Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2026:9420

2026-09-09 Civiel recht; Arbeidsrecht 1225587 AZ VERZ 26-42 (E)
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2026-09-09
Publicatiedatum
2026-09-29
Rechtsgebied
Civiel recht; Arbeidsrecht
Procedure
Beschikking
Zaaknummer
1225587 AZ VERZ 26-42 (E)
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens (ernstig) verwijtbaar handelen. Werknemer is, ondanks door heb gedane toezeggingen toezeggingen en waarschuwingen van werkgever, herhaaldelijk onaangekondigd niet op het werk verschenen. Dit kwalificeert als ernstig verwijtbaar handelen, zodat werkgever geen transitievergoeding verschuldigd is.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (12.772 tekens)
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT



Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Middelburg



Zaaknummer / rekestnummer: 12255587 \ AZ VERZ 26-42




Beschikking van 9 september 2026




in de zaak van





[verzoekende partij] B.V.,
te [plaats],

verzoekende partij,

hierna te noemen: [verzoekende partij],
gemachtigde: mr. A.C.F. Berkhof,



tegen





[verwerende partij]
,
te [plaats],

verwerende partij,

hierna te noemen: [verwerende partij],
niet verschenen.





1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het op 2 juni 2026 ter griffie ontvangen verzoekschrift, met producties;
- de brief van 15 juni 2026 van de griffie van deze rechtbank, locatie Middelburg, Civiel cluster I, aan [verwerende partij].



1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op de openbare terechtzitting van 26 augustus 2026. Daarbij waren namens [verzoekende partij] aanwezig [persoon 1] en [persoon 2], bijgestaan door mr. A.C.F. Berkhof. [verwerende partij] is niet verschenen.



1.3.
Voorafgaand aan de zitting heeft de gemachtigde van [verzoekende partij] een betekeningsexploot d.d. 13 augustus 2026 overgelegd. Bij dit betekeningsexploot, dat is uitgereikt aan de echt- en huisgenote van [verwerende partij], is hij opgeroepen voor de zitting van 26 augustus 2026.



1.4.
De beschikking is bepaald op vandaag.






2De feiten


2.1.

[verwerende partij], geboren 1 juli 1986, is sinds 5 januari 2026 in dienst bij [verzoekende partij] op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. De functie van [verwerende partij] is Glaszetter met een loon van € 3.300,00 bruto per maand, te vermeerderen met een vakantietoeslag van 8%.



2.2.
In de maand februari 2026 is [verwerende partij] aangesproken op het feit dat hij niet op het werk verscheen zonder dat vooraf aan te kondigen dan wel zich ziek te melden.



2.3.
Op 4 en 11 mei 2026 is [verwerende partij] zonder berichtgeving niet verschenen op het werk. Op telefonische oproepen van [verzoekende partij] reageerde hij niet.



2.4.
Op 14 mei 2026 heeft [verzoekende partij] [verwerende partij] een schriftelijke waarschuwing gegeven voor het niet verschijnen op het werk. In de brief is, voor zover van belang, het volgende opgenomen:



“ Kortgezegd, indien je niet op komt dagen en je je ook niet afmeldt en niet bereikbaar bent, moet je erop rekenen dat dit direct gevolgen heeft voor de voortgang van het dienstverband en dat we gezien dit niet de eerste keer het geval is ook hierbij aankondigen dat ontbinding van het dienstverband of ontslag op staande voet dan de volgende stap zal zijn.

(…)

In dat kader wijzen wij er tevens op dat voor wat betreft de dagen die je geen arbeid het


verricht en ongeoorloofd afwezig bent/ was, wij niet overgaan tot betaling van loon. Tevens


zeggen wij hierbij aan het loon op te schorten over de periode, totdat je je weer bij ons


gemeld hebt en je werkt aanvangt.





Langs deze weg verzoeken en sommeren wij jou om direct doch uiterlijk binnen 24 uur


contact met ons op te nemen en daar waar mogelijk je bij ons te melden. Dit kan per mail of


app of per telefoon. Voorafgaand aan het hervatten van jouw werk willen wij eerst met jou


in gesprek om je enerzijds te wijzen op de gevolgen van jouw afwezigheid voor het team en


voor ons en anderzijds om je uit te leggen dat wij in een volgend geval genoodzaakt zijn om


maatregelen te treffen, waarbij de meest vergaande maatregel ontslag op staande voet zal


zijn.”





2.5.

Per Whatsapp-bericht van 14 mei 2026 heeft [verwerende partij] als volgt gereageerd op de brief van [verzoekende partij]:


“Zit in t ziekenhuis met me zoontje het gaat niet best vandaar mn afwezigheid ik klap elke keer op een of andere manier dicht denk dat dat er ook mee temaken heeft met mijn vorige werkgever , ik zie het liever ook graag anders en ga er zeker alles aan doen om er daar in


teveranderen , momenteel gaat het nu weer de goede kant op met mijn zoontje van


6 maanden oud hij heeft een ontsteking in z'n maagje wij hopen dat we vandaag


naar huis mogen , nogmaals mijn excuses en ik ga veranderen”




Waarop [persoon 1] namens [verzoekende partij] heeft gereageerd:




“Snap dat je moeite hebt met situatie zoontje. Dit is niet eerste keer dat dit gebeurd. Is wel de laatste! Waarschuwing en sancties vanuit brief blijven staan. Ben je er maandag?”

Waarop [verwerende partij] weer heeft gereageerd:




“[verwerende partij] ik beloof dat ik ga veranderen ik ben er maandag zeker weten nogmaals mijn excuses voor het slechte contact”





2.6.

[verwerende partij] is ondanks zijn toezegging op maandag 18 mei 2026 wederom niet verschenen op het werk. Op telefonische oproepen en Whatsapp-berichten van [persoon 1] heeft hij niet gereageerd.



2.7.
Per brief van 19 mei 2026 heeft [verzoekende partij] aangegeven dat zij het gedrag van [verwerende partij] niet accepteert en heeft zij voorgesteld met elkaar in gesprek te treden over de voortzetting dan wel beëindiging van het dienstverband. In de brief wordt aan [verwerende partij] verzocht per ommegaande contact op te nemen, bij gebreke waarvan [verzoekende partij] haar conclusies zal trekken en dat dit ook een beëindiging van de arbeidsrelatie kan betekenen. [verwerende partij] heeft niet op de brief gereageerd.



2.8.
Per brief van 26 mei 2026 heeft [verzoekende partij] aangegeven de betaling van het salaris van [verwerende partij] op te schorten en de ontbindingsprocedure van het dienstverband aangekondigd.



2.9.
Per brief van 27 mei 2026 heeft [verzoekende partij] [verwerende partij] nogmaals gewaarschuwd en hem een vaststellingsovereenkomst toegezonden.



2.10.
Per e-mail van 29 mei 2026 heeft (de gemachtigde van) [verzoekende partij] rechtsmaatregelen aangekondigd.



2.11.
Ook op de laatste twee brieven en het e-mailbericht werd door [verwerende partij] niet gereageerd.





3Het verzoek en het verweer


3.1.

[verzoekende partij] verzoekt de arbeidsovereenkomst met [verwerende partij] te ontbinden, primair vanwege (ernstig) verwijtbaar handelen of nalaten, alsmede te verklaren voor recht dat aan [verwerende partij], gelet op zijn ernstig verwijtbaar handelen, geen recht heeft op een transitievergoeding, met veroordeling van [verwerende partij] in de proceskosten.



3.2.
Aan dit verzoek legt [verzoekende partij] ten grondslag dat [verwerende partij] (ernstig) verwijtbaar handelt door herhaaldelijk zonder vooraankondiging en opgave van redenen niet op het werk te verschijnen, onbereikbaar te zijn en instructies te negeren. Van [verzoekende partij] als werkgever kan niet verlangd worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.



3.3.

[verwerende partij] heeft geen verweer gevoerd.





4De beoordeling


4.1.
Vastgesteld wordt dat [verwerende partij] voor de mondelinge behandeling van het verzoek behoorlijk is opgeroepen bij brief en bij deurwaardersexploot aan het woonadres van [verwerende partij].



4.2.
Het gaat in deze zaak om de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden. Dit kan alleen als daar een redelijke grond voor is. In de wet is bepaald wat een redelijke grond is. Ook is voor ontbinding vereist dat herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt.



4.3.
Nu [verwerende partij] geen verweer heeft gevoerd, dient te worden uitgegaan van de juistheid van het feitencomplex dat [verzoekende partij] aan haar verzoek ten grondslag heeft gelegd. Uit dat feitencomplex volgt dat [verwerende partij] meermaals zonder vooraankondiging niet is komen opdagen en dat hij na 11 mei 2026 helemaal niet meer is verschenen op het werk. Ook staat vast dat hij niet heeft gereageerd op de diverse contactpogingen van [verzoekende partij]. Deze onbestreden gebleven feiten en omstandigheden leveren een redelijke grond voor ontbinding op, te weten de primair daarvoor aangevoerde grond van verwijtbaar handelen of nalaten van [verwerende partij], zodanig dat van [verzoekende partij] in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Gelet hierop ligt herplaatsing van [verwerende partij] niet in de rede.



4.4.
Het (herhaaldelijk) onaangekondigd niet op het werk verschijnen, ondanks de toezegging van [verwerende partij] en de waarschuwingen van [verzoekende partij], dient naar het oordeel van de kantonrechter te worden gekwalificeerd als ernstig verwijtbaar. Dat brengt met zich dat [verzoekende partij] geen transitievergoeding aan [verwerende partij] verschuldigd is. De verzochte verklaring voor recht zal dan ook worden uitgesproken.



4.5
Gelet op het ernstig verwijtbaar handelen van [verwerende partij] zal de arbeidsovereenkomst worden ontbonden met ingang van de dag na heden.



4.6.

[verwerende partij] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten, aan de zijde van [verzoekende partij] vastgesteld op € 980,79 (€ 139,00 aan griffierecht, € 577,00 aan salaris gemachtigde, € 120,79 aan explootkosten en € 144,00 aan nakosten, te vermeerderen met de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing), met dien verstande dat de verzochte wettelijke rente over de proceskosten zal worden toegewezen indien en voor zover [verwerende partij] de proceskosten niet binnen 14 dagen na betekening van deze beschikking zal hebben voldaan. Daarbij overweegt de kantonrechter dat [verwerende partij], indien hij door de betekening van de beschikking kennis heeft kunnen nemen van de inhoud daarvan, de gelegenheid moet worden geboden om binnen een redelijke termijn aan de proceskostenveroordeling in deze beschikking te voldoen, waarbij een termijn van veertien dagen als een redelijke termijn voor nakoming wordt gezien.





5De beslissing


De kantonrechter



5.1.
ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van de dag na heden,



5.2.
verklaart voor recht dat aan [verwerende partij] geen transitievergoeding toekomt,



5.3.
veroordeelt [verwerende partij] in de proceskosten, waarbij die kosten van [verzoekende partij] zijn vastgesteld op € 980,79, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [verwerende partij] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en deze beschikking daarna wordt betekend,



5.4.
veroordeelt [verwerende partij] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten vanaf de vijftiende dag na betekening van deze beschikking,



5.5.
verklaart deze beschikking wat betreft 5.1, 5.3 en 5.4 uitvoerbaar bij voorraad,



5.6.
wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. Kool en in het openbaar uitgesproken op 9 september 2026.




Artikel 7:669 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW)


Artikel 7:669 lid 1 BW


op grond van artikel 7:673 lid 7, sub c BW


op grond van artikel 7:671b lid 9 sub b BW