Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2026:8675

2026-06-24 Civiel recht; Verbintenissenrecht 11814877 CV 25-2511 (E)
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2026-06-24
Publicatiedatum
2026-09-08
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zaaknummer
11814877 CV 25-2511 (E)
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Verzet na verstekvonnis. Bedrijf A heeft werkzaamheden verricht voor bedrijf B op basis van een overeenkomst van opdracht. Bedrijf A heeft de overeenkomst beëindigd en heeft bij verstek zijn vorderingen tot betaling van brandstofkosten toegewezen gekregen. Bedrijf B komt hiertegen in verzet en vordert in reconventie kosten die zij zou hebben gehad door de beëindiging van de overeenkomst. De kantonrechter is van oordeel dat bedrijf A een gewichtige reden nodig had om de overeenkomst op te zeggen. Daarvan was geen sprake. Daardoor is bedrijf A schadeplichtig. De schade is echter voor het grootste gedeelte door bedrijf B onvoldoende onderbouwd. De kantonrechter vernietigt het verstekvonnis, wijst de vorderingen in conventie grotendeels toe en wijst de vorderingen in reconventie voor het grootste gedeelte af. De door bedrijf B gevorderde forfaitaire proceskosten worden ook afgewezen.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (20.529 tekens)
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT



Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Bergen op Zoom



Zaaknummer: 11814877 \ CV EXPL 25-2511




Vonnis van 24 juni 2026




in de zaak van




HECOTEXX B.V.,
te Roosendaal,

rekwirant in het verzet,


tevens eiseres in reconventie,

hierna te noemen: Hecotexx ,
gemachtigde: [gemachtigde] ,



tegen




DE VENNOOTSCHAP ONDER FIRMA [V.O.F.],
te [plaats] ,

geopposeerde in het verzet,


tevens verweerder in reconventie,

hierna te noemen: [V.O.F.] ,
gemachtigde: Agin Timmermans.





1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de oorspronkelijke dagvaarding van [V.O.F.] van 17 juni 2025 met 6 producties;
- het verstekvonnis van 25 juni 2025;
- de verzetdagvaarding van Hecotexx van 22 juli 2025 met 16 producties;- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
- de e-mail van [V.O.F.] van 10 mei 2026.



1.2.
Op 20 mei 2026 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Daarbij waren aanwezig namens [V.O.F.] de heer [persoon 1] en namens Hecotexx de heer [persoon 2] , bijgestaan door haar gemachtigde. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen tijdens de zitting is besproken.



1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald op vandaag.





2De feiten


2.1.
Hecotexx is een onderneming op het gebied van duurzaam gebruik van energie en levert en installeert daarvoor warmtepompen aan/bij particulieren, installateurs en bedrijven. De bestuurders van Hecotexx zijn de heren [persoon 2] en [persoon 3] .



2.2.

[V.O.F.] is een groothandel in bovenkleding.



2.3.
In april 2024 is [V.O.F.] werkzaamheden gaan verrichten voor het bedrijf [bedrijf 1] . Vanuit zijn functie bij [bedrijf 1] deed hij de verkopen voor het bedrijf [bedrijf 2] . De bestuurder van [bedrijf 2] is de heer [persoon 3] , voornoemd.



2.4.
Op 25 september 2024 hebben partijen een overeenkomst van opdracht gesloten. Afgesproken werd dat [V.O.F.] verkoopwerkzaamheden zou verrichten voor zowel [bedrijf 2] als Hecotexx . De overeenkomst is in eerste instantie aangegaan voor 6 maanden met een proeftijd tot 31 oktober 2024.



2.5.

[V.O.F.] heeft een auto ter beschikking gesteld gekregen van Hecotexx .



2.6.

Op 25 oktober 2024 heeft Hecotexx per e-mail aan [V.O.F.] het volgende geschreven:

“(…)We hebben gisteren en vandaag gesproken over de gang van zaken en de status van verkopen voor Hecotexx . We hebben vastgesteld dat de acties die zijn ondernomen zowel kwalitatief als kwantitatief onvoldoende zijn. (…) De proeftijd zou 31 oktober eindigen. We hebben nu afgesproken dat de proefperiode wordt verlengd tot 30 november 2024 (…) Daarnaast wordt zo snel mogelijk vanuit [bedrijf 3] leads aangeleverd voor de opbouw en uitbouw van ons wederverkoop. (…)”





2.7.

[V.O.F.] heeft deze afspraken op 29 oktober 2024 per e-mail bevestigd.



2.8.

[V.O.F.] heeft half december 2024 te kennen gegeven de samenwerking per eind december 2024 te beëindigen.



2.9.

[V.O.F.] heeft op 4 januari 2025 een bedrag van € 872,48 wegens door hem betaalde brandstofkosten aan Hecotexx gefactureerd. Vervolgens heeft [V.O.F.] , en later zijn gemachtigde, Hecotexx daar meerdere malen voor aangemaand.



2.10.
Op 14 april 2025 heeft Hecotexx de gemachtigde van [V.O.F.] per e-mail gemeld de vordering te betwisten en gesteld zij dat zij nog een vordering op [V.O.F.] meent te hebben. Op 16 april 2025 heeft Hecotexx dit per e-mail nader onderbouwd.



2.11.
De kantonrechter van deze rechtbank heeft Hecotexx bij vonnis van 25 juni 2025 met zaaknummer 11758461 CV EXPL 25-2136 (hierna: het verstekvonnis) veroordeeld tot betaling van € 1.036,62 aan hoofdsom, wettelijke rente en incassokosten en € 664,85 aan proceskosten en nakosten.





3Het geschil



in conventie




3.1.


[V.O.F.] heeft in de oorspronkelijke dagvaarding – samengevat – gevorderd, bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Hecotexx te veroordelen tot betaling van:
I. een bedrag van € 872,48 aan brandstofkosten, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 3 juni 2025 tot de dag van volledige betaling;
II. de incassokosten van € 130,87;
III. de wettelijke rente tot 3 juni 2025 ter hoogte van € 33,27;
IV. de proceskosten.




3.2.

[V.O.F.] legt aan de vordering ten grondslag dat er sprake is van een overeenkomst van opdracht. Er is een tankpas toegezegd maar niet ter beschikking gesteld. Daarnaast is medegedeeld dat alle brandstofkosten gedeclareerd konden worden. De auto is aan [V.O.F.] ter beschikking gesteld om de werkzaamheden uit te kunnen voeren. Er zijn hiervoor geen lease- of huurafspraken gemaakt.



3.3.
Hecotexx is het niet eens met het verstekvonnis en is hiertegen in verzet gekomen. Hecotexx voert aan dat geen afspraken zijn gemaakt over brandstofkosten. Hecotexx staat niet onwelwillend tegenover het betalen van een tegemoetkoming maar dan wel op basis van het feitelijk aantal gereden kilometers binnen het raamwerk van de overeenkomst. [V.O.F.] heeft dit onvoldoende onderbouwd. Daarnaast klopt de optelling van de bedragen op de brandstofbonnen niet en is er telkens getankt bij een tankstation in Essen terwijl de onderneming is gevestigd in [plaats] . De tankbeurt op 31 december 2024 kan niet voor vergoeding in aanmerking komen omdat op 30 december 2024 de laatste werkzaamheden zijn verricht. Tot slot valt woon-werkverkeer buiten het raamwerk van de overeenkomst.



in reconventie





3.4.

Daarnaast heeft Hecotexx een tegenvordering ingesteld. Hecotexx vordert in reconventie, bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [V.O.F.] te veroordelen tot betaling van:
I. een bedrag van € 8.421,60 aan salesleadkosten;
II. een bedrag van € 1.306,80 wegens huur van de auto;
III. een bedrag van € 1.497,58 aan kosten gemachtigde;
IV. de proceskosten.




3.5.
Hecotexx legt aan de vordering ten grondslag dat [V.O.F.] de samenwerking niet zomaar eenzijdig kon beëindigen. Door de beëindiging liet hij Hecotexx achter met kosten voor de ondersteuning die [V.O.F.] kreeg om de werkzaamheden uit te voeren en welke ondersteuning met [V.O.F.] is besproken. Dit blijkt uit de e-mailcorrespondentie van 25 en 29 oktober 2024. De kosten daarvan komen voor rekening van [V.O.F.] . Daarnaast komen de kosten voor het gebruik van de ter beschikking gestelde auto voor rekening van [V.O.F.] .



3.6.

[V.O.F.] voert aan dat er geen afspraken zijn gemaakt over een vergoeding voor het gebruik van de auto. Bij het sluiten van de overeenkomst is beloofd dat er een auto beschikbaar zou zijn voor het uitvoeren van de werkzaamheden en die was er. Ook is al in de eerste maand beloofd dat er een saleslead zou komen. [V.O.F.] heeft niets te maken met de afspraken daarover tussen Hecotexx en [bedrijf 3] .



in conventie en in reconventie





3.7.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.





4De beoordeling



Ontvankelijk in het verzet




4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat Hecotexx in het verzet ontvangen kan worden. Aangezien de verzetdagvaarding op 22 juli 2025 aan [V.O.F.] is betekend, is het verzet op tijd (binnen de termijn van vier weken) en op de juiste wijze ingesteld.



in conventie





Brandstofkosten





4.2.

[V.O.F.] vordert een bedrag van € 872,48 aan brandstofkosten en stelt dat met Hecotexx is afgesproken dat er een tankpas zou worden verstrekt dan wel dat de brandstofkosten gedeclareerd konden worden. Hecotexx betwist deze verschuldigd te zijn maar is wel bereid een tegemoetkoming te betalen voor het aantal gereden kilometers binnen het raamwerk van de overeenkomst. Uit de WhatsApp-correspondentie blijkt dat een tankpas zou worden verstrekt. [V.O.F.] heeft onweersproken gesteld deze niet te hebben ontvangen. De kantonrechter gaat er daarom van uit dat de brandstofkosten die [V.O.F.] maakte voor het uitvoeren van de werkzaamheden, door Hecotexx zouden worden gedragen.



4.3.
Hecotexx voert verder aan dat de optelling van de bedragen op de door [V.O.F.] in het geding gebrachte brandstofbonnen niet klopt. [V.O.F.] heeft dit niet betwist. Het totaalbedrag van de door [V.O.F.] in het geding gebrachte brandstofbonnen is € 801,25. Voor het overige dient de vordering dus te worden afgewezen. Dat er ook brandstofkosten voor privé kilometers zouden zijn gerekend, zoals Hecotexx aanvoert, is door [V.O.F.] betwist. Door Hecotexx is hier ook geen aantal of bedrag aan gekoppeld zodat de kantonrechter aan dit verweer voorbij gaat. Tot slot voert Hecotexx aan dat de kosten van de tankbeurt van 31 december 2024 buiten beschouwing dienen te blijven omdat de laatste werkzaamheden op 30 december 2024 zouden hebben plaatsgevonden. [V.O.F.] stelt dat hij de overeenkomst tegen het einde van december 2024 heeft opgezegd en dat hij de auto daags daarna volledig afgetankt heeft ingeleverd. De kantonrechter is van oordeel dat in het midden kan worden gelaten of deze brandstofkosten zijn gemaakt voor of na het einde van de overeenkomst aangezien de getankte brandstof ten gunste van Hecotexx is gekomen. De kantonrechter zal dus een bedrag van € 801,25 toewijzen.



Wettelijke rente





4.4.
De gevorderde rente zal als onweersproken en op de wet gegrond worden toegewezen, met dien verstande dat de wettelijke rente enkel toewijsbaar is over de toegewezen hoofdsom en wel vanaf de datum dat Hecotexx met betaling van de factuur in verzuim was, te weten 11 januari 2025.



Incassokosten





4.5.

[V.O.F.] vordert daarnaast vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. [V.O.F.] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. [V.O.F.] heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden, berekend over de toegewezen hoofdsom. Daarom zal een bedrag van € 120,19 worden toegewezen.



4.6.
Hecotexx is in conventie grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [V.O.F.] worden begroot op:









- kosten van de dagvaarding


€


122,35







- griffierecht


€


340,00







- salaris gemachtigde


€


144,00


(1 punt × € 144,00)




- nakosten


€


72,00


(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


678,35











in reconventie





Onrechtmatige opzegging





4.7.
Hecotexx stelt dat de opzegging van de overeenkomst door [V.O.F.] onrechtmatig is geweest en dat zij daardoor schade heeft geleden. De kantonrechter oordeelt hierover als volgt.



4.8.
Vooropgesteld wordt dat partijen geen afspraken hebben gemaakt over het opzeggen van de overeenkomst. De heer [persoon 1] is de overeenkomst aangegaan in de uitoefening van zijn bedrijf [V.O.F.] waardoor hij een beperkte opzeggingsbevoegdheid heeft. Hij kon de overeenkomst op grond van artikel 7:408 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) enkel opzeggen 1) wegens gewichtige redenen of 2) in het geval van een overeenkomst voor onbepaalde tijd die niet door volbrenging van de last eindigt. Aangezien het een overeenkomst voor bepaalde tijd betrof, had [V.O.F.] een gewichtige reden nodig om de overeenkomst op te zeggen. Als gewichtige redenen worden beschouwd veranderingen in de omstandigheden die zodanig zijn dat het van de opdrachtnemer niet langer verwacht kan worden dat hij de overeenkomst voortzet.



4.9.

[V.O.F.] stelt dat er sprake was van een gewichtige reden doordat de samenwerking met Hecotexx niet goed verliep, de tankpas – ondanks herhaald verzoek – niet werd verstrekt en de vergoeding niet (tijdig) werd betaald. De kantonrechter gaat hier niet in mee. Ter zitting heeft [V.O.F.] toegelicht dat zijn factuur over de maand december 2024 op 20 december 2024 is verzonden. Dit is nadat hij – naar eigen zeggen – halverwege december had opgezegd. Dat de vergoeding niet tijdig zou zijn betaald kan dus niet aan de opzegging ten grondslag hebben gelegen. Daarnaast is de helft van de factuur binnen de gestelde betaaltermijn van 7 dagen betaald en de andere helft binnen 14 dagen. Dit is naar het oordeel van de kantonrechter ook niet zodanig dat dit een gewichtige reden oplevert. Dat daarnaast de tankpas niet werd verstrekt en dat de samenwerking niet goed verliep is naar het oordeel van de kantonrechter te weinig om te kunnen spreken van een gewichtige reden zoals bedoeld in voornoemd artikel. Daarbij speelt tot slot mee dat [V.O.F.] na de opzegging kennelijk nog 2 weken heeft doorgewerkt. De kantonrechter is daarom van oordeel dat er sprake is van een schadeplichtige opzegging door [V.O.F.] .



Salesleadkosten





4.10.
Hecotexx stelt dat haar schade een bedrag van € 8.421,60 beloopt. Dit zijn de salesleadkosten voor de diensten van [bedrijf 3] over de periode oktober 2024 tot en met februari 2025. Hecotexx voert daarbij aan dat zij inspanningen heeft verricht om de schade te beperken door met [bedrijf 3] in gesprek te gaan en de overeenkomst met haar vroegtijdig te beëindigen. Dat is gelukt. De overeenkomst is namelijk eind februari beëindigd terwijl deze anders nog een aantal maanden zou doorlopen. Dat is door [V.O.F.] niet weersproken.



4.11.

[V.O.F.] is schadeplichtig geworden vanaf het moment van beëindiging van de tussen partijen gesloten overeenkomst. Dat is eind december 2024. Voor vergoeding komen dus enkel in aanmerking de kosten van [bedrijf 3] over de maanden januari en februari 2025. Hecotexx heeft een factuur over de maand januari 2025 ingebracht van € 519,08 inclusief btw. De btw komt niet voor vergoeding in aanmerking omdat dit geen schade betreft. Hecotexx kan de btw immers terugvorderen. Er is daarnaast geen factuur in het geding gebracht die ziet op de werkzaamheden van februari 2025. De kosten over deze maand zijn dus niet (voldoende) onderbouwd en worden daarom afgewezen.



4.12.
De conclusie is dan ook dat de kantonrechter een bedrag aan salesleadkosten van € 429,00 (het factuurbedrag zonder btw) zal toewijzen.



Factuur voor huur van de auto





4.13.
De door Hecotexx aan [V.O.F.] in rekening gebrachte huurkosten voor de door [V.O.F.] gebruikte auto zijn naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende onderbouwd. [V.O.F.] betwist huur verschuldigd te zijn. Het ligt dan op de weg van Hecotexx om haar vordering nader te onderbouwen. Dat heeft zij niet gedaan. Er is niets schriftelijk vastgelegd over huur van de auto. Daarnaast hebben beide partijen het in de processtukken over een auto die aan [V.O.F.] ‘ter beschikking is gesteld’. Dit deel van de vordering wordt daarom afgewezen.



Kosten gemachtigde en (verdere) proceskosten





4.14.
Hecotexx heeft naast een veroordeling in de forfaitaire proceskosten ook een reële proceskostenveroordeling gevorderd. De proceskosten zijn dus dubbel gevorderd. Toewijzing van een vordering tot betaling van de reële proceskosten vindt slecht in uitzonderlijke gevallen plaats. Zo’n verzoek is namelijk alleen toewijsbaar in geval van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen. Dit kan het geval zijn als de vordering als evident ongegrond moet worden aangemerkt. De kantonrechter is van oordeel dat daarvan geen sprake is. Alleen al uit het feit dat de vordering (grotendeels) is toegewezen volgt dat de vordering niet evident ongegrond was. Hecotexx heeft ook verzuimd om te onderbouwen waarom in dit geval betaling van de reële proceskosten zou moeten worden toegewezen. Ook om die reden zal deze vordering worden afgewezen.



4.15.
De kantonrechter ziet verder aanleiding omde proceskosten in reconventie tussen partijen te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. [V.O.F.] wordt in reconventie weliswaar in het ongelijk gesteld maar in verhouding tot het gevorderde bedrag slechts voor zo’n klein deel dat de kantonrechter compensatie gerechtvaardigd acht.





5De beslissing


De kantonrechter:




in conventie




5.1.
vernietigt het verstekvonnis van deze rechtbank van 25 juni 2025 met zaak-/rolnummer 11758461 CV EXPL 25-2136 en opnieuw rechtdoende:



5.2.
veroordeelt Hecotexx om aan [V.O.F.] te betalen een bedrag van € 801,25, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 januari 2024 tot de dag van volledige betaling;



5.3.
veroordeelt Hecotexx om aan [V.O.F.] te betalen een bedrag van € 120,19 aan buitengerechtelijke incassokosten;



5.4.
veroordeelt Hecotexx in de proceskosten van € 678,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Hecotexx niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;



in reconventie





5.5.
veroordeelt [V.O.F.] om aan Hecotexx te betalen een bedrag van € 429,00;



5.6.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;



in conventie en in reconventie





5.7.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;



5.8.
wijst het meer of anders gevorderde af.


Dit vonnis is gewezen door mr. Van den Boom en in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2026.




Zie ECLI:NL:HR:2012:BV7828.