Raad van State
ECLI:NL:RVS:2023:3985
2023-10-27
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
202301419/4/V3
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
De vreemdeling heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 6 februari 2023 in zaak nr. NL22.10310.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:RVS:2026:3221 Raad van State 05-06-2026
Volledige tekst
Volledige tekst (2.832 tekens)
202301419/4/V3.
Datum uitspraak: 27 oktober 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek van:
[de vreemdeling],
verzoeker,
om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikelen 8:84 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht).
Procesverloop
De vreemdeling heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 6 februari 2023 in zaak nr. NL22.10310.
De vreemdeling heeft op 20 oktober 2023 krachtens artikel 72, derde lid, van de Vw 2000 bezwaar gemaakt tegen de feitelijke uitzetting en de voorzieningenrechter van de rechtbank verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De griffier van de rechtbank heeft het verzoek ter behandeling aan de voorzieningenrechter van de Afdeling doorgezonden.
Bij brief van 24 oktober 2023 heeft de vreemdeling het verzoek ingetrokken en de voorzieningenrechter verzocht de staatssecretaris te veroordelen in de bij hem opgekomen proceskosten.
Overwegingen
1. De vreemdeling heeft op 20 oktober 2023 een opvolgend asielverzoek ingediend. Daarnaast heeft hij de voorzieningenrechter verzocht bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat hij niet wordt uitgezet totdat op het asielverzoek is beslist. De staatssecretaris heeft de Afdeling bij brief van 21 oktober 2023 laten weten dat hij de voorgenomen uitzetting van de vreemdeling heeft geannuleerd, omdat de vreemdeling nieuwe feiten en omstandigheden naar voren heeft gebracht.
2. Voor een veroordeling tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling kan aanleiding bestaan als de staatssecretaris aan de vreemdeling tegemoetgekomen is. Van tegemoetkomen is geen sprake als de staatssecretaris terugkomt van een geplande uitzetting wegens aan de vreemdeling toe te rekenen gewijzigde omstandigheden. Dat is in deze zaak gebeurd. De vreemdeling heeft namelijk pas na bekendmaking van de vluchtgegevens een opvolgende asielaanvraag ingediend, en als gevolg daarvan is de vlucht geannuleerd. Daarom bestaat geen aanleiding om de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten te veroordelen.
3. Het verzoek wordt afgewezen.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.J.W.P. van Gastel, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.J. Keeman-Folador, griffier.
w.g. Van Gastel
voorzieningenrechter
w.g. Keeman-Folador
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 27 oktober 2023
862
Datum uitspraak: 27 oktober 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek van:
[de vreemdeling],
verzoeker,
om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikelen 8:84 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht).
Procesverloop
De vreemdeling heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 6 februari 2023 in zaak nr. NL22.10310.
De vreemdeling heeft op 20 oktober 2023 krachtens artikel 72, derde lid, van de Vw 2000 bezwaar gemaakt tegen de feitelijke uitzetting en de voorzieningenrechter van de rechtbank verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De griffier van de rechtbank heeft het verzoek ter behandeling aan de voorzieningenrechter van de Afdeling doorgezonden.
Bij brief van 24 oktober 2023 heeft de vreemdeling het verzoek ingetrokken en de voorzieningenrechter verzocht de staatssecretaris te veroordelen in de bij hem opgekomen proceskosten.
Overwegingen
1. De vreemdeling heeft op 20 oktober 2023 een opvolgend asielverzoek ingediend. Daarnaast heeft hij de voorzieningenrechter verzocht bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat hij niet wordt uitgezet totdat op het asielverzoek is beslist. De staatssecretaris heeft de Afdeling bij brief van 21 oktober 2023 laten weten dat hij de voorgenomen uitzetting van de vreemdeling heeft geannuleerd, omdat de vreemdeling nieuwe feiten en omstandigheden naar voren heeft gebracht.
2. Voor een veroordeling tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling kan aanleiding bestaan als de staatssecretaris aan de vreemdeling tegemoetgekomen is. Van tegemoetkomen is geen sprake als de staatssecretaris terugkomt van een geplande uitzetting wegens aan de vreemdeling toe te rekenen gewijzigde omstandigheden. Dat is in deze zaak gebeurd. De vreemdeling heeft namelijk pas na bekendmaking van de vluchtgegevens een opvolgende asielaanvraag ingediend, en als gevolg daarvan is de vlucht geannuleerd. Daarom bestaat geen aanleiding om de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten te veroordelen.
3. Het verzoek wordt afgewezen.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.J.W.P. van Gastel, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.J. Keeman-Folador, griffier.
w.g. Van Gastel
voorzieningenrechter
w.g. Keeman-Folador
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 27 oktober 2023
862