Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Raad van State

ECLI:NL:RVS:2018:1428

2018-05-01 Bestuursrecht 201802687/2/A1
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Raad van State
Uitspraakdatum
2018-05-01
Publicatiedatum
2018-05-01
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Mondelinge uitspraak
Zaaknummer
201802687/2/A1
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 8 maart 2018 van de rechtbank. [verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (2.791 tekens)
201802687/2/A1.
Datum uitspraak: 1 mei 2018

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:

[verzoeker], wonend te Moordrecht, gemeente Zuidplas,
verzoeker,

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag (hierna: de rechtbank) van 8 maart 2018 in zaak nrs. 17/8354 en 17/8370 in het geding tussen:

[verzoeker]

en

het college van burgemeester en wethouders van Zuidplas.

Openbare zitting gehouden op 24 april 2018 om 13:30 uur.

Tegenwoordig:
Staatsraad mr. H.G. Sevenster, voorzieningenrechter

griffier: mr. W.D. Kamphorst-Timmer

Verschenen:
[verzoeker];
Het college, vertegenwoordigd door mr. R. Oosterhuis en mr. E.G. Schuurman.

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 8 maart 2018 van de rechtbank. [verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter
I.    schorst bij wijze van voorlopige voorziening de besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Zuidplas van 28 maart 2018, kenmerk 2018081387, van 13 december 2017, kenmerk 2017300664, van 15 november 2017, kenmerk U17.006623, en van 7 april 2017, kenmerk 2017021774;

II.    gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Zuidplas aan [verzoeker] het door hem voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 253,00 (zegge: tweehonderddrieënvijftig euro) vergoedt.

Daartoe overweegt hij het volgende.

De voorzieningenrechter acht de belangen van [verzoeker] bij het treffen van de gevraagde voorziening zwaarwegend, omdat [verzoeker] en zijn gezin de recreatiewoning reeds lange tijd als hoofdverblijf gebruiken. Het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening brengt geen onomkeerbare gevolgen met zich. Voorts is niet gebleken dat de belangen van het college bij handhaving van de door hem gestelde begunstigingstermijn tot 15 mei 2018 zodanig dringend zijn dat de behandeling van de bodemzaak niet kan worden afgewacht. Hierbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat er nog andere handhavingstrajecten lopen. Verder betrekt de voorzieningenrechter bij zijn oordeel dat in afwachting van de behandeling van de bodemzaak door [verzoeker] en het college nader onderzoek kan worden gedaan over het beroep van [verzoeker] op het gelijkheidsbeginsel.

w.g. Sevenster    w.g. Kamphorst-Timmer
voorzieningenrechter    griffier    

776.