Conclusie AG over o.m. rechtsgeldigheid van noodverordening a.b.i. art. 176 Gemeentewet van de burgemeester i.g.v. bekrachtiging daarvan door de Commissaris van de Koningin (CvdK) na weigering bekrachtiging door Gemeenteraad, en ondertekening van de bekrachtigingsbeslissing door
Algemene wet bestuursrecht
Art. 10:3 Awb
Genoemd in 151 uitspraken · Officiële wettekst
151 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 5 · live
Schinveld. Eerste middel is geen middel a.b.i. de wet. Overige middelen: 81 RO.
Schinveld. Eerste middel is geen middel a.b.i. de wet. Overige middelen: 81 RO.
Schinveld. Eerste middel is geen middel a.b.i. de wet. Overige middelen: 81 RO.
Vaststelling omvang van aansprakelijkheid van de Staat en hoogte van schadevergoeding als gevolg van ten onrechte opgelegde uitnodigingen tot betaling wegens landbouwheffing en omzetbelasting.
BV wil in 1998 afwaardering nemen op leningen aan vennootschap waarin IT-project wordt ontwikkeld. Die vennootschap is in 1999 failliet gegaan; ultimo 1998 waren er echter geen feiten en omstandigheden die een afwaardering in dat jaar konden rechtvaardigen. Het Hof laat de primai
Successierecht 2001. Waardering courante effecten. Deze moeten op het tijdstip van overlijden worden gewaardeerd met inachtneming van het waarderingsvoorschrift van art. 21, lid 3, SW 1956. Deze dwingend voorgeschreven waarderingsmethode laat niet toe rekening te houden met na he
Intrekking vergunning niet bevoegd genomen / artikelen 7:11 en 10:3 derde lid Awb De voorzieningenrechter is van oordeel dat artikel 7:11 Awb zich ertegen verzet dat het besluit op bezwaar wordt genomen namens de staatssecretaris en namens het hoofd van de IND door een ambtenaar
Afvalstoffenbelasting Belanghebbende is houder van een stortplaats. Op deze stortplaats worden afvalstoffen aangewend voor bijvoorbeeld eindafwerking van de stortplaats. In geschil is het antwoord op de vraag of de inspecteur terecht aan belanghebbende de vergunning verhoudingsge
Wob-zaak. De waarnemend korpschef was niet bevoegd te beslissen op het bezwaar van eiser. De korpsbeheerder heeft het bestreden besluit voor zijn rekening genomen. In het bestreden besluit is niet toegelicht waarop de vooronderstelling dat de door eiser gevraagde informatie herle
In geschil is het antwoord op de volgende vragen: a. Is er sprake van handelen door de inspecteur in strijd met hoofdstuk 3 van de Algemene wet bestuursrecht (: Awb) dan wel hoofdstuk 4 Voorschrift Awb bij het opleggen van de aanslag of het doen van uitspraak op bezwaar? b. Is e
Antillenzaak; incasso van studieleningsvorderingen. Toegewezen vordering tot terugbetaling van studieschulden op grond van art. 18 en 15 Landsstudietoelagenregeling; inningsbevoegdheid; bekrachtiging van onbevoegdelijk verrichte rechtshandelingen; bevrijdende verjaring, stuiting.
Algemene wet inzake rijksbelastingen - Anti-dumpingheffing
Naar het oordeel van het Hof heeft belanghebbende in 1999 ten onrechte kosten van een andere (gelieerde) vennootschap voor haar rekening genomen. De inspecteur mocht navorderen. De boete wordt verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De inspecteur heeft was met betrekking tot het jaar 2000 niet bevoegd een tweede navorderingsaanslag op te leggen. Bij de eerste navorderingsaanslag was verzuimd het belastbaar bedrag in overeenstemming te brengen met de bevindingen uit een boekenonderzoek.
Belanghebbende beschikte niet over de voor de in aftrek gebrachte voorbelasting vereiste facturen. Voorts acht het Hof het aannemelijk dat die voorbelasting geen betrekking heeft op door belanghebbende als ondernemer verrichte prestaties. Er is geen reden de boete te matigen op g
Ruilverkaveling. Geschil tussen pachter en Landinrichtingscommissie over het niet opnemen in de lijst der geldelijke regelingen van vergoeding wegens onderbedeling; ongegrondverklaring van formele bezwaren onder toepassing van hangende bezwaarschriftprocedure ex art. 214 e.v. Liw
Terugwijzing omdat het horen in de bezwaarfase heeft plaatsgevonden onder leiding van degene die bij de voorbereiding van het bestreden besluit betrokken is geweest.
Verkoop van landbouwgrond na langdurige onderhandelingen. In geschil is in welk jaar de overeenkomst tot stand is gekomen. Nadere condities waren zo essentieel dat de onenigheid daarover aan de totstandkoming van de overeenkomst als zodanig in de weg stond.
Het geschil betreft het antwoord op de volgende vragen: I. Moet de naheffingsaanslag worden vernietigd, omdat deze had moeten worden opgelegd door de Inspecteur bevoegd voor R? II. Dient de uitspraak te worden vernietigd, omdat deze in strijd met artikel 10:3, derde lid Awb feite
Boete Het gebruik van een valse ondermaatschapsovereenkomst door een huisarts heeft terecht geleid tot het opleggen van een vergrijpboete.
CONCLUSIE PG, Inhaalbeschikkingen(1) in de inkomstenbelasting c.a. 1998 en 1999.
Art. 10:3, derde lid Awb; mandaat tot beslissen op bezwaarschrift.
In artikel 10:3, lid 3, Awb is bepaald dat mandaat tot het beslissen op een bezwaarschrift niet wordt verleend aan degene die het besluit waartegen het bezwaar zich richt, krachtens mandaat heeft genomen. Deze bepaling strekt ertoe te waarborgen dat ingeval een bevoegdheid niet d
Accijns. Nu niet aannemelijk is geworden dat belanghebbende – een groothandelaar in olieproducten – wetenschap had dat de door haar gekochte olie onveraccijnsd was, kan zij niet in de heffing worden betrokken.