Rechtbank Zeeland-West-Brabant
ECLI:NL:RBZWB:2026:8513
2026-09-04
Bestuursrecht
BRE 25/5163 en BRE 25/5165
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Woningsluiting voor de duur van drie maanden op grond van artikel 13b van de Opiumwet.
Citeert (5)
- ECLI:NL:RVS:2025:2922 Raad van State 16-07-2025
- ECLI:NL:RVS:2025:2922 Raad van State 16-07-2025
- ECLI:NL:RVS:2025:2922 Raad van State 16-07-2025
- ECLI:NL:RVS:2025:2922 Raad van State 16-07-2025
- ECLI:NL:RVS:2025:2922 Raad van State 16-07-2025
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (29.107 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummers: BRE 25/5163 en BRE 25/5165
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 september 2026 in de zaken tussen
MWS Bewindvoeringen B.V., in hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [betrokkene] (betrokkene), uit [plaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. F. Ergec),
en
de burgemeester van de gemeente Bergen op Zoom, de burgemeester.
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de sluiting van de woning van betrokkene voor een periode van drie maanden op grond van artikel 13b van de Opiumwet en over het besluit van de burgemeester om de kosten voor de toepassing van bestuursdwang op eiseres te verhalen. Eiseres is het niet eens met deze besluiten en voert hiertoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de beroepen.
1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de burgemeester de woning van betrokkene mocht sluiten en de kosten voor de toepassing van bestuursdwang op eiseres mocht verhalen. Eiseres krijgt dus geen gelijk en de beroepen zijn ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Met het besluit van 20 mei 2025 (primair besluit I) heeft de burgemeester besloten de woning aan de [adres] (hierna: de woning) te sluiten voor een periode van drie maanden. Met het besluit van 11 juni 2025 (primair besluit II) heeft de burgemeester besloten om de kosten voor de toepassing van bestuursdwang op eiseres te verhalen.
2.1. Met de bestreden besluiten van 20 augustus 2025 heeft de burgemeester de bezwaren van eiseres tegen deze besluiten ongegrond verklaard en de besluiten in stand gelaten.
2.2. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten.
2.3. De burgemeester heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift.
2.4. De rechtbank heeft de beroepen op 31 juli 2026 op zitting behandeld. Betrokkene heeft hieraan deelgenomen, bijgestaan door haar gemachtigde. Namens de burgemeester is mr. B. Wouters verschenen.
Totstandkoming van de bestreden besluiten
3. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten.
3.1. De woning wordt verhuurd door Stichting Stadlander (hierna: Stadlander).
3.2. Naar aanleiding van twee meldingen van vermoedelijke drugsproductie is de politie Zeeland-West-Brabant op 7 april 2025 de woning binnengetreden. In de woning zijn verschillende goederen aangetroffen die duiden op het kristalliseren van amfetamine. De bevindingen van de politie zijn opgenomen in de bestuurlijke rapportage van 25 april 2025. Op 4 mei 2025 is de politie Zeeland-West-Brabant nogmaals de woning binnengetreden. In de woning zijn verschillende goederen aangetroffen die duiden op het opzetten van een hennepkwekerij. Deze bevindingen van de politie zijn opgenomen in de bestuurlijke rapportage van 18 juni 2025.
3.3. Op 1 mei 2025 heeft de burgemeester het voornemen tot het sluiten van de woning kenbaar gemaakt. Eiseres heeft geen zienswijze ingediend.
3.4. Met primair besluit I heeft de burgemeester een last onder bestuursdwang opgelegd, inhoudende de tijdelijke sluiting van de woning voor de duur van drie maanden, dat wil zeggen van 27 mei 2025 tot 27 augustus 2025.
3.5. Op 2 juni 2025 is door een toezichthouder geconstateerd dat de aangebrachte zegel op de voordeur van de woning is verbroken. Hieruit heeft de toezichthouder geconcludeerd dat de woning sinds het opleggen van de last onder bestuursdwang is betreden. Als gevolg daarvan heeft de toezichthouder bestuursdwang toegepast en het slot van de voordeur laten vervangen. Met primair besluit II zijn de kosten hiervan op eiseres verhaald.
3.6. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de primaire besluiten.
3.7. Op 11 augustus 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden bij de adviescommissie voor de bezwaarschriften Bergen op Zoom (hierna: de commissie).
3.8. Met de bestreden besluiten heeft de burgemeester de bezwaren ongegrond verklaard, onder verwijzing naar het advies van de commissie.
Beoordeling door de rechtbank
Toetsingskader
4. Op grond van artikel 13b, eerste lid, aanhef en onder a, van de Opiumwet is de burgemeester bevoegd tot het opleggen van een last onder bestuursdwang als in een woning een middel als bedoeld in lijst I of lijst II, behorend bij de Opiumwet (hierna: drugs), wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is. Deze last kan inhouden dat de woning voor een bepaalde periode wordt gesloten.
4.1. De burgemeester kan artikel 13b van de Opiumwet toepassen als er in of vanuit de woning in drugs wordt gehandeld (verkopen, afleveren, verstrekken) of als drugs met het oog op die handel in de woning aanwezig zijn. Als uitgangspunt kan worden aanvaard dat bij de aanwezigheid van meer dan 0,5 gram harddrugs, 5,0 gram softdrugs of vijf (hennep)planten de aangetroffen hoeveelheid drugs in beginsel (mede) bestemd wordt geacht voor de verkoop, aflevering of verstrekking.
4.2. De burgemeester heeft invulling gegeven aan de bevoegdheid die hem op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet toekomt, in het Damoclesbeleid De Markiezaten, Gemeente Bergen op Zoom 2020 (hierna: het beleid).
4.3. Op grond van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) handelt het bestuursorgaan overeenkomstig het beleid, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met het beleid te dienen doelen.
4.4. De wettelijke regels en beleidsregels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak.
Bevoegdheid van de burgemeester
5. De last onder bestuursdwang is een herstelmaatregel, in dit geval met als doel het beëindigen van de geconstateerde overtreding van de Opiumwet, het tenietdoen van de gevolgen daarvan en/of het voorkomen van verdere overtredingen van de Opiumwet, steeds in of vanuit de woning. Deze maatregel kan de vorm krijgen van een sluiting van de woning voor een bepaalde duur.
5.1. Uit de bestuurlijke rapportages blijkt dat in de woning van betrokkene een hoeveelheid harddrugs is aangetroffen die de grens van 0,5 gram ruimschoots overschrijdt. Daarnaast zijn attributen aangetroffen die duiden op het opzetten van een hennepkwekerij. Dat deze middelen en goederen door de politie zijn aangetroffen, wordt door eiseres niet betwist. Betrokkene stelt dat zij geen weet heeft gehad van de drugs. Persoonlijke verwijtbaarheid is niet vereist voor het ontstaan van de bevoegdheid van de burgemeester om een woning te sluiting. Wel speelt de (mate van) verwijtbaarheid een rol bij de beoordeling of de woningsluiting in dit geval evenredig is. De rechtbank stelt vast dat de burgemeester in dit geval bevoegd is om de woning op grond van artikel 13b van de Opiumwet te sluiten.
5.2. Als de burgemeester op grond van artikel 13b van de Opiumwet bevoegd is om in een concreet geval op te treden met een last onder bestuursdwang en zij overweegt om een woning te sluiten, zal zij moeten beoordelen of dat in de omstandigheden van het geval gerechtvaardigd is, en zo ja, voor hoe lang. Wanneer zij daarvoor beleid heeft geformuleerd, zal zij dat beleid in de regel moeten toepassen en ook moeten bezien of er grond bestaat om daarvan af te wijken. Steeds zal zij daarbij moeten beoordelen of haar optreden in een concreet geval evenredig is. De burgemeester moet zich ervan vergewissen dat de sluiting van de woning en de duur ervan met het oog op de hiervoor genoemde doelen geschikt, noodzakelijk en evenwichtig is.
Geschiktheid
6. Naar het oordeel van de rechtbank is woningsluiting in het algemeen een geschikt middel om de doelen te bereiken die de burgemeester voor ogen heeft, onder andere het voorkomen en beheersen van de negatieve effecten van de handel in en het gebruik van drugs op het openbare leven, het beëindigen en beëindigd houden van illegale handel, het wegnemen van de bekendheid van het pand waarin de handel plaatsvindt en het stimuleren van een signaalfunctie. Eiseres heeft de geschiktheid van de maatregel niet betwist.
6.1. Dit laat onverlet dat sluiting een zeer ingrijpende maatregel is en dat de burgemeester niet tot sluiting van de woning mag overgaan als dat, gelet op de omstandigheden, niet noodzakelijk en evenwichtig is.
Noodzakelijkheid
7. Als de burgemeester bevoegd is om een woning te sluiten, is de volgende vraag of er ook een noodzaak bestaat om dat te doen. Bij de beoordeling of het sluiten van een woning noodzakelijk is, is de vraag aan de orde of de burgemeester, gegeven zijn bevoegdheid om bestuursdwang uit te oefenen, met een minder ingrijpend middel had kunnen en dus ook moeten volstaan, omdat het doel ook daarmee had kunnen worden bereikt. Een minder ingrijpend middel dan woningsluiting is het opleggen van een last onder dwangsom of het geven van een waarschuwing.
7.1. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de burgemeester de noodzakelijkheid van het sluiten van de woning voldoende aannemelijk gemaakt. De burgemeester heeft daarbij van belang mogen achten dat tijdens beide binnentredingen een handelshoeveelheid harddrugs is aangetroffen en dat diverse MMA-meldingen zijn gedaan die betrekking hebben op het vermoeden van de aanwezigheid van een drugslab of hennepkwekerij in de woning. Daarnaast heeft de burgemeester mogen betrekken dat de woning van betrokkene is gelegen in een kwetsbare buurt van de gemeente Bergen op Zoom.
Evenwichtigheid
8. Als de conclusie is dat de burgemeester zijn beoogde doelen niet met een minder ingrijpend middel dan sluiting van de woning voor een bepaalde duur kan bereiken en een woningsluiting dus het aangewezen middel is, betekent dit nog niet dat zij hiertoe steeds mag overgaan. Daarvoor moet zij zich ervan vergewissen dat de sluiting in de gegeven omstandigheden ook evenwichtig is.
8.1. Bij de beoordeling van de evenwichtigheid van de sluiting zijn verschillende omstandigheden van belang, zoals de mate van verwijtbaarheid van en de (civielrechtelijke) gevolgen van de sluiting voor de betrokkene(n). De nadelige gevolgen van de sluiting voor de bewoner moeten worden afgewogen tegen de omstandigheden die ertoe hebben geleid dat de burgemeester de sluiting noodzakelijk mocht vinden. Een sluiting met zware nadelige gevolgen voor de bewoner(s) is niet per definitie onevenwichtig.
Verwijtbaarheid
8.2. Eiseres voert aan dat betrokkene geen kennis had van de gevonden middelen en wijst erop dat zij voorafgaand aan het moment waarop de middelen zijn aangetroffen, gedetineerd was.
8.3. Deze stelling van eiseres volgt de rechtbank niet. Op zitting heeft betrokkene toegelicht dat zij na afloop van de periode waarin zij was gedetineerd drugs(afval) heeft aangetroffen in de woning. Betrokkene heeft aangegeven dat zij Stadlander hierover heeft geïnformeerd en dat haar is geadviseerd om de politie in te lichten. Betrokkene heeft tijdens de zitting erkend dat ze dit niet heeft gedaan. De burgemeester heeft zich daarom naar het oordeel van de rechtbank op het standpunt mogen stellen dat geen sprake is van een situatie waarin verwijtbaarheid van eiseres ontbreekt.
Gevolgen van de sluiting
8.4. Eiseres stelt dat de burgemeester de civielrechtelijke procedure die aanhangig is gemaakt door Stadlander, onvoldoende heeft meegewogen bij het besluit om de woning te sluiten.
8.5. Op zitting heeft eiseres toegelicht dat in januari 2026 een regietafel heeft plaatsgevonden, met als doel het zoeken van geschikte huisvesting voor betrokkene. Met Stadlander is afgesproken dat zij uiterlijk 30 september 2026 de woning verlaat.
8.6. De rechtbank stelt voorop dat zij begrip heeft voor de persoonlijke omstandigheden van betrokkene en ook begrijpt dat de gevolgen van de sluiting voor haar zeer ingrijpend zijn. Toch zijn dit naar het oordeel van de rechtbank geen omstandigheden die ertoe leiden dat de sluiting van de woning onevenwichtig is, gezien het grote belang van het beëindigen van de geconstateerde overtreding(en) van de Opiumwet, het tenietdoen van de gevolgen daarvan en het voorkomen van verdere overtredingen van de Opiumwet. Daarnaast zijn er met betrokkene afspraken zijn gemaakt in het kader van het zoeken naar gepaste woonruimte. De burgemeester mocht daarom oordelen dat de nadelige gevolgen van de sluiting voor betrokkene niet onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen doelen. Deze beroepsgrond slaagt daarom niet.
Kostenverhaalsbeschikking
9. Op grond van de Awb geschiedt de toepassing van bestuursdwang op kosten van de overtreder, tenzij deze kosten redelijkerwijs niet of niet geheel voor haar rekening moeten komen.
9.1. Tussen partijen is niet in geschil dat de woning gedurende de sluiting is geopend. Wel in geschil is of de kosten voor de toepassing van bestuursdwang op eiseres kunnen worden verhaald. Eiseres voert hiertoe aan dat de burgemeester onvoldoende bewijs heeft aangeleverd dat erop wijst dat betrokkene zelf de woning na de sluiting heeft betreden. Eiseres stelt zich op het standpunt dat zij niet verantwoordelijk is als een derde de woning opent.
9.2. Deze beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank is van oordeel dat betrokkene als huurder en hoofdbewoner van de woning verantwoordelijk is voor wat zich in de woning afspeelt en dat zij daarop toezicht had moeten houden. De rechtbank acht daarbij van belang dat betrokkene tijdens de hoorzitting bij de commissie en ook op zitting heeft verklaard dat meerdere personen in bezit waren van een sleutel van de woning. Betrokkene had maatregelen kunnen treffen ter voorkoming van het openen van de woning, zoals het (preventief) laten vervangen van het slot/de sloten of door contact op te nemen met Stadlander of haar bewindvoerder. Betrokkene heeft dit niet gedaan. De burgemeester mocht daarom de kosten voor het toepassen van de bestuursdwang op eiseres verhalen.
Conclusie en gevolgen
10. Naar het oordeel van de rechtbank mocht de burgemeester de woning van betrokkene voor de duur van drie maanden sluiten. Daarnaast mocht de burgemeester de kosten voor het toepassen van bestuursdwang op eiseres verhalen.
10.1. De beroepen zijn dus ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug en krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M.L.E. Ides Peeters, rechter, in aanwezigheid van mr. A. van Breugel, griffier, op 4 september 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
Algemene wet bestuursrecht
Artikel 4:84
Het bestuursorgaan handelt overeenkomstig de beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen.
Artikel 5:25
De toepassing van bestuursdwang geschiedt op kosten van de overtreder, tenzij deze kosten redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoren te komen.
(…)
Opiumwet
Artikel 13b
1. De burgemeester is bevoegd tot oplegging van ene last onder bestuursdwang indien in een woning of lokaal of op een daarbij behorend erf:
a. een middel als bedoeld in lijst I of II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid, of een substantie die deel uitmaakt van een stofgroep als bedoeld in lijst IA of een preparaat daarvan, met uitzondering van de middelen bedoeld in artikel 2a, tweede lid, wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is;
b. een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3°, artikel 10c, eerste lid, onder 3°, of artikel 11a voorhanden is.
2. Het eerste lid is niet van toepassing indien woningen, lokalen of erven ervan als bedoeld in het eerste lid, gebruikt worden ter uitoefening van de artsenbereidkunst, de geneeskunst, de tandheelkunst of de diergeneeskunde door onderscheidenlijk apothekers, artsen, tandartsen of dierenartsen.
Damoclesbeleid De Markiezaten, Gemeente Bergen op Zoom 2020
2Juridisch kader
(…)
Definitie drugshandel
In artikel 13b Opiumwet wordt – evenals in deze beleidsregel – onder drugshandel verstaan: de verkoop, aflevering of verstrekking dan wel het daartoe aanwezig zijn van soft- en/of harddrugs. Uit vaste jurisprudentie blijkt dat artikel 13b lid 1 Opiumwet ook van toepassing is als in een pand drugs aanwezig zijn. Het is hierbij niet noodzakelijk dat de burgemeester aannemelijk maakt dat de aanwezigheid van drugs heeft geleid tot een verstoring van de openbare orde. De hoeveelheid van de aanwezige drugs kan indiceren dat deze voor verkoop, aflevering of verstrekking bestemd zijn en dat artikel 13b lid 1 van de Opiumwet van toepassing is. Dit is het geval als de hoeveelheid aangetroffen drugs hoger is dan de hoeveelheid die voor eigen gebruik (gebruikershoeveelheid) wordt aangemerkt. Deze hoeveelheid wordt ook wel ‘handelshoeveelheid’ genoemd.
Om de handelshoeveelheid te bepalen, wordt aangesloten bij de aanwijzing Opiumwet van het college van procureurs-generaal van het Openbaar Ministerie. Bij de volgende aantallen is er sprake van een handelshoeveelheid:
Softdrugs
Hennepproducten: Bij een hoeveelheid van meer dan 5 planten wordt in beginsel aangenomen dat er sprake is van beroeps- of bedrijfsmatig handelen. Tevens wordt meer dan 5 gram als handelshoeveelheid gehanteerd;
(…)
Harddrugs
Er is sprake van een handelshoeveelheid als er sprake is van een aangetroffen hoeveelheid van meer dan 0,5 gram (bijvoorbeeld als er sprake is van meer dan één bolletje, één ampul, één wikkel, één pil/tablet);
(…)
Grotere hoeveelheden dan hierboven genoemd wijzen er op dat de drugs bestemd is voor verkoop, aflevering of verstrekking. Ook wanneer geen hoeveelheid drugs wordt aangetroffen kan uit andere feiten en omstandigheden blijken dat er sprake is van drugshandel op grond waarvan tot sluiting kan worden overgegaan.
(…)
3Uitgangspunten
Last onder bestuursdwang
Op grond van artikel 5:32 Algemene wet bestuursrecht kan een bestuursorgaan dat bevoegd is een last onder bestuursdwang op te leggen, in plaats daarvan aan de overtreder een last onder dwangsom opleggen. De wet laat aan het bestuursorgaan dus een discretionaire bevoegdheid om te kiezen voor een van beide alternatieven.
Ten aanzien van de uitoefening van de bevoegdheid van artikel 13b Opiumwet is de meest aangewezen maatregel de (tijdelijke) sluiting van een woning of lokaal middels het opleggen van een last onder bestuursdwang. In beginsel wordt er dan ook geen gebruik gemaakt van het opleggen van een last onder dwangsom. Gelet op het belang dat geschonden wordt door de overtreding van de Opiumwet mag volgens de burgemeester niet het risico worden genomen dat de overtreding ondanks een last onder dwangsom wordt voortgezet of herhaald. Het is van belang om rust en stabiliteit te creëren in de nabije omgeving van het object. Ook dient te worden voorkomen dat door betrokkenen een financiële belangenafweging wordt gemaakt.
In Afdeling 5.3.1. van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zijn de procedureregels opgenomen die gevolgd moeten worden indien tot toepassing van bestuursdwang wordt overgegaan.
(…)
5Handhavingsregime
Om de handel in drugs in of bij woningen en lokalen en de daarmee samenhangende negatieve effecten tegen te gaan is strikte handhaving gewenst en noodzakelijk.
Proportionaliteit en subsidiariteit
Uit het oogpunt van proportionaliteit en subsidiariteit is gekozen voor een getrapt optreden. De zwaarte van de sanctie sluit aan op de ernst van de overtreding. De duur van de sluiting is in eerste plaats afhankelijk van het soort overtreding. De sluitingsduur is in het geval van harddrugs langer dan de sluitingsduur in het geval van softdrugs. Dit hangt samen met het beleidsmatig en strafrechtelijk onderscheid tussen soft- en harddrugs en de onaanvaardbare risico’s van harddrugs. Ook is de sluitingsduur langer indien al eerder een sanctie is opgelegd op basis van artikel 13b Opiumwet.
Daarnaast is de sluitingsduur afhankelijk van de vraag of de maatregel betrekking heeft op een woning of op een lokaal. De sluiting van een woning grijpt zwaarder in op de persoonlijke levenssfeer van betrokkene(n) dan de sluiting van een lokaal. Hier is rekening mee gehouden in de handhavingsmatrix.
Erkend wordt dat de uitoefening van de bevoegdheid van artikel 13b Opiumwet ingrijpende (financiële) gevolgen heeft voor zowel de gebruikers/huurders als de eigenaren van woningen en/of lokalen. Er is echter door de gebruikers/huurders en mogelijk tevens door de eigenaren ook financieel voordeel behaald uit de handel in drugs. De (oplopende) zwaarte van de maatregelen wordt gerechtvaardigd, omdat handel in drugs verboden is bij wet en het beleid van de gemeente breed bekend is gemaakt. Het beleid is er bovendien op gericht zowel de herhaling van handel in drugs op bepaalde locaties alsmede de vestiging van nieuwe verkooppunten op dezelfde of andere locaties te voorkomen.
Tot slot is bij de vaststelling van de verschillende sluitingstermijnen uitgegaan van de tijd die verwacht wordt nodig te zijn om de bekendheid van een locatie als drugsadres teniet te doen of te voorkomen, de rust in de directe omgeving te doen wederkeren of te behouden en (herhaling van) ernstige verstoring van de openbare orde te voorkomen. Ook moet een (verdere) aantasting van het woon- en leefklimaat voorkomen worden.
Woningen
Voor woningen geldt dat deze niet altijd feitelijk als woning worden gebruikt. Er is soms sprake van schijnbewoning of bedrijfsmatigheid. Om die reden wordt een woning die hoofdzakelijk wordt gebruikt voor een bedrijfsmatig georganiseerde hennepkwekerij en/of andere aan de handel in drugs gerelateerde activiteiten aangemerkt als lokaal. Of een pand wordt gebruikt als woonruimte en er dan ook sprake is van het hebben van woongenot, blijkt uit de feitelijke constatering ter plaatse. Het is bepalend of er feitelijk sprake is van wonen. In dat geval wordt het pand als zijnde een woning gesloten.
De sluiting van een woning is niet in strijd met artikel 8 EVRM. De bevoegdheid van de burgemeester tot het gelasten van de sluiting van de woning is bij de wet voorzien. Indien de woning betrokken is bij de handel in drugs, is de burgemeester bevoegd om de sluiting van de woning te gelasten gedurende de noodzakelijk te achten termijn ter voorkoming van strafbare feiten en ter bescherming van de rechten van anderen.
Lokalen
Een lokaal is een ruimte niet zijnde een woning. Denk hierbij onder andere aan cafés, winkels, loodsen en bedrijfsruimten en andere ruimten welke niet onder de classificatie van een woning vallen.
Voorbereidingshandelingen
In geval er sprake is van voorbereidingshandelingen hanteert de burgemeester een kortere sluitingstermijn. Dit heeft te maken met het feit dat er op dat moment (nog) geen verdovende middelen aanwezig zijn in het pand. Ook vindt er op dat moment nog geen drugshandel plaats. Het risico op openbare ordeverstoringen is daarmee kleiner. De betrokken personen (en de daarmee samenhangende risico’s) en attributen zijn echter al wel aanwezig. Ook het aansluiten en opzetten van bijvoorbeeld een drugslab dan wel een hennepkwekerij/drogerij brengt risico’s met zich mee. Vandaar dat wel gekozen wordt voor het opleggen van een maatregel. De openbare orde moet immers gehandhaafd blijven.
(…)
5.2.
Woningen
Harddrugs
Indien zich een situatie voordoet zoals bedoeld in artikel 13b lid 1 onder a dan wel artikel 13b lid 1 onder b Opiumwet, treft de burgemeester de volgende maatregelen:
1e overtreding
Handelshoeveelheid
Sluiting voor 3 maanden
Voorbereidingshandelingen
Sluiting voor 2 maanden
(…)
Bijzondere omstandigheden
Bij een overtreding van artikel 13b Opiumwet kan sprake zijn van verzwarende dan wel verlichtende omstandigheden waardoor een langere/kortere sluitingstermijn wordt gehanteerd. Ook kan de burgemeester ervoor kiezen om in een specifiek geval een waarschuwing op te leggen.
De sluitingsduur die geldt bij de aanwezigheid van verzwarende omstandigheden wordt per geval bepaald. Echter zal de sluitingstermijn nooit langer zijn dan de termijn die bij een eerstvolgende overtreding toegepast zou worden. Bij de beoordeling van de vraag welke alternatieve sluitingsduur in een betreffend geval passend is, kan onder andere rekening worden gehouden met de bekendheid van een woning of lokaal als drugsadres, de noodzaak om de rust in de directe omgeving te doen wederkeren of herhaling van een ernstige verstoring van de openbare orde te voorkomen alsmede een verdere aantasting van het woon- en leefklimaat te voorkomen.
De belangrijkste feiten en omstandigheden die aangemerkt worden als verzwarende omstandigheden zoals hiervoor bedoeld, zijn (niet-limitatief):
Er is sprake van een significante overschrijding van de handelshoeveelheid van verdovende middelen;
Indicatoren van enige professionaliteit of attributen die wijzen op beroeps- of bedrijfsmatige teelt;
Er is sprake van geweldsdelicten of andere openbare orde delicten;
Er is sprake van verboden wapenbezit (als bedoeld in de Wet wapens en munitie);
Er zijn (grote) som(men) contant geld aanwezig;
Mate van gevaarzetting en risico’s voor de bewoners, omwonende en/of de omgeving (denk aan een verhoogd brandrisico door overbelasting van het energienetwerk en illegale elektriciteitsaansluitingen of overtreding van de bouwregelgeving);
Ernstige overlast voor omwonende en/of de omgeving;
Aannemelijkheid dat er meerdere panden betrokken zijn bij de handel in drugs;
Er is een vermoeden van drugshandel in georganiseerd verband.
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2922 (r.o. 7-7.1).
Afdeling 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2922 (r.o. 11.2).
Afdeling 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2922 (r.o. 8-8.1).
Punt 1 van het Damoclesbeleid De Markiezaten.
Afdeling 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2922 (r.o. 10)
Afdeling 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2922 (r.o. 11-11.2 e.v.).
Artikel 5:25, eerste lid, van de Awb.
Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummers: BRE 25/5163 en BRE 25/5165
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 september 2026 in de zaken tussen
MWS Bewindvoeringen B.V., in hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [betrokkene] (betrokkene), uit [plaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. F. Ergec),
en
de burgemeester van de gemeente Bergen op Zoom, de burgemeester.
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de sluiting van de woning van betrokkene voor een periode van drie maanden op grond van artikel 13b van de Opiumwet en over het besluit van de burgemeester om de kosten voor de toepassing van bestuursdwang op eiseres te verhalen. Eiseres is het niet eens met deze besluiten en voert hiertoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de beroepen.
1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de burgemeester de woning van betrokkene mocht sluiten en de kosten voor de toepassing van bestuursdwang op eiseres mocht verhalen. Eiseres krijgt dus geen gelijk en de beroepen zijn ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Met het besluit van 20 mei 2025 (primair besluit I) heeft de burgemeester besloten de woning aan de [adres] (hierna: de woning) te sluiten voor een periode van drie maanden. Met het besluit van 11 juni 2025 (primair besluit II) heeft de burgemeester besloten om de kosten voor de toepassing van bestuursdwang op eiseres te verhalen.
2.1. Met de bestreden besluiten van 20 augustus 2025 heeft de burgemeester de bezwaren van eiseres tegen deze besluiten ongegrond verklaard en de besluiten in stand gelaten.
2.2. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten.
2.3. De burgemeester heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift.
2.4. De rechtbank heeft de beroepen op 31 juli 2026 op zitting behandeld. Betrokkene heeft hieraan deelgenomen, bijgestaan door haar gemachtigde. Namens de burgemeester is mr. B. Wouters verschenen.
Totstandkoming van de bestreden besluiten
3. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten.
3.1. De woning wordt verhuurd door Stichting Stadlander (hierna: Stadlander).
3.2. Naar aanleiding van twee meldingen van vermoedelijke drugsproductie is de politie Zeeland-West-Brabant op 7 april 2025 de woning binnengetreden. In de woning zijn verschillende goederen aangetroffen die duiden op het kristalliseren van amfetamine. De bevindingen van de politie zijn opgenomen in de bestuurlijke rapportage van 25 april 2025. Op 4 mei 2025 is de politie Zeeland-West-Brabant nogmaals de woning binnengetreden. In de woning zijn verschillende goederen aangetroffen die duiden op het opzetten van een hennepkwekerij. Deze bevindingen van de politie zijn opgenomen in de bestuurlijke rapportage van 18 juni 2025.
3.3. Op 1 mei 2025 heeft de burgemeester het voornemen tot het sluiten van de woning kenbaar gemaakt. Eiseres heeft geen zienswijze ingediend.
3.4. Met primair besluit I heeft de burgemeester een last onder bestuursdwang opgelegd, inhoudende de tijdelijke sluiting van de woning voor de duur van drie maanden, dat wil zeggen van 27 mei 2025 tot 27 augustus 2025.
3.5. Op 2 juni 2025 is door een toezichthouder geconstateerd dat de aangebrachte zegel op de voordeur van de woning is verbroken. Hieruit heeft de toezichthouder geconcludeerd dat de woning sinds het opleggen van de last onder bestuursdwang is betreden. Als gevolg daarvan heeft de toezichthouder bestuursdwang toegepast en het slot van de voordeur laten vervangen. Met primair besluit II zijn de kosten hiervan op eiseres verhaald.
3.6. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de primaire besluiten.
3.7. Op 11 augustus 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden bij de adviescommissie voor de bezwaarschriften Bergen op Zoom (hierna: de commissie).
3.8. Met de bestreden besluiten heeft de burgemeester de bezwaren ongegrond verklaard, onder verwijzing naar het advies van de commissie.
Beoordeling door de rechtbank
Toetsingskader
4. Op grond van artikel 13b, eerste lid, aanhef en onder a, van de Opiumwet is de burgemeester bevoegd tot het opleggen van een last onder bestuursdwang als in een woning een middel als bedoeld in lijst I of lijst II, behorend bij de Opiumwet (hierna: drugs), wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is. Deze last kan inhouden dat de woning voor een bepaalde periode wordt gesloten.
4.1. De burgemeester kan artikel 13b van de Opiumwet toepassen als er in of vanuit de woning in drugs wordt gehandeld (verkopen, afleveren, verstrekken) of als drugs met het oog op die handel in de woning aanwezig zijn. Als uitgangspunt kan worden aanvaard dat bij de aanwezigheid van meer dan 0,5 gram harddrugs, 5,0 gram softdrugs of vijf (hennep)planten de aangetroffen hoeveelheid drugs in beginsel (mede) bestemd wordt geacht voor de verkoop, aflevering of verstrekking.
4.2. De burgemeester heeft invulling gegeven aan de bevoegdheid die hem op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet toekomt, in het Damoclesbeleid De Markiezaten, Gemeente Bergen op Zoom 2020 (hierna: het beleid).
4.3. Op grond van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) handelt het bestuursorgaan overeenkomstig het beleid, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met het beleid te dienen doelen.
4.4. De wettelijke regels en beleidsregels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak.
Bevoegdheid van de burgemeester
5. De last onder bestuursdwang is een herstelmaatregel, in dit geval met als doel het beëindigen van de geconstateerde overtreding van de Opiumwet, het tenietdoen van de gevolgen daarvan en/of het voorkomen van verdere overtredingen van de Opiumwet, steeds in of vanuit de woning. Deze maatregel kan de vorm krijgen van een sluiting van de woning voor een bepaalde duur.
5.1. Uit de bestuurlijke rapportages blijkt dat in de woning van betrokkene een hoeveelheid harddrugs is aangetroffen die de grens van 0,5 gram ruimschoots overschrijdt. Daarnaast zijn attributen aangetroffen die duiden op het opzetten van een hennepkwekerij. Dat deze middelen en goederen door de politie zijn aangetroffen, wordt door eiseres niet betwist. Betrokkene stelt dat zij geen weet heeft gehad van de drugs. Persoonlijke verwijtbaarheid is niet vereist voor het ontstaan van de bevoegdheid van de burgemeester om een woning te sluiting. Wel speelt de (mate van) verwijtbaarheid een rol bij de beoordeling of de woningsluiting in dit geval evenredig is. De rechtbank stelt vast dat de burgemeester in dit geval bevoegd is om de woning op grond van artikel 13b van de Opiumwet te sluiten.
5.2. Als de burgemeester op grond van artikel 13b van de Opiumwet bevoegd is om in een concreet geval op te treden met een last onder bestuursdwang en zij overweegt om een woning te sluiten, zal zij moeten beoordelen of dat in de omstandigheden van het geval gerechtvaardigd is, en zo ja, voor hoe lang. Wanneer zij daarvoor beleid heeft geformuleerd, zal zij dat beleid in de regel moeten toepassen en ook moeten bezien of er grond bestaat om daarvan af te wijken. Steeds zal zij daarbij moeten beoordelen of haar optreden in een concreet geval evenredig is. De burgemeester moet zich ervan vergewissen dat de sluiting van de woning en de duur ervan met het oog op de hiervoor genoemde doelen geschikt, noodzakelijk en evenwichtig is.
Geschiktheid
6. Naar het oordeel van de rechtbank is woningsluiting in het algemeen een geschikt middel om de doelen te bereiken die de burgemeester voor ogen heeft, onder andere het voorkomen en beheersen van de negatieve effecten van de handel in en het gebruik van drugs op het openbare leven, het beëindigen en beëindigd houden van illegale handel, het wegnemen van de bekendheid van het pand waarin de handel plaatsvindt en het stimuleren van een signaalfunctie. Eiseres heeft de geschiktheid van de maatregel niet betwist.
6.1. Dit laat onverlet dat sluiting een zeer ingrijpende maatregel is en dat de burgemeester niet tot sluiting van de woning mag overgaan als dat, gelet op de omstandigheden, niet noodzakelijk en evenwichtig is.
Noodzakelijkheid
7. Als de burgemeester bevoegd is om een woning te sluiten, is de volgende vraag of er ook een noodzaak bestaat om dat te doen. Bij de beoordeling of het sluiten van een woning noodzakelijk is, is de vraag aan de orde of de burgemeester, gegeven zijn bevoegdheid om bestuursdwang uit te oefenen, met een minder ingrijpend middel had kunnen en dus ook moeten volstaan, omdat het doel ook daarmee had kunnen worden bereikt. Een minder ingrijpend middel dan woningsluiting is het opleggen van een last onder dwangsom of het geven van een waarschuwing.
7.1. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de burgemeester de noodzakelijkheid van het sluiten van de woning voldoende aannemelijk gemaakt. De burgemeester heeft daarbij van belang mogen achten dat tijdens beide binnentredingen een handelshoeveelheid harddrugs is aangetroffen en dat diverse MMA-meldingen zijn gedaan die betrekking hebben op het vermoeden van de aanwezigheid van een drugslab of hennepkwekerij in de woning. Daarnaast heeft de burgemeester mogen betrekken dat de woning van betrokkene is gelegen in een kwetsbare buurt van de gemeente Bergen op Zoom.
Evenwichtigheid
8. Als de conclusie is dat de burgemeester zijn beoogde doelen niet met een minder ingrijpend middel dan sluiting van de woning voor een bepaalde duur kan bereiken en een woningsluiting dus het aangewezen middel is, betekent dit nog niet dat zij hiertoe steeds mag overgaan. Daarvoor moet zij zich ervan vergewissen dat de sluiting in de gegeven omstandigheden ook evenwichtig is.
8.1. Bij de beoordeling van de evenwichtigheid van de sluiting zijn verschillende omstandigheden van belang, zoals de mate van verwijtbaarheid van en de (civielrechtelijke) gevolgen van de sluiting voor de betrokkene(n). De nadelige gevolgen van de sluiting voor de bewoner moeten worden afgewogen tegen de omstandigheden die ertoe hebben geleid dat de burgemeester de sluiting noodzakelijk mocht vinden. Een sluiting met zware nadelige gevolgen voor de bewoner(s) is niet per definitie onevenwichtig.
Verwijtbaarheid
8.2. Eiseres voert aan dat betrokkene geen kennis had van de gevonden middelen en wijst erop dat zij voorafgaand aan het moment waarop de middelen zijn aangetroffen, gedetineerd was.
8.3. Deze stelling van eiseres volgt de rechtbank niet. Op zitting heeft betrokkene toegelicht dat zij na afloop van de periode waarin zij was gedetineerd drugs(afval) heeft aangetroffen in de woning. Betrokkene heeft aangegeven dat zij Stadlander hierover heeft geïnformeerd en dat haar is geadviseerd om de politie in te lichten. Betrokkene heeft tijdens de zitting erkend dat ze dit niet heeft gedaan. De burgemeester heeft zich daarom naar het oordeel van de rechtbank op het standpunt mogen stellen dat geen sprake is van een situatie waarin verwijtbaarheid van eiseres ontbreekt.
Gevolgen van de sluiting
8.4. Eiseres stelt dat de burgemeester de civielrechtelijke procedure die aanhangig is gemaakt door Stadlander, onvoldoende heeft meegewogen bij het besluit om de woning te sluiten.
8.5. Op zitting heeft eiseres toegelicht dat in januari 2026 een regietafel heeft plaatsgevonden, met als doel het zoeken van geschikte huisvesting voor betrokkene. Met Stadlander is afgesproken dat zij uiterlijk 30 september 2026 de woning verlaat.
8.6. De rechtbank stelt voorop dat zij begrip heeft voor de persoonlijke omstandigheden van betrokkene en ook begrijpt dat de gevolgen van de sluiting voor haar zeer ingrijpend zijn. Toch zijn dit naar het oordeel van de rechtbank geen omstandigheden die ertoe leiden dat de sluiting van de woning onevenwichtig is, gezien het grote belang van het beëindigen van de geconstateerde overtreding(en) van de Opiumwet, het tenietdoen van de gevolgen daarvan en het voorkomen van verdere overtredingen van de Opiumwet. Daarnaast zijn er met betrokkene afspraken zijn gemaakt in het kader van het zoeken naar gepaste woonruimte. De burgemeester mocht daarom oordelen dat de nadelige gevolgen van de sluiting voor betrokkene niet onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen doelen. Deze beroepsgrond slaagt daarom niet.
Kostenverhaalsbeschikking
9. Op grond van de Awb geschiedt de toepassing van bestuursdwang op kosten van de overtreder, tenzij deze kosten redelijkerwijs niet of niet geheel voor haar rekening moeten komen.
9.1. Tussen partijen is niet in geschil dat de woning gedurende de sluiting is geopend. Wel in geschil is of de kosten voor de toepassing van bestuursdwang op eiseres kunnen worden verhaald. Eiseres voert hiertoe aan dat de burgemeester onvoldoende bewijs heeft aangeleverd dat erop wijst dat betrokkene zelf de woning na de sluiting heeft betreden. Eiseres stelt zich op het standpunt dat zij niet verantwoordelijk is als een derde de woning opent.
9.2. Deze beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank is van oordeel dat betrokkene als huurder en hoofdbewoner van de woning verantwoordelijk is voor wat zich in de woning afspeelt en dat zij daarop toezicht had moeten houden. De rechtbank acht daarbij van belang dat betrokkene tijdens de hoorzitting bij de commissie en ook op zitting heeft verklaard dat meerdere personen in bezit waren van een sleutel van de woning. Betrokkene had maatregelen kunnen treffen ter voorkoming van het openen van de woning, zoals het (preventief) laten vervangen van het slot/de sloten of door contact op te nemen met Stadlander of haar bewindvoerder. Betrokkene heeft dit niet gedaan. De burgemeester mocht daarom de kosten voor het toepassen van de bestuursdwang op eiseres verhalen.
Conclusie en gevolgen
10. Naar het oordeel van de rechtbank mocht de burgemeester de woning van betrokkene voor de duur van drie maanden sluiten. Daarnaast mocht de burgemeester de kosten voor het toepassen van bestuursdwang op eiseres verhalen.
10.1. De beroepen zijn dus ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug en krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M.L.E. Ides Peeters, rechter, in aanwezigheid van mr. A. van Breugel, griffier, op 4 september 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
Algemene wet bestuursrecht
Artikel 4:84
Het bestuursorgaan handelt overeenkomstig de beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen.
Artikel 5:25
De toepassing van bestuursdwang geschiedt op kosten van de overtreder, tenzij deze kosten redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoren te komen.
(…)
Opiumwet
Artikel 13b
1. De burgemeester is bevoegd tot oplegging van ene last onder bestuursdwang indien in een woning of lokaal of op een daarbij behorend erf:
a. een middel als bedoeld in lijst I of II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid, of een substantie die deel uitmaakt van een stofgroep als bedoeld in lijst IA of een preparaat daarvan, met uitzondering van de middelen bedoeld in artikel 2a, tweede lid, wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is;
b. een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3°, artikel 10c, eerste lid, onder 3°, of artikel 11a voorhanden is.
2. Het eerste lid is niet van toepassing indien woningen, lokalen of erven ervan als bedoeld in het eerste lid, gebruikt worden ter uitoefening van de artsenbereidkunst, de geneeskunst, de tandheelkunst of de diergeneeskunde door onderscheidenlijk apothekers, artsen, tandartsen of dierenartsen.
Damoclesbeleid De Markiezaten, Gemeente Bergen op Zoom 2020
2Juridisch kader
(…)
Definitie drugshandel
In artikel 13b Opiumwet wordt – evenals in deze beleidsregel – onder drugshandel verstaan: de verkoop, aflevering of verstrekking dan wel het daartoe aanwezig zijn van soft- en/of harddrugs. Uit vaste jurisprudentie blijkt dat artikel 13b lid 1 Opiumwet ook van toepassing is als in een pand drugs aanwezig zijn. Het is hierbij niet noodzakelijk dat de burgemeester aannemelijk maakt dat de aanwezigheid van drugs heeft geleid tot een verstoring van de openbare orde. De hoeveelheid van de aanwezige drugs kan indiceren dat deze voor verkoop, aflevering of verstrekking bestemd zijn en dat artikel 13b lid 1 van de Opiumwet van toepassing is. Dit is het geval als de hoeveelheid aangetroffen drugs hoger is dan de hoeveelheid die voor eigen gebruik (gebruikershoeveelheid) wordt aangemerkt. Deze hoeveelheid wordt ook wel ‘handelshoeveelheid’ genoemd.
Om de handelshoeveelheid te bepalen, wordt aangesloten bij de aanwijzing Opiumwet van het college van procureurs-generaal van het Openbaar Ministerie. Bij de volgende aantallen is er sprake van een handelshoeveelheid:
Softdrugs
Hennepproducten: Bij een hoeveelheid van meer dan 5 planten wordt in beginsel aangenomen dat er sprake is van beroeps- of bedrijfsmatig handelen. Tevens wordt meer dan 5 gram als handelshoeveelheid gehanteerd;
(…)
Harddrugs
Er is sprake van een handelshoeveelheid als er sprake is van een aangetroffen hoeveelheid van meer dan 0,5 gram (bijvoorbeeld als er sprake is van meer dan één bolletje, één ampul, één wikkel, één pil/tablet);
(…)
Grotere hoeveelheden dan hierboven genoemd wijzen er op dat de drugs bestemd is voor verkoop, aflevering of verstrekking. Ook wanneer geen hoeveelheid drugs wordt aangetroffen kan uit andere feiten en omstandigheden blijken dat er sprake is van drugshandel op grond waarvan tot sluiting kan worden overgegaan.
(…)
3Uitgangspunten
Last onder bestuursdwang
Op grond van artikel 5:32 Algemene wet bestuursrecht kan een bestuursorgaan dat bevoegd is een last onder bestuursdwang op te leggen, in plaats daarvan aan de overtreder een last onder dwangsom opleggen. De wet laat aan het bestuursorgaan dus een discretionaire bevoegdheid om te kiezen voor een van beide alternatieven.
Ten aanzien van de uitoefening van de bevoegdheid van artikel 13b Opiumwet is de meest aangewezen maatregel de (tijdelijke) sluiting van een woning of lokaal middels het opleggen van een last onder bestuursdwang. In beginsel wordt er dan ook geen gebruik gemaakt van het opleggen van een last onder dwangsom. Gelet op het belang dat geschonden wordt door de overtreding van de Opiumwet mag volgens de burgemeester niet het risico worden genomen dat de overtreding ondanks een last onder dwangsom wordt voortgezet of herhaald. Het is van belang om rust en stabiliteit te creëren in de nabije omgeving van het object. Ook dient te worden voorkomen dat door betrokkenen een financiële belangenafweging wordt gemaakt.
In Afdeling 5.3.1. van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zijn de procedureregels opgenomen die gevolgd moeten worden indien tot toepassing van bestuursdwang wordt overgegaan.
(…)
5Handhavingsregime
Om de handel in drugs in of bij woningen en lokalen en de daarmee samenhangende negatieve effecten tegen te gaan is strikte handhaving gewenst en noodzakelijk.
Proportionaliteit en subsidiariteit
Uit het oogpunt van proportionaliteit en subsidiariteit is gekozen voor een getrapt optreden. De zwaarte van de sanctie sluit aan op de ernst van de overtreding. De duur van de sluiting is in eerste plaats afhankelijk van het soort overtreding. De sluitingsduur is in het geval van harddrugs langer dan de sluitingsduur in het geval van softdrugs. Dit hangt samen met het beleidsmatig en strafrechtelijk onderscheid tussen soft- en harddrugs en de onaanvaardbare risico’s van harddrugs. Ook is de sluitingsduur langer indien al eerder een sanctie is opgelegd op basis van artikel 13b Opiumwet.
Daarnaast is de sluitingsduur afhankelijk van de vraag of de maatregel betrekking heeft op een woning of op een lokaal. De sluiting van een woning grijpt zwaarder in op de persoonlijke levenssfeer van betrokkene(n) dan de sluiting van een lokaal. Hier is rekening mee gehouden in de handhavingsmatrix.
Erkend wordt dat de uitoefening van de bevoegdheid van artikel 13b Opiumwet ingrijpende (financiële) gevolgen heeft voor zowel de gebruikers/huurders als de eigenaren van woningen en/of lokalen. Er is echter door de gebruikers/huurders en mogelijk tevens door de eigenaren ook financieel voordeel behaald uit de handel in drugs. De (oplopende) zwaarte van de maatregelen wordt gerechtvaardigd, omdat handel in drugs verboden is bij wet en het beleid van de gemeente breed bekend is gemaakt. Het beleid is er bovendien op gericht zowel de herhaling van handel in drugs op bepaalde locaties alsmede de vestiging van nieuwe verkooppunten op dezelfde of andere locaties te voorkomen.
Tot slot is bij de vaststelling van de verschillende sluitingstermijnen uitgegaan van de tijd die verwacht wordt nodig te zijn om de bekendheid van een locatie als drugsadres teniet te doen of te voorkomen, de rust in de directe omgeving te doen wederkeren of te behouden en (herhaling van) ernstige verstoring van de openbare orde te voorkomen. Ook moet een (verdere) aantasting van het woon- en leefklimaat voorkomen worden.
Woningen
Voor woningen geldt dat deze niet altijd feitelijk als woning worden gebruikt. Er is soms sprake van schijnbewoning of bedrijfsmatigheid. Om die reden wordt een woning die hoofdzakelijk wordt gebruikt voor een bedrijfsmatig georganiseerde hennepkwekerij en/of andere aan de handel in drugs gerelateerde activiteiten aangemerkt als lokaal. Of een pand wordt gebruikt als woonruimte en er dan ook sprake is van het hebben van woongenot, blijkt uit de feitelijke constatering ter plaatse. Het is bepalend of er feitelijk sprake is van wonen. In dat geval wordt het pand als zijnde een woning gesloten.
De sluiting van een woning is niet in strijd met artikel 8 EVRM. De bevoegdheid van de burgemeester tot het gelasten van de sluiting van de woning is bij de wet voorzien. Indien de woning betrokken is bij de handel in drugs, is de burgemeester bevoegd om de sluiting van de woning te gelasten gedurende de noodzakelijk te achten termijn ter voorkoming van strafbare feiten en ter bescherming van de rechten van anderen.
Lokalen
Een lokaal is een ruimte niet zijnde een woning. Denk hierbij onder andere aan cafés, winkels, loodsen en bedrijfsruimten en andere ruimten welke niet onder de classificatie van een woning vallen.
Voorbereidingshandelingen
In geval er sprake is van voorbereidingshandelingen hanteert de burgemeester een kortere sluitingstermijn. Dit heeft te maken met het feit dat er op dat moment (nog) geen verdovende middelen aanwezig zijn in het pand. Ook vindt er op dat moment nog geen drugshandel plaats. Het risico op openbare ordeverstoringen is daarmee kleiner. De betrokken personen (en de daarmee samenhangende risico’s) en attributen zijn echter al wel aanwezig. Ook het aansluiten en opzetten van bijvoorbeeld een drugslab dan wel een hennepkwekerij/drogerij brengt risico’s met zich mee. Vandaar dat wel gekozen wordt voor het opleggen van een maatregel. De openbare orde moet immers gehandhaafd blijven.
(…)
5.2.
Woningen
Harddrugs
Indien zich een situatie voordoet zoals bedoeld in artikel 13b lid 1 onder a dan wel artikel 13b lid 1 onder b Opiumwet, treft de burgemeester de volgende maatregelen:
1e overtreding
Handelshoeveelheid
Sluiting voor 3 maanden
Voorbereidingshandelingen
Sluiting voor 2 maanden
(…)
Bijzondere omstandigheden
Bij een overtreding van artikel 13b Opiumwet kan sprake zijn van verzwarende dan wel verlichtende omstandigheden waardoor een langere/kortere sluitingstermijn wordt gehanteerd. Ook kan de burgemeester ervoor kiezen om in een specifiek geval een waarschuwing op te leggen.
De sluitingsduur die geldt bij de aanwezigheid van verzwarende omstandigheden wordt per geval bepaald. Echter zal de sluitingstermijn nooit langer zijn dan de termijn die bij een eerstvolgende overtreding toegepast zou worden. Bij de beoordeling van de vraag welke alternatieve sluitingsduur in een betreffend geval passend is, kan onder andere rekening worden gehouden met de bekendheid van een woning of lokaal als drugsadres, de noodzaak om de rust in de directe omgeving te doen wederkeren of herhaling van een ernstige verstoring van de openbare orde te voorkomen alsmede een verdere aantasting van het woon- en leefklimaat te voorkomen.
De belangrijkste feiten en omstandigheden die aangemerkt worden als verzwarende omstandigheden zoals hiervoor bedoeld, zijn (niet-limitatief):
Er is sprake van een significante overschrijding van de handelshoeveelheid van verdovende middelen;
Indicatoren van enige professionaliteit of attributen die wijzen op beroeps- of bedrijfsmatige teelt;
Er is sprake van geweldsdelicten of andere openbare orde delicten;
Er is sprake van verboden wapenbezit (als bedoeld in de Wet wapens en munitie);
Er zijn (grote) som(men) contant geld aanwezig;
Mate van gevaarzetting en risico’s voor de bewoners, omwonende en/of de omgeving (denk aan een verhoogd brandrisico door overbelasting van het energienetwerk en illegale elektriciteitsaansluitingen of overtreding van de bouwregelgeving);
Ernstige overlast voor omwonende en/of de omgeving;
Aannemelijkheid dat er meerdere panden betrokken zijn bij de handel in drugs;
Er is een vermoeden van drugshandel in georganiseerd verband.
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2922 (r.o. 7-7.1).
Afdeling 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2922 (r.o. 11.2).
Afdeling 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2922 (r.o. 8-8.1).
Punt 1 van het Damoclesbeleid De Markiezaten.
Afdeling 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2922 (r.o. 10)
Afdeling 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2922 (r.o. 11-11.2 e.v.).
Artikel 5:25, eerste lid, van de Awb.