Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2026:7774

2026-07-16 Civiel recht; Personen- en familierecht C/02/446237 / FA RK 26-1444
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2026-07-16
Publicatiedatum
2026-08-16
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure
Zaaknummer
C/02/446237 / FA RK 26-1444
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Wijziging geslacht naar X. Geen deskundigenverklaring nodig.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (11.699 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT



Team Familie- en Jeugdrecht


Middelburg


Zaaknummer: C/02/446237 / FA RK 26-1444


datum uitspraak: 16 juli 2026



beschikking betreffende de registers van de burgerlijke stand



op het verzoek van




[de rechtzoekende] ,

wonend op een bij de rechtbank bekend adres,
hierna te noemen: de rechtzoekende,
advocaat: mr. M.E. Kok, kantoorhoudende te Goes.


Als belanghebbende in deze zaak is aangemerkt:- de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Middelburg.


1. Het procesverloop


1.1 Dit blijkt uit de volgende stukken:

- het op 3 maart 2026 ontvangen verzoekschrift wijziging geslachtsaanduiding naar X, met bijlagen;
- de akte met [nummer] van het jaar 1960 van het register van geboorten van de burgerlijke stand van de gemeente Middelburg;
- de op 17 april 2026 ontvangen instemmingsverklaring van de rechtzoekende, waarin wordt verklaard dat geen behoefte bestaat aan een mondelinge behandeling van het verzoek;
- de op 21 april 2026 ontvangen instemmingsverklaring van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Middelburg.

1.2. Mede gelet op de inhoud van de genoemde instemmingsverklaringen is geen
mondelinge behandeling van het verzoek bepaald.



2De feiten2.1. In voormelde geboorteakte is opgenomen dat op [geboortedatum] 1960 te [geboorteplaats] is geboren [de rechtzoekende] , van het vrouwelijke geslacht.


2.2.
De rechtzoekende heeft de Nederlandse nationaliteit.3 Het verzoek



3.1.
De rechtzoekende verzoekt diens geboorteakte te verbeteren in die zin dat bij geslacht wordt vermeld "X", althans de ambtenaar van de burgerlijke stand te bevelen om de geboorteakte op deze manier aan te passen.





4De beoordeling



Bevoegdheid




4.1
De rechtbank Zeeland-West-Brabant is ten aanzien van het verzoek tot wijziging van het geslacht van de rechtzoekende relatief bevoegd, nu dit verzoek ziet op wijziging van een akte welke is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand binnen haar rechtsgebied.



4.2
De rechtzoekende legt het volgende ten grondslag aan diens verzoek tot wijziging van het geslacht in "X".


De rechtzoekende heeft een non-binaire beleving van diens gender en identificeert zich niet specifiek als man of specifiek als vrouw. Al vanaf jonge leeftijd, heeft de rechtzoekende het gevoel dat de toekenning van het vrouwelijke geslacht bij de geboorte niet overeenkomt met diens beleving van identiteit. De rechtzoekende voelde zich destijds een niet-meisje. Pas toen er maatschappelijke bekendheid kwam omtrent queer, non-binair, two-spirit, drag, trans en de lhbti-gemeenschap, realiseerde de rechtzoekende zich dat die non-binair is.
Vanaf juli 2024 heeft de rechtzoekende gesprekken gevoerd met een GZ-psycholoog van [kliniek] in het kader van het verhelderen van de diagnostiek omtrent genderdysforie. Daarnaast is in september 2024 via een psychiater de indicatie verkregen voor een mastectomie. Op 23 december 2024 heeft de rechtzoekende een mastectomie ondergaan. Hieruit blijkt dat het een duurzame wens is om niet meer tot het vrouwelijk geslacht te behoren en geen lichtzinnig besluit is om over te gaan tot een wijziging van het geslacht. Er is verder sprake van een doorleefde overtuiging noch tot het vrouwelijke, noch tot het mannelijke geslacht te behoren. Deze overtuiging bestaat al geruime tijd en wordt door de rechtzoekende uitgedragen in contacten met derden.Gelet op de non-binaire beleving van diens gender vormt de formele registratie als vrouw voor de rechtzoekende een belemmering. De rechtzoekende geeft aan zich ervan bewust te zijn dat na toewijzing van het verzoek rekening moet worden gehouden met extra controles of weigering bij buitenlandse reizen, omdat niet alle landen een neutrale geslachtsregistratie erkennen. De rechtzoekende houdt er voorts rekening mee dat visa-aanvragen soms moeilijk kunnen gaan of dat er wellicht administratieve problemen ontstaan, omdat de digitale systemen van bijvoorbeeld banken of zorginstellingen enkel een binaire geslachtsaanduiding kennen. De rechtzoekende stelt dat ‒ondanks de problemen die die daarvan kan ervaren‒ het voor de rechtzoekende van groot persoonlijk en maatschappelijk belang is dat de verzochte non-binaire geslachtsregistratie wordt toegewezen. Juridische erkenning van diens identiteit zou de rechtzoekende veel rust opleveren.
De rechtzoekende wijst in dit kader nog naar de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 22 april 2024 (ECLI:RBMNE:2024:2400). In deze uitspraak werd de wijziging van de geslachtsaanduiding toegekend, zonder deskundigenverklaring. De rechtzoekende stelt zelf wel een deskundigenverklaring te hebben overgelegd.



4.3.
Uit voormelde instemmingsverklaring blijkt dat de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Middelburg geen bezwaar heeft tegen toewijzing van het verzoek.


4.4.
De rechtbank stelt vast dat er op dit moment geen wettelijke grondslag bestaat voor het verzoek om de vermelding van het geslacht op de geboorteakte te wijzigen in een non-binaire geslachtsidentiteit in de vorm van een ‘X’.



4.5.
Het is in beginsel aan de wetgever om voor geslachtsneutrale registratie in de geboorteakte een voorziening te treffen. Hoewel daartoe eerder wel initiatief was genomen, is er op dit moment geen wetgevingsproces gaande betreffende de geslachtsneutrale registratie.


4.6.
Zolang er geen wetgeving op dit punt is, is het aan de rechter om in elke concrete zaak aan de hand van de aard en inhoud van het verzoek en de verdere omstandigheden van het geval te beslissen, met inbegrip van de mogelijkheid om de beslissing op het verzoek aan te houden, zo heeft de Hoge Raad geoordeeld in de prejudiciële beslissing van 4 maart 2022 (ECLI:NL:HR:2022:336), bevestigd in de prejudiciële beslissing van 19 december 2025 (ECLI:NL:HR:2025:1959).


4.7.

De rechtbank is, in lijn met de recente jurisprudentie, van oordeel dat het verzoek tot wijziging van de geslachtsaanduiding in ‘X’ op dezelfde wijze dient te worden benaderd als is omschreven in de artikelen 1:28 tot en met 1:28c BW, welke artikelen zien op personen die de overtuiging hebben tot “het andere geslacht” te behoren.
Naar het oordeel van de rechtbank is sprake van een ongerechtvaardigd onderscheid tussen personen die de overtuiging hebben tot het andere (binaire) geslacht te behoren en personen die de overtuiging hebben buiten de exclusief mannelijke of vrouwelijke geslachtsaanduiding te vallen, nu de artikelen 1:28 tot en met 1:28c BW enkel een keuze voor ‘vrouwelijk’ of ‘mannelijk’ toestaan en niet voorzien in de mogelijkheid om te kiezen voor een non-binaire geslachtsaanduiding. Dit onderscheid acht de rechtbank in strijd met artikel 26 van het IVBPR en artikel 1 lid 2 van Protocol nr. 12 bij het EVRM. De rechtbank zal de artikelen 1:28 tot en met 1:28c BW daarom analoog toepassen op het onderhavige verzoek. Daarbij is mede in aanmerking genomen dat al geruime tijd sprake is van maatschappelijke erkenning en een trend naar juridische erkenning van een neutraal geslachtelijke identiteit, zoals onder meer blijkt uit de ontwikkelingen in de rechtspraak en de ondertekening van het “Regenboog Stembusakkoord 2025” door de lijsttrekkers van zeven landelijke politieke partijen, waaronder de drie huidige regeringspartijen.



4.8.
Artikel 1:28a BW schrijft voor dat bij een verzoek om wijziging van het geslacht naar het andere geslacht in de geboorteakte een deskundigenverklaring moet worden overgelegd waaruit, kort gezegd, de overtuiging van de rechtzoekende omtrent diens genderbeleving blijkt en dat de rechtzoekende de gevolgen van de wijziging van de geboorteakte overziet en weloverwogen wenst.



4.9.

Als productie 3 bij het verzoekschrift is een verklaring overgelegd van een GZ-psycholoog. Deze verklaring is evenwel geen verklaring in de zin van artikel 1:28a lid 2 BW.De rechtbank stelt daarom vast dat een verklaring van een deskundige in de onderhavige zaak ontbreekt. De rechtbank gaat hier echter aan voorbij. De artikelen 1:28 tot en met 1:28c BW zien op een procedure die bij de ambtenaar van de burgerlijke stand wordt gevolgd. Indien een aangifte voldoet aan de voorwaarden van genoemde artikelen, heeft de ambtenaar van de burgerlijke stand geen inhoudelijke beoordelingsruimte. De rechter beschikt naar het oordeel van de rechtbank wel over voldoende ruimte om te toetsen of er bij de betreffende persoon sprake is van voornoemde overtuiging en van een weloverwogen beslissing. De rechtbank kan dit ook op een andere wijze dan met een deskundigenverklaring vaststellen, te weten aan de hand van de eigen verklaring van de rechtzoekende en de overgelegde stukken.
Naar het oordeel van de rechtbank is met de toelichting in het verzoekschrift en de nadere toelichting in de brief d.d. 2 juni 2026 voldoende onderbouwd dat de rechtzoekende de duurzame overtuiging heeft een genderneutrale persoon te zijn en dat de vermelding van het vrouwelijke geslacht op diens geboorteakte niet met deze overtuiging in overeenstemming is. Deze overtuiging bestaat al geruime tijd en wordt door de rechtzoekende uitgedragen in contacten met derden. Ook is voldoende gebleken dat het besluit om wijziging van de geboorteakte te verzoeken niet lichtzinnig is genomen en dat de rechtzoekende heeft nagedacht over de impact en de mogelijke consequenties van een neutrale geslachtsregistratie. Een nadere deskundigenverklaring zoals bedoeld in artikel 1:28a BW vindt de rechtbank daarom niet nodig.




4.10.
Gelet op al het voorgaande, is de rechtbank van oordeel dat de rechtzoekende er een zwaarwegend belang bij heeft dat de geboorteakte in overeenstemming wordt gebracht met diens non-binaire genderidentiteit. Het verzoek van de rechtzoekende om diens geslacht te wijzigen in ‘X’ wordt daarom toegewezen.





5De beslissing


De rechtbank:



5.1.
gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Middelburg om aan de akte, ingeschreven in het onder hem berustende register van geboorten van het jaar 1960 met [nummer] , een latere vermelding toe te voegen van de wijziging van het geslacht van de rechtzoekende, in die zin dat het geslacht zal zijn: ‘X’;



5.2.
wijst het meer of anders verzochte af.


Deze beschikking is gegeven door mr. Verschoor-Bergsma, rechter, en in tegenwoordigheid van mr. Dijkwel, griffier, in het openbaar uitgesproken op16 juli 2026.




Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:



door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,


door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.



Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch