Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2026:8189

2026-08-26 Civiel recht; Verbintenissenrecht 12294497 RR 26-27
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2026-08-26
Publicatiedatum
2026-08-26
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zaaknummer
12294497 RR 26-27
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Consumentenkoop; verstek; overeenkomst op afstand; ontbinding.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (10.983 tekens)
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT



Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Breda



Zaaknummer: 12294497 RR 26-27




Vonnis van 26 augustus 2026 in de experimentele procedure bij de regelrechter




in de zaak van





[eiser]
,
te [plaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
procederend in persoon,



tegen





[gedaagde] h.o.d.n. [handelsnaam],
te [plaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.






1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het op 29 juni 2026 ontvangen aanvraagformulier met bijlagen 1 tot en met 3;
- de oproepingsbrieven van 8 juli en 13 juli 2026;
- de mondelinge behandeling van 14 augustus 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.



1.2.

[gedaagde] is niet in de procedure verschenen. Tegen hem is daarom verstek verleend (artikel 14 lid 1 van het Besluit van 20 januari 2025, houdende tijdelijke regels ten behoeve van een experiment met een procedure bij de regelrechter (Tijdelijk besluit experiment regelrechter)).



1.3.
Aan het slot van de mondelinge behandeling is bepaald dat vandaag vonnis wordt gewezen.





2De feiten


2.1.

[eiser] heeft op 3 mei en 21 mei 2026 voor een bedrag van in totaal € 111,25 kleding besteld bij [gedaagde] via een TikTok livestream. [eiser] is daarna toegevoegd aan een groepschat op WhatsApp met [gedaagde] en meerdere kopers.



2.2.

[gedaagde] heeft in deze groepschat meegedeeld dat de pakketten van de kopers op 4 juni 2026 verzonden zouden worden en dat alle kopers de pakketten uiterlijk zaterdag, maandag of dinsdag konden verwachten. Ook zouden de kopers een track en trace nummer ontvangen.



2.3.
Op 11 juni 2026 heeft [eiser] per WhatsApp het volgende bericht aan [gedaagde] :


“Salam [gedaagde] , ik hoop dat het ondanks de moeilijke omstandigheden naar omstandigheden goed met je gaat. Ik heb helaas nog geen update van je ontvangen en ik vertrek morgen. Omdat er inmiddels meerdere keren problemen zijn geweest met mijn bestellingen, denk ik dat het voor ons beiden beter is als ik mijn geld terug ontvang en we het hierbij laten. Laat me alsjeblieft weten wanneer de terugbetaling geregeld kan worden. Ghair insha Allah. Alvast bedankt.”



en ook het volgende bericht:



“Wat is de track & trace? Volgens Postnl is er geen pakket naar mij onderweg. Of aangemeld via jullie. Als je mij even de track & trace deelt kijk ik mee.”.



Op dit bericht is geen reactie van [gedaagde] ontvangen.




2.4.
Op 12 juni 2026 heeft [eiser] per WhatsApp het volgende bericht aan [gedaagde] :


“Salam [gedaagde] ,

Ik vind dit een vervelende situatie voor ons beiden. Omdat er volgens PostNL geen pakket naar mij onderweg is en ik inmiddels al geruime tijd wacht op mijn bestelling zonder een oplossing, maak ik hierbij gebruik van mijn wettelijke recht om de bestelling te annuleren.


Ik verzoek je daarom het volledige aankoopbedrag terug te storten. Ik wens de bestelling niet langer te ontvangen.


Graag ontvang ik een bevestiging van de annulering en terugbetaling.”




2.5.

[eiser] heeft op 22 juni 2026 een ingebrekestelling aan [gedaagde] verzonden waarin zij een termijn van een week geeft om het aankoopbedrag terug te betalen.



2.6.

[gedaagde] heeft het pakket op 6 juli 2026 verzonden. [eiser] heeft het pakket niet opgehaald op het postkantoor, waarna het pakket na zeven dagen is teruggestuurd naar [gedaagde] .





3De beoordeling



Verstek




3.1.

[gedaagde] is niet verschenen in deze regelrechterzaak. Als de gedaagde in een regelrechterzaak niet rechtsgeldig in het geding verschijnt en de voorgeschreven termijnen en formaliteiten zoals genoemd in artikel 8 derde lid, artikel 9 en artikel 11, eerste lid van het Tijdelijk besluit experiment regelrechter in acht zijn genomen, wordt tegen hem verstek verleend.



3.2.
De regelrechter is van oordeel dat aan de voorgeschreven termijnen en formaliteiten is voldaan. De regelrechter zal daarom verstek verlenen tegen [gedaagde] . Daarbij merkt de regelrechter op dat de aangetekende uitnodigingen zowel naar het adres van [handelsnaam] als het adres van [eiser] zijn verzonden en dat deze retour zijn gekomen. [gedaagde] heeft vervolgens op 12 augustus 2026 via WhatsApp aan de rechtbank laten weten dat hij niet op de hoogte is van de zaak, zich in het buitenland bevindt en hij verzoekt om verplaatsing van de mondelinge behandeling. De regelrechter overweegt dat het tot de eigen verantwoordelijkheid van [gedaagde] behoort om zijn post (waaronder de oproeping) te bewaken. [gedaagde] heeft alsnog de mogelijkheid gekregen om het digitale dossier te raadplegen en zijn visie op de zaak te geven. Door hier geen gebruik van te maken, komen de gevolgen daarvan dan ook voor rekening en risico van [gedaagde] .



3.3.
De verstekverlening leidt ertoe dat de vorderingen ten aanzien van [gedaagde] zullen worden toegewezen, tenzij deze de regelrechter onrechtmatig of ongegrond voorkomen (artikel 139 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).




[eiser] krijgt gelijk





3.4.

[eiser] vraagt de kantonrechter om [gedaagde] te veroordelen tot het terugbetalen van het aankoopbedrag van € 111,25 met wettelijke rente en proceskosten. Gelet op hetgeen [eiser] op het aanvraagformulier met de bijgevoegde stukken en de toelichting op de mondelinge behandeling heeft aangevoerd komt de regelrechter de vordering niet onrechtmatig of ongegrond voor. De regelrechter overweegt hiertoe als volgt. Vooropgesteld wordt dat het gaat om een consumentenkoop. [gedaagde] handelt namelijk in het kader van zijn bedrijfsactiviteiten als verkoper en [eiser] is een consument.



3.5.
Op grond van artikel 6:230o lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) heeft een consument het recht een overeenkomst op afstand zonder opgave van reden te ontbinden tot een termijn van veertien dagen is verstreken nadat de consument de zaak heeft ontvangen. Op 12 juni 2026 heeft [eiser] gebruik gemaakt van dit recht en ondubbelzinnig meegedeeld aan [gedaagde] dat zij de koop wil ontbinden en dat zij terugbetaling van het aankoopbedrag eist. [eiser] had het pakket op dat moment nog niet ontvangen. Op grond van artikel 6:230r lid 1 BW rust op [gedaagde] de verplichting om het aankoopbedrag binnen veertien dagen terug te betalen, tenzij het pakket reeds is verzonden (artikel 6:230r lid 4 BW). Gelet op de hiervoor weergegeven WhatsApp-conversatie en het feit dat [gedaagde] heeft toegezegd een track en trace code aan [eiser] te verstrekken, maar dit vóór de ontbinding heeft nagelaten, heeft [eiser] voldoende aannemelijk gemaakt dat het pakket op 12 juni 2026 nog niet was verzonden. Dat betekent dat het aankoopbedrag uiterlijk 26 juni 2026 had moeten worden terugbetaald door [gedaagde] . Omdat [gedaagde] dit niet heeft gedaan is hij vanaf die datum in verzuim waardoor de gevorderde wettelijke rente met ingang van 26 juni 2026 wordt toegewezen.



Precontractuele informatieplichten





3.6.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst op afstand tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument aan de essentiële wettelijke (pre)contractuele informatieverplichtingen van de artikelen 6:230m lid 1 en 6:230v BW worden voldaan. Dat aan deze verplichtingen is voldaan, dient gemotiveerd te worden gesteld en onderbouwd. De regelrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. Dit volgt, onder meer, uit het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677).



3.7.
De koopovereenkomst is tot stand gekomen via een TikTok-livestream en een daaropvolgende groepschat op WhatsApp. Hoewel [gedaagde] tijdens de livestream heeft meegedeeld dat een herroepingsrecht van veertien dagen geldt, kan de regelrechter niet vaststellen dat volledig is voldaan aan de wettelijke precontractuele informatieverplichtingen. Een schriftelijke overeenkomst dan wel algemene voorwaarden ontbreken immers. Hieraan zal echter geen sanctie worden verbonden, omdat de overeenkomst inmiddels buitengerechtelijk is ontbonden en [gedaagde] gehouden is het volledige aankoopbedrag aan [eiser] terug te betalen.



3.8.

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op € 93,00 aan griffierecht.





4De beslissing


De kantonrechter als regelrechter:



4.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 111,25, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 26 juni 2026, tot de dag van volledige betaling,



4.2.
veroordeelt [gedaagde] de proceskosten van € 93,00 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.









Dit vonnis is gewezen door mr. Speekenbrink en in het openbaar uitgesproken op 26 augustus 2026.




Bent u het niet eens met dit vonnis? Dan kunt u in verzet gaan door een schriftelijke mededeling aan de griffier van deze rechtbank, die wordt gedaan per gewone post of langs elektronische weg. Dat doet u in beginsel binnen vier weken na de betekening van het vonnis of na een daad van u waaruit voortvloeit dat het vonnis of de aangevangen tenuitvoerlegging aan u bekend is. De termijn vangt ook aan op de dag waarop het vonnis ten uitvoer is gelegd. Er zijn uitzonderingen mogelijk op de termijn van verzet.