Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2026:8168

2026-04-14 Strafrecht 26-001992
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2026-04-14
Publicatiedatum
2026-08-25
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Raadkamer
Zaaknummer
26-001992
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Geheel toewijzen.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (6.295 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht


Zittingsplaats Breda



raadkamernummer : 26-001992
datum : 14 april 2026




beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek op grond van artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:






[verzoeker],

geboren op [geboortedag] 2000,
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. B.P.J.H. van de Luijtgaarden advocaat te Roosendaal, (Bovendonk 11A, 4707 ZH Roosendaal),



hierna te noemen: verzoeker.





1De procedure


De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:

 het op 19 januari 2026 bij de griffie ingediende verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv ten laste van de Staat voor een bedrag van:


€ 1.828,99, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand;


€ 420,00 als forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift dan wel € 825,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;




de kennisgeving van vroegtijdige beëindiging van de zaak per e-mailbericht van 23 december 2025;


de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie;


de overige stukken in het raadkamerdossier.




Op 14 april 2026 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. M. Nieuwenhuis en mr. B.P.J.H. van de Luijtgaarden als gemachtigd advocaat van verzoeker gehoord.



Verzoeker is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het verzoek verschenen.



Namens verzoeker is verzocht een vergoeding van bovengenoemde kosten toe te wijzen.
De advocaat heeft in aanvulling op het verzoek in raadkamer aangevoerd dat de zaak door de politie vroegtijdig is beëindigd, nadat de zaak is besproken met een gebiedssecretaris van het Openbaar Ministerie. De advocaat meent dat er in dat geval dus sprake is van een sepotbeslissing door het Openbaar Ministerie en dat de verzochte vergoeding van de kosten rechtsbijstand toewijsbaar is.



De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de behandeling van het verzoekschrift dient te worden aangehouden om het Openbaar Ministerie in de gelegenheid te stellen in de politiesystemen na te gaan wat de grond is geweest voor de vroegtijdige beëindiging van de onderliggende strafzaak. De officier van justitie meent dat dergelijk nader onderzoek van belang is om te kunnen bepalen of een vergoeding van de kosten rechtsbijstand billijk is.





2De beoordeling


De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.



De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen omdat de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank zou worden vervolgd.



Op grond van artikel 530 Sv kan een vergoeding voor de kosten van een raadsman worden toegekend, tenzij de raadsman was toegevoegd.



Artikel 534 lid 1 Sv bepaalt dat de toekenning van een schadevergoeding steeds plaatsheeft, als en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter gronden van billijkheid aanwezig zijn. Bij deze beoordeling worden alle omstandigheden in aanmerking genomen.



Verzoeker heeft een bedrag ter hoogte van € 1.828,99 verzocht voor kosten van rechtsbijstand. De rechtbank stelt op basis van de haar beschikbare informatie vast dat er op enig moment een verdenking tegen verzoeker is ontstaan vanwege het rijden onder invloed en dat verzoeker op 27 januari 2025 hierover als verdachte is gehoord. Nadien is er kennelijk aanleiding geweest om de zaak voortijdig te beëindigen, maar is verzoeker pas op 23 december 2025 - na herhaaldelijke verzoeken van de advocaat bij het Openbaar Ministerie naar de stand van zaken - in kennis gesteld dat er geen verdere vervolging meer zal plaatsvinden. De rechtbank vindt het in de rede liggen dat verzoeker tussentijds juridisch advies heeft ingewonnen bij zijn advocaat en dat het verzoek ziet op de in verband daarmee gemaakte kosten van rechtsbijstand. Dat de gronden voor het vroegtijdige beëindigen van de strafzaak thans niet bekend zijn doet daar niet aan af. Overigens had het Openbaar Ministerie, wanneer zij nog informatie over de beëindiging van de zaak wenste op te vragen, dit ook op voorhand kunnen doen bijvoorbeeld toen zij op 10 februari 2026 haar schriftelijke standpunt heeft ingediend. De rechtbank acht dan ook gronden van billijkheid aanwezig om het verzochte bedrag aan kosten van rechtsbijstand, welke bedrag ook op voldoende wijze is onderbouwd, toe te kennen.



Voor de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer wordt het forfaitaire bedrag van € 825,00 toegekend.





3De beslissing


De rechtbank:



wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv toe tot een bedrag van

€ 2.653,99, bestaande uit:

- € 1.828,99 aan kosten van rechtsbijstand;
- € 825,00 de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;


bepaalt dat een bedrag van € 2.653,99 zal worden overgemaakt op rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van Stichting Beheer Derdengelden Van de Luijtgaarden Advocaten B.V., onder vermelding van “dossiernummer [nummer]”.




Deze beslissing is genomen door mr. P.E. van Althuis, rechter, in tegenwoordigheid van
mr. S.H.M.R. Chevalier-Verbunt, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 14 april 2026.








INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen de beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van de beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.