Raad van State
ECLI:NL:RVS:2023:1268
2023-03-29
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
202301871/1/V3 en 202301871/2/V3
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 15 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (21)
- ECLI:NL:RBDHA:2025:11075 Rechtbank Den Haag 12-06-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:4079 Rechtbank Den Haag 11-03-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2024:17265 Rechtbank Den Haag 09-10-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:4989 Rechtbank Den Haag 09-04-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:3815 Rechtbank Den Haag 14-03-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:2158 Rechtbank Den Haag 21-02-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:1882 Rechtbank Den Haag 15-02-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2023:22145 Rechtbank Den Haag 22-12-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:21266 Rechtbank Den Haag 13-12-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:17457 Rechtbank Den Haag 09-11-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:15189 Rechtbank Den Haag 09-10-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:14932 Rechtbank Den Haag 29-09-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:14755 Rechtbank Den Haag 26-09-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:15969 Rechtbank Den Haag 19-09-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:12446 Rechtbank Den Haag 15-08-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:12033 Rechtbank Den Haag 11-08-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:12010 Rechtbank Den Haag 11-08-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:14391 Rechtbank Den Haag 20-07-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:12468 Rechtbank Den Haag 10-07-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:11851 Rechtbank Den Haag 20-06-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:6867 Rechtbank Den Haag 21-04-2023
Volledige tekst
Volledige tekst (2.480 tekens)
202301871/1/V3 en 202301871/2/V3.
Datum uitspraak: 29 maart 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van de Vw 2000, op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 16 maart 2023 in zaak nr. NL23.4821 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 15 februari 2023 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 16 maart 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. M.L. Saija, advocaat te Arnhem, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank is namelijk terecht tot het oordeel gekomen dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat bij zijn Dublinoverdracht aan Spanje niet uit kan worden gegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel.
1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. bevestigt de aangevallen uitspraak;
II. wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. M. Soffers, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. R.H.L. Dallinga, griffier.
w.g. Soffers
voorzieningenrechter
w.g. Dallinga
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 29 maart 2023
18-1025
Datum uitspraak: 29 maart 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van de Vw 2000, op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 16 maart 2023 in zaak nr. NL23.4821 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 15 februari 2023 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 16 maart 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. M.L. Saija, advocaat te Arnhem, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank is namelijk terecht tot het oordeel gekomen dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat bij zijn Dublinoverdracht aan Spanje niet uit kan worden gegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel.
1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. bevestigt de aangevallen uitspraak;
II. wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. M. Soffers, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. R.H.L. Dallinga, griffier.
w.g. Soffers
voorzieningenrechter
w.g. Dallinga
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 29 maart 2023
18-1025