Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2026:8967

2026-09-16 Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht BRE 26/2259
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2026-09-16
Publicatiedatum
2026-09-16
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
BRE 26/2259
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

afwijzing aanvraag Wlz

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (11.288 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT


Zittingsplaats Breda



Bestuursrecht



zaaknummer: BRE 26/2259


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 september 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser,
wettelijk vertegenwoordiger [moeder] (moeder),


en


CIZ, verweerder.


Samenvatting


1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.



1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat CIZ de aanvraag van eiser terecht heeft afgewezen. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is daarom ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.



1.2.
De wettelijke regels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak.




Procesverloop


2. Eiser heeft een aanvraag ingediend voor zorg op grond van de Wlz. Verweerder heeft deze aanvraag met het primaire besluit van 10 september 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 20 maart 2026 op het bezwaar van eiser is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.



2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.



2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 8 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: mevrouw [moeder] als wettelijke vertegenwoordiger van eiser en mr. L.M.R. Kater namens verweerder. Eiser was niet aanwezig.




Beoordeling door de rechtbank



Totstandkoming van het bestreden besluit

3. Eiser is geboren in 2014. Namens hem is op 7 juli 2025 een aanvraag ingediend voor zorg op grond van de Wlz. Eiser is bekend met een autismespectrumstoornis (ASS) en een algehele ontwikkelingsachterstand.



3.1.
Het CIZ heeft naar aanleiding van de aanvraag dossieronderzoek verricht en een medisch advies gevraagd. De medisch adviseur van het CIZ heeft op 9 september 2025 een rapport uitgebracht. Volgens de medisch adviseur is de diagnose autismespectrumstoornis (ASS) vastgesteld en kan de grondslag psychische stoornis gesteld worden. Omdat de zorgbehoefte voornamelijk hieruit voortvloeit, heeft het CIZ met het primaire besluit de aanvraag afgewezen. Een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, heeft namelijk op deze grondslag geen toegang tot de Wlz.



3.2.
In de bezwaarprocedure is op 19 februari 2026 een advies uitgebracht door een andere medisch adviseur van het CIZ. De medisch adviseur concludeert dat geen grondslag verstandelijke handicap gesteld kan worden. De stoornissen en beperkingen worden (met name) veroorzaak door de psychi(atri)sche problematiek. Er is een noodzaak voor 24 uur per dag zorg in de nabijheid, maar niet kan worden vastgesteld dat deze noodzaak blijvend is. Vervolgens is het bestreden besluit genomen.



Het standpunt van eiser

4. Eiser voert ten eerste aan dat de zorgbehoefte niet tijdelijk is. Hij heeft in het verleden al speltherapie gehad, wat niet heeft gezorgd voor verbetering. Floorplay is in de praktijk geen wezenlijk andere aanpak. Dit is dus geen realistische oplossing. Bovendien is er op dit moment geen concreet aanbod meer dat passend is voor hem. Ook betrokken hulpverleners weten niet meer wat nog ingezet kan worden.




4.1.
Daarnaast wordt ook de ernst van zijn functioneren onderschat. Eiser functioneert sociaal-emotioneel op het niveau van ongeveer een kind van drie jaar. Hij heeft 24 uur per dag toezicht nodig en kan niet alleen zijn. Daarnaast heeft hij geen passend onderwijs meer. In het dagelijks leven heeft hij voortdurend begeleiding nodig, kan hij niet zelfstandig functioneren, kan hij de situatie niet goed inschatten, raakt hij snel overprikkeld, laat hij probleemgedrag zien en heeft hij hulp nodig bij dagelijkse verzorging.



4.2.
Bovendien is het probleem breder dan alleen autisme. In de praktijk ziet moeder dat eiser op meerdere gebieden vastloopt, namelijk sociaal-emotioneel, praktisch functioneren en zelfredzaamheid. Het totaalbeeld is dat hij zonder intensieve begeleiding niet kan functioneren.



4.3.
Verder erkent het CIZ wel dat hij 24 uur zorg nodig heeft, maar verbindt daar geen consequenties aan. Dat is volgens eiser onbegrijpelijk.



4.4.
Tot slot stelt eiser ter zitting dat het onderzoek van het CIZ onzorgvuldig is geweest. In de laatste IQ-test komt eiser uit op een score van 76. Daarbij wordt aangegeven dat ervan uitgegaan kan worden dat hij een score heeft tussen de 72 en 82. Het CIZ had volgens eiser een specialist moeten inschakelen die nader onderzoek had moeten doen naar de vraag of het IQ van eiser meer richting de 72 (de lage kant) of richting de 82 (de hogere kant) gaat.



Waar ziet het geschil op?


5. Tussen partijen staat niet ter discussie dat eiser 24 uur per dag zorg nodig heeft. In geschil is met name of de grondslag voor zorg is gelegen in de psychische stoornis (ASS) en of eiser als gevolg daarvan is aangewezen op hulp via de Jeugdwet.



Heeft het CIZ terecht gesteld dat eiser geen toegang heeft tot Wlz-zorg?


6. Het CIZ heeft medisch onderzoek laten verrichten naar de situatie van eiser. De medische adviseurs van het CIZ hebben beiden een advies uitgebracht. Het CIZ heeft zich in de besluitvorming gebaseerd op de medische adviezen van 9 september 2025 en 19 februari 2026.



6.1.
Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) zijn de adviezen van de medische adviseurs van het CIZ aan te merken als deskundigenadviezen als is vastgesteld dat zij onpartijdig, objectief en inzichtelijk zijn en zorgvuldig tot stand zijn gekomen. Dit ligt anders als concrete aanknopingspunten bestaan waaruit twijfel aan de juistheid of volledigheid van de adviezen blijkt. Het is echter aan eiser om met medische informatie te komen die aan de adviezen doen twijfelen.



6.2.
De rechtbank constateert dat de medische adviseurs zich hebben gebaseerd op alle beschikbare (medische) informatie. Het ligt niet op de weg van het CIZ of de medische adviseurs om zelf onderzoek te doen naar het IQ van eiser, mede omdat over het IQ van eiser al vier verschillende rapporten aanwezig zijn. De rechtbank acht het onderzoek dus voldoende zorgvuldig verricht.



6.3.
Daarentegen heeft eiser geen medische informatie overgelegd waaruit blijkt dat sprake zou zijn van een verstandelijke handicap. De rechtbank ziet daarom geen reden om te twijfelen aan de conclusies van de medische adviseurs. Het CIZ mocht het advies volgen.


6.4.
Er bestaat dan ook geen aanleiding om te twijfelen aan de conclusie van de adviseurs dat de stoornissen en beperkingen waarvoor 24 uur per dag zorg nodig is, met name voortvloeien uit de psychische stoornis.


6.5.
Vanwege die grondslag heeft eiser tot zijn 18e jaar geen recht op zorg via de Wlz, maar is hij aangewezen op hulp via de Jeugdwet. Dat is een bewuste keuze van de wetgever, waar de rechtbank niet over kan en mag oordelen. Het CIZ heeft de aanvraag dus terecht afgewezen.




Conclusie en gevolgen


7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat er voor eiser niets verandert. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.




Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.




Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, rechter, in aanwezigheid van mr. A.M.H. Meulensteen, griffier, op 16 september 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.




De rechter is niet in de gelegenheid om deze uitspraak mede te ondertekenen.












griffier


rechter








Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:





Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.


Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.





Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving



Wet langdurige zorg (Wlz)

Artikel 3.2.1

1. Een verzekerde heeft recht op zorg die op zijn behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden is afgestemd voor zover hij naar aard, inhoud en omvang en uit een oogpunt van doelmatige zorgverlening redelijkerwijs op die zorg is aangewezen omdat hij, vanwege een somatische of psychogeriatrische aandoening of beperking, een psychische stoornis of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap, een blijvende behoefte heeft aan:


permanent toezicht ter voorkoming van escalatie of ernstig nadeel voor de verzekerde, of


24 uur per dag zorg in de nabijheid, omdat hij zelf niet in staat is om op relevante momenten hulp in te roepen en hij, om ernstig nadeel voor hem zelf te voorkomen,



1°. door fysieke problemen voortdurend begeleiding, verpleging of overname van zelfzorg nodig heeft, of
2°. door zware regieproblemen voortdurend begeleiding of overname van taken nodig heeft.

2. In het eerste lid wordt verstaan onder:
a. blijvend: van niet voorbijgaande aard;
(…)
6. In afwijking van het eerste lid heeft een jeugdige als bedoeld in de eerste twee onderdelen van het begrip jeugdige van artikel 1.1 van de Jeugdwet geen recht op zorg indien hij vanwege een psychische stoornis een blijvende behoefte heeft aan permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid als bedoeld in het eerste lid, onder a en b.



Jeugdwet

Artikel 1.1

jeugdige: persoon die:
1°. de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt;(…)




Zie bijv. de uitspraken van de CRvB van 28 augustus 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:1709 en van 6 november 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:2094.