Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2026:8475

2026-09-03 Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht BRE 25/5725
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2026-09-03
Publicatiedatum
2026-09-03
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
BRE 25/5725
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Beroep niet-ontvankelijk wegens geen procesbelang. WMO

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (10.234 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT


Zittingsplaats Breda



Bestuursrecht



zaaknummer: BRE 25/5725 WMO


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 september 2026 in de zaak tussen

[eiseres], uit [plaats], eiseres


en




het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Drimmelen, het college.



Samenvatting


1. Deze uitspraak gaat over de toekenning van een maatwerkvoorziening huishoudelijke hulp op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo).
Eiseres is het niet eens met het aantal toegekende uren en de toegekende periode. Daartoe voert zij een aantal beroepsgronden aan.



1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat eiseres geen procesbelang heeft bij de beoordeling van het bestreden besluit. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.




Procesverloop


2. Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor huishoudelijke ondersteuning op grond van de Wmo. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 3 juli 2025 voor de periode van 3 juli 2025 tot en met 31 december 2025 toegewezen voor 2,5 uur per week. Met het bestreden besluit van 30 oktober 2025 heeft het college de bezwaren van eiseres ongegrond verklaard.



2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.



2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 22 april 2026 op zitting behandeld. Namens het college hebben [persoon 1] en [persoon 2] deelgenomen. Eiseres heeft zich afgemeld voor de zitting.



2.3.
De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst en bepaald dat eiseres de gelegenheid kreeg om nadere stukken in te dienen, wat zij heeft gedaan op 23 april 2026. Het college heeft op 18 mei 2026 gereageerd op de door eiseres ingediende stukken.



2.4.
Aangezien geen van partijen opnieuw op een zitting wenste te worden gehoord, heeft de rechtbank bepaald dat verder onderzoek ter zitting achterwege blijft en heeft zij het onderzoek op 18 augustus 2026 gesloten.




Beoordeling door de rechtbank



Totstandkoming van het bestreden besluit




3. Eiseres is een 40-jarige vrouw, die bij een verkeersongeval in mei 2022 letsel heeft opgelopen. Zij ervaart klachten als gevolg van niet-aangeboren hersenletsel, post-commotioneel syndroom en whiplash associated disorder. Daarnaast heeft eiseres astma en is zij allergisch voor huisstofmijt.



3.1.
Op 6 december 2024 heeft eiseres zich gemeld bij het Wmo-loket van het college en op verschillende gebieden om ondersteuning aangevraagd. Op 20 februari 2025 heeft het college aan eiseres huishoudelijke hulp toegekend voor 2,5 uur per week. Dit is een tijdelijke indicatie voor de periode van 1 maart 2025 tot en met 31 augustus 2025 om de partner van eiseres te ontlasten, die op dat moment overbelast is. Ook heeft het college aan eiseres een rolstoel toegekend.



3.2.
Op 3 juli 2025 heeft het college aan de hand van een verzoek van eiseres om gewijzigde voortzetting van de huishoudelijke hulp besloten om de indicatie van 2,5 uur huishoudelijk hulp per week ongewijzigd te verlengen voor de periode van 3 juli 2025 tot en met 31 december 2025 (primair besluit). Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit, waarna het college is overgegaan tot het nemen van het bestreden besluit.



3.3.
Vervolgens heeft het college met een besluit van 23 december 2025 de huishoudelijke hulp van 2,5 uur per week verlengd voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 30 juni 2026.



Beroepsgronden



4. Eiseres stelt zich, kort samengevat, op het standpunt dat door het standaard toepassen van het HHM-normenkader door het college ten onrechte geen maatwerkonderzoek is verricht. Daarmee is onvoldoende rekening gehouden met haar feitelijke belastbaarheid, medische situatie en ondersteuningsbehoefte in haar specifieke thuissituatie. Daarnaast worden de beperkingen van eiseres niet toereikend gecompenseerd door de toegekende 2,5 uur per week. Verder kan volgens eiseres van haar partner niet verwacht worden dat hij structureel huishoudelijke taken overneemt. Ook er is onvoldoende onderzoek gedaan naar de draagkracht van haar partner.



Procesbelang



4. De rechtbank ziet zich ambtshalve voor de vraag gesteld of eiseres nog procesbelang heeft bij de beoordeling van het bestreden besluit. Er is volgens vaste rechtspraak pas sprake van voldoende procesbelang als het resultaat dat de indiener van een bezwaar- of beroepschrift met het maken van bezwaar of het indienen van (hoger) beroep nastreeft, daadwerkelijk kan worden bereikt en het realiseren van dat resultaat voor deze indiener feitelijk betekenis kan hebben. Vaststaat dat het hier gaat om een maatwerkvoorziening in de vorm van zorg in natura over een periode die reeds is verstreken. Het met terugwerkende kracht verstrekken van meer huishoudelijke ondersteuning in natura is niet mogelijk.



4.1.
Het hebben van een louter formeel of principieel belang is onvoldoende voor het aannemen van (voldoende) procesbelang. Als sprake is van een periode die al verstreken is, blijft procesbelang wel aanwezig als een inhoudelijk oordeel over het bestreden besluit van belang kan zijn voor een toekomstige periode. Daarnaast kan procesbelang aanwezig blijven in verband met de beoordeling van een verzoek om schadevergoeding, tenzij op voorhand onaannemelijk is dat schade als gevolg van de besluitvorming is geleden.



4.2.
Om te bepalen of een beoordeling van het bestreden besluit van belang kan zijn voor een toekomstige periode, is allereerst van belang dat eiseres geen bezwaar heeft gemaakt tegen het besluit van 23 december 2025, waarbij hetzelfde aantal uren huishoudelijke hulp is toegekend voor de periode tot en met 30 juni 2026. Dit besluit is dus onherroepelijk. Verder gaf het college ter zitting aan dat bij de beoordeling van een eventuele nieuwe melding op dat moment ook nieuw onderzoek gedaan zal worden waaronder ook naar de belasting van de partner van eiseres. Dit laatste is relevant, omdat de reden voor de verstrekking van de maatwerkvoorziening gelegen was in de overbelasting van de partner.



4.3.
Het college zal bij een nieuwe melding een geheel nieuwe beoordeling moeten verrichten met inachtneming van de feiten en omstandigheden die op dat moment aan de orde zijn. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat niet is gebleken dat een inhoudelijk oordeel over het bestreden besluit nog van belang kan zijn voor een toekomstige periode.



4.4.
Om te kunnen beoordelen of procesbelang aanwezig blijft in verband met de beoordeling van een verzoek om schadevergoeding, heeft de rechtbank eiseres na afloop van de zitting in de gelegenheid gesteld om te onderbouwen dat zij schade heeft geleden als gevolg van het bestreden besluit. Eiseres heeft gesteld dat zij door de ontoereikende huishoudelijke ondersteuning structureel boven haar belastbaarheid heeft moeten functioneren, waardoor haar klachten zijn toegenomen. In dat verband heeft zij ook medische informatie overgelegd.



4.5.
Uit deze informatie blijkt dat eiseres verminderd belastbaar is en zoekt naar een balans hierin. Uit deze informatie blijkt echter niet dat haar gezondheid objectief gezien verslechterd is als gevolg van het bestreden besluit waarmee aan eiseres 2,5 uur huishoudelijke ondersteuning is toegekend of dat zij daardoor immateriële schade heeft geleden. Ook is niet gesteld of gebleken dat eiseres in de periode in geding zelf extra ondersteuning heeft ingekocht. Gelet hierop is niet voldaan aan het vereiste dat de stelling dat schade is geleden als gevolg van het bestreden besluit niet op voorhand onaannemelijk is.






Conclusie en gevolgen


5. De rechtbank komt tot de conclusie dat het procesbelang bij een inhoudelijke beoordeling van het bestreden besluit ontbreekt. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt de zaak dus niet inhoudelijk. Eiseres krijgt het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.




Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.



Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.H. van der Linden, rechter, in aanwezigheid van J. Boer-IJzelenberg, griffier, op 3 september 2026 en openbaar gemaakt middels geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.














griffier


rechter








Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:





Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.


Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.




Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 6 november 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:2190.


Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de CRvB van 16 juli 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1113.