Rechtbank Zeeland-West-Brabant
ECLI:NL:RBZWB:2026:8459
2026-09-04
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
23/9499 WIA
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Weigering WIA. De rechtbank volgt de door haar ingeschakelde deskundige. Juist indexcijfer gehanteerd voor indexering van het maatmaninkomen.
Citeert (3)
- ECLI:NL:CRVB:2026:490 Centrale Raad van Beroep 23-04-2026
- ECLI:NL:CRVB:2024:1102 Centrale Raad van Beroep 05-06-2024
- ECLI:NL:CRVB:2020:1738 Centrale Raad van Beroep 05-08-2020
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (19.229 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats: Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 23/9499 WIA
uitspraak van 4 september 2026 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], te [plaats], eiseres,
gemachtigde: [gemachtigde 1],
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV; kantoor Eindhoven), verweerder,
gemachtigde: [gemachtigde 2].
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de weigering een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) toe te kennen.
1.1
Het UWV heeft met het besluit van 19 januari 2023 (primair besluit) geweigerd per 9 februari 2023 aan eiseres een WIA-uitkering toe te kennen.
Met het bestreden besluit van 24 juli 2023 is het bezwaar van eiseres tegen dit besluit ongegrond verklaard.
1.2
Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.3
De rechtbank heeft het beroep op 1 mei 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het UWV. Op zitting is het onderzoek gesloten.
1.4
Op 14 mei 2025 heeft de rechtbank het onderzoek heropent om een deskundige te raadplegen.
1.5
De deskundige heeft op 24 november 2025 gerapporteerd.
Partijen hebben op deze rapportage en elkaar gereageerd.
1.6
Op 21 augustus 2026 heeft de rechtbank het onderzoek gesloten nadat partijen is gevraagd of een nadere zitting gewenst is. Het UWV heeft laten weten dat voor het achterwege laten van een nadere zitting toestemming wordt verleend. Eiseres heeft niet gereageerd.
Beoordeling door de rechtbank
2. Aan het bestreden besluit heeft het UWV ten grondslag gelegd dat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt is. De rechtbank zal beoordelen of dit juist is.
Zij doet dit aan de hand van de argumenten die eiseres heeft aangevoerd, de beroepsgronden.
Bij deze beoordeling is van belang of eiseres medische beperkingen heeft en of zij daardoor geheel of gedeeltelijk niet meer in staat is met arbeid inkomsten te verwerven.
De rechtbank is van oordeel dat het UWV terecht de WIA-uitkering heeft geweigerd per
9 februari 2023.
Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Wettelijk kader
3. De voor de beoordeling van het beroep belangrijke wet- en regelgeving zijn te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
Totstandkoming van het bestreden besluit
4. Eiseres is via Randstad werkzaam geweest bij [werkgever 1] als productiemedewerker. Voor dat werk is zij op 16 juni 2014 uitgevallen met rugklachten. Met het besluit van
8 november 2016 heeft het UWV aan eiseres met ingang van 1 december 2016 een WIA-uitkering geweigerd. Aan dit besluit ligt onder meer de rapportage van een UWV-arts van 12 oktober 2016 ten grondslag en de door hem vastgestelde Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van dezelfde datum.
Eiseres is daarna bij [werkgever 2] werkzaam geweest als productiemedewerker/assistent ploegleider. Voor dat werk is zij op 16 januari 2021 uitgevallen als gevolg van een bedrijfsongeval.
4.1
Met het primaire besluit heeft het UWV geweigerd aan eiseres met ingang van 9 februari 2023 een WIA-uitkering toe te kennen, omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is.
Eiseres heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt.
4.2
Met het bestreden besluit heeft het UWV dit bezwaar ongegrond verklaard.
Rapportages van de verzekeringsartsen
5. Het bestreden besluit, voor zover dit ziet op de medische beoordeling, is gebaseerd op rapporten van een arts, getoetst en akkoord bevonden door een verzekeringsarts, en een verzekeringsarts bezwaar en beroep (verzekeringsarts b&b) van het UWV.
5.1
De UWV-arts heeft eiseres niet gezien, maar – met toestemming van eiseres – volstaan met dossieronderzoek. De arts rapporteert dat eiseres is uitgevallen met cognitieve klachten als gevolg van een bedrijfsongeval. Ondanks intensieve behandeling blijft eiseres cognitieve klachten houden. Uit de medische stukken blijkt dat de restverschijnselen en de stagnatie in herstel zijn geobjectiveerd door de behandelaar en op basis daarvan werd de diagnose posttraumatische restklachten op het somatische en cognitieve domein gesteld. De huidige klachten van eiseres zijn met name prikkelverwerking, slecht geheugen, concentratie, dagelijks hoofdpijn en klachten van de onderrug links en nek. De beperkingen en de belastbaarheid van eiseres heeft de arts neergelegd in de FML van 24 december 2022.
5.2
De verzekeringsarts b&b heeft eiseres gezien, haar lichamelijk en psychisch onderzocht en dossieronderzoek verricht. Daarnaast heeft de verzekeringsarts b&b informatie van [psychologenpraktijk] van 13 april 2023 in zijn onderzoek betrokken. De verzekeringsarts b&b rapporteert dat er geen sprake is van het volledig ontbreken van arbeidsmogelijkheden. Eiseres voldoet niet aan de criteria om geen benutbare mogelijkheden aan te nemen. Volgens de verzekeringsarts b&b is bij het opstellen van de beperkingen, gelet op de diagnose van de psycholoog, voldoende rekening gehouden met de klachten van eiseres. Gezien de mate en ernst van de medische aandoening van eiseres zijn de beperkingen passend, afdoende en adequaat. De bevindingen bij lichamelijk onderzoek geven ook geen aanleiding of onderbouwing voor zwaardere beperkingen. Voorts is er geen medische noodzaak om een urenbeperking aan te nemen. Er is geen sprake van een aandoening die leidt tot een verminderd basaal energetisch vermogen, van een indicatie tot preventie omdat werken zou leiden tot schade aan de gezondheid noch van een verminderde beschikbaarheid voor arbeid door tijd opslokkende therapie.
Rapportage van de arbeidsdeskundige b&b
6. Een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep (arbeidsdeskundige b&b) heeft, rekening houdend met de vastgestelde FML, de volgende functies ten grondslag gelegd aan de berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid: wikkelaar (SBC-code 267053), assemblagemedewerker elektrotechnische producten (assembly worker A, SBC-code 267041) en textielproductenmaker (modinette vitrage, SBC-code 111160). Als reservefunctie heeft de arbeidsdeskundige b&b de functie administratief medewerker (medewerker post/scanoperator, SBC-code 315133) geselecteerd.
6.1
Met betrekking tot de indexering van het maatmaninkomen heeft de arbeidsdeskundige b&b gesteld dat het primaire arbeidskundig onderzoek in januari 2023 is geweest. Daarom is het laatst gepubliceerde CBS-loonindexcijfer van december 2022 gehanteerd.
Beroepsgronden
7. Eiseres heeft aangevoerd dat zij meer beperkt is dan door de verzekeringsartsen aangenomen en dat de geduide functies niet geschikt zijn voor haar.
7.1
Als gevolg van een bedrijfsongeval heeft eiseres chronische pijnklachten in haar hele wervelkolom, hoofdpijnklachten, kan zij weinig prikkels verdragen en heeft problemen ten aanzien van concentratie, geheugen en aandacht. Op datum in geding was er naast aanhoudende pijn-, cognitieve en vermoeidheidsklachten ook sprake van PTSS-klachten, een somatische-symptoomstoornis, symptomen van NAH en mogelijk een vroeg-kinderlijk trauma. Na herevaluatie heeft de neuroloog postwhiplash en postcommotionele klachten gesteld. Verder heeft de ergotherapeut verschillende klachten en beperkingen benoemd.
7.2
Er hadden door de verzekeringsartsen in verband met deze klachten en het medicijngebruik van eiseres (verdergaande) beperkingen op diverse beoordelingspunten in de FML gesteld moeten worden. Vanwege haar energetische beperkingen had daarnaast een urenbeperking moeten worden aangenomen.
7.3
Eiseres verwijst ter onderbouwing van haar standpunt onder meer naar informatie van SRN Revalidatie van 19 september 2022. Verder heeft zij in beroep medische informatie van psycholoog [persoon] van 27 oktober 2023, van huisarts [huisarts] van
19 oktober 2023 en van ergotherapeut [ergotherapeut] van 24 oktober 2023 overgelegd.
7.4
Met betrekking tot de geduide functies heeft eiseres aangevoerd dat de functie wikkelaar niet geschikt is vanwege het geluid, de fysieke belasting door onder meer tillen en omdat zij niet in staat is ’s avonds te werken. De functie assemblagemedewerker is niet geschikt vanwege het hoge handelingstempo, het geluid en in verband met reiken, buigen, tillen en staan. De functie textielproductenmaker is evenmin geschikt vanwege de auditieve prikkels. Daarnaast is de functie administratief medewerker ongeschikt vanwege de cognitieve belasting.
7.5
Tot slot heeft eiseres gesteld dat haar maatmaninkomen onjuist is geïndexeerd. Volgens eiseres had het CBS-loonindexcijfer van januari 2023 gehanteerd moeten worden en niet dat van december 2022.
Rapportage van de deskundige
8. In de beroepsgronden en het verhandelde op zitting heeft de rechtbank aanleiding gezien om een deskundige te raadplegen.
8.1
De deskundige (verzekeringsarts [verzekeringsarts]) heeft op 24 november 2025 gerapporteerd dat zij kan instemmen met de FML van 24 december 2022 met uitzondering van de beperkingen op staan en staan tijdens het werk. Beperkingen op die items zijn in 2016 aangenomen en volgens de deskundige ten onrechte vervallen. Verder stelt de deskundige dat er rekening houdend met de standaard Duurbelastbaarheid in arbeid geen indicatie is voor een urenbeperking.
8.2
Tot slot concludeert de deskundige dat de geduide functie assemblagemedewerker elektrotechnische producten niet geschikt is voor eiseres omdat de belastbaarheid op staan tijdens werk fors wordt overschreden. De functies wikkelaar en productiemedewerker zijn, ook met een beperking op staan en staan tijdens het werk, onveranderd geschikt.
Oordeel van de rechtbank
9. Als uitgangspunt geldt dat de bestuursrechter het oordeel van een onafhankelijke, door haar ingeschakelde deskundige volgt als de motivering van deze deskundige haar overtuigend voorkomt. Deze situatie doet zich voor. Het deskundigenrapport geeft blijk van een zorgvuldig onderzoek en is inzichtelijk en consistent. De deskundige heeft haar bevindingen en conclusies gebaseerd op eigen onderzoek van eiseres en heeft kennis genomen van de beschikbare stukken. In wat eiseres naar voren heeft gebracht is onvoldoende aanleiding te vinden om de deskundige niet te volgen.
9.1
De verzekeringsarts b&b heeft in overeenstemming met het advies van de deskundige de FML op 16 januari 2026 aangepast.
Zijn de geduide functies geschikt?
10. Met inachtneming van de FML van 16 januari 2026 heeft de arbeidsdeskundige b&b de eerder geduide functies wikkelaar (SBC-code 267053), assemblagemedewerker elektrotechnische producten (assembly worker A, SBC-code 267041), textielproductenmaker (modinette vitrage, SBC-code 111160) en de reservefunctie administratief medewerker (medewerker post/scanoperator, SBC-code 315133) beoordeeld op geschiktheid. De arbeidsdeskundige b&b heeft de functie assembly worker A laten vervallen. Daarvoor in de plaats is de functie monteur 3 binnen dezelfde SBC-code (267041) geduid. De functies wikkelaar en modinette vitrage heeft de arbeidsdeskundige b&b onveranderd geschikt geacht. Binnen de SBC-code 315133 heeft de arbeidsdeskundige b&b de functie scanoperator laten vervallen en de functie medewerker scanstraat geduid.
De arbeidsdeskundige b&b heeft de berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid gebaseerd op de functies: wikkelaar (SBC-code 267053), administratief medewerker (SBC-code 315133) en assemblagemedewerker elektrotechnische producten (SBC-code 267041). De arbeidsdeskundige b&b stelt de mate van arbeidsongeschiktheid op basis van die functies vast op 28,57%.
11. Eiseres heeft aangevoerd dat de functie medewerker scanstraat niet geschikt is vanwege de tilbelasting in deze functie. Er is niet gebleken dat in deze functie gebruik kan worden gemaakt van een tilhulp.
Daarnaast handhaaft eiseres het standpunt dat het maatmaninkomen onjuist is geïndexeerd.
12. De arbeidsdeskundige b&b heeft in reactie hierop gesteld dat het tillen van 20 kilogram in de functie medewerker scanstraat de belastbaarheid van eiseres overschrijdt, maar dat daarvoor een tilhulp kan worden ingezet. De inzet hiervan kan in redelijkheid van de werkgever worden gevergd en is in de betreffende werkomgeving te plaatsen. De arbeidsdeskundig analist heeft aangegeven dat zowel in de ontvangsthal als in de snij/ sorteerkamer ruimte is voor een tilhulp.
De rechtbank vindt deze reactie afdoende.
Verder is voor indexering van het maatmaninkomen terecht het indexcijfer over december 2022 gehanteerd, gelet op artikel 8 van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten en het gegeven dat het onderzoek van de primaire arbeidsdeskundige op 19 januari 2023 plaatsvond.
Is de mate van arbeidsongeschiktheid juist vastgesteld?
13. Op basis van de inkomsten die eiseres met de geduide functies zou kunnen verdienen, heeft het UWV een berekening gemaakt die leidt tot de conclusie dat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt is.
Omdat pas recht bestaat op een WIA-uitkering bij een mate van arbeidsongeschiktheid van 35% of meer, heeft het UWV de WIA-uitkering terecht geweigerd per 9 februari 2023.
Conclusie en gevolgen
14. Het beroep is gegrond omdat het UWV pas in beroep de belastbaarheid van eiseres en haar medische geschiktheid voor de functies juist heeft vastgesteld. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit wegens een motiveringsgebrek. De rechtbank laat met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder a, van de Algemene wet bestuursrecht de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand. Een aantal functies zijn immers wel terecht aan de schatting ten grondslag zijn gelegd en het bestreden besluit kan ook voor het overige de rechterlijke toetsing doorstaan. Dit betekent dat er inhoudelijk niets verandert.
14.1
Omdat het beroep gegrond is moet het UWV het griffierecht aan eiseres vergoeden en krijgt eiseres een vergoeding voor haar proceskosten. Het UWV moet de proceskostenvergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend.
Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt eiseres een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft een beroepschrift ingediend (1 punt), aan de zitting van de rechtbank deelgenomen (1 punt) en schriftelijk gereageerd op het deskundigen-rapport (0,5 punt). In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 934,-. Er is niet verzocht om een bijkomende (proces)kostenvergoeding. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 2.335,-.
Beslissing
De rechtbank:
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt het bestreden besluit;
bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand blijven;
bepaalt dat het UWV het griffierecht van € 50,- bedrag aan eiseres moet vergoeden;
veroordeelt het UWV tot betaling van € 2.335,- bedrag aan proceskosten aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M.L.E. Ides Peeters, rechter, in aanwezigheid van
mr. H.D. Sebel, griffier, op 4 september 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Bijlage: Wettelijk kader
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA)
In artikel 4, eerste lid, van de Wet WIA is bepaald dat volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is degene die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam slechts in staat is om met arbeid ten hoogste 20% te verdienen van het maatmaninkomen per uur.
Volgens artikel 5 van de Wet WIA is gedeeltelijk arbeidsgeschikt degene die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling slechts in staat is met arbeid ten hoogste 65% te verdienen van het maatmaninkomen per uur, maar die niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is.
Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten
Artikel 8
1. Bij de vaststelling van het maatmaninkomen, bedoeld in artikel 6, eerste en derde lid, artikel 19aa, vijfde lid, van de ZW en artikel 1 van de Wet WIA, worden het inkomen, de inkomsten uit arbeid en de verdiensten, bedoeld artikel 7, eerste lid, die bij toepassing van artikel 7a in aanmerking worden genomen, vanaf het begin van het eerste in aanmerking genomen aangiftetijdvak aangepast aan de eerst-gepubliceerde cijfers van de index van de CAO-lonen per uur inclusief bijzondere beloningen, zoals die uiterlijk ten tijde van het arbeidsdeskundig onderzoek, bedoeld in artikel 5, door het Centraal Bureau voor de Statistiek wordt gepubliceerd.
De rechtbank verwijst in dit verband naar uitspraken van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 23 april 2026 (ECLI:NL:CRVB:2026:490) en 5 juni 2024 (ECLI:NL:CRVB:2024:1102).
Zie de uitspraak van de CRvB van 5 augustus 2020 (ECLI:NL:CRVB:2020:1738).
Zittingsplaats: Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 23/9499 WIA
uitspraak van 4 september 2026 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], te [plaats], eiseres,
gemachtigde: [gemachtigde 1],
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV; kantoor Eindhoven), verweerder,
gemachtigde: [gemachtigde 2].
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de weigering een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) toe te kennen.
1.1
Het UWV heeft met het besluit van 19 januari 2023 (primair besluit) geweigerd per 9 februari 2023 aan eiseres een WIA-uitkering toe te kennen.
Met het bestreden besluit van 24 juli 2023 is het bezwaar van eiseres tegen dit besluit ongegrond verklaard.
1.2
Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.3
De rechtbank heeft het beroep op 1 mei 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het UWV. Op zitting is het onderzoek gesloten.
1.4
Op 14 mei 2025 heeft de rechtbank het onderzoek heropent om een deskundige te raadplegen.
1.5
De deskundige heeft op 24 november 2025 gerapporteerd.
Partijen hebben op deze rapportage en elkaar gereageerd.
1.6
Op 21 augustus 2026 heeft de rechtbank het onderzoek gesloten nadat partijen is gevraagd of een nadere zitting gewenst is. Het UWV heeft laten weten dat voor het achterwege laten van een nadere zitting toestemming wordt verleend. Eiseres heeft niet gereageerd.
Beoordeling door de rechtbank
2. Aan het bestreden besluit heeft het UWV ten grondslag gelegd dat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt is. De rechtbank zal beoordelen of dit juist is.
Zij doet dit aan de hand van de argumenten die eiseres heeft aangevoerd, de beroepsgronden.
Bij deze beoordeling is van belang of eiseres medische beperkingen heeft en of zij daardoor geheel of gedeeltelijk niet meer in staat is met arbeid inkomsten te verwerven.
De rechtbank is van oordeel dat het UWV terecht de WIA-uitkering heeft geweigerd per
9 februari 2023.
Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Wettelijk kader
3. De voor de beoordeling van het beroep belangrijke wet- en regelgeving zijn te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
Totstandkoming van het bestreden besluit
4. Eiseres is via Randstad werkzaam geweest bij [werkgever 1] als productiemedewerker. Voor dat werk is zij op 16 juni 2014 uitgevallen met rugklachten. Met het besluit van
8 november 2016 heeft het UWV aan eiseres met ingang van 1 december 2016 een WIA-uitkering geweigerd. Aan dit besluit ligt onder meer de rapportage van een UWV-arts van 12 oktober 2016 ten grondslag en de door hem vastgestelde Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van dezelfde datum.
Eiseres is daarna bij [werkgever 2] werkzaam geweest als productiemedewerker/assistent ploegleider. Voor dat werk is zij op 16 januari 2021 uitgevallen als gevolg van een bedrijfsongeval.
4.1
Met het primaire besluit heeft het UWV geweigerd aan eiseres met ingang van 9 februari 2023 een WIA-uitkering toe te kennen, omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is.
Eiseres heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt.
4.2
Met het bestreden besluit heeft het UWV dit bezwaar ongegrond verklaard.
Rapportages van de verzekeringsartsen
5. Het bestreden besluit, voor zover dit ziet op de medische beoordeling, is gebaseerd op rapporten van een arts, getoetst en akkoord bevonden door een verzekeringsarts, en een verzekeringsarts bezwaar en beroep (verzekeringsarts b&b) van het UWV.
5.1
De UWV-arts heeft eiseres niet gezien, maar – met toestemming van eiseres – volstaan met dossieronderzoek. De arts rapporteert dat eiseres is uitgevallen met cognitieve klachten als gevolg van een bedrijfsongeval. Ondanks intensieve behandeling blijft eiseres cognitieve klachten houden. Uit de medische stukken blijkt dat de restverschijnselen en de stagnatie in herstel zijn geobjectiveerd door de behandelaar en op basis daarvan werd de diagnose posttraumatische restklachten op het somatische en cognitieve domein gesteld. De huidige klachten van eiseres zijn met name prikkelverwerking, slecht geheugen, concentratie, dagelijks hoofdpijn en klachten van de onderrug links en nek. De beperkingen en de belastbaarheid van eiseres heeft de arts neergelegd in de FML van 24 december 2022.
5.2
De verzekeringsarts b&b heeft eiseres gezien, haar lichamelijk en psychisch onderzocht en dossieronderzoek verricht. Daarnaast heeft de verzekeringsarts b&b informatie van [psychologenpraktijk] van 13 april 2023 in zijn onderzoek betrokken. De verzekeringsarts b&b rapporteert dat er geen sprake is van het volledig ontbreken van arbeidsmogelijkheden. Eiseres voldoet niet aan de criteria om geen benutbare mogelijkheden aan te nemen. Volgens de verzekeringsarts b&b is bij het opstellen van de beperkingen, gelet op de diagnose van de psycholoog, voldoende rekening gehouden met de klachten van eiseres. Gezien de mate en ernst van de medische aandoening van eiseres zijn de beperkingen passend, afdoende en adequaat. De bevindingen bij lichamelijk onderzoek geven ook geen aanleiding of onderbouwing voor zwaardere beperkingen. Voorts is er geen medische noodzaak om een urenbeperking aan te nemen. Er is geen sprake van een aandoening die leidt tot een verminderd basaal energetisch vermogen, van een indicatie tot preventie omdat werken zou leiden tot schade aan de gezondheid noch van een verminderde beschikbaarheid voor arbeid door tijd opslokkende therapie.
Rapportage van de arbeidsdeskundige b&b
6. Een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep (arbeidsdeskundige b&b) heeft, rekening houdend met de vastgestelde FML, de volgende functies ten grondslag gelegd aan de berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid: wikkelaar (SBC-code 267053), assemblagemedewerker elektrotechnische producten (assembly worker A, SBC-code 267041) en textielproductenmaker (modinette vitrage, SBC-code 111160). Als reservefunctie heeft de arbeidsdeskundige b&b de functie administratief medewerker (medewerker post/scanoperator, SBC-code 315133) geselecteerd.
6.1
Met betrekking tot de indexering van het maatmaninkomen heeft de arbeidsdeskundige b&b gesteld dat het primaire arbeidskundig onderzoek in januari 2023 is geweest. Daarom is het laatst gepubliceerde CBS-loonindexcijfer van december 2022 gehanteerd.
Beroepsgronden
7. Eiseres heeft aangevoerd dat zij meer beperkt is dan door de verzekeringsartsen aangenomen en dat de geduide functies niet geschikt zijn voor haar.
7.1
Als gevolg van een bedrijfsongeval heeft eiseres chronische pijnklachten in haar hele wervelkolom, hoofdpijnklachten, kan zij weinig prikkels verdragen en heeft problemen ten aanzien van concentratie, geheugen en aandacht. Op datum in geding was er naast aanhoudende pijn-, cognitieve en vermoeidheidsklachten ook sprake van PTSS-klachten, een somatische-symptoomstoornis, symptomen van NAH en mogelijk een vroeg-kinderlijk trauma. Na herevaluatie heeft de neuroloog postwhiplash en postcommotionele klachten gesteld. Verder heeft de ergotherapeut verschillende klachten en beperkingen benoemd.
7.2
Er hadden door de verzekeringsartsen in verband met deze klachten en het medicijngebruik van eiseres (verdergaande) beperkingen op diverse beoordelingspunten in de FML gesteld moeten worden. Vanwege haar energetische beperkingen had daarnaast een urenbeperking moeten worden aangenomen.
7.3
Eiseres verwijst ter onderbouwing van haar standpunt onder meer naar informatie van SRN Revalidatie van 19 september 2022. Verder heeft zij in beroep medische informatie van psycholoog [persoon] van 27 oktober 2023, van huisarts [huisarts] van
19 oktober 2023 en van ergotherapeut [ergotherapeut] van 24 oktober 2023 overgelegd.
7.4
Met betrekking tot de geduide functies heeft eiseres aangevoerd dat de functie wikkelaar niet geschikt is vanwege het geluid, de fysieke belasting door onder meer tillen en omdat zij niet in staat is ’s avonds te werken. De functie assemblagemedewerker is niet geschikt vanwege het hoge handelingstempo, het geluid en in verband met reiken, buigen, tillen en staan. De functie textielproductenmaker is evenmin geschikt vanwege de auditieve prikkels. Daarnaast is de functie administratief medewerker ongeschikt vanwege de cognitieve belasting.
7.5
Tot slot heeft eiseres gesteld dat haar maatmaninkomen onjuist is geïndexeerd. Volgens eiseres had het CBS-loonindexcijfer van januari 2023 gehanteerd moeten worden en niet dat van december 2022.
Rapportage van de deskundige
8. In de beroepsgronden en het verhandelde op zitting heeft de rechtbank aanleiding gezien om een deskundige te raadplegen.
8.1
De deskundige (verzekeringsarts [verzekeringsarts]) heeft op 24 november 2025 gerapporteerd dat zij kan instemmen met de FML van 24 december 2022 met uitzondering van de beperkingen op staan en staan tijdens het werk. Beperkingen op die items zijn in 2016 aangenomen en volgens de deskundige ten onrechte vervallen. Verder stelt de deskundige dat er rekening houdend met de standaard Duurbelastbaarheid in arbeid geen indicatie is voor een urenbeperking.
8.2
Tot slot concludeert de deskundige dat de geduide functie assemblagemedewerker elektrotechnische producten niet geschikt is voor eiseres omdat de belastbaarheid op staan tijdens werk fors wordt overschreden. De functies wikkelaar en productiemedewerker zijn, ook met een beperking op staan en staan tijdens het werk, onveranderd geschikt.
Oordeel van de rechtbank
9. Als uitgangspunt geldt dat de bestuursrechter het oordeel van een onafhankelijke, door haar ingeschakelde deskundige volgt als de motivering van deze deskundige haar overtuigend voorkomt. Deze situatie doet zich voor. Het deskundigenrapport geeft blijk van een zorgvuldig onderzoek en is inzichtelijk en consistent. De deskundige heeft haar bevindingen en conclusies gebaseerd op eigen onderzoek van eiseres en heeft kennis genomen van de beschikbare stukken. In wat eiseres naar voren heeft gebracht is onvoldoende aanleiding te vinden om de deskundige niet te volgen.
9.1
De verzekeringsarts b&b heeft in overeenstemming met het advies van de deskundige de FML op 16 januari 2026 aangepast.
Zijn de geduide functies geschikt?
10. Met inachtneming van de FML van 16 januari 2026 heeft de arbeidsdeskundige b&b de eerder geduide functies wikkelaar (SBC-code 267053), assemblagemedewerker elektrotechnische producten (assembly worker A, SBC-code 267041), textielproductenmaker (modinette vitrage, SBC-code 111160) en de reservefunctie administratief medewerker (medewerker post/scanoperator, SBC-code 315133) beoordeeld op geschiktheid. De arbeidsdeskundige b&b heeft de functie assembly worker A laten vervallen. Daarvoor in de plaats is de functie monteur 3 binnen dezelfde SBC-code (267041) geduid. De functies wikkelaar en modinette vitrage heeft de arbeidsdeskundige b&b onveranderd geschikt geacht. Binnen de SBC-code 315133 heeft de arbeidsdeskundige b&b de functie scanoperator laten vervallen en de functie medewerker scanstraat geduid.
De arbeidsdeskundige b&b heeft de berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid gebaseerd op de functies: wikkelaar (SBC-code 267053), administratief medewerker (SBC-code 315133) en assemblagemedewerker elektrotechnische producten (SBC-code 267041). De arbeidsdeskundige b&b stelt de mate van arbeidsongeschiktheid op basis van die functies vast op 28,57%.
11. Eiseres heeft aangevoerd dat de functie medewerker scanstraat niet geschikt is vanwege de tilbelasting in deze functie. Er is niet gebleken dat in deze functie gebruik kan worden gemaakt van een tilhulp.
Daarnaast handhaaft eiseres het standpunt dat het maatmaninkomen onjuist is geïndexeerd.
12. De arbeidsdeskundige b&b heeft in reactie hierop gesteld dat het tillen van 20 kilogram in de functie medewerker scanstraat de belastbaarheid van eiseres overschrijdt, maar dat daarvoor een tilhulp kan worden ingezet. De inzet hiervan kan in redelijkheid van de werkgever worden gevergd en is in de betreffende werkomgeving te plaatsen. De arbeidsdeskundig analist heeft aangegeven dat zowel in de ontvangsthal als in de snij/ sorteerkamer ruimte is voor een tilhulp.
De rechtbank vindt deze reactie afdoende.
Verder is voor indexering van het maatmaninkomen terecht het indexcijfer over december 2022 gehanteerd, gelet op artikel 8 van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten en het gegeven dat het onderzoek van de primaire arbeidsdeskundige op 19 januari 2023 plaatsvond.
Is de mate van arbeidsongeschiktheid juist vastgesteld?
13. Op basis van de inkomsten die eiseres met de geduide functies zou kunnen verdienen, heeft het UWV een berekening gemaakt die leidt tot de conclusie dat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt is.
Omdat pas recht bestaat op een WIA-uitkering bij een mate van arbeidsongeschiktheid van 35% of meer, heeft het UWV de WIA-uitkering terecht geweigerd per 9 februari 2023.
Conclusie en gevolgen
14. Het beroep is gegrond omdat het UWV pas in beroep de belastbaarheid van eiseres en haar medische geschiktheid voor de functies juist heeft vastgesteld. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit wegens een motiveringsgebrek. De rechtbank laat met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder a, van de Algemene wet bestuursrecht de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand. Een aantal functies zijn immers wel terecht aan de schatting ten grondslag zijn gelegd en het bestreden besluit kan ook voor het overige de rechterlijke toetsing doorstaan. Dit betekent dat er inhoudelijk niets verandert.
14.1
Omdat het beroep gegrond is moet het UWV het griffierecht aan eiseres vergoeden en krijgt eiseres een vergoeding voor haar proceskosten. Het UWV moet de proceskostenvergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend.
Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt eiseres een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft een beroepschrift ingediend (1 punt), aan de zitting van de rechtbank deelgenomen (1 punt) en schriftelijk gereageerd op het deskundigen-rapport (0,5 punt). In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 934,-. Er is niet verzocht om een bijkomende (proces)kostenvergoeding. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 2.335,-.
Beslissing
De rechtbank:
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt het bestreden besluit;
bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand blijven;
bepaalt dat het UWV het griffierecht van € 50,- bedrag aan eiseres moet vergoeden;
veroordeelt het UWV tot betaling van € 2.335,- bedrag aan proceskosten aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M.L.E. Ides Peeters, rechter, in aanwezigheid van
mr. H.D. Sebel, griffier, op 4 september 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Bijlage: Wettelijk kader
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA)
In artikel 4, eerste lid, van de Wet WIA is bepaald dat volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is degene die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam slechts in staat is om met arbeid ten hoogste 20% te verdienen van het maatmaninkomen per uur.
Volgens artikel 5 van de Wet WIA is gedeeltelijk arbeidsgeschikt degene die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling slechts in staat is met arbeid ten hoogste 65% te verdienen van het maatmaninkomen per uur, maar die niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is.
Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten
Artikel 8
1. Bij de vaststelling van het maatmaninkomen, bedoeld in artikel 6, eerste en derde lid, artikel 19aa, vijfde lid, van de ZW en artikel 1 van de Wet WIA, worden het inkomen, de inkomsten uit arbeid en de verdiensten, bedoeld artikel 7, eerste lid, die bij toepassing van artikel 7a in aanmerking worden genomen, vanaf het begin van het eerste in aanmerking genomen aangiftetijdvak aangepast aan de eerst-gepubliceerde cijfers van de index van de CAO-lonen per uur inclusief bijzondere beloningen, zoals die uiterlijk ten tijde van het arbeidsdeskundig onderzoek, bedoeld in artikel 5, door het Centraal Bureau voor de Statistiek wordt gepubliceerd.
De rechtbank verwijst in dit verband naar uitspraken van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 23 april 2026 (ECLI:NL:CRVB:2026:490) en 5 juni 2024 (ECLI:NL:CRVB:2024:1102).
Zie de uitspraak van de CRvB van 5 augustus 2020 (ECLI:NL:CRVB:2020:1738).