Rechtbank Zeeland-West-Brabant
ECLI:NL:RBZWB:2026:7925
Inhoudsindicatie
Tussen Ennatuurlijk en gedaagde bestaat een overeenkomst voor de levering van warmte. Voor de geleverde warmte moet gedaagde maandelijks een voorschot betalen. Hij heeft verschillende voorschotbedragen niet betaald en daardoor is een betalingsachterstand ontstaan. Omdat gedaagde de voorschotten niet betaalt, wil Ennatuurlijk de levering van de warmte onderbreken/afsluiten. Zij vordert in deze procedure ontbinding van de overeenkomst en betaling van de achterstand. Ook vordert zij dat gedaagde wordt veroordeeld om mee te werken aan het afsluiten/onderbreken van de warmtetoevoer. De kantonrechter is van oordeel dat niet is gebleken dat Ennatuurlijk gedaagde op de door de Warmteregeling voorgeschreven wijze heeft aangemaand. Daarom wordt een deel van de vorderingen van Ennatuurlijk afgewezen.
Citeert (1)
- ECLI:NL:GHSHE:2024:1329 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 16-04-2024
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (22.945 tekens)
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: 11868765 \ CV EXPL 25-2897
Vonnis van 19 augustus 2026
in de zaak van
ENNATUURLIJK B.V.,
te Best,
eisende partij,
hierna te noemen: Ennatuurlijk,
gemachtigde: Janssen & Janssen c.s. Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde]
,
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. R. Joosen.
1De zaak in het kort
1.1.
Tussen Ennatuurlijk en [gedaagde] bestaat een overeenkomst voor de levering van warmte. Voor de geleverde warmte moet [gedaagde] maandelijks een voorschot betalen. Hij heeft verschillende voorschotbedragen niet betaald en daardoor is een betalingsachterstand ontstaan. Omdat [gedaagde] de voorschotten niet betaalt, wil Ennatuurlijk de levering van de warmte onderbreken/afsluiten. Zij vordert in deze procedure ontbinding van de overeenkomst en betaling van de achterstand. Ook vordert zij dat [gedaagde] wordt veroordeeld om mee te werken aan het afsluiten/onderbreken van de warmtetoevoer. De kantonrechter is van oordeel dat niet is gebleken dat Ennatuurlijk [gedaagde] op de door de Warmteregeling voorgeschreven wijze heeft aangemaand. Daarom wordt een deel van de vorderingen van Ennatuurlijk afgewezen.
2De procedure
2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding,- de conclusie van antwoord,- de conclusie van repliek,- de conclusie van dupliek,- de akte van Ennatuurlijk.
2.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
3De feiten
3.1.
Tussen partijen bestaat een overeenkomst tot levering van warmte in de door [gedaagde] gehuurde woning aan de [adres] te [plaats] . Op de overeenkomst zijn de algemene voorwaarden van Ennatuurlijk van toepassing verklaard.
3.2.
Partijen zijn overeengekomen dat [gedaagde] maandelijks een voorschot aan Ennatuurlijk moet betalen voor de geleverde warmte. Het voorschot bedroeg tot juni 2024 € 85,50, in de periode daarna tot juni 2025 is het voorschotbedrag verhoogd naar € 104,35. Daarna is het weer omgezet en op dit moment bedraagt het voorschotbedrag € 95,32. Verder is overeengekomen dat Ennatuurlijk aan de hand van opgenomen, dan wel door [gedaagde] opgegeven of desnoods door Ennatuurlijk geschatte, meterstanden het werkelijke verbruik jaarlijks in rekening brengt. De al in rekening gebrachte voorschotnota’s worden hiermee verrekend.
3.3.
Vanaf juni 2023 heeft [gedaagde] diverse voorschotfacturen onbetaald gelaten. Op het moment van dagvaarden bedroeg de totale betalingsachterstand € 1.684,76. [gedaagde] heeft daarna nog drie betalingen van € 35,00 gedaan, waardoor de betalingsachterstand € 1.579,76 bedraagt.
4Het geschil
4.1.
Ennatuurlijk vordert samengevat, zo mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
Primair:
a. de tussen partijen bestaande overeenkomst tot levering van warmte te ontbinden;
b. [gedaagde] te veroordelen het volgende te betalen aan Ennatuurlijk:
1. een bedrag van € 1.579,76, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW over (het nog openstaande deel van) de hoofdsom, gerekend vanaf de dagvaarding tot alles betaald is en buitengerechtelijke incassokosten;
2. voor iedere maand, te rekenen vanaf 12 april 2025 betreffende mei 2025 tot het tijdstip van de gevorderde ontbinding uit hoofde (van nakoming) van de overeenkomst, de overeengekomen voorshottermijn van € 95,32, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf de vervaldag;
3. voor iedere maand, te rekenen vanaf het tijdstip van de gevorderde ontbinding tot het moment van onderbreking/afsluiting van de warmtelevering ten titel van schadevergoeding voor het in stand houden van de aansluiting en de afname van warmte, een vergoeding begroot op € 95,32, zijnde de voorschottermijn waarop Ennatuurlijk bij wederzijdse nakoming van de energieovereenkomst maandelijks aanspraak gemaakt zou kunnen hebben, althans een zodanig bedrag dat de kantonrechter redelijk en billijk zal achten, telkenmale te rekenen vanaf de vervaldag van elke voorschottermijn, vermeerderd met de wettelijke rente daarover.
c. 1. [gedaagde] te veroordelen om binnen drie werkdagen na betekening van het vonnis een afspraak te maken met Ennatuurlijk om op werkdagen tussen 08:00 en 20:00 uur toegang te verlenen tot de woning om de warmtelevering te onderbreken door de daar aanwezige meetinrichting geheel of gedeeltelijk te verwijderen, dan wel af te koppelen en/of zodanig te verzegelen dat verdere afname van warmte wordt verhinderd;
2. voor het geval niet binnen drie werkdagen na de betekening van het vonnis wordt voldaan aan de veroordeling onder c.1, dan wel deze niet-toewijsbaar wordt geacht, Ennatuurlijk toe te staan de onderbreking van de levering van warmte te bewerkstelligen door de daar aanwezige meetinrichting geheel of gedeeltelijk te verwijderen, dan wel af te koppelen en/of zodanig te verzegelen dat verdere afname van warmte wordt verhinderd en [gedaagde] te veroordelen de woning te verlaten op grond van artikel 558 Rv subsidiair artikel 491 Rv totdat de voornoemde onderbreking van de levering van warmte heeft plaatsgevonden en het handelen van Ennatuurlijk te gedogen;
3. te bepalen dat alle kosten gemoeid met de hiervoor genoemde afsluiting/verwijdering/verzegeling voor rekening van [gedaagde] komen;
d. [gedaagde] te veroordelen in de kosten van de procedure;
Subsidiair in het geval geoordeeld wordt dat geen overeenkomst bestaat tussen partijen
a. voor recht te verklaren dat Ennatuurlijk geen enkele verplichting heeft tot het leveren van warmte aan het verbruikersperceel te [plaats] , [adres] voor zolang er geen overeenkomst wordt gesloten tussen partijen;
b. [gedaagde] te veroordelen om het volgende te betalen aan Ennatuurlijk:
1. in het kader van ongerechtvaardigde verrijking een bedrag van € 1.579,76, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW, gerekend vanaf de datum van de dagvaarding tot aan de dag dat alles is betaald en buitengerechtelijke incassokosten;
2. voor iedere maand, te rekenen vanaf de datum van dit vonnis tot het moment van onderbreking/afsluiting van de warmtelevering een schadevergoeding voor het in stand houden van de aansluiting en afname van warmte, begroot op € 95,32, zijnde de verbruiksvergoeding, althans een zodanig bedrag dat de kantonrechter redelijk en billijk zal achten, telkenmale te rekenen vanaf de vervaldag van elke voorschottermijn, vermeerderd met de wettelijke rente daarover.
c. 1. [gedaagde] te veroordelen om binnen drie werkdagen na betekening van het vonnis een afspraak te maken met Ennatuurlijk om op werkdagen tussen 08:00 en 20:00 uur toegang te verlenen tot de woning om de warmtelevering te onderbreken door de daar aanwezige meetinrichting geheel of gedeeltelijk te verwijderen, dan wel af te koppelen en/of zodanig te verzegelen dat verdere afname van warmte wordt verhinderd;
2. voor het geval niet binnen drie werkdagen na de betekening van het vonnis wordt voldaan aan de veroordeling onder c.1, dan wel deze niet-toewijsbaar wordt geacht, Ennatuurlijk toe te staan de onderbreking van de levering van warmte te bewerkstelligen door de daar aanwezige meetinrichting geheel of gedeeltelijk te verwijderen, dan wel af te koppelen en/of zodanig te verzegelen dat verdere afname van warmte wordt verhinderd en [gedaagde] te veroordelen de woning te verlaten op grond van artikel 558 Rv subsidiair artikel 491 Rv totdat de voornoemde onderbreking van de levering van warmte heeft plaatsgevonden en het handelen van Ennatuurlijk te gedogen;
3. te bepalen dat alle kosten gemoeid met de hiervoor genoemde afsluiting/verwijdering/verzegeling voor rekening van [gedaagde] komen;
d. [gedaagde] te veroordelen in de kosten van de procedure.
4.2.
Ennatuurlijk legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Tussen partijen bestaat een overeenkomst voor de levering van warmte op het adres van [gedaagde] . Uit de overeenkomst volgt dat [gedaagde] thans iedere maand een voorschotbedrag van € 95,32 verschuldigd is voor de levering van warmte. Volgens Ennatuurlijk heeft [gedaagde] vanaf juni 2023 diverse voorschotbedragen niet betaald. Hierdoor is een achterstand ontstaan. Ondanks meerdere betalingsregelingen tussen partijen is de achterstand niet ingehaald, omdat [gedaagde] de lopende voorschotten onbetaald liet. Ennatuurlijk vordert betaling van de achterstand, vermeerderd met wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. Daarnaast stelt zij zich op het standpunt dat zij, gezien de achterstand, gerechtigd is de overeenkomst te ontbinden. Ennatuurlijk wil, om de schade zo veel mogelijk te beperken, ook de warmtetoevoer (laten) afsluiten. Ennatuurlijk vordert daarom medewerking aan de afsluiting van de warmtetoevoer. Gedurende de periode na ontbinding en tot het moment dat de afsluiting heeft plaatsgevonden, vordert zij betaling van een verbruiksvergoeding. Ook maakt Ennatuurlijk aanspraak op de kosten van de procedure.
4.3.
Voor het geval dat er geen sprake is van een overeenkomst tussen partijen, stelt Ennatuurlijk zich subsidiair op het standpunt dat [gedaagde] ongerechtvaardigd is verrijkt door de geleverde warmte en op grond daarvan alsnog een bedrag – gelijk aan de achterstand – verschuldigd is. Ook in dat geval heeft Ennatuurlijk belang bij de afsluiting en vordert zij betaling van een verbruiksvergoeding tot aan de afsluiting.
4.4.
[gedaagde] heeft niet betwist dat sprake is van een overeenkomst. Ook is niet betwist dat een achterstand is ontstaan. De hoogte daarvan wordt door [gedaagde] wel betwist. Ook stelt hij zich op het standpunt dat Ennatuurlijk de overeenkomst niet mag ontbinden en mag overgaan tot het afsluiten van de warmte, nu de door Ennatuurlijk verstuurde aanmaningen niet voldoen aan de eisen die de Warmteregeling daaraan stelt.
4.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
5De beoordeling
Ambtshalve toetsing van de (pre)contractuele informatieplichten – geen sanctie
5.1.
Tussen partijen is niet in geschil dat er een overeenkomst bestaat voor de levering van warmte aan het woonadres van [gedaagde] . Ennatuurlijk is een handelaar. [gedaagde] is een consument. Ondanks dat het bestaan van de overeenkomst en het bestaan van een betalingsachterstand door [gedaagde] worden erkend, moet de kantonrechter wel ambtshalve toetsen of Ennatuurlijk aan de op haar rustende informatieplichten heeft voldaan.
5.2.
De kantonrechter volgt Ennatuurlijk niet in haar stelling dat er geen grond is om ambtshalve te toetsen. Uit een relevant arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 16 april 2024 (ECLI:NL:GHSHE:2024:1329) volgt dat juist wel aan de (pre)contractuele informatieplichten getoetst moet worden en in dat arrest oordeelt het hof zelfs dat daaraan in dat geval niet was voldaan door eiseres. Het hof heeft hier vervolgens geen sanctie aan verbonden, omdat dit nalaten haar niet was aan te rekenen op grond van de omstandigheden van het geval. Hetzelfde geldt voor de omstandigheden in deze zaak, zodat de kantonrechter ook in deze zaak geen sanctie zal opleggen.
5.3.
Omdat is vastgesteld dat sprake is van een overeenkomst, zal aan de subsidiaire vorderingen van Ennatuurlijk niet worden toegekomen.
[gedaagde] moet de achterstand betalen
5.4.
[gedaagde] heeft erkend dat sprake is van een achterstand. Hij betwist echter de hoogte van de achterstand en legt ter onderbouwing diverse betaalbewijzen over.
5.5.
Ennatuurlijk heeft in de dagvaarding inzichtelijk gemaakt van welke (voorschot)facturen zij betaling vordert. In haar akte van 21 januari 2026 heeft zij voldoende toegelicht dat de vordering op een juiste wijze is opgebouwd en dat in de opbouw al rekening is gehouden met de betalingen uit de door [gedaagde] overgelegde betaalbewijzen. Verder heeft Ennatuurlijk in haar laatste akte ook toegelicht dat zij na het aanbrengen van de dagvaarding nog drie betalingen ter hoogte van € 35,00 van [gedaagde] heeft ontvangen. Deze kunnen volgens Ennatuurlijk in mindering worden gebracht op de in de dagvaarding genoemde hoofdsom. Ook heeft Ennatuurlijk voldoende toegelicht waarom in het overzicht bedragen zijn opgenomen die van het voorschotbedrag van € 95,32 afwijken. In de periode van juni 2024 tot en met juni 2025 bedroeg het voorschot € 104,35. Daarom wijken de bedragen in die periode af. Voor de factuur van 11 april 2025 wordt slechts een bedrag van € 85,17 gevorderd, een bedrag van € 19,18 in mindering is gebracht in verband met de verrekening van de jaarafrekening. Het voorgaande is door [gedaagde] niet betwist. De gevorderde betaling van de achterstand van € 1.579,76 wordt dan ook toegewezen.
[gedaagde] moet de buitengerechtelijke incassokosten betalen
5.6.
Ennatuurlijk vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. Ennatuurlijk heeft aan [gedaagde] een of meer aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. De kantonrechter heeft de hoogte van de vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten bepaald na aftrek van de deelbetaling(en) na het aanbrengen van de dagvaarding zijn gedaan. Daarom zal een bedrag van € 236,96 worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal eveneens worden toegewezen
[gedaagde] moet de wettelijke rente betalen
5.7.
Op grond van artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek (BW) is een partij wettelijke rente verschuldigd vanaf de dag van verzuim. In dit geval was [gedaagde] steeds in verzuim op het moment dat hij een bedrag moest betalen, maar dat niet op tijd deed. De wettelijke rente zal dan ook worden toegewezen zoals hierna vermeld.
De overeenkomst kan niet worden ontbonden - Ennatuurlijk mag de aansluiting niet afsluiten
5.8.
Gezien de omvang van de betalingsachterstand staat vast dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst. Ennatuurlijk vordert daarom ontbinding van de tussen partijen bestaande overeenkomst. Voor toewijzing van deze vordering moet Ennatuurlijk hebben voldaan aan het bepaalde in de Warmteregeling.
5.9.
Naar het oordeel van de kantonrechter heeft Ennatuurlijk [gedaagde] niet aangemaand op de door de Warmteregeling voorgeschreven wijze. Zij overweegt daartoe dat Ennatuurlijk aan [gedaagde] minstens driemaal een schriftelijke aanmaning met een nakomingstermijn van tenminste veertien dagen had moeten sturen waarin ook:
wordt gewezen op de mogelijkheid om een betalingsregeling te treffen en daarover in contact te treden;
wordt gewezen op de mogelijkheden voor schuldhulpverlening;
wordt aangeboden met schriftelijke toestemming van [gedaagde] haar contactgegevens, klantnummer, en informatie over de hoogte van haar schuld aan een instantie ten behoeve van schuldhulpverlening te verstrekken;
wordt vermeld dat de levering niet wordt beëindigd indien de artikelen 5 lid 1 (niet aan vereisten afsluiting voldaan), 5b (schuldhulpverlening) of 6 lid 2 (kwetsbare consument met ernstige gezondheidsrisico's) van toepassing zijn.
5.10.
De door Ennatuurlijk in het geding gebrachte aanmaningen voldoen niet aan alle vereisten. Dat Ennatuurlijk in verschillende aanmaningsbrieven afzonderlijk wel iets heeft opgenomen over schuldhulpverlening maakt niet dat zij [gedaagde] conform de Warmteregeling heeft aangemaand daar hiervoor meer vereist is. Daarbij erkent Ennatuurlijk in de conclusie van dupliek zelf dat haar gemachtigde tweemaal een brief heeft gestuurd waarin de op grond van de warmtewet vereiste informatie is opgenomen. Deze brieven zijn op 16 april 2024 en 3 april 2025 gestuurd. De wet schrijft echter duidelijk voor dat minstens driemaal een schriftelijke aanmaning moet worden verstuurd die voldoet aan de vereisten. Dat Ennatuurlijk zich wel heeft ingespannen om een afsluiting van de warmtelevering te voorkomen en diverse aanmaningen heeft verstuurd en het voor [gedaagde] ook gemakkelijk heeft gemaakt zich bij schuldhulpverlening aan te melden, doet aan het voorgaande niets af. De gevorderde ontbinding van de overeenkomst, de afsluiting van de levering en daarmee samenhangende vorderingen zullen daarom niet worden toegewezen.
De met de ontbinding samenhangende vorderingen worden afgewezen
5.11.
Ennatuurlijk vordert dat [gedaagde] wordt veroordeeld om voor elke maand vanaf 12 april 2025 tot de gevorderde ontbinding van de overeenkomst het overeengekomen voorschotbedrag van € 95,32 te voldoen. Ook vordert zij vanaf de ontbinding tot de afsluiting een schadevergoeding gelijk aan dit voorschotbedrag.
5.12.
Nu de ontbinding van de overeenkomst wordt afgewezen, komt de kantonrechter ook tot een afwijzing van voorgenoemde vorderingen. In haar overweging neemt de kantonrechter mee dat Ennatuurlijk nagelaten heeft om inzichtelijk te maken wat de exacte hoogte is van de achterstand ten tijde van het indienen van de laatste akte, waardoor het onduidelijk is welk bedrag er voor de periode na 12 april 2025 openstaat. Hierdoor kan de kantonrechter in dit geval ook niet komen tot een gedeeltelijke toewijzing van enig bedrag na 12 april 2025. Daarbij komt dat [gedaagde] op grond van de overeenkomst reeds gehouden is en blijft om de voorschotbedragen te betalen.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
5.13.
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Ennatuurlijk worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
120,21
- griffierecht
€
385,00
- salaris gemachtigde
€
542,50
(2,5 punten × € 217,00)
- nakosten
€
108,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.156,21
6De beslissing
De kantonrechter
6.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Ennatuurlijk te betalen een bedrag van € 1.579,76, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, vanaf de vervaldag van de onderliggende facturen, tot de dag van volledige betaling,
6.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan Ennatuurlijk te betalen een bedrag van € 236,96 aan buitengerechtelijke kosten,
6.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.156,21, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
6.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van Sprundel-Jansen en in het openbaar uitgesproken op 19 augustus 2026.
Regeling van de Minister van Economische Zaken van 4 september 2013, nr. WJZ/ 13132689, houdende uitvoering van het Warmtebesluit en de Warmtewet (Warmteregeling).