Rechtbank Zeeland-West-Brabant
ECLI:NL:RBZWB:2026:8155
2026-08-05
Civiel recht; Verbintenissenrecht
11953965 \ CV EXPL 25-5654 (E)
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Softwareovereenkomst. Wat is er afgesproken?
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:1981:AG4158 Hoge Raad 13-03-1981
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (29.493 tekens)
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 11953965 \ CV EXPL 25-5654
Vonnis van 5 augustus 2026
in de zaak van
1 [persoon] t.h.o.d.n. [bedrijf] ,
te [plaats 1] ,
hierna te noemen: [bedrijf] ,2. de vennootschap onder firma [v.o.f.],
te [plaats 2] ,
hierna te noemen: [v.o.f.] ,
eisende partijen in conventie,
verwerende partijen in voorwaardelijke reconventie,
gemachtigde: RNV Beheer,
tegen
RENTBUDDY-EU B.V.,
te Goirle,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in voorwaardelijke reconventie,
hierna te noemen: RentBuddy,
gemachtigde: mr. A.A.H.M. van der Wijst.
1De zaak in het kort
1.1.
[bedrijf] en [v.o.f.] verhuren attracties en andere artikelen in het kader van evenementen. Zij hebben beide voor hun onderneming gezocht naar een ICT-systeem dat hun verhuuractiviteiten kon ondersteunen. Zij zijn uitgekomen bij RentBuddy en hebben met RentBuddy een overeenkomst gesloten. Het RentBuddy-systeem werkte niet naar hun wens en er kon geen koppeling met hun website gemaakt worden op basis waarvan realtime de beschikbaarheid van producten aan klanten kon worden weergegeven. Dat was volgens [bedrijf] en [v.o.f.] wel afgesproken. Zij hebben vervolgens hun overeenkomst met RentBuddy ontbonden en vorderen in conventie de al betaalde bedragen en schade van RentBuddy. RentBuddy betwist dat er is afgesproken dat realtime beschikbaarheid via de koppeling met de websites zichtbaar moest zijn. Zij heeft die koppeling overigens wel voor hen gebouwd. Zij betwist ook dat [bedrijf] en [v.o.f.] rechtsgeldig hebben ontbonden en vordert betaling van de nog openstaande facturen.
1.2.
De kantonrechter oordeelt dat er wel is afgesproken dat realtime de beschikbaarheid moest kunnen worden weergegeven, maar dat RentBuddy binnen de door [bedrijf] en [v.o.f.] gestelde termijn dat ook in haar systeem heeft gebouwd. De vorderingen in conventie worden daarom afgewezen en de vorderingen in reconventie worden grotendeels (met uitzondering van de facturen over 2026) toegewezen. Hieronder legt de kantonrechter dit oordeel uit.
2De procedure
2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 22;- de conclusie van antwoord in conventie tevens voorwaardelijke eis in reconventie met producties 1 tot en met 19;- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
- de conclusie van antwoord in voorwaardelijke reconventie tevens akte overlegging producties 23 tot en met 28;
- productie GP18 in kleur van RentBuddy;
- de mondelinge behandeling van 29 april 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
- de akte wijziging eis in voorwaardelijke reconventie van RentBuddy;- de akte na comparitie van [bedrijf] en [v.o.f.] met producties 29 en 30;- de antwoordakte na comparitie van RentBuddy.
2.2.
De kantonrechter heeft op de mondelinge behandeling de zaak verwezen naar de rol voor akte aan de zijde van [bedrijf] en [v.o.f.] om een geluidsopname van een specifiek gesprek te overleggen op een USB-stick. Vervolgens is de zaak naar de rol verwezen voor antwoordakte van RentBuddy. De kantonrechter heeft RentBuddy niet toegestaan om nieuwe bewijsstukken te overleggen. De producties die RentBuddy bij antwoordakte heeft overgelegd worden daarom buiten beschouwing gelaten.
2.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.
3De feiten
3.1.
[bedrijf] en [v.o.f.] zijn bedrijven in de verhuurbranche van evenementenartikelen, zoals bijvoorbeeld springkussens.
3.2.
RentBuddy biedt een ERP/CRM-pakket aan voor verhuurbedrijven.
3.3.
In november 2022 kwamen [bedrijf] en [v.o.f.] in contact met RentBuddy. [bedrijf] heeft toen de Festivakbeurs bezocht waar RentBuddy een stand had.
3.4.
Op 9 februari 2023 heeft RentBuddy een gelijkluidende offerte uitgebracht aan zowel [bedrijf] als [v.o.f.] die door hen is ondertekend. Partijen hebben daarmee een overeenkomst gesloten voor de duur van drie jaar (tot februari 2026).
3.5.
De implementatie van het RentBuddy-systeem bij [bedrijf] en [v.o.f.] verliep vanaf het begin stroef. Een eerste kick-off vond plaats op 6 maart 2023 bij [bedrijf] en een tweede kick-off op 9 maart 2023 bij [v.o.f.] . Tijdens deze tweede kick-off is een discussie ontstaan tussen [bedrijf] en [v.o.f.] enerzijds en RentBuddy anderzijds over een API-koppeling met realtimebeschikbaarheidsfunctionaliteit. Dit was een wens van [bedrijf] en [v.o.f.] zodat klanten op hun webshop kunnen zien welke artikelen beschikbaar zijn. Deze functionaliteit was (op dat moment) niet beschikbaar in het RentBuddy-systeem.
3.6.
RentBuddy heeft in een e-mail van 1 december 2023 geschreven dat er geen ‘actuele beschikbaarheid’ in de API zit – wel in de backstage app en in de vaste computerapplicatie – en dat zij dat ook nooit heeft toegezegd. Verder schrijft RentBuddy dat zij, om onnodig getouwtrek te voorkomen, aanbiedt om deze feature alsnog gratis te bouwen. [bedrijf] en [v.o.f.] hebben op dit aanbod niet gereageerd.
3.7.
Op 28 maart 2024 heeft een bespreking plaatsgevonden tussen partijen. Dit gesprek is opgenomen door de gemachtigde van [bedrijf] en [v.o.f.] .
3.8.
Naar aanleiding van dit gesprek heeft Bart Verhees van [v.o.f.] op 4 april 2024 een e-mail gestuurd aan RentBuddy waarin hij schrijft dat hij begrepen heeft dat de 24/7-beschikbaarheid uiterlijk over 14 dagen gereed is en dat dat wat hem betreft de uiterlijk (laatste) termijn is.
3.9.
Op maandag 15 april 2024 heeft Bart Verhees van [v.o.f.] mede namens [bedrijf] RentBuddy in gebreke gesteld om uiterlijk vrijdagmiddag 19 april 2024 om 16:00 uur de applicatie werkend en bruikbaar te maken conform de overeenkomst en het laatste gesprek van 28 maart 2024.
3.10.
RentBuddy heeft vervolgens een update van hun systeem doorgevoerd. De websitebouwer van [v.o.f.] , 101Media, heeft op maandag 22 april 2024 laten weten dat na de update de voorraad te zien is voor een tijdsblok van 14 dagen. Een gebruiker kan dan de voorraad ophalen zodra deze klikt op ‘controleer beschikbaarheid’.
3.11.
De gemachtigde van [bedrijf] en [v.o.f.] heeft op 23 april 2024 aan RentBuddy een brief gestuurd waarin staat dat [bedrijf] en [v.o.f.] de overeenkomst ontbinden en de al betaalde bedragen terugvorderen evenals de geleden schade.
4Het geschil
in conventie
4.1.
[bedrijf] en [v.o.f.] vorderen, bij vonnis zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
Ten aanzien van [bedrijf] :
De overeenkomst tussen [bedrijf] en RentBuddy te ontbinden op grond van artikel 6:265 BW;
RentBuddy te veroordelen tot betaling aan [bedrijf] van een bedrag van € 6.995,- exclusief btw aan hoofdsom, zijnde de door [bedrijf] aan RentBuddy betaalde kosten voor het Rentbuddy-systeem (€ 6.500,-) en de Rentbuddy Vliegende startcursus (€ 495,‑);
RentBuddy te veroordelen tot betaling van € 1.049,25 aan buitengerechtelijke incassokosten ex artikel 6:96 lid 2 onder b en c BW;
RentBuddy te veroordelen tot betaling van € 1.031,41 aan wettelijke rente over de hoofdsom, berekend vanaf de opeisbaarheid tot de dag der algehele voldoening;
RentBuddy te veroordelen tot vergoeding van alle verdere in redelijkheid gemaakte kosten en verschotten door [bedrijf] , noodzakelijk ter inning van voornoemde bedragen, alsmede de eventueel tot aan de dag van betaling doorlopende wettelijke rente;
Ten aanzien van [v.o.f.] :
6. De overeenkomst tussen [v.o.f.] en RentBuddy te ontbinden op grond van artikel 6:265 BW;
7. RentBuddy te veroordelen tot betaling aan [v.o.f.] van een bedrag van € 6.500,- exclusief btw aan hoofdsom, alsmede € 2.800,- exclusief btw aan bijkomende kosten ex artikel 6:277 BW;
8. RentBuddy te veroordelen tot betaling van € 1.395,- aan buitengerechtelijke incassokosten ex artikel 6:96 lid 2 onder b en c BW;
9. RentBuddy te veroordelen tot betaling van € 1.371,13 aan wettelijke rente, berekend vanaf de opeisbaarheid tot de dag der algehele voldoening;
10. RentBuddy te veroordelen tot vergoeding van alle verdere in redelijkheid gemaakte kosten en verschotten door [v.o.f.] , noodzakelijk ter inning van voornoemde bedragen, alsmede de eventueel tot aan de dag van betaling doorlopende wettelijke rente.
4.2.
RentBuddy voert verweer. RentBuddy concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [bedrijf] en [v.o.f.] en te verklaren voor recht dat de overeenkomsten tussen RentBuddy en [bedrijf] c.q. [v.o.f.] nog steeds van kracht zijn en voortduren, met veroordeling van [bedrijf] en [v.o.f.] in de kosten van deze procedure vermeerderd met wettelijke rente.
4.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
in voorwaardelijke reconventie
4.4.
RentBuddy vordert na eiswijziging bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
ProFun te veroordelen om aan RentBuddy te betalen het bedrag van € 9.760,80 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 5.631,34, vanaf 8 december 2024 tot de dag van volledige betaling van het totaal verschuldigde bedrag;
[v.o.f.] te veroordelen om aan RentBuddy te betalen het bedrag van € 10.519,13 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 6.230,29, vanaf 8 december 2025 tot de dag van volledige betaling van het totaal verschuldigde bedrag;
ProFun en [v.o.f.] te veroordelen in de proces- en nakosten, vermeerderd met wettelijke rente.
4.5.
[bedrijf] en [v.o.f.] voeren verweer. [bedrijf] en [v.o.f.] concluderen tot afwijzing van de vorderingen van RentBuddy, met veroordeling van RentBuddy in de kosten van deze procedure te vermeerderen met de wettelijke rente.
4.6.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
5De beoordeling
in conventie
Wat is afgesproken?
5.1.
[bedrijf] en [v.o.f.] stellen dat RentBuddy tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst die zij hebben gesloten, waarna zij de overeenkomst hebben ontbonden. De belangrijkste tekortkoming is volgens hen het ontbreken van realtime beschikbaarheid via de API-koppeling die het RentBuddy-systeem met hun websites koppelt. Volgens hen is vooraf duidelijk met RentBuddy besproken dat zij wilden dat hun klanten op de website realtime konden zien welke producten beschikbaar zijn en dat dit voor hen een kernpunt was. Die functionaliteit bleek het softwarepakket van RentBuddy niet te hebben. Uiteindelijk hebben [bedrijf] en [v.o.f.] een uiterlijke termijn tot 19 april 2024 gesteld. RentBuddy heeft vervolgens een update doorgevoerd, maar deze update gaf maar zicht in de beschikbaarheid voor 14 dagen. Dat is nog steeds niet naar wens. [bedrijf] en [v.o.f.] hebben daarom de overeenkomst ontbonden.
5.2.
RentBuddy betwist dat bij het sluiten van de overeenkomst is afgesproken dat het RentBuddy-systeem realtime beschikbaarheid via de API zou hebben zodat klanten van [bedrijf] en [v.o.f.] de beschikbaarheid van artikelen via de website zouden kunnen inzien. RentBuddy wijst op de ondertekende offertes waarin staat dat RentBuddy alleen een generiek ERP/CRM-pakket voor verhuurbedrijven aanbiedt en dat er geen afspraken over de verdere ontwikkeling van de applicatie zijn gemaakt, tenzij anders staat aangegeven in de offerte. Realtime beschikbaarheid via de API staat niet genoemd in de offertes. Volgens RentBuddy werd zij pas na het sluiten van de overeenkomst bekend met deze specifieke wens van [bedrijf] en [v.o.f.] .
5.3.
Bij de uitleg van een overeenkomst is niet alleen de letterlijke tekst van die overeenkomst relevant. Het komt aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Daarbij kan mede van belang zijn tot welke maatschappelijke kringen partijen behoren en welke rechtskennis van zodanige partijen kan worden verwacht. Bij die uitleg is daarmee ook van belang hoe de overeenkomst tot stand is gekomen en wat partijen over en weer hebben verklaard in het kader van de onderhandelingen.
5.4.
Ter onderbouwing van hun standpunt dat vóór sluiting van de overeenkomst is gesproken over de realtime beschikbaarheid, hebben [bedrijf] en [v.o.f.] een geluidsopname en transcript van het gesprek van 28 maart 2024 overgelegd. Hieruit volgt dat de gemachtigde van [bedrijf] en [v.o.f.] tijdens dit gesprek meerdere malen aan Angelo van Erven van RentBuddy heeft gevraagd of ‘vooraf’ of ‘van tevoren’ aangegeven is dat het systeem realtime beschikbaarheid moest kunnen laten zien. Angelo van Erven heeft dat meerdere keren bevestigd. RentBuddy wijst er weliswaar op dat deze uitspraken één jaar na het sluiten van de overeenkomst zijn gedaan en betoogt ook dat ze moeten worden gezien in de context dat Angelo van Erven een salesmedewerker is en sterk gericht is op klanttevredenheid, maar gelet op de duidelijke en herhaalde vraagstelling is de kantonrechter van oordeel dat [bedrijf] en [v.o.f.] voldoende aannemelijk hebben gemaakt dat zij vóór het sluiten van de overeenkomst hebben aangegeven dat realtime beschikbaarheid voor hun webshops van belang was.
5.5.
[bedrijf] en [v.o.f.] stellen dat zij gelet hierop mochten verwachten dat het RentBuddy-systeem bij hun wens zou aansluiten. In de overeenkomst staat immers vermeld: ‘De wensen en eisen die u stelt aan uw automatisering kunnen wij middels RentBuddy goed invullen’, terwijl RentBuddy op geen enkel moment heeft aangegeven dat het niet zou kunnen. RentBuddy stelt daar alleen tegenover dat in de overeenkomst expliciet staat dat zij slechts een generiek pakket aanbiedt en dat realtime beschikbaarheid via de API niet genoemd staat. Het feit dat niet op papier staat dat RentBuddy deze functionaliteit in de API heeft, is – gelet op de hiervoor in 5.3 genoemde maatstaf – echter niet doorslaggevend. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft RentBuddy onvoldoende gemotiveerd betwist dat [bedrijf] en [v.o.f.] redelijkerwijs mochten verwachten dat het systeem de realtime beschikbaarheid kon weergeven via de API. Dat betekent dat die functionaliteit onderdeel was van de overeenkomst.
Kunnen [bedrijf] en [v.o.f.] de overeenkomst ontbinden?
5.6.
Uit artikel 6:265 Burgerlijk Wetboek (BW) volgt dat iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van haar verbintenissen, de wederpartij in beginsel de bevoegdheid geeft om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden. Als nakoming niet blijvend of tijdelijk onmogelijk is, mag de wederpartij pas ontbinden als de schuldenaar in verzuim is. Dat het RentBuddy-systeem bij het aangaan van de overeenkomst de realtime beschikbaarheid niet via de API kon laten zien, staat tussen partijen niet ter discussie. Er is daarmee sprake van een tekortkoming. Nakoming was echter niet onmogelijk; RentBuddy kon deze functie nog programmeren. Dat betekent dat ontbinding pas mogelijk is, als RentBuddy ook in verzuim verkeerde.
5.7.
[bedrijf] en [v.o.f.] hebben RentBuddy op 15 april 2024 in gebreke gesteld om uiterlijk vrijdagmiddag 19 april 2024 om 16:00 het systeem werkend te maken. RentBuddy stelt dat deze termijn onredelijk kort is, maar in het gesprek van 28 maart 2024 heeft zij al toegezegd deze functionaliteit te gaan bouwen en gezegd dat dit ongeveer anderhalve dag werk is. Gelet hierop is de termijn die [bedrijf] en [v.o.f.] gesteld hebben niet te kort. RentBuddy heeft bovendien gesteld dat ze deze functionaliteit ook binnen de termijn heeft gebouwd. Zij heeft een update uitgebracht van haar systeem. [bedrijf] en [v.o.f.] hebben niet betwist dat binnen de termijn een update is uitbracht. Volgens hen voldeed deze update echter niet, omdat de beschikbaarheid alleen voor een periode van 14 dagen te zien is. Zij verwijzen daarbij naar de mail van de websitebouwer van [v.o.f.] , 101Media.
5.8.
RentBuddy heeft gesteld dat [bedrijf] en [v.o.f.] dit verkeerd begrepen hebben. De koppeling geeft niet alleen de beschikbaarheid op de dag die de klant selecteert, maar ook in een periode van 14 dagen rondom die datum. Op deze wijze kan de klant de realtime beschikbaarheid rondom een specifieke datum zien. [bedrijf] en [v.o.f.] hebben deze uitleg van de werking van het systeem niet betwist, terwijl deze werking ook blijkt uit de
e-mail van 101Media. Evenmin hebben zij gesteld dat dit onvoldoende zou zijn. Dit valt zonder nadere toelichting ook niet in te zien: de realtime beschikbaarheid van een bepaalde datum is daarmee immers zichtbaar en zelfs van 14 dagen daaromheen. Dat betekent dat RentBuddy de hiervoor vastgestelde tekortkoming heeft gerepareerd binnen de daarvoor gestelde termijn. RentBuddy is daardoor niet in verzuim komen te verkeren. [bedrijf] en [v.o.f.] kunnen daarom de overeenkomst niet ontbinden.
Zijn er andere tekortkomingen?
5.9.
[bedrijf] en [v.o.f.] hebben verder gesteld dat zij bij de inrichting van het systeem steeds wisselende instructies kregen. Het systeem leek niet goed aan te sluiten bij hun bedrijfsvorm. Op enig moment hadden [bedrijf] en RentBuddy ook geen toegang meer tot het systeem.
5.10.
Dat een systeem niet helemaal voldoet aan de verwachtingen en naar mening van [bedrijf] en [v.o.f.] omslachtig is, betekent niet dat sprake is van een tekortkoming. Daarvoor hebben [bedrijf] en [v.o.f.] onvoldoende gesteld. RentBuddy heeft verder erkend dat zij enige tijd geen toegang meer hadden tot het systeem, maar dit hield verband met het feit dat [bedrijf] en [v.o.f.] maandeling niet ingelogd hebben in het systeem. RentBuddy heeft dit bovendien hersteld. [bedrijf] en [v.o.f.] hebben dat niet betwist. Dat betekent dat een andere tekortkoming van RentBuddy niet vast is komen te staan. De conclusie van het voorgaande is dat [bedrijf] en [v.o.f.] niet mochten ontbinden. Hun vorderingen worden afgewezen.
Wie betaalt de proceskosten?
5.11.
[bedrijf] en [v.o.f.] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van RentBuddy worden begroot op:
- salaris gemachtigde
€
1.442,50
(2,5 punten × € 577,00)
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.586,50
5.12.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
in voorwaardelijke reconventie
Welke facturen moeten [bedrijf] en [v.o.f.] nog betalen?
5.13.
RentBuddy heeft onder de voorwaarde dat de kantonrechter oordeelt dat [bedrijf] en [v.o.f.] de overeenkomst niet rechtsgeldig hebben ontbonden, een vordering in reconventie ingesteld. Gelet op wat hiervoor in conventie is geoordeeld, is die voorwaarde vervuld. De kantonrechter zal de vorderingen in reconventie daarom beoordelen.
5.14.
Vast staat dat partijen op 9 februari 2023 een overeenkomst hebben gesloten voor de duur van drie jaar (dus tot 9 februari 2026). RentBuddy vordert allereerst de facturen over 2024 en 2025. [bedrijf] en [v.o.f.] hebben deze facturen niet betwist. Die vordering zal daarom worden toegewezen. RentBuddy vordert daarnaast een bedrag van € 598,95 voor de cursus ‘de vliegende start’ van [v.o.f.] . Ook daar is geen verweer tegen gevoerd. Ook die vordering zal de kantonrechter daarom toewijzen.
5.15.
Na eiswijziging vordert RentBuddy ook de facturen over 2026. Naar aanleiding van vragen van de kantonrechter is duidelijk geworden dat RentBuddy zich op het standpunt stelt dat de niet-rechtsgeldige ontbinding niet gezien kan worden als een opzegging en dat de overeenkomst daarmee stilzwijgend is verlengd. In conventie heeft RentBuddy ook geconcludeerd om te verklaren voor recht dat de overeenkomsten tussen RentBuddy enerzijds en [bedrijf] dan wel [v.o.f.] anderzijds nog steeds van kracht zijn en voortduren. Voor zover RentBuddy dit heeft willen vorderen (en dus in reconventie) moet die vordering worden afgewezen. Contractspartijen moeten zich ten opzichte van elkaar naar de eisen van redelijkheid en billijkheid gedragen. RentBuddy wist dat [bedrijf] en [v.o.f.] zich beriepen op ontbinding van de overeenkomst en dat zij het RentBuddy-systeem niet gebruiken. [bedrijf] en [v.o.f.] gebruiken inmiddels een ander systeem. In het geval die ontbinding niet rechtsgeldig blijkt te zijn, moet deze naar redelijkheid als een opzegging worden opgevat. Dat betekent ook dat de facturen over 2026 niet verschuldigd zijn. Dat deel van de vordering wordt daarom afgewezen.
5.16.
Samengevat betekent dit dat [bedrijf] nog € 5.631,34 in hoofdsom moet betalen aan RentBuddy (€ 2.252,54 van [factuurnummer 1] en € 3.378,80 van [factuurnummer 2] ). [v.o.f.] moet nog € 6.230,29 in hoofdsom aan RentBuddy betalen (€ 2.252,54 van [factuurnummer 3] , € 3.378,80 van [factuurnummer 4] en € 598,95 van [factuurnummer 5] ).
5.17.
RentBuddy vordert de wettelijke handelsrente van artikel 6:119a BW over de verschuldigde facturen. Omdat het hier gaat om de primaire betalingsverplichting uit een overeenkomst tussen ondernemers, is die vordering toewijsbaar. [bedrijf] en [v.o.f.] hebben daar ook geen verweer tegen gevoerd. RentBuddy heeft de wettelijke handelsrente berekend tot en met 8 december 2025. Voor [bedrijf] betekent dit een bedrag van € 750,66 en voor [v.o.f.] een bedrag van € 910,04. Ook hier is geen verweer tegen gevoerd. De kantonrechter zal deze bedragen daarom toewijzen.
5.18.
Daarnaast vordert RentBuddy de wettelijke handelsrente over de hoofdsommen vanaf 8 december 2025 (en ten aanzien van [bedrijf] zelfs vanaf 8 december 2024). Omdat zij de rente heeft berekend tot en met 8 december 2025 zal de kantonrechter de wettelijke handelsrente toewijzen vanaf 9 december 2025.
Wie moet de proceskosten betalen?
5.19.
[bedrijf] en [v.o.f.] zijn grotendeels in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van RentBuddy worden begroot op:
- salaris gemachtigde
€
577,00
(2 punten × factor 0,5 × € 577,00)
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
721,00
5.20.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
6De beslissing
De kantonrechter
in conventie
6.1.
wijst de vorderingen van [bedrijf] en [v.o.f.] af,
6.2.
veroordeelt [bedrijf] en [v.o.f.] in de proceskosten van € 1.586,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
6.3.
veroordeelt [bedrijf] en [v.o.f.] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
in reconventie
6.4.
veroordeelt [bedrijf] om aan RentBuddy te betalen een bedrag van € 6.382,00, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het bedrag van € 5.631,34, met ingang van 9 december 2025 tot de dag van volledige betaling,
6.5.
veroordeelt [v.o.f.] om aan RentBuddy te betalen een bedrag van € 7.140,33, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het bedrag van € 6.230,29, met ingang van 9 december 2025 tot de dag van volledige betaling,
6.6.
veroordeelt [bedrijf] en [v.o.f.] in de proceskosten van € 721,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
6.7.
veroordeelt [bedrijf] en [v.o.f.] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
6.8.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
in conventie en in reconventie
6.9.
veroordeelt [bedrijf] en [v.o.f.] tot betaling van de kosten van betekening als [bedrijf] en [v.o.f.] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
6.10.
verklaart dit vonnis wat betreft de onder 6.9. genoemde beslissing uitvoerbaar bij voorraad,
6.11.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Vermariën en in het openbaar uitgesproken op 5 augustus 2026.
Producties 6 en 7 bij dagvaarding.
Productie 8 bij dagvaarding en productie 4 bij conclusie van antwoord in conventie en van voorwaardelijke eis in reconventie.
Producties 24 en 29 van [bedrijf] en [v.o.f.] .
Productie 9 bij dagvaarding.
Productie 9 bij dagvaarding.
Productie 30 bij akte [bedrijf] en [v.o.f.] .
Productie 13 bij dagvaarding.
HR 13 maart 1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4158 (Haviltex).
Productie 30 bij akte [bedrijf] en [v.o.f.] .
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 11953965 \ CV EXPL 25-5654
Vonnis van 5 augustus 2026
in de zaak van
1 [persoon] t.h.o.d.n. [bedrijf] ,
te [plaats 1] ,
hierna te noemen: [bedrijf] ,2. de vennootschap onder firma [v.o.f.],
te [plaats 2] ,
hierna te noemen: [v.o.f.] ,
eisende partijen in conventie,
verwerende partijen in voorwaardelijke reconventie,
gemachtigde: RNV Beheer,
tegen
RENTBUDDY-EU B.V.,
te Goirle,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in voorwaardelijke reconventie,
hierna te noemen: RentBuddy,
gemachtigde: mr. A.A.H.M. van der Wijst.
1De zaak in het kort
1.1.
[bedrijf] en [v.o.f.] verhuren attracties en andere artikelen in het kader van evenementen. Zij hebben beide voor hun onderneming gezocht naar een ICT-systeem dat hun verhuuractiviteiten kon ondersteunen. Zij zijn uitgekomen bij RentBuddy en hebben met RentBuddy een overeenkomst gesloten. Het RentBuddy-systeem werkte niet naar hun wens en er kon geen koppeling met hun website gemaakt worden op basis waarvan realtime de beschikbaarheid van producten aan klanten kon worden weergegeven. Dat was volgens [bedrijf] en [v.o.f.] wel afgesproken. Zij hebben vervolgens hun overeenkomst met RentBuddy ontbonden en vorderen in conventie de al betaalde bedragen en schade van RentBuddy. RentBuddy betwist dat er is afgesproken dat realtime beschikbaarheid via de koppeling met de websites zichtbaar moest zijn. Zij heeft die koppeling overigens wel voor hen gebouwd. Zij betwist ook dat [bedrijf] en [v.o.f.] rechtsgeldig hebben ontbonden en vordert betaling van de nog openstaande facturen.
1.2.
De kantonrechter oordeelt dat er wel is afgesproken dat realtime de beschikbaarheid moest kunnen worden weergegeven, maar dat RentBuddy binnen de door [bedrijf] en [v.o.f.] gestelde termijn dat ook in haar systeem heeft gebouwd. De vorderingen in conventie worden daarom afgewezen en de vorderingen in reconventie worden grotendeels (met uitzondering van de facturen over 2026) toegewezen. Hieronder legt de kantonrechter dit oordeel uit.
2De procedure
2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 22;- de conclusie van antwoord in conventie tevens voorwaardelijke eis in reconventie met producties 1 tot en met 19;- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
- de conclusie van antwoord in voorwaardelijke reconventie tevens akte overlegging producties 23 tot en met 28;
- productie GP18 in kleur van RentBuddy;
- de mondelinge behandeling van 29 april 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
- de akte wijziging eis in voorwaardelijke reconventie van RentBuddy;- de akte na comparitie van [bedrijf] en [v.o.f.] met producties 29 en 30;- de antwoordakte na comparitie van RentBuddy.
2.2.
De kantonrechter heeft op de mondelinge behandeling de zaak verwezen naar de rol voor akte aan de zijde van [bedrijf] en [v.o.f.] om een geluidsopname van een specifiek gesprek te overleggen op een USB-stick. Vervolgens is de zaak naar de rol verwezen voor antwoordakte van RentBuddy. De kantonrechter heeft RentBuddy niet toegestaan om nieuwe bewijsstukken te overleggen. De producties die RentBuddy bij antwoordakte heeft overgelegd worden daarom buiten beschouwing gelaten.
2.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.
3De feiten
3.1.
[bedrijf] en [v.o.f.] zijn bedrijven in de verhuurbranche van evenementenartikelen, zoals bijvoorbeeld springkussens.
3.2.
RentBuddy biedt een ERP/CRM-pakket aan voor verhuurbedrijven.
3.3.
In november 2022 kwamen [bedrijf] en [v.o.f.] in contact met RentBuddy. [bedrijf] heeft toen de Festivakbeurs bezocht waar RentBuddy een stand had.
3.4.
Op 9 februari 2023 heeft RentBuddy een gelijkluidende offerte uitgebracht aan zowel [bedrijf] als [v.o.f.] die door hen is ondertekend. Partijen hebben daarmee een overeenkomst gesloten voor de duur van drie jaar (tot februari 2026).
3.5.
De implementatie van het RentBuddy-systeem bij [bedrijf] en [v.o.f.] verliep vanaf het begin stroef. Een eerste kick-off vond plaats op 6 maart 2023 bij [bedrijf] en een tweede kick-off op 9 maart 2023 bij [v.o.f.] . Tijdens deze tweede kick-off is een discussie ontstaan tussen [bedrijf] en [v.o.f.] enerzijds en RentBuddy anderzijds over een API-koppeling met realtimebeschikbaarheidsfunctionaliteit. Dit was een wens van [bedrijf] en [v.o.f.] zodat klanten op hun webshop kunnen zien welke artikelen beschikbaar zijn. Deze functionaliteit was (op dat moment) niet beschikbaar in het RentBuddy-systeem.
3.6.
RentBuddy heeft in een e-mail van 1 december 2023 geschreven dat er geen ‘actuele beschikbaarheid’ in de API zit – wel in de backstage app en in de vaste computerapplicatie – en dat zij dat ook nooit heeft toegezegd. Verder schrijft RentBuddy dat zij, om onnodig getouwtrek te voorkomen, aanbiedt om deze feature alsnog gratis te bouwen. [bedrijf] en [v.o.f.] hebben op dit aanbod niet gereageerd.
3.7.
Op 28 maart 2024 heeft een bespreking plaatsgevonden tussen partijen. Dit gesprek is opgenomen door de gemachtigde van [bedrijf] en [v.o.f.] .
3.8.
Naar aanleiding van dit gesprek heeft Bart Verhees van [v.o.f.] op 4 april 2024 een e-mail gestuurd aan RentBuddy waarin hij schrijft dat hij begrepen heeft dat de 24/7-beschikbaarheid uiterlijk over 14 dagen gereed is en dat dat wat hem betreft de uiterlijk (laatste) termijn is.
3.9.
Op maandag 15 april 2024 heeft Bart Verhees van [v.o.f.] mede namens [bedrijf] RentBuddy in gebreke gesteld om uiterlijk vrijdagmiddag 19 april 2024 om 16:00 uur de applicatie werkend en bruikbaar te maken conform de overeenkomst en het laatste gesprek van 28 maart 2024.
3.10.
RentBuddy heeft vervolgens een update van hun systeem doorgevoerd. De websitebouwer van [v.o.f.] , 101Media, heeft op maandag 22 april 2024 laten weten dat na de update de voorraad te zien is voor een tijdsblok van 14 dagen. Een gebruiker kan dan de voorraad ophalen zodra deze klikt op ‘controleer beschikbaarheid’.
3.11.
De gemachtigde van [bedrijf] en [v.o.f.] heeft op 23 april 2024 aan RentBuddy een brief gestuurd waarin staat dat [bedrijf] en [v.o.f.] de overeenkomst ontbinden en de al betaalde bedragen terugvorderen evenals de geleden schade.
4Het geschil
in conventie
4.1.
[bedrijf] en [v.o.f.] vorderen, bij vonnis zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
Ten aanzien van [bedrijf] :
De overeenkomst tussen [bedrijf] en RentBuddy te ontbinden op grond van artikel 6:265 BW;
RentBuddy te veroordelen tot betaling aan [bedrijf] van een bedrag van € 6.995,- exclusief btw aan hoofdsom, zijnde de door [bedrijf] aan RentBuddy betaalde kosten voor het Rentbuddy-systeem (€ 6.500,-) en de Rentbuddy Vliegende startcursus (€ 495,‑);
RentBuddy te veroordelen tot betaling van € 1.049,25 aan buitengerechtelijke incassokosten ex artikel 6:96 lid 2 onder b en c BW;
RentBuddy te veroordelen tot betaling van € 1.031,41 aan wettelijke rente over de hoofdsom, berekend vanaf de opeisbaarheid tot de dag der algehele voldoening;
RentBuddy te veroordelen tot vergoeding van alle verdere in redelijkheid gemaakte kosten en verschotten door [bedrijf] , noodzakelijk ter inning van voornoemde bedragen, alsmede de eventueel tot aan de dag van betaling doorlopende wettelijke rente;
Ten aanzien van [v.o.f.] :
6. De overeenkomst tussen [v.o.f.] en RentBuddy te ontbinden op grond van artikel 6:265 BW;
7. RentBuddy te veroordelen tot betaling aan [v.o.f.] van een bedrag van € 6.500,- exclusief btw aan hoofdsom, alsmede € 2.800,- exclusief btw aan bijkomende kosten ex artikel 6:277 BW;
8. RentBuddy te veroordelen tot betaling van € 1.395,- aan buitengerechtelijke incassokosten ex artikel 6:96 lid 2 onder b en c BW;
9. RentBuddy te veroordelen tot betaling van € 1.371,13 aan wettelijke rente, berekend vanaf de opeisbaarheid tot de dag der algehele voldoening;
10. RentBuddy te veroordelen tot vergoeding van alle verdere in redelijkheid gemaakte kosten en verschotten door [v.o.f.] , noodzakelijk ter inning van voornoemde bedragen, alsmede de eventueel tot aan de dag van betaling doorlopende wettelijke rente.
4.2.
RentBuddy voert verweer. RentBuddy concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [bedrijf] en [v.o.f.] en te verklaren voor recht dat de overeenkomsten tussen RentBuddy en [bedrijf] c.q. [v.o.f.] nog steeds van kracht zijn en voortduren, met veroordeling van [bedrijf] en [v.o.f.] in de kosten van deze procedure vermeerderd met wettelijke rente.
4.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
in voorwaardelijke reconventie
4.4.
RentBuddy vordert na eiswijziging bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
ProFun te veroordelen om aan RentBuddy te betalen het bedrag van € 9.760,80 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 5.631,34, vanaf 8 december 2024 tot de dag van volledige betaling van het totaal verschuldigde bedrag;
[v.o.f.] te veroordelen om aan RentBuddy te betalen het bedrag van € 10.519,13 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 6.230,29, vanaf 8 december 2025 tot de dag van volledige betaling van het totaal verschuldigde bedrag;
ProFun en [v.o.f.] te veroordelen in de proces- en nakosten, vermeerderd met wettelijke rente.
4.5.
[bedrijf] en [v.o.f.] voeren verweer. [bedrijf] en [v.o.f.] concluderen tot afwijzing van de vorderingen van RentBuddy, met veroordeling van RentBuddy in de kosten van deze procedure te vermeerderen met de wettelijke rente.
4.6.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
5De beoordeling
in conventie
Wat is afgesproken?
5.1.
[bedrijf] en [v.o.f.] stellen dat RentBuddy tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst die zij hebben gesloten, waarna zij de overeenkomst hebben ontbonden. De belangrijkste tekortkoming is volgens hen het ontbreken van realtime beschikbaarheid via de API-koppeling die het RentBuddy-systeem met hun websites koppelt. Volgens hen is vooraf duidelijk met RentBuddy besproken dat zij wilden dat hun klanten op de website realtime konden zien welke producten beschikbaar zijn en dat dit voor hen een kernpunt was. Die functionaliteit bleek het softwarepakket van RentBuddy niet te hebben. Uiteindelijk hebben [bedrijf] en [v.o.f.] een uiterlijke termijn tot 19 april 2024 gesteld. RentBuddy heeft vervolgens een update doorgevoerd, maar deze update gaf maar zicht in de beschikbaarheid voor 14 dagen. Dat is nog steeds niet naar wens. [bedrijf] en [v.o.f.] hebben daarom de overeenkomst ontbonden.
5.2.
RentBuddy betwist dat bij het sluiten van de overeenkomst is afgesproken dat het RentBuddy-systeem realtime beschikbaarheid via de API zou hebben zodat klanten van [bedrijf] en [v.o.f.] de beschikbaarheid van artikelen via de website zouden kunnen inzien. RentBuddy wijst op de ondertekende offertes waarin staat dat RentBuddy alleen een generiek ERP/CRM-pakket voor verhuurbedrijven aanbiedt en dat er geen afspraken over de verdere ontwikkeling van de applicatie zijn gemaakt, tenzij anders staat aangegeven in de offerte. Realtime beschikbaarheid via de API staat niet genoemd in de offertes. Volgens RentBuddy werd zij pas na het sluiten van de overeenkomst bekend met deze specifieke wens van [bedrijf] en [v.o.f.] .
5.3.
Bij de uitleg van een overeenkomst is niet alleen de letterlijke tekst van die overeenkomst relevant. Het komt aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Daarbij kan mede van belang zijn tot welke maatschappelijke kringen partijen behoren en welke rechtskennis van zodanige partijen kan worden verwacht. Bij die uitleg is daarmee ook van belang hoe de overeenkomst tot stand is gekomen en wat partijen over en weer hebben verklaard in het kader van de onderhandelingen.
5.4.
Ter onderbouwing van hun standpunt dat vóór sluiting van de overeenkomst is gesproken over de realtime beschikbaarheid, hebben [bedrijf] en [v.o.f.] een geluidsopname en transcript van het gesprek van 28 maart 2024 overgelegd. Hieruit volgt dat de gemachtigde van [bedrijf] en [v.o.f.] tijdens dit gesprek meerdere malen aan Angelo van Erven van RentBuddy heeft gevraagd of ‘vooraf’ of ‘van tevoren’ aangegeven is dat het systeem realtime beschikbaarheid moest kunnen laten zien. Angelo van Erven heeft dat meerdere keren bevestigd. RentBuddy wijst er weliswaar op dat deze uitspraken één jaar na het sluiten van de overeenkomst zijn gedaan en betoogt ook dat ze moeten worden gezien in de context dat Angelo van Erven een salesmedewerker is en sterk gericht is op klanttevredenheid, maar gelet op de duidelijke en herhaalde vraagstelling is de kantonrechter van oordeel dat [bedrijf] en [v.o.f.] voldoende aannemelijk hebben gemaakt dat zij vóór het sluiten van de overeenkomst hebben aangegeven dat realtime beschikbaarheid voor hun webshops van belang was.
5.5.
[bedrijf] en [v.o.f.] stellen dat zij gelet hierop mochten verwachten dat het RentBuddy-systeem bij hun wens zou aansluiten. In de overeenkomst staat immers vermeld: ‘De wensen en eisen die u stelt aan uw automatisering kunnen wij middels RentBuddy goed invullen’, terwijl RentBuddy op geen enkel moment heeft aangegeven dat het niet zou kunnen. RentBuddy stelt daar alleen tegenover dat in de overeenkomst expliciet staat dat zij slechts een generiek pakket aanbiedt en dat realtime beschikbaarheid via de API niet genoemd staat. Het feit dat niet op papier staat dat RentBuddy deze functionaliteit in de API heeft, is – gelet op de hiervoor in 5.3 genoemde maatstaf – echter niet doorslaggevend. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft RentBuddy onvoldoende gemotiveerd betwist dat [bedrijf] en [v.o.f.] redelijkerwijs mochten verwachten dat het systeem de realtime beschikbaarheid kon weergeven via de API. Dat betekent dat die functionaliteit onderdeel was van de overeenkomst.
Kunnen [bedrijf] en [v.o.f.] de overeenkomst ontbinden?
5.6.
Uit artikel 6:265 Burgerlijk Wetboek (BW) volgt dat iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van haar verbintenissen, de wederpartij in beginsel de bevoegdheid geeft om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden. Als nakoming niet blijvend of tijdelijk onmogelijk is, mag de wederpartij pas ontbinden als de schuldenaar in verzuim is. Dat het RentBuddy-systeem bij het aangaan van de overeenkomst de realtime beschikbaarheid niet via de API kon laten zien, staat tussen partijen niet ter discussie. Er is daarmee sprake van een tekortkoming. Nakoming was echter niet onmogelijk; RentBuddy kon deze functie nog programmeren. Dat betekent dat ontbinding pas mogelijk is, als RentBuddy ook in verzuim verkeerde.
5.7.
[bedrijf] en [v.o.f.] hebben RentBuddy op 15 april 2024 in gebreke gesteld om uiterlijk vrijdagmiddag 19 april 2024 om 16:00 het systeem werkend te maken. RentBuddy stelt dat deze termijn onredelijk kort is, maar in het gesprek van 28 maart 2024 heeft zij al toegezegd deze functionaliteit te gaan bouwen en gezegd dat dit ongeveer anderhalve dag werk is. Gelet hierop is de termijn die [bedrijf] en [v.o.f.] gesteld hebben niet te kort. RentBuddy heeft bovendien gesteld dat ze deze functionaliteit ook binnen de termijn heeft gebouwd. Zij heeft een update uitgebracht van haar systeem. [bedrijf] en [v.o.f.] hebben niet betwist dat binnen de termijn een update is uitbracht. Volgens hen voldeed deze update echter niet, omdat de beschikbaarheid alleen voor een periode van 14 dagen te zien is. Zij verwijzen daarbij naar de mail van de websitebouwer van [v.o.f.] , 101Media.
5.8.
RentBuddy heeft gesteld dat [bedrijf] en [v.o.f.] dit verkeerd begrepen hebben. De koppeling geeft niet alleen de beschikbaarheid op de dag die de klant selecteert, maar ook in een periode van 14 dagen rondom die datum. Op deze wijze kan de klant de realtime beschikbaarheid rondom een specifieke datum zien. [bedrijf] en [v.o.f.] hebben deze uitleg van de werking van het systeem niet betwist, terwijl deze werking ook blijkt uit de
e-mail van 101Media. Evenmin hebben zij gesteld dat dit onvoldoende zou zijn. Dit valt zonder nadere toelichting ook niet in te zien: de realtime beschikbaarheid van een bepaalde datum is daarmee immers zichtbaar en zelfs van 14 dagen daaromheen. Dat betekent dat RentBuddy de hiervoor vastgestelde tekortkoming heeft gerepareerd binnen de daarvoor gestelde termijn. RentBuddy is daardoor niet in verzuim komen te verkeren. [bedrijf] en [v.o.f.] kunnen daarom de overeenkomst niet ontbinden.
Zijn er andere tekortkomingen?
5.9.
[bedrijf] en [v.o.f.] hebben verder gesteld dat zij bij de inrichting van het systeem steeds wisselende instructies kregen. Het systeem leek niet goed aan te sluiten bij hun bedrijfsvorm. Op enig moment hadden [bedrijf] en RentBuddy ook geen toegang meer tot het systeem.
5.10.
Dat een systeem niet helemaal voldoet aan de verwachtingen en naar mening van [bedrijf] en [v.o.f.] omslachtig is, betekent niet dat sprake is van een tekortkoming. Daarvoor hebben [bedrijf] en [v.o.f.] onvoldoende gesteld. RentBuddy heeft verder erkend dat zij enige tijd geen toegang meer hadden tot het systeem, maar dit hield verband met het feit dat [bedrijf] en [v.o.f.] maandeling niet ingelogd hebben in het systeem. RentBuddy heeft dit bovendien hersteld. [bedrijf] en [v.o.f.] hebben dat niet betwist. Dat betekent dat een andere tekortkoming van RentBuddy niet vast is komen te staan. De conclusie van het voorgaande is dat [bedrijf] en [v.o.f.] niet mochten ontbinden. Hun vorderingen worden afgewezen.
Wie betaalt de proceskosten?
5.11.
[bedrijf] en [v.o.f.] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van RentBuddy worden begroot op:
- salaris gemachtigde
€
1.442,50
(2,5 punten × € 577,00)
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.586,50
5.12.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
in voorwaardelijke reconventie
Welke facturen moeten [bedrijf] en [v.o.f.] nog betalen?
5.13.
RentBuddy heeft onder de voorwaarde dat de kantonrechter oordeelt dat [bedrijf] en [v.o.f.] de overeenkomst niet rechtsgeldig hebben ontbonden, een vordering in reconventie ingesteld. Gelet op wat hiervoor in conventie is geoordeeld, is die voorwaarde vervuld. De kantonrechter zal de vorderingen in reconventie daarom beoordelen.
5.14.
Vast staat dat partijen op 9 februari 2023 een overeenkomst hebben gesloten voor de duur van drie jaar (dus tot 9 februari 2026). RentBuddy vordert allereerst de facturen over 2024 en 2025. [bedrijf] en [v.o.f.] hebben deze facturen niet betwist. Die vordering zal daarom worden toegewezen. RentBuddy vordert daarnaast een bedrag van € 598,95 voor de cursus ‘de vliegende start’ van [v.o.f.] . Ook daar is geen verweer tegen gevoerd. Ook die vordering zal de kantonrechter daarom toewijzen.
5.15.
Na eiswijziging vordert RentBuddy ook de facturen over 2026. Naar aanleiding van vragen van de kantonrechter is duidelijk geworden dat RentBuddy zich op het standpunt stelt dat de niet-rechtsgeldige ontbinding niet gezien kan worden als een opzegging en dat de overeenkomst daarmee stilzwijgend is verlengd. In conventie heeft RentBuddy ook geconcludeerd om te verklaren voor recht dat de overeenkomsten tussen RentBuddy enerzijds en [bedrijf] dan wel [v.o.f.] anderzijds nog steeds van kracht zijn en voortduren. Voor zover RentBuddy dit heeft willen vorderen (en dus in reconventie) moet die vordering worden afgewezen. Contractspartijen moeten zich ten opzichte van elkaar naar de eisen van redelijkheid en billijkheid gedragen. RentBuddy wist dat [bedrijf] en [v.o.f.] zich beriepen op ontbinding van de overeenkomst en dat zij het RentBuddy-systeem niet gebruiken. [bedrijf] en [v.o.f.] gebruiken inmiddels een ander systeem. In het geval die ontbinding niet rechtsgeldig blijkt te zijn, moet deze naar redelijkheid als een opzegging worden opgevat. Dat betekent ook dat de facturen over 2026 niet verschuldigd zijn. Dat deel van de vordering wordt daarom afgewezen.
5.16.
Samengevat betekent dit dat [bedrijf] nog € 5.631,34 in hoofdsom moet betalen aan RentBuddy (€ 2.252,54 van [factuurnummer 1] en € 3.378,80 van [factuurnummer 2] ). [v.o.f.] moet nog € 6.230,29 in hoofdsom aan RentBuddy betalen (€ 2.252,54 van [factuurnummer 3] , € 3.378,80 van [factuurnummer 4] en € 598,95 van [factuurnummer 5] ).
5.17.
RentBuddy vordert de wettelijke handelsrente van artikel 6:119a BW over de verschuldigde facturen. Omdat het hier gaat om de primaire betalingsverplichting uit een overeenkomst tussen ondernemers, is die vordering toewijsbaar. [bedrijf] en [v.o.f.] hebben daar ook geen verweer tegen gevoerd. RentBuddy heeft de wettelijke handelsrente berekend tot en met 8 december 2025. Voor [bedrijf] betekent dit een bedrag van € 750,66 en voor [v.o.f.] een bedrag van € 910,04. Ook hier is geen verweer tegen gevoerd. De kantonrechter zal deze bedragen daarom toewijzen.
5.18.
Daarnaast vordert RentBuddy de wettelijke handelsrente over de hoofdsommen vanaf 8 december 2025 (en ten aanzien van [bedrijf] zelfs vanaf 8 december 2024). Omdat zij de rente heeft berekend tot en met 8 december 2025 zal de kantonrechter de wettelijke handelsrente toewijzen vanaf 9 december 2025.
Wie moet de proceskosten betalen?
5.19.
[bedrijf] en [v.o.f.] zijn grotendeels in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van RentBuddy worden begroot op:
- salaris gemachtigde
€
577,00
(2 punten × factor 0,5 × € 577,00)
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
721,00
5.20.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
6De beslissing
De kantonrechter
in conventie
6.1.
wijst de vorderingen van [bedrijf] en [v.o.f.] af,
6.2.
veroordeelt [bedrijf] en [v.o.f.] in de proceskosten van € 1.586,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
6.3.
veroordeelt [bedrijf] en [v.o.f.] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
in reconventie
6.4.
veroordeelt [bedrijf] om aan RentBuddy te betalen een bedrag van € 6.382,00, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het bedrag van € 5.631,34, met ingang van 9 december 2025 tot de dag van volledige betaling,
6.5.
veroordeelt [v.o.f.] om aan RentBuddy te betalen een bedrag van € 7.140,33, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het bedrag van € 6.230,29, met ingang van 9 december 2025 tot de dag van volledige betaling,
6.6.
veroordeelt [bedrijf] en [v.o.f.] in de proceskosten van € 721,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
6.7.
veroordeelt [bedrijf] en [v.o.f.] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
6.8.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
in conventie en in reconventie
6.9.
veroordeelt [bedrijf] en [v.o.f.] tot betaling van de kosten van betekening als [bedrijf] en [v.o.f.] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
6.10.
verklaart dit vonnis wat betreft de onder 6.9. genoemde beslissing uitvoerbaar bij voorraad,
6.11.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Vermariën en in het openbaar uitgesproken op 5 augustus 2026.
Producties 6 en 7 bij dagvaarding.
Productie 8 bij dagvaarding en productie 4 bij conclusie van antwoord in conventie en van voorwaardelijke eis in reconventie.
Producties 24 en 29 van [bedrijf] en [v.o.f.] .
Productie 9 bij dagvaarding.
Productie 9 bij dagvaarding.
Productie 30 bij akte [bedrijf] en [v.o.f.] .
Productie 13 bij dagvaarding.
HR 13 maart 1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4158 (Haviltex).
Productie 30 bij akte [bedrijf] en [v.o.f.] .