Raad van State
ECLI:NL:RVS:2022:2521
2022-08-31
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
202205037/1/V3 en 202205037/2/V3
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 12 juli 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Citeert (1)
- ECLI:NL:RVS:2021:1645 Raad van State 29-07-2021
Geciteerd door (16)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:15051 Rechtbank Den Haag 05-10-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:14009 Rechtbank Den Haag 07-08-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:8623 Rechtbank Den Haag 12-06-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:5747 Rechtbank Den Haag 17-04-2023
- ECLI:NL:RBNNE:2023:1024 Rechtbank Noord-Nederland 20-03-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:5882 Rechtbank Den Haag 06-03-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:2520 Rechtbank Den Haag 03-03-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:3170 Rechtbank Den Haag 03-02-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2022:14587 Rechtbank Den Haag 27-12-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:13498 Rechtbank Den Haag 08-12-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:15131 Rechtbank Den Haag 14-11-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:13268 Rechtbank Den Haag 10-11-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:15090 Rechtbank Den Haag 04-11-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:11074 Rechtbank Den Haag 20-10-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:14994 Rechtbank Den Haag 13-10-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:14854 Rechtbank Den Haag 15-09-2022
Volledige tekst
Volledige tekst (2.531 tekens)
202205037/1/V3 en 202205037/2/V3.
Datum uitspraak: 31 augustus 2022
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van de Vw 2000, op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 17 augustus 2022 in zaak nr. NL22.13901 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 12 juli 2022 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 17 augustus 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. F. Engelbertink, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
1.1. Het hoger beroep gaat namelijk over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 29 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1645, onder 5.2 en 8, over het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor Roemenië). Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen.
2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. bevestigt de aangevallen uitspraak;
II. wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.J.W.P. van Gastel, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. S. Bechinka, griffier.
w.g. Van Gastel
voorzieningenrechter
w.g. Bechinka
griffier
371-985
Datum uitspraak: 31 augustus 2022
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van de Vw 2000, op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 17 augustus 2022 in zaak nr. NL22.13901 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 12 juli 2022 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 17 augustus 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. F. Engelbertink, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
1.1. Het hoger beroep gaat namelijk over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 29 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1645, onder 5.2 en 8, over het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor Roemenië). Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen.
2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. bevestigt de aangevallen uitspraak;
II. wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.J.W.P. van Gastel, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. S. Bechinka, griffier.
w.g. Van Gastel
voorzieningenrechter
w.g. Bechinka
griffier
371-985