Rechtbank Zeeland-West-Brabant
ECLI:NL:RBZWB:2026:8646
2026-08-24
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
BRE 25/3406
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Toekenning van huishoudelijke hulp in vorm van zorg in natura. Discussie over aantal toegekende uren
Citeert (1)
- ECLI:NL:CRVB:2018:3835 Centrale Raad van Beroep 10-12-2018
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (10.547 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/3406
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 augustus 2026 in de zaak tussen
[eiseres], uit [plaats 1], eiseres
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hulst, het college.
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de toekenning van de aanvraag van eiseres voor een maatwerkvoorziening voor huishoudelijke hulp eigen regie op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) in de vorm van zorg in natura. Eiseres is het niet eens met het aantal toegekende uren. Zij is van mening dat het college drie uur dient toe te kennen in plaats van twee uur. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het toegekende aantal uren.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college terecht twee uur per week aan huishoudelijke hulp heeft toegekend. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is daarom ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Eiseres is in november 2024 verhuisd van [plaats 2] naar [plaats 1] en is daar samen gaan wonen. Op 6 november 2024 meldde zij dat zij problemen ervaart bij het schoonmaken en schoonhouden van de woning. Naar aanleiding daarvan heeft zij op 21 januari 2025 een gesprek gehad met een medewerker van de [stichting]. Vervolgens heeft zij op 4 februari 2025 een aanvraag ingediend voor een maatwerkvoorziening voor huishoudelijke hulp op grond van de Wmo in de vorm van zorg in natura. Het college heeft met het besluit van 6 maart 2025 huishoudelijke hulp toegekend voor twee uur per week. Met het bestreden besluit van 26 mei 2025 op het bezwaar van eiseres is het college bij de toekenning van huishoudelijke hulp voor twee uur per week gebleven.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 24 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: mr. M.R. Wildeboer namens het college. Eiseres heeft zich in de brief van 4 juni 2026 afgemeld voor de zitting. In deze brief heeft eiseres ook haar standpunt nogmaals schriftelijk uiteengezet.
2.4.
De rechtbank heeft de uitspraaktermijn verlengd.
Beoordeling door de rechtbank
Het bestreden besluit
3. In het bestreden besluit stelt het college dat uit onderzoek blijkt dat eiseres in aanmerking komt voor een indicatie huishoudelijke hulp op grond van de Wmo. Er is overname nodig van het stof afnemen, opruimen, stofzuigen en dweilen, bed verschonen en het schoonmaken van ramen, gordijnen, keuken en sanitair. Het college heeft besloten om twee uur per week huishoudelijke hulp eigen regie toe te kennen.
4. De normering van de Basisvoorziening “Schoon Huis” zoals deze door KPM, Plexus en HHM voor de gemeente Utrecht is opgesteld dient als kader/handvat voor de toekenning van uren. Deze uren zijn gekoppeld aan activiteiten. De normering gaat uit van de definitie “schoon huis” zoals in het besluit maatschappelijke ondersteuning Hulst 2025 wordt gegeven, namelijk dat men gebruik moet kunnen maken van een schone werkkamer, keuken, als slaapkamer in gebruik zijnde ruimtes, sanitaire ruimtes en een schone gang/trap. Leefbaar staat voor opgeruimd en functioneel, bijvoorbeeld om vallen te voorkomen. De onderbouwing van de uren is op basis van een onafhankelijk en zorgvuldig onderzoek tot stand gekomen.
5. Uit het onderzoek is gebleken dat eiseres aanspraak maakt op twee uur per week huishoudelijke hulp. Ook is door het college beoordeeld dat deze voorziening voor onbepaalde periode zal worden verstrekt, aangezien zij geen afname in de ondersteuningsbehoefte van eiseres verwachten.
6. Tot slot merkt het college op dat elke aanvraag omtrent een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015 als een op zichzelf staande ‘nieuwe’ aanvraag dient te worden bezien en als zodanig ook beoordeeld dient te worden.
Het standpunt van eiseres
7. Eiseres stelt dat er wel degelijk sprake is van bijzondere omstandigheden. Daarnaast gaat het college er volgens eiseres ten onrechte vanuit dat er geen afname in de ondersteuningsbehoefte te verwachten valt. Eiseres heeft namelijk intussen last gekregen van hartfalen en ook haar man heeft ernstige hartklachten. Verder voert eiseres aan dat twee uur per week aan huishoudelijke hulp niet volstaat voor de door het college in het besluit genoemde ruimtes/kamers. In de gemeente Terneuzen kregen zowel zij als haar man, voordat zij samen gingen wonen, ieder drie uur per week huishoudelijke hulp. Mede gezien de ernstige klachten van haar en haar man is de hulp ontoereikend. Nu moet zij nog zelf hulp inschakelen. Bovendien moet ze voor schone ramen buiten en tuinonderhoud zelf iemand inhuren, maar gezien haar lage inkomsten is dit onmogelijk. Eiseres verzoekt daarom een oplossing.
Het verweerschrift
8. Het college herhaalt de overwegingen van het bestreden besluit in het verweerschrift. Aanvullend geeft het college kort nog het volgende aan. Zoals vermeld in de adviesrapportage van 6 maart 2025, is gelet op de leeftijdscategorie alsmede de lichamelijke gezondheid het meer dan aannemelijk dat fysieke beperkingen zullen toenemen en dat er dus geen afname in de ondersteuningsbehoefte is te verwachten. Het college heeft er daarom dan ook juist voor gekozen om deze voorziening voor onbepaalde tijd te verstrekken.
Geen afname in de ondersteuningsbehoefte te verwachten
9. Eiseres stelt dat het college ten onrechte ervan uit gaat dat geen afname in de ondersteuningsbehoefte valt te verwachten. Eiseres lijkt echter de betreffende passage uit de beslissing op bezwaar verkeerd te hebben begrepen. Het college heeft hiermee bedoeld dat haar klachten in ieder geval niet zullen afnemen. Daarom is besloten de gevraagde hulp niet voor een bepaalde periode maar voor onbepaalde tijd toe te kennen, omdat verwacht wordt dat zij niet meer zonder die hulp zal kunnen. Voor het geval de klachten verergeren, en eiseres als gevolg daarvan meer hulp denkt nodig te hebben, merkt de rechtbank op dat het haar vrij staat hiertoe een nieuwe aanvraag in te dienen.
Heeft het college terecht twee uur per week aan huishoudelijke hulp toegekend?
10. Het college heeft het aantal uren gebaseerd op het KMPG-rapport Utrecht. Het college mag zich op dit rapport baseren. De Centrale Raad van Beroep (hierna: CRvB) heeft in de uitspraken van 10 december 2018, kort gezegd, geoordeeld dat het KPMG-rapport als onafhankelijk, objectief en deugdelijk kan worden aangemerkt. Volgens de CRvB is door de gekozen onderzoeksmethode immers voor de basisvoorziening ‘Schoon Huis’ een urennorm ontwikkeld voor een door de expertgroep afgebakend niveau van basishygiëne. Wel moet in aanmerking worden genomen dat de urennorm tot stand is gekomen zonder rekening te houden met de beïnvloedingsfactoren die kunnen maken dat meer of minder tijd nodig is, maar wat betreft de basishygiëne mag het college aansluiten bij die norm van 104,9 uur per jaar.
11. Indien dit onderzoek uitwijst dat toepassing van de urennorm vanwege beïnvloedingsfactor(en) niet leidt tot een passende bijdrage in de participatie, zal het college van de urennorm moeten afwijken. Bovendien moet het college meer uren verstrekken indien het onderzoek uitwijst dat zich bijzondere omstandigheden voordoen waarmee in de urennorm geen of onvoldoende rekening is gehouden, zoals een medische noodzaak om een hoger niveau van hygiëne of schoonhouden te realiseren. De rechtbank is van oordeel dat in dit geval niet is gebleken dat sprake is van bijzondere omstandigheden en/of dat de toepassing van de urennorm leidt tot een bijdrage die niet passend is. Het college kan dus volstaan met een bijdrage van twee uur per week aan huishoudelijke hulp.
12. Wat betreft het schoonmaken van de ramen en het tuinonderhoud heeft het college ter zitting aangevoerd dat deze taken niet vallen onder huishoudelijke hulp.
Conclusie en gevolgen
13. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat er voor eiseres niets verandert. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Ponds, rechter, in aanwezigheid van mr. A.M.H. Meulensteen, griffier op 24 augustus 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier is niet in de gelegenheid om deze uitspraak mede te ondertekenen.
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Zie onder andere ECLI:NL:CRVB:2018:3835.
In de adviesrapportage van 6 maart 2025 staat een totaal aantal uren per jaar van 104,8. Het in het KPMG-rapport genoemde aantal van 104,9 wijkt daarvan af door afronding van de som der delen.
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/3406
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 augustus 2026 in de zaak tussen
[eiseres], uit [plaats 1], eiseres
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hulst, het college.
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de toekenning van de aanvraag van eiseres voor een maatwerkvoorziening voor huishoudelijke hulp eigen regie op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) in de vorm van zorg in natura. Eiseres is het niet eens met het aantal toegekende uren. Zij is van mening dat het college drie uur dient toe te kennen in plaats van twee uur. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het toegekende aantal uren.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college terecht twee uur per week aan huishoudelijke hulp heeft toegekend. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is daarom ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Eiseres is in november 2024 verhuisd van [plaats 2] naar [plaats 1] en is daar samen gaan wonen. Op 6 november 2024 meldde zij dat zij problemen ervaart bij het schoonmaken en schoonhouden van de woning. Naar aanleiding daarvan heeft zij op 21 januari 2025 een gesprek gehad met een medewerker van de [stichting]. Vervolgens heeft zij op 4 februari 2025 een aanvraag ingediend voor een maatwerkvoorziening voor huishoudelijke hulp op grond van de Wmo in de vorm van zorg in natura. Het college heeft met het besluit van 6 maart 2025 huishoudelijke hulp toegekend voor twee uur per week. Met het bestreden besluit van 26 mei 2025 op het bezwaar van eiseres is het college bij de toekenning van huishoudelijke hulp voor twee uur per week gebleven.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 24 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: mr. M.R. Wildeboer namens het college. Eiseres heeft zich in de brief van 4 juni 2026 afgemeld voor de zitting. In deze brief heeft eiseres ook haar standpunt nogmaals schriftelijk uiteengezet.
2.4.
De rechtbank heeft de uitspraaktermijn verlengd.
Beoordeling door de rechtbank
Het bestreden besluit
3. In het bestreden besluit stelt het college dat uit onderzoek blijkt dat eiseres in aanmerking komt voor een indicatie huishoudelijke hulp op grond van de Wmo. Er is overname nodig van het stof afnemen, opruimen, stofzuigen en dweilen, bed verschonen en het schoonmaken van ramen, gordijnen, keuken en sanitair. Het college heeft besloten om twee uur per week huishoudelijke hulp eigen regie toe te kennen.
4. De normering van de Basisvoorziening “Schoon Huis” zoals deze door KPM, Plexus en HHM voor de gemeente Utrecht is opgesteld dient als kader/handvat voor de toekenning van uren. Deze uren zijn gekoppeld aan activiteiten. De normering gaat uit van de definitie “schoon huis” zoals in het besluit maatschappelijke ondersteuning Hulst 2025 wordt gegeven, namelijk dat men gebruik moet kunnen maken van een schone werkkamer, keuken, als slaapkamer in gebruik zijnde ruimtes, sanitaire ruimtes en een schone gang/trap. Leefbaar staat voor opgeruimd en functioneel, bijvoorbeeld om vallen te voorkomen. De onderbouwing van de uren is op basis van een onafhankelijk en zorgvuldig onderzoek tot stand gekomen.
5. Uit het onderzoek is gebleken dat eiseres aanspraak maakt op twee uur per week huishoudelijke hulp. Ook is door het college beoordeeld dat deze voorziening voor onbepaalde periode zal worden verstrekt, aangezien zij geen afname in de ondersteuningsbehoefte van eiseres verwachten.
6. Tot slot merkt het college op dat elke aanvraag omtrent een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015 als een op zichzelf staande ‘nieuwe’ aanvraag dient te worden bezien en als zodanig ook beoordeeld dient te worden.
Het standpunt van eiseres
7. Eiseres stelt dat er wel degelijk sprake is van bijzondere omstandigheden. Daarnaast gaat het college er volgens eiseres ten onrechte vanuit dat er geen afname in de ondersteuningsbehoefte te verwachten valt. Eiseres heeft namelijk intussen last gekregen van hartfalen en ook haar man heeft ernstige hartklachten. Verder voert eiseres aan dat twee uur per week aan huishoudelijke hulp niet volstaat voor de door het college in het besluit genoemde ruimtes/kamers. In de gemeente Terneuzen kregen zowel zij als haar man, voordat zij samen gingen wonen, ieder drie uur per week huishoudelijke hulp. Mede gezien de ernstige klachten van haar en haar man is de hulp ontoereikend. Nu moet zij nog zelf hulp inschakelen. Bovendien moet ze voor schone ramen buiten en tuinonderhoud zelf iemand inhuren, maar gezien haar lage inkomsten is dit onmogelijk. Eiseres verzoekt daarom een oplossing.
Het verweerschrift
8. Het college herhaalt de overwegingen van het bestreden besluit in het verweerschrift. Aanvullend geeft het college kort nog het volgende aan. Zoals vermeld in de adviesrapportage van 6 maart 2025, is gelet op de leeftijdscategorie alsmede de lichamelijke gezondheid het meer dan aannemelijk dat fysieke beperkingen zullen toenemen en dat er dus geen afname in de ondersteuningsbehoefte is te verwachten. Het college heeft er daarom dan ook juist voor gekozen om deze voorziening voor onbepaalde tijd te verstrekken.
Geen afname in de ondersteuningsbehoefte te verwachten
9. Eiseres stelt dat het college ten onrechte ervan uit gaat dat geen afname in de ondersteuningsbehoefte valt te verwachten. Eiseres lijkt echter de betreffende passage uit de beslissing op bezwaar verkeerd te hebben begrepen. Het college heeft hiermee bedoeld dat haar klachten in ieder geval niet zullen afnemen. Daarom is besloten de gevraagde hulp niet voor een bepaalde periode maar voor onbepaalde tijd toe te kennen, omdat verwacht wordt dat zij niet meer zonder die hulp zal kunnen. Voor het geval de klachten verergeren, en eiseres als gevolg daarvan meer hulp denkt nodig te hebben, merkt de rechtbank op dat het haar vrij staat hiertoe een nieuwe aanvraag in te dienen.
Heeft het college terecht twee uur per week aan huishoudelijke hulp toegekend?
10. Het college heeft het aantal uren gebaseerd op het KMPG-rapport Utrecht. Het college mag zich op dit rapport baseren. De Centrale Raad van Beroep (hierna: CRvB) heeft in de uitspraken van 10 december 2018, kort gezegd, geoordeeld dat het KPMG-rapport als onafhankelijk, objectief en deugdelijk kan worden aangemerkt. Volgens de CRvB is door de gekozen onderzoeksmethode immers voor de basisvoorziening ‘Schoon Huis’ een urennorm ontwikkeld voor een door de expertgroep afgebakend niveau van basishygiëne. Wel moet in aanmerking worden genomen dat de urennorm tot stand is gekomen zonder rekening te houden met de beïnvloedingsfactoren die kunnen maken dat meer of minder tijd nodig is, maar wat betreft de basishygiëne mag het college aansluiten bij die norm van 104,9 uur per jaar.
11. Indien dit onderzoek uitwijst dat toepassing van de urennorm vanwege beïnvloedingsfactor(en) niet leidt tot een passende bijdrage in de participatie, zal het college van de urennorm moeten afwijken. Bovendien moet het college meer uren verstrekken indien het onderzoek uitwijst dat zich bijzondere omstandigheden voordoen waarmee in de urennorm geen of onvoldoende rekening is gehouden, zoals een medische noodzaak om een hoger niveau van hygiëne of schoonhouden te realiseren. De rechtbank is van oordeel dat in dit geval niet is gebleken dat sprake is van bijzondere omstandigheden en/of dat de toepassing van de urennorm leidt tot een bijdrage die niet passend is. Het college kan dus volstaan met een bijdrage van twee uur per week aan huishoudelijke hulp.
12. Wat betreft het schoonmaken van de ramen en het tuinonderhoud heeft het college ter zitting aangevoerd dat deze taken niet vallen onder huishoudelijke hulp.
Conclusie en gevolgen
13. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat er voor eiseres niets verandert. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Ponds, rechter, in aanwezigheid van mr. A.M.H. Meulensteen, griffier op 24 augustus 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier is niet in de gelegenheid om deze uitspraak mede te ondertekenen.
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Zie onder andere ECLI:NL:CRVB:2018:3835.
In de adviesrapportage van 6 maart 2025 staat een totaal aantal uren per jaar van 104,8. Het in het KPMG-rapport genoemde aantal van 104,9 wijkt daarvan af door afronding van de som der delen.