Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Raad van State

ECLI:NL:RVS:2025:493

2025-02-11 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht 202500463/1/V3
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Raad van State
Uitspraakdatum
2025-02-11
Publicatiedatum
2025-02-10
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Herziening
Zaaknummer
202500463/1/V3
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Op 1 augustus 2019 heeft verzoeker de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, verzocht om herziening van de uitspraak van 27 mei 2019 in zaak nr. NL19.11005. Bij uitspraak van 19 juni 2019 heeft de Afdeling op het hoger beroep van de vreemdeling tegen de uitspraak van de rechtbank van 27 mei 2019 beslist. De rechtbank heeft het verzoek van de vreemdeling daarom terecht aangemerkt als een verzoek om herziening van de uitspraak van de Afdeling, waarop de Afdeling moet beslissen (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 27 juli 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX4821

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.759 tekens)
202500463/1/V3.
Datum uitspraak: 11 februari 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het verzoek van:
[de vreemdeling],
verzoeker,
om herziening (artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb) van de uitspraak van de Afdeling van 19 juni 2019, in zaak nr. 201904122/1/V3.
Procesverloop
Op 1 augustus 2019 heeft verzoeker de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, verzocht om herziening van de uitspraak van 27 mei 2019 in zaak nr. NL19.11005.
Bij brief van 24 januari 2025 heeft de rechtbank dat verzoek aan de Afdeling doorgezonden.
Overwegingen
1.       Bij uitspraak van 19 juni 2019 heeft de Afdeling op het hoger beroep van de vreemdeling tegen de uitspraak van de rechtbank van 27 mei 2019 beslist. De rechtbank heeft het verzoek van de vreemdeling daarom terecht aangemerkt als een verzoek om herziening van de uitspraak van de Afdeling, waarop de Afdeling moet beslissen (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 27 juli 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX4821).
2.       De Afdeling kan onder omstandigheden een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van nieuwe feiten en omstandigheden (artikel 8:119, eerste lid, van de Awb). De verzoeker heeft zulke feiten of omstandigheden niet aangevoerd.
3.       Het verzoek wordt afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.C.A. de Poorter, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. D.I. Schipper, griffier.
w.g. De Poorter
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Schipper
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 11 februari 2025
872