Raad van State
ECLI:NL:RVS:2022:1248
2022-04-26
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
202201823/1/V3 en 202201823/2/V3
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 9 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Citeert (1)
- ECLI:NL:RVS:2021:1481 Raad van State 08-07-2021
Geciteerd door (23)
- ECLI:NL:RBDHA:2025:20950 Rechtbank Den Haag 14-10-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:2604 Rechtbank Den Haag 19-02-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2023:14275 Rechtbank Den Haag 20-09-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:9439 Rechtbank Den Haag 26-06-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:10211 Rechtbank Den Haag 20-06-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:9884 Rechtbank Den Haag 16-06-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:7971 Rechtbank Den Haag 30-05-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:5740 Rechtbank Den Haag 17-04-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:3699 Rechtbank Den Haag 22-03-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:3991 Rechtbank Den Haag 21-03-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:2721 Rechtbank Den Haag 07-03-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:3007 Rechtbank Den Haag 06-03-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:1785 Rechtbank Den Haag 17-02-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:1648 Rechtbank Den Haag 14-02-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:1602 Rechtbank Den Haag 08-02-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:3458 Rechtbank Den Haag 03-02-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:1010 Rechtbank Den Haag 02-02-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:903 Rechtbank Den Haag 01-02-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:44 Rechtbank Den Haag 02-01-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2022:13827 Rechtbank Den Haag 15-12-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:13833 Rechtbank Den Haag 15-12-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:13867 Rechtbank Den Haag 24-11-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:12552 Rechtbank Den Haag 08-06-2022
Volledige tekst
Volledige tekst (2.523 tekens)
202201823/1/V3 en 202201823/2/V3
Datum uitspraak: 26 april 2022
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van de Vw 2000, op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 21 maart 2022 in zaak nr. NL22.2238 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 9 februari 2022 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 21 maart 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. S.A.S. Jansen, advocaat te Apeldoorn, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
1.1. Het hoger beroep gaat onder meer over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 8 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1481, onder 4.1, over de opvangvoorzieningen in Spanje voor Dublinclaimanten). Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen.
2. Het hoger beroep is ongegrond. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. bevestigt de aangevallen uitspraak;
II. wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. B. Meijer, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. D.I. Schipper, griffier.
w.g. Meijer
voorzieningenrechter
w.g. Schipper
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 26 april 2022
906
Datum uitspraak: 26 april 2022
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van de Vw 2000, op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 21 maart 2022 in zaak nr. NL22.2238 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 9 februari 2022 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 21 maart 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. S.A.S. Jansen, advocaat te Apeldoorn, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
1.1. Het hoger beroep gaat onder meer over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 8 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1481, onder 4.1, over de opvangvoorzieningen in Spanje voor Dublinclaimanten). Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen.
2. Het hoger beroep is ongegrond. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. bevestigt de aangevallen uitspraak;
II. wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. B. Meijer, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. D.I. Schipper, griffier.
w.g. Meijer
voorzieningenrechter
w.g. Schipper
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 26 april 2022
906