse APV. Beleidsnotitie geeft geen onderbouwing voor hantering maximumstelsel voor innemen standplaats buiten het stadscentrum. Strijd met de openbare orde is in het concrete g
Nu verweerder met toepassing van artikel 19,derde lid, WRO juncto artikel 20, eerste lid, aanhef en onder a, sub 1 Bro gebruik heeft gemaakt van zijn vrijstellingsbevoegdheid, kan de uitleg van het begrip bijgebouw niet afhankelijk worden gesteld van hetgeen daaromtrent in het be