Raad van State
ECLI:NL:RVS:2023:3424
2023-09-08
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
202302105/1/V3 en 202302105/2/V3
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 3 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Citeert (2)
- ECLI:NL:RVS:2023:3133 Raad van State 16-08-2023
- ECLI:NL:RVS:2023:3134 Raad van State 16-08-2023
Geciteerd door (19)
- ECLI:NL:RBDHA:2025:10793 Rechtbank Den Haag 20-06-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:2835 Rechtbank Den Haag 20-02-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2024:20905 Rechtbank Den Haag 12-12-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:13785 Rechtbank Den Haag 18-07-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:10293 Rechtbank Den Haag 03-07-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:5778 Rechtbank Den Haag 16-04-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:5755 Rechtbank Den Haag 16-04-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:5797 Rechtbank Den Haag 16-04-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:4015 Rechtbank Den Haag 18-03-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:3595 Rechtbank Den Haag 12-03-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:2748 Rechtbank Den Haag 04-03-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:2485 Rechtbank Den Haag 23-02-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:2484 Rechtbank Den Haag 23-02-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:1876 Rechtbank Den Haag 15-02-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:1577 Rechtbank Den Haag 07-02-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:2062 Rechtbank Den Haag 01-02-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:3072 Rechtbank Den Haag 25-01-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:753 Rechtbank Den Haag 19-01-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:3385 Rechtbank Den Haag 17-01-2024
Volledige tekst
Volledige tekst (3.905 tekens)
202302105/1/V3 en 202302105/2/V3.Datum uitspraak: 8 september 2023
AFDELINGBESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van de Vw 2000, op het hoger beroep van:
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 29 maart 2023 in zaak nr. NL23.310 in het geding tussen:
[de vreemdeling],
en
de staatssecretaris.
Procesverloop
Bij besluit van 3 januari 2023 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 29 maart 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak.
Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. G.J. van der Graaf, advocaat te Arnhem, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Overwegingen
1. De door de staatssecretaris in zijn enige grief opgeworpen rechtsvraag over het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor Bulgarije, heeft de Afdeling beantwoord in haar uitspraken van 16 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3133 en ECLI:NL:RVS:2023:3134, onder 4.4 tot en met 4.13. Uit die uitspraken volgt dat de grief slaagt.
2. Het hoger beroep is gegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd. De voorzieningenrechter beoordeelt het beroep. Daarbij bespreekt zij alleen beroepsgronden waarover de rechtbank nog geen oordeel heeft gegeven en beroepsgronden waarop na de overwegingen in hoger beroep nog moet worden beslist.
3. De vreemdeling heeft in beroep betoogd dat de staatssecretaris niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag uitgaan, omdat hij in Bulgarije in detentie ernstig is mishandeld. De vreemdeling heeft verklaard dat hij in detentie op zijn rug is geslagen, slecht eten kreeg en gedwongen werd zijn vingerafdrukken af te geven. De staatssecretaris heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat de vreemdeling niet heeft geprobeerd om bij de Bulgaarse autoriteiten of de Bulgaarse (hoogste) rechter te klagen over de (omstandigheden in) detentie, terwijl niet is gebleken dat dit voor hem niet mogelijk was. De vreemdeling heeft daarom niet aannemelijk gemaakt dat er een reëel risico bestaat dat hij na overdracht aan Bulgarije aan een schending van artikel 4 van het EU Handvest en artikel 3 van het EVRM wordt blootgesteld. De beroepsgrond faalt.
4. Het beroep is ongegrond.
5. Omdat op het hoger beroep is beslist, wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. verklaart het hoger beroep gegrond;
II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 29 maart 2023 in zaak nr. NL23.310;
III. verklaart het beroep ongegrond;
IV. wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. M. Soffers, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. R.H.L. Dallinga, griffier.
w.g. Soffersvoorzieningenrechter
w.g. Dallingagriffier
Uitgesproken in het openbaar op 8 september 2023
18-985
AFDELINGBESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van de Vw 2000, op het hoger beroep van:
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 29 maart 2023 in zaak nr. NL23.310 in het geding tussen:
[de vreemdeling],
en
de staatssecretaris.
Procesverloop
Bij besluit van 3 januari 2023 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 29 maart 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak.
Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. G.J. van der Graaf, advocaat te Arnhem, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Overwegingen
1. De door de staatssecretaris in zijn enige grief opgeworpen rechtsvraag over het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor Bulgarije, heeft de Afdeling beantwoord in haar uitspraken van 16 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3133 en ECLI:NL:RVS:2023:3134, onder 4.4 tot en met 4.13. Uit die uitspraken volgt dat de grief slaagt.
2. Het hoger beroep is gegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd. De voorzieningenrechter beoordeelt het beroep. Daarbij bespreekt zij alleen beroepsgronden waarover de rechtbank nog geen oordeel heeft gegeven en beroepsgronden waarop na de overwegingen in hoger beroep nog moet worden beslist.
3. De vreemdeling heeft in beroep betoogd dat de staatssecretaris niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag uitgaan, omdat hij in Bulgarije in detentie ernstig is mishandeld. De vreemdeling heeft verklaard dat hij in detentie op zijn rug is geslagen, slecht eten kreeg en gedwongen werd zijn vingerafdrukken af te geven. De staatssecretaris heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat de vreemdeling niet heeft geprobeerd om bij de Bulgaarse autoriteiten of de Bulgaarse (hoogste) rechter te klagen over de (omstandigheden in) detentie, terwijl niet is gebleken dat dit voor hem niet mogelijk was. De vreemdeling heeft daarom niet aannemelijk gemaakt dat er een reëel risico bestaat dat hij na overdracht aan Bulgarije aan een schending van artikel 4 van het EU Handvest en artikel 3 van het EVRM wordt blootgesteld. De beroepsgrond faalt.
4. Het beroep is ongegrond.
5. Omdat op het hoger beroep is beslist, wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. verklaart het hoger beroep gegrond;
II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 29 maart 2023 in zaak nr. NL23.310;
III. verklaart het beroep ongegrond;
IV. wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. M. Soffers, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. R.H.L. Dallinga, griffier.
w.g. Soffersvoorzieningenrechter
w.g. Dallingagriffier
Uitgesproken in het openbaar op 8 september 2023
18-985