Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Raad van State

ECLI:NL:RVS:2025:819

2025-03-05 Bestuursrecht 202405582/2/R2
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Raad van State
Uitspraakdatum
2025-03-05
Publicatiedatum
2025-03-01
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zaaknummer
202405582/2/R2
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Bij besluit van 9 juli 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zundert het wijzigingsplan "[locatie] Klein-Zundert" vastgesteld. Het plan voorziet in een wijziging van de bestemming "Agrarisch - Agrarisch bedrijf" naar "Wonen". Met het wijzigingsplan wordt het mogelijk om op de plaats van de voormalige bedrijfswoning een nieuwe burgerwoning te realiseren. [appellante] heeft op aangrenzende gronden een boomkwekerij en kan zich niet met het plan verenigen omdat hij vreest te worden beperkt in zijn bedrijfsvoering.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.718 tekens)
202405582/2/R2.
Datum uitspraak: 5 maart 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoekster], gevestigd in Sprundel, gemeente Rucphen,
verzoekster,
en
het college van burgemeester en wethouders van Zundert,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 9 juli 2024 heeft het college het wijzigingsplan "[locatie] Klein-Zundert" vastgesteld.
Tegen dit besluit heeft [verzoekster] beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
[partij] heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 10 januari 2025, waar [verzoekster], vertegenwoordigd door mr. T. Pothast, advocaat in Apeldoorn, en het college, vertegenwoordigd door R. Verhees en J. Gobbens, zijn verschenen. Voorts is ter zitting [partij] als partij gehoord.
Overwegingen
1.       Bij uitspraak van heden, ECLI:NL:RVS:2025:807, heeft de Afdeling op het beroep beslist. Derhalve is geen sprake meer van een geding. Daarom dient het verzoek te worden afgewezen.
2.       Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. A.B. Blomberg, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. S. Duyster, griffier.
w.g. Blomberg
voorzieningenrechter
w.g. Duyster
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 5 maart 2025
664