Raad van State
ECLI:NL:RVS:2010:BM4478
2010-04-29
Bestuursrecht
200905009/1/T2/H3
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Bestuurlijke lus. Beschikking op verzoek om verlenging van de bij tussenuitspraak bepaalde termijn.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (19)
- ECLI:NL:RBDHA:2026:2105 Rechtbank Den Haag 16-01-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2025:19648 Rechtbank Den Haag 20-10-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2024:23291 Rechtbank Den Haag 04-12-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:13327 Rechtbank Den Haag 25-07-2024
- ECLI:NL:RBOBR:2023:4594 Rechtbank Oost-Brabant 18-09-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:7113 Rechtbank Den Haag 17-05-2023
- ECLI:NL:RBMNE:2023:3027 Rechtbank Midden-Nederland 18-04-2023
- ECLI:NL:RBMNE:2023:1516 Rechtbank Midden-Nederland 06-04-2023
- ECLI:NL:RBMNE:2023:3026 Rechtbank Midden-Nederland 19-01-2023
- ECLI:NL:RBMNE:2022:2234 Rechtbank Midden-Nederland 18-05-2022
- ECLI:NL:RBMNE:2022:1571 Rechtbank Midden-Nederland 25-04-2022
- ECLI:NL:RBMNE:2022:965 Rechtbank Midden-Nederland 15-03-2022
- ECLI:NL:RBMNE:2022:480 Rechtbank Midden-Nederland 04-02-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2021:17101 Rechtbank Den Haag 05-10-2021
- ECLI:NL:RBMNE:2021:5403 Rechtbank Midden-Nederland 29-09-2021
- ECLI:NL:RBDHA:2020:15198 Rechtbank Den Haag 10-11-2020
- ECLI:NL:RBMNE:2020:3054 Rechtbank Midden-Nederland 30-07-2020
- ECLI:NL:RBMNE:2019:6258 Rechtbank Midden-Nederland 24-12-2019
- ECLI:NL:RBMNE:2017:6480 Rechtbank Midden-Nederland 21-08-2017
Volledige tekst
Volledige tekst (2.694 tekens)
200905009/1/T2/H3.
Datum beschikking: 29 april 2010
RAAD VAN STATE
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Beschikking van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek van:
de minister van Justitie,
verzoeker,
om verlenging (artikel 8:51a, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht) van de bij tussenuitspraak van 14 april 2010, in zaak nr. 200905009/1/T1/H3, bepaalde termijn voor het herstellen van het bij die uitspraak geconstateerde gebrek in het bestreden besluit.
1. Procesverloop
Bij tussenuitspraak van 14 april 2010 heeft de Afdeling de minister opgedragen om binnen vier weken na de verzending daarvan het gebrek in het bestreden besluit te herstellen.
Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 26 april 2010, heeft de minister de Afdeling verzocht om deze termijn te verlengen.
2. Overwegingen
2.1. De minister heeft verzocht om verlenging van de hersteltermijn in verband met de grote hoeveelheid documenten die door hem aan de hand van de Wet openbaarheid van bestuur moet worden beoordeeld en het feit dat per afzonderlijk document dient te worden bezien of een of meerdere uitzonderings- of beperkingsgronden van die wet zich tegen openbaarmaking van dat document verzetten.
2.2. De voor herstel van een gebrek in het bestreden besluit bepaalde termijn is een bindende termijn. Slechts in bijzondere gevallen kan na een gemotiveerd verzoek verlenging van deze termijn worden verleend. Het verzoek moet binnen de bij de tussenuitspraak bepaalde termijn worden ingediend.
2.3. Gelet op de door de minister gegeven toelichting op zijn verzoek, terwijl de wederpartij, de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Apotheek Voorzorg B.V., te kennen heeft gegeven geen bezwaar te hebben tegen een beperkte verlenging, bestaat aanleiding de hersteltermijn te verlengen met twee weken.
3. Beschikking
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verlengt de bij haar uitspraak van 14 april 2010 bepaalde termijn tot 26 mei 2010.
Aldus vastgesteld door mr. W. Konijnenbelt, voorzitter, en mr. T.M.A. Claessens en mr. C.W. Mouton, leden, in tegenwoordigheid van mr. E.J.A. Idema, ambtenaar van Staat.
w.g. Konijnenbelt
voorzitter
w.g. Idema
ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 29 april 2010
512.
Verzonden: 29 april 2010
Voor eensluidend afschrift,
de secretaris van de Raad van State,
mr. H.H.C. Visser
Datum beschikking: 29 april 2010
RAAD VAN STATE
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Beschikking van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek van:
de minister van Justitie,
verzoeker,
om verlenging (artikel 8:51a, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht) van de bij tussenuitspraak van 14 april 2010, in zaak nr. 200905009/1/T1/H3, bepaalde termijn voor het herstellen van het bij die uitspraak geconstateerde gebrek in het bestreden besluit.
1. Procesverloop
Bij tussenuitspraak van 14 april 2010 heeft de Afdeling de minister opgedragen om binnen vier weken na de verzending daarvan het gebrek in het bestreden besluit te herstellen.
Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 26 april 2010, heeft de minister de Afdeling verzocht om deze termijn te verlengen.
2. Overwegingen
2.1. De minister heeft verzocht om verlenging van de hersteltermijn in verband met de grote hoeveelheid documenten die door hem aan de hand van de Wet openbaarheid van bestuur moet worden beoordeeld en het feit dat per afzonderlijk document dient te worden bezien of een of meerdere uitzonderings- of beperkingsgronden van die wet zich tegen openbaarmaking van dat document verzetten.
2.2. De voor herstel van een gebrek in het bestreden besluit bepaalde termijn is een bindende termijn. Slechts in bijzondere gevallen kan na een gemotiveerd verzoek verlenging van deze termijn worden verleend. Het verzoek moet binnen de bij de tussenuitspraak bepaalde termijn worden ingediend.
2.3. Gelet op de door de minister gegeven toelichting op zijn verzoek, terwijl de wederpartij, de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Apotheek Voorzorg B.V., te kennen heeft gegeven geen bezwaar te hebben tegen een beperkte verlenging, bestaat aanleiding de hersteltermijn te verlengen met twee weken.
3. Beschikking
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verlengt de bij haar uitspraak van 14 april 2010 bepaalde termijn tot 26 mei 2010.
Aldus vastgesteld door mr. W. Konijnenbelt, voorzitter, en mr. T.M.A. Claessens en mr. C.W. Mouton, leden, in tegenwoordigheid van mr. E.J.A. Idema, ambtenaar van Staat.
w.g. Konijnenbelt
voorzitter
w.g. Idema
ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 29 april 2010
512.
Verzonden: 29 april 2010
Voor eensluidend afschrift,
de secretaris van de Raad van State,
mr. H.H.C. Visser