Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2026:8902

2026-09-09 Civiel recht 12127281 \ CV EXPL 26-1331
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2026-09-09
Publicatiedatum
2026-09-14
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Bodemzaak
Zaaknummer
12127281 \ CV EXPL 26-1331
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Toewijzend vonnis vanwege huurachterstand vanwege tekortkoming in de nakoming

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (15.327 tekens)
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT



Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Tilburg



Zaaknummer: 12127281 \ CV EXPL 26-1331




Vonnis van 9 september 2026




in de zaak van




WOONSTICHTING LEYSTROMEN,
gevestigd en kantoorhoudende te Rijen,
eisende partij,
hierna te noemen: Woonstichting Leystromen,
gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V.,



tegen





[huurder]
,
wonende te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [huurder] ,
procederend in persoon.





De zaak in het kort




Woonstichting Leystromen verhuurt een woning aan [huurder] . Deze procedure gaat over de vraag of de huurovereenkomst tussen Woonstichting Leystromen en [huurder] moet worden ontbonden en de huurwoning moet worden ontruimd vanwege een huurachterstand. Daarnaast vordert Leytstromen betaling van de achterstallige huurpenningen. De kantonrechter wijst de vorderingen van Woonstichting Leystromen toe. Hieronder legt de kantonrechter uit waarom.





1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding- de conclusie van antwoord- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
- de ter zitting ingebrachte akte door Woonstichting Leystromen met een actueel overzicht van de openstaande huur;
- de mondelinge behandeling van 30 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.



1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten





2.1.
Woonstichting Leystromen verhuurt met ingang van 1 maart 2015 aan [huurder] de woning aan het [adres] in [plaats] (hierna: het gehuurde). De huur bedraagt € 666,55 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. Op deze huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing.



2.2.

[huurder] heeft (een deel van) de huur niet betaald. Woonstichting Leystromen heeft [huurder] aangemaand op 23 september 2025 om aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen.



2.3.
Woonstichting Leystromen heeft [huurder] schriftelijk gewezen op de mogelijkheid van schuldhulpverlening bij betalingsachterstanden. [huurder] heeft daarop niet afwijzend gereageerd. Woonstichting Leystromen heeft [huurder] daarna bij de gemeente aangemeld in het kader van vroegsignalering.





3Het geschil


3.1.
Woonstichting Leystromen vordert bij dagvaarding – samengevat – ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde en betaling van de huurachterstand met nevenvorderingen.



3.2.
Woonstichting Leystromen legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [huurder] is in zijn verplichtingen als huurder tekortgeschoten, door niet (volledig) aan zijn betalingsverplichting te voldoen. De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt volgens Woonstichting Leystromen de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde.



3.3.
Bij conclusie van antwoord heeft namens [huurder] de Kredietbank Nederland geantwoord op de dagvaarding. Bij antwoord is aangegeven dat [huurder] tot de conclusie is gekomen dat het zinvol is om in budgetbeheer te gaan om aan zijn schulden te werken. Verder geeft hij aan niet naar de (rol)zitting van 11 maart 2026 te kunnen komen.



3.4.

[huurder] is niet op de zitting van 19 augustus 2026 verschenen. Door niet op de zitting te verschijnen, heeft [huurder] zichzelf de mogelijkheid ontnomen om zijn stellingen nader toe te lichten, om vragen van de kantonrechter te beantwoorden en te onderzoeken of tot een oplossing kan worden gekomen. Dit, terwijl er in de brief van 13 mei 2026 van de rechtbank aan [huurder] uitdrukkelijk op is gewezen dat aan een eventuele niet-verschijning gevolgen kunnen worden verbonden.



3.5.

Woonstichting Leystromen heeft haar vordering ter zitting nader toegelicht en het volgende aan haar vordering ten grondslag gelegd. [huurder] is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen voortvloeiende uit de huurovereenkomst. De tekortkoming bestaat uit het onbetaald laten van de (volledige) huur. De actuele huurachterstand bedraagt
€ 2.666,20 tot en met juni 2026. Deze is dus sinds de dagvaarding alleen maar verder opgelopen. Verder heeft Woonstichting Leystromen in het buitengerechtelijke traject [huurder] verschillende mogelijkheden geboden om op de huurachterstand in te lopen, maar [huurder] heeft dit nagelaten. Nu [huurder] de volledige huur structureel niet (tijdig) betaalt en contact niet mogelijk is met [huurder] , heeft Woonstichting Leystromen er geen vertrouwen in dat de huurbetalingen in het vervolg tijdig en volledig door [huurder] zullen worden voldaan. De hoogte van de huurachterstand en het structureel te laat betalen van de huurpenningen rechtvaardigen ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde, zodat de (verminderde) vordering dient te worden toegewezen, aldus Woonstichting Leystromen. Daar komt bij dat dit een terugkerend patroon is waarbij [huurder] al vaker achterstanden heeft laten ontstaan.




3.6.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.





4De beoordeling



Huurachterstand



4.1.
Woonstichting Leystromen heeft op de mondelinge behandeling gesteld dat de huurachterstand is opgelopen tot een bedrag van € 2.666,20 (huurachterstand tot en met juni 2026). [huurder] is niet op de mondelinge behandeling verschenen en heeft dit dus niet weersproken, zodat het bedrag van € 2.666,20 aan actuele huurachterstand zal worden toegewezen.



Ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde




4.2.
Over de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde overweegt de kantonrechter als volgt. De huurder is verplicht om de huur op tijd en volledig te betalen. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. De kantonrechter wijst een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst alleen toe als de huurachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen. Vaak zal een achterstand van meer dan drie maanden genoeg zijn, maar de kantonrechter moet alle omstandigheden afwegen. Van belang is bijvoorbeeld ook of de huur weer wordt betaald en of de achterstand (deels) is ingelopen.



4.3.
Op het moment van dagvaarden bedroeg de huurachterstand drie maanden. Daarna is de huurachterstand verder opgelopen en inmiddels bedraagt de huurachterstand vier maanden. De kantonrechter is van oordeel dat sprake is van een zodanige tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst, dat hierdoor de ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde wordt gerechtvaardigd. Een huurovereenkomst houdt voor beide partijen namelijk voortdurende verplichtingen in. Dit brengt mee dat als een partij is tekortgeschoten in de nakoming van een verplichting uit de huurovereenkomst, deze weliswaar voor de toekomst nog kan worden nagekomen, maar dat de tekortkoming in het verleden daarmee niet ongedaan kan worden gemaakt. Wat deze tekortkoming betreft, is nakoming dan ook niet meer mogelijk. Door de huur niet tijdig en volledig te betalen, heeft [huurder] een tekortkoming in de nakoming laten ontstaan die niet ongedaan gemaakt kan worden. Weliswaar heeft [huurder] sinds de dagvaarding wel een aantal maanden zoals juni betaalt maar de betalingen kwamen niet altijd op tijd. Daarnaast is het ook niet mogelijk gebleken om met [huurder] een regeling te treffen daar het Woonstichting Leystromen niet lukt om met hem in contact te komen. Van de Kredietbank heeft zij verder begrepen dat [huurder] geen stabiel inkomen heeft. De kantonrechter verwacht dan ook niet dat [huurder] op korte termijn wel in staat is om (tijdig) aan zijn verplichting uit de huurovereenkomst te voldoen alsmede de ontstane achterstand in te halen. Hoewel de Kredietbank namens [huurder] in de conclusie van antwoord heeft aangegeven dat [huurder] bezig is met schuldhulpverlening is hier tijdens de zitting niet van gebleken.



4.4.
De gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst zal op grond van het voorgaande dan ook worden toegewezen. [huurder] zal worden veroordeeld het gehuurde te ontruimen op een termijn van veertien dagen na betekening van het vonnis. De kantonrechter is van oordeel dat dit een redelijke termijn is om aan de veroordeling te voldoen.



Een vonnis als stok achter de deur




4.5.
Daarbij overweegt de kantonrechter dat voorzichtigheid geboden is bij het toepassen van ontbinding en ontruiming, zeker indien [huurder] op korte termijn aan zijn betalingsverplichtingen voldoet en hulp heeft ingeschakeld voor zijn financiële situatie. De kantonrechter vindt dat in een dergelijke situatie coulant moet worden omgegaan met het recht tot ontruiming. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat Woonstichting Leystromen zich naar redelijkheid zal gedragen en het ontruimingsvonnis slechts als “stok achter de deur” zal gelden.



Vervaltermijnen en toekomstige huurtermijnen




4.6.
Woonstichting Leystromen wil ook dat [huurder] wordt veroordeeld tot het betalen van een maandelijks bedrag van € 666,55, te rekenen vanaf de maand juli 2026 tot het moment dat [huurder] het gehuurde ontruimt. Dit is de huurprijs per maand en na het ontbinden van de huurovereenkomst betreft dit een gebruiksvergoeding voor de tijd dat [huurder] nog in het gehuurde verblijft. Ook deze vordering zal worden toegewezen.



Verder geen oneerlijke bepalingen




4.7.
De kantonrechter heeft onderzocht of de huurovereenkomst en de algemene voorwaarden oneerlijke bedingen bevatten, dat is echter niet het geval. Daarbij is alleen gekeken naar bepalingen die voor deze zaak van belang zouden kunnen zijn. Bepalingen die voor beoordeling van de eis niet relevant zijn, heeft de kantonrechter dus niet getoetst. De bij dagvaarding gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en rente zijn door Woonstichting Leystromen reeds ter zitting ingetrokken.



Proceskosten




4.8.

[huurder] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Woonstichting Leystromen worden begroot op:









- kosten van de dagvaarding


€


153,02







- griffierecht


€


397,00







- salaris gemachtigde


€


434,00


(2 punten × € 217,00)




- nakosten


€


108,50


(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


1.092,52











Uitvoerbaar bij voorraad




4.9.
De kantonrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is gevorderd. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.





5De beslissing


De kantonrechter



5.1.
ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan het [adres] in [plaats] ,



5.2.
veroordeelt [huurder] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Woonstichting Leystromen zijn, en de sleutels af te geven aan Woonstichting Leystromen,



5.3.
veroordeelt [huurder] om te betalen aan Woonstichting Leystromen:
- € 2.666,20 aan achterstallige huur tot en met juni 2026,
- € 666,55 per maand vanaf juli 2026 tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden,



5.4.
veroordeelt [huurder] in de proceskosten van € 1.092,52, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [huurder] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,


5.5.
verklaart het vorenstaande uitvoerbaar bij voorraad,



5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.









Dit vonnis is gewezen door mr. Van Sprundel-Jansen en in het openbaar uitgesproken op 9 september 2026.
















































Artikel 6:265 BW.


HR 28 september 2018 (ECLI:NL:HR:2018:1810)