Raad van State
ECLI:NL:RVS:2023:747
2023-02-23
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
202300300/1/V3
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 11 december 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (19)
- ECLI:NL:RBDHA:2025:6973 Rechtbank Den Haag 19-03-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:3443 Rechtbank Den Haag 07-03-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2024:6352 Rechtbank Den Haag 26-04-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:4748 Rechtbank Den Haag 04-04-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:383 Rechtbank Den Haag 12-01-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2023:20141 Rechtbank Den Haag 19-12-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:18317 Rechtbank Den Haag 28-11-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:16498 Rechtbank Den Haag 02-11-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:16048 Rechtbank Den Haag 24-10-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:15820 Rechtbank Den Haag 19-10-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:15818 Rechtbank Den Haag 18-10-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:14563 Rechtbank Den Haag 27-09-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:14268 Rechtbank Den Haag 22-09-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:9057 Rechtbank Den Haag 21-06-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:10796 Rechtbank Den Haag 21-06-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:8737 Rechtbank Den Haag 15-06-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:7294 Rechtbank Den Haag 17-05-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:6968 Rechtbank Den Haag 15-05-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:5359 Rechtbank Den Haag 11-04-2023
Volledige tekst
Volledige tekst (2.022 tekens)
202300300/1/V3.
Datum uitspraak: 23 februari 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 6 januari 2023 in zaak nr. NL22.26627 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 11 december 2022 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld.
Bij uitspraak van 6 januari 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. F. Boone, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank is namelijk terecht en op goede gronden tot haar oordeel gekomen. De Afdeling neemt de motivering onder 2.1, 3.1, 4.1 en 5 van de uitspraak van de rechtbank over.
1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. B. Meijer, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Meurs-Heuvel, griffier.
w.g. Meijer
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Van Meurs-Heuvel
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 23 februari 2023
47-1041
Datum uitspraak: 23 februari 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 6 januari 2023 in zaak nr. NL22.26627 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 11 december 2022 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld.
Bij uitspraak van 6 januari 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. F. Boone, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank is namelijk terecht en op goede gronden tot haar oordeel gekomen. De Afdeling neemt de motivering onder 2.1, 3.1, 4.1 en 5 van de uitspraak van de rechtbank over.
1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. B. Meijer, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Meurs-Heuvel, griffier.
w.g. Meijer
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Van Meurs-Heuvel
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 23 februari 2023
47-1041