Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Raad van State

ECLI:NL:RVS:2022:3175

2022-11-03 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht 202104845/1/V1
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Raad van State
Uitspraakdatum
2022-11-03
Publicatiedatum
2022-11-03
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
202104845/1/V1
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Bij besluit van 8 december 2020 heeft het Centraal Orgaan opvang asielzoekers de aan de vreemdeling verleende verstrekkingen op grond van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 beëindigd.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.278 tekens)
202104845/1/V1.
Datum uitspraak: 3 november 2022
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 30 juni 2021 in zaak nr. 20/9175 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa).
Procesverloop
Bij besluit van 8 december 2020 heeft het COa de aan de vreemdeling verleende verstrekkingen op grond van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 beëindigd.
Bij uitspraak van 30 juni 2021 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. H.H.R. Bruggeman, advocaat te Leiderdorp, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1.       Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
1.1.    Het hoger beroep gaat namelijk over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 5 maart 2014, ECLI:NL:RVS:2014:837, onder 2.1, over de beoordeling of zich een acute medische noodsituatie voordoet en de aanspraak op een voorziening in de zin van artikel 10, tweede lid, van de Vw 2000). Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen.
2.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. 
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. D.A. Verburg, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.K. de Keizer, griffier.
w.g. Verburg
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. De Keizer
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 3 november 2022
999