Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2026:8670

2026-08-28 Strafrecht 02-037282-24
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2026-08-28
Publicatiedatum
2026-09-08
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Op tegenspraak
Zaaknummer
02-037282-24
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Veroordeling voor witwassen, gevangenisstraf 114 dagen met aftrek van voorarrest, verbeurdverklaring.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (14.926 tekens)
Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT


Strafrecht



Zittingsplaats: Breda



Parketnummer: 02-037282-24




Vonnis van de meervoudige kamer van 28 augustus 2026






[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Frankrijk) op [geboortedag] 1999,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres] .




1Onderzoek op de terechtzitting
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 14 augustus 2026. Tegen verdachte is verstek verleend. De officier van justitie mr. J.J. Peerboom heeft zijn standpunt kenbaar gemaakt.



2De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte € 52.470,50 heeft witgewassen.




3De voorvragen

De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.




4De beoordeling van het bewijs

4.1.


Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft gepleegd.



4.2.

Het oordeel van de rechtbank


4.2.1.


De bewijsmiddelen

De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.




4.2.2.

De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs




Beoordelingskader witwassen

Voor een veroordeling voor witwassen zoals bedoeld in artikel 420bis, eerste lid, onder a en b, van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) dient te worden bewezen dat het ten laste gelegde geldbedrag uit enig misdrijf, het gronddelict, afkomstig is. Nu geen verband kan worden gelegd tussen een concreet misdrijf en voornoemd bedrag, kan worden gesteld dat er, indien het geld van een misdrijf afkomstig is, geen gronddelict bekend is. De rechtbank zal daarom gebruikmaken van het zes-stappen toetsingskader zoals uiteengezet in het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 11 januari 2013 (ECLI:NL:GHAMS:2013:BY8481). Hieruit volgt dat het in de tenlastelegging opgenomen bestanddeel ‘afkomstig uit enig misdrijf’ kan worden bewezen, als het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is.



Daarvoor moet allereerst worden vastgesteld of de feiten en omstandigheden van zodanige aard zijn dat zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen. Als dat het geval is, mag van verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van het geld. Deze verklaring moet concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk zijn. Bij de beoordeling van deze verklaring spelen de omstandigheden waaronder en het moment en de wijze waarop deze verklaring tot stand is gekomen een rol. Zo kan het van belang zijn of verdachte van meet af aan tegenwicht tegen de verdenking heeft geboden of dat hij pas in een later stadium van het onderzoek is gaan verklaren. Indien de verklaring van verdachte voldoende tegenwicht biedt, is het aan het Openbaar Ministerie om nader onderzoek te doen naar de door verdachte gestelde alternatieve herkomst van het geld. Uit de resultaten van dat onderzoek zal moeten blijken of met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat het geld waarop de verdenking betrekking heeft, een legale herkomst heeft en dat een criminele herkomst als enige aanvaardbare verklaring overblijft.




Vermoeden van witwassen
Verdachte is een Fransman en op 1 februari 2024 is hij op de A16 als bestuurder aangetroffen in een Duitse huurauto. Het is de verbalisanten ambtshalve bekend dat dit soort voertuigen vaak worden gebruikt voor criminele activiteiten, zodat zij tot controle van het voertuig zijn overgegaan. Bij deze controle heeft de bijrijder drie potjes hasj aan de verbalisanten overgedragen. De verbalisanten zijn vervolgens, gelet op de aangetroffen drugs, overgegaan tot doorzoeking van het voertuig. Tijdens deze doorzoeking werd onder de stoel van de bijrijder een tas met contant geld aangetroffen, wat later € 52.470,50 bleek te zijn. Wanneer zij gevraagd worden naar het geld, geven de bijrijder en verdachte hier een andere verklaring voor.



Gelet op de hiervoor genoemde omstandigheden kan naar het oordeel van de rechtbank worden vastgesteld dat sprake is van een gerechtvaardigd vermoeden van witwassen.




Verklaring van verdachte

Verdachte heeft verklaard dat het aangetroffen geld van hem is. In eerste instantie verklaarde hij dat hij het geld bij zich had om een weekend te chillen in Amsterdam en omdat hij mogelijk een auto of motor wilde kopen. Verdachte heeft niet concreet gemaakt wat voor auto of motor hij wilde kopen en waarom hij zoveel contant geld daarvoor of voor een weekendje Amsterdam nodig had. Ook had verdachte geen bagage bij zich. Later heeft verdachte verklaard dat het geld afkomstig was van crypto. Nadat hij is ontboden, heeft hij een witwasbrief ontvangen met het verzoek de herkomst van het geldbedrag uit te leggen. Verdachte heeft daarop laten weten dat het geld met zijn werk is verdiend en van de verkoop van een auto afkomstig is. Dat heeft hij onderbouwd met een factuur van de verkoop van een BMW, een arbeidsovereenkomst en loonspecificaties. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte hiermee een concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring gegeven, zodat het Openbaar Ministerie nader onderzoek naar die verklaring moet verrichten.




Onderzoek herkomst geld Openbaar Ministerie

Het Openbaar Ministerie heeft naar aanleiding van de verklaring van verdachte en de door hem overgelegde stukken nader onderzoek verricht. Daaruit is het volgende gebleken. De BMW die op de verkoopfactuur staat vermeld, heeft niet op naam van verdachte gestaan en is ook niet op de genoemde datum overgeschreven, maar al ruim een maand eerder. Verder heeft verdachte wisselend verklaard over zijn werk. Bij de politie heeft hij verklaard dat hij chauffeur bij Amazon is, dat hij tussen de € 1.800,- en € 2.000,- netto per maand verdient en dat hij daarnaast geld leent bij vrienden. Uit de aangeleverde loonstroken blijkt er sprake te zijn van een andere werkgever en van een nettobedrag van rond de € 5.000,- per maand. Het minimumloon voor de functie van verdachte zoals staat vermeld op de loonstrook betreft € 2.099,- per maand, wat zou betekenen dat hij na nog geen drie ervaringsjaren in deze functie en met een leeftijd van 25 jaar bijna vier keer zoveel per maand zou verdienen. Bovendien volgt uit deze overgelegde loonstroken geen link met het aangetroffen geld doordat bankoverzichten, waaruit het gestorte salaris en de contante opname van bedragen blijken, ontbreken.




Conclusie

De rechtbank is van oordeel dat uit het voorgaande volgt dat het vermoeden van witwassen niet is weerlegd. Uit het onderzoek door het openbaar ministerie is gebleken dat de auto die verdachte zou hebben verkocht, niet op zijn naam stond ten tijde van het opmaken van de factuur en ruim een maand voor de factuurdatum was overgeschreven naar de nieuwe eigenaar. Verder roepen de door verdachte overgelegde loonstroken meer vragen op dan dat zij duidelijkheid scheppen over de herkomst van het geld. Verdachte heeft daarnaast wisselend verklaard over de herkomst van het geld. Bovendien is het opmerkelijk dat verdachte een dergelijk bedrag contant zou opnemen voor de aankoop van een auto, terwijl de aankoop via de bank makkelijker en veiliger is. Helemaal als verdachte kennelijk voornemens was om eerst ergens in Amsterdam te gaan chillen. Verdachte is niet ter zitting verschenen om een nadere toelichting te geven op de door hem gegeven verklaringen en overgelegde stukken. De rechtbank komt, alles in samenhang bezien, daarom tot de conclusie dat een criminele herkomst als enige aanvaardbare verklaring overblijft. De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte een bedrag van € 52.470,50 voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat dit geld afkomstig was uit enig misdrijf.




4.3.


De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte



op 1 februari 2024 te Zevenbergschen Hoek, gemeente Moerdijk, een geldbedrag, te weten 52.470,50 euro, voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte, wist dat dat geldbedrag afkomstig was uit enig misdrijf.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.





5De strafbaarheid
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.


Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.




6De strafoplegging

6.1.


De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 114 dagen met aftrek van voorarrest. Daarbij is rekening gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn.



6.2.


Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan witwassen. Witwassen heeft een ontwrichtende werking op de reguliere economie, omdat investeringen en uitgaven worden gedaan met geld dat oorspronkelijk afkomstig is uit criminele activiteiten. Daardoor wordt de integriteit van het financiële en economische verkeer ernstig aangetast. Het maakt bovendien dat misdaad en de daaruit verkregen opbrengst loont. Verdachte heeft met zijn handelen bijgedragen aan een vermenging van crimineel geld met legaal geld.



Nu verdachte niet op zitting is verschenen, weet de rechtbank ook niets over zijn huidige persoonlijke omstandigheden. Wel volgt uit het dossier dat verdachte in Nederland geen strafblad heeft.



De rechtbank constateert dat de redelijke termijn, zoals bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden, is geschonden. Een strafzaak dient in eerste aanleg binnen 2 jaar te worden afgedaan. Nu de termijn is gaan lopen op 1 februari 2024 constateert de rechtbank dat de redelijke termijn op de vonnisdatum met ruim 6 maanden is overschreden. De rechtbank zal hier rekening mee houden door een korting van 5% toe te passen op de straf die zij had opgelegd indien de redelijke termijn niet was geschonden, te weten een gevangenisstraf van 120 dagen.



Alles afwegende en rekening houdend met de overschrijding van de redelijke termijn, is de rechtbank van oordeel dat de straf zoals geëist door de officier van justitie passend en geboden is. De rechtbank zal aan verdachte opleggen een gevangenisstraf van 114 dagen, met aftrek van voorarrest.





7Het beslag

7.1.


De verbeurdverklaring

De inbeslaggenomen geldbedragen worden verbeurd verklaard. De geldbedragen zijn hiervoor vatbaar en het wordt passend geacht om naast de hoofdstraf verbeurdverklaring op te leggen, omdat verdachte de geldbedragen ten eigen bate kan aanwenden en het bewezenverklaarde feit met betrekking tot deze geldbedragen is begaan.





8De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 33, 33a en 420bis van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.



9Beslissing
De rechtbank:



Bewezenverklaring


- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;



Strafbaarheid


- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
witwassen;
- verklaart verdachte strafbaar;



Strafoplegging


- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 114 dagen;
- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;



Beslag


- verklaart verbeurd de volgende voorwerpen:* een geldbedrag van € 52.430,50 (G2686554);
* een geldbedrag van € 40,00 (G2686637).



Dit vonnis is gewezen door mr. H. Skalonjic, voorzitter, mr. C.E.M. Marsé en mr. P.E. van Althuis, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D. van Spelde, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 28 augustus 2026.



De voorzitter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.




Bijlage I: De tenlastelegging




hij op of omstreeks 1 februari 2024, te Zevenbergschen Hoek, gemeente Moerdijk (van) een geldbedrag, te weten 52.470,50 euro, althans een of meer voorwerpenSub a- de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, dan wel- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat /die voorwerp(en) was/waren, en/of- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(en) voorhanden had(den)Sub b- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet, en/of- gebruik heeft gemaaktterwijl hij, verdachte, wist dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig (eigen) misdrijf;(Artikel art 420bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, art 420bis lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht)