Rechtbank Zeeland-West-Brabant
ECLI:NL:RBZWB:2026:7702
2026-07-14
Civiel recht; Personen- en familierecht
C/02/436188 FA RK 25-2888
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Echtscheiding met internationaal karakter en nevenvoorzieingen.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (16.313 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Breda
Zaaknummer: C/02/436188 FA RK 25-2888
datum uitspraak: 14 juli 2026
beschikking betreffende echtscheiding en nevenvoorzieningen
in de zaak van
[de vrouw]
,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat mr. S. Kandemir,
en
[de man]
,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: de man,
advocaat mr. Ö. Aydogan.
1 Het procesverloop
1.1 Dit blijkt uit de volgende stukken:
- het op 28 mei 2025 ontvangen verzoekschrift met productie 1;
- het op 7 oktober 2025 ontvangen verweerschrift tevens houdende zelfstandig verzoeken;
- de brief van 23 juni 2026 van mr. Aydogan met daarin een gewijzigd verzoek.
1.2 De zaak is behandeld op de mondelinge behandeling van 25 juni 2026. Bij die gelegenheid zijn verschenen partijen, bijgestaan door hun advocaat. Tevens was aanwezig een vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, hierna te noemen de Raad.
1.3 Na te noemen kinderen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn gelet op hun leeftijd in staat gesteld hun mening kenbaar te maken tijdens een zogenoemd kindgesprek. Zij hebben op 16 juni 2026 met de kinderrechter gesproken. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2De feiten
2.1
Op grond van de stellingen en overgelegde stukken staat tussen partijen het volgende vast:
- partijen zijn op [datum] 2012 in de gemeente Yunak (Turkije) met elkaar gehuwd;
- uit hun huwelijk zijn de volgende, nu nog minderjarige kinderen geboren:
1. [minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2014,
2. [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2016,
3. [minderjarige 3] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 3] 2020;
- partijen hebben geen overeenstemming kunnen bereiken over een ouderschapsplan;
- de vrouw en de man bezitten beiden de Turkse nationaliteit;
- het huwelijk van partijen is duurzaam ontwricht.
3De verzoeken
3.1
De vrouw verzoekt de rechtbank bij beschikking voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
- de echtscheiding tussen partijen uit te spreken;
- te bepalen dat de minderjarige kinderen hun hoofdverblijf bij haar zullen hebben;
- de wijze van verdeling van de gemeenschappelijke goederen vast te stellen;
3.2
De man verzoekt de rechtbank bij beschikking voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
- de echtscheiding tussen partijen uit te spreken;
- de navolgende zorgregeling vast te stellen:
zolang de man niet beschikt over een zelfstandige woonruimte waar de kinderen kunnen overnachten
:
-wanneer de man in het buitenland verblijft:
de kinderen hebben twee keer in de week een videobelcontact met de man. De vrouw zal de videomomenten faciliteren, indien en voor zover de kinderen dit niet zelfstandig kunnen;
- wanneer de man in Nederland verblijft:
de kinderen verblijven op zondag van 12.00 uur tot 18.00 uur bij de man;
zodra de man beschikt over een zelfstandige woonruimte waar de kinderen kunnen overnachten
de kinderen verblijven eens in de twee weken van zaterdagochtend tot zondag 18.00 uur bij de man;
- de vakanties en feestdagen, waaronder inbegrepen Suikerfeest en Offerfeest, worden
in onderling overleg verdeeld;
- het halen en brengen wordt tussen partijen bij helfte verdeeld;
- althans een zodanige zorg- en contact regeling vast te stellen als de rechtbank in goede
justitie oordelend redelijk en juist acht.
4De beoordeling
Ontvankelijkheid
4.1
Op grond van artikel 815 lid 2 Rv dient het echtscheidingsverzoek een door beide echtgenoten ondertekend ouderschapsplan te bevatten. De vrouw heeft bij haar verzoekschrift geen ouderschapsplan overgelegd. Zij stelt dat het niet mogelijk is gebleken om een ouderschapsplan op te stellen omdat de verstandhouding tussen partijen erg slecht is. De rechtbank acht de vrouw ontvankelijk in haar echtscheidingsverzoek. De door haar aangevoerde omstandigheden zijn van dien aard dat van de vrouw redelijkerwijs niet kan worden verlangd dat een door beide partijen opgesteld ouderschapsplan wordt overgelegd. Ook de man is ontvankelijk in zijn zelfstandige verzoeken.
Internationaal karakter
4.2
Doordat beide partijen de Turkse nationaliteit bezitten en doordat het huwelijk in Turkije is voltrokken, draagt deze zaak een internationaal karakter. De rechtbank zal hieronder per onderwerp kort aandacht besteden aan de vraag of de Nederlandse rechter rechtsmacht toekomt en zo ja, op basis van welke internationaalrechtelijke bepaling. Daarna zal de rechtbank beoordelen welk recht moet worden toegepast en ook daarbij zal zij aangeven op welke bepaling dat gebaseerd is.
Echtscheiding
4.3
Op grond van artikel 3 lid 1 sub a, eerste gedachtestreep van de Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad van 27 november 2003 (Brussel II-ter) komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe ten aanzien van de beide verzoeken tot echtscheiding, omdat partijen hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben.
4.4
Artikel 10:56 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat Nederlands recht van toepassing is op een echtscheidingsverzoek, tenzij één van de uitzonderingen uit het tweede lid van toepassing is. Nu naar het oordeel van de rechtbank geen van de uitzonderingen van toepassing is, toetst de rechtbank of de echtscheiding op basis van het Nederlandse recht kan worden uitgesproken.
4.5
Partijen zijn het er over eens dat het huwelijk tussen hen duurzaam is ontwricht. Gelet daarop zijn de verzoeken tot echtscheiding op de wet gegrond zodat de rechtbank die verzoeken zal toewijzen en de echtscheiding uit zal spreken.
Hoofdverblijf
4.6
Een verzoek dat ziet op het hoofdverblijf van de kinderen is een verzoek over de ouderlijke verantwoordelijkheid. Op grond van artikel 7 van de Verordening (EG) nr. 2201/2003 (Brussel II-ter) komt aan de Nederlandse rechter rechtsmacht toe ter zake van de ouderlijke verantwoordelijkheid als de gewone verblijfplaats van de kinderen in Nederland is. De kinderen van partijen hebben hun gewone verblijfplaats in Nederland, zodat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft.
4.7
Artikel 15 van deze verordening bepaalt dat als de Nederlandse rechter rechtsmacht toekomt, deze Nederlands recht moet toepassen.
4.8
De vrouw verzoekt om het hoofdverblijf van de kinderen bij haar te bepalen. De man stemt hiermee in. De rechtbank zal volgens deze tussen partijen bereikte overeenstemming beslissen, te meer nu ook niet is gebleken dat het belang van de kinderen zich tegen toewijzing van het verzoek verzet.
Zorgregeling
4.9
Voor het verzoek van de man om een zorgregeling vast te stellen geldt hetzelfde als is overwogen onder rechtsoverweging 4.6 en 4.7., omdat dit verzoek ook ziet op de ouderlijke verantwoordelijkheid. De rechtbank zal het verzoek van de man dus beoordelen op basis van het Nederlandse recht.
4.10
De man verzoekt een zorgregeling vast te stellen, waarin onderscheid wordt gemaakt tussen de huidige situatie waarin hij geen geschikte woonruimte heeft om de kinderen te ontvangen en de situatie waarin hij die geschikte woonruimte wel heeft gevonden. Ten aanzien van de huidige situatie maakt de man weer onderscheid tussen de momenten waarop hij in Nederland verblijft en de momenten waarop hij in het buitenland (Turkije) is. De rechtbank verwijst naar punt 3.2. waarin het verzoek van de man volledig is beschreven.
4.11
De man heeft toegelicht dat hij momenteel geen vaste woonruimte heeft. Hij verblijft als hij in Nederland is bij zijn zus. Momenteel verblijft hij ook regelmatig in Turkije. Omdat de man geen vaste woonruimte heeft, kan er maar beperkt contact zijn met de kinderen. Als hij contact heeft met de kinderen gaat hij iets met ze doen, zoals naar een binnenspeeltuin of naar een restaurant of gewoon wat rondrijden. Als de man in het buitenland verblijft wil hij graag met de kinderen bellen. Maar volgens de man houdt de vrouw het belcontact tegen. De man had voordat hij naar het buitenland ging nog contact met de kinderen, maar toen hij vanuit het buitenland belde kreeg hij te horen dat de kinderen niet meer met hem wilde praten.
De man wil nu ook alvast een regeling vastleggen voor wanneer hij geschikte woonruimte heeft gevonden. Vanaf dat moment wil de man een weekendregeling van zaterdagochtend tot zondagavond. De man weet niet wanneer die regeling in kan gaan. Hij heeft nog geen zicht op een nieuwe woning, maar hij benadrukt wel dat zijn doel is om in Nederland te wonen. Zijn toekomst ligt in Nederland.
4.12
De vrouw voert gemotiveerd verweer. In de afgelopen twee maanden is er geen contact geweest tussen de man en de kinderen. Daarvoor was er wel regelmatig contact, maar niet iedere week zoals de man stelt. De man heeft met regelmaat de afspraak afgezegd of bracht de kinderen eerder dan het afgesproken tijdstip terug. Voor wat betreft de belcontacten geeft de vrouw aan dat hij de kinderen aanspoort om met hem te bellen, maar zij geven aan hem niet te willen spreken. De vrouw vindt het een stap te ver om nu een regeling vast te stellen voor de situatie dat de man eigen woonruimte heeft.
De vrouw merkt daarbij op dat in het geheel niet blijkt dat de man op zoek is naar woonruimte. Hij verblijft veel in Turkije en volgens de vrouw woont hij daar ook en heeft hij daar een eigen supermarkt.
4.13
De Raad benadrukt dat goed gekeken moet worden wat haalbaar en wenselijk is. Het belang van de kinderen moet daarbij voorop staan. Voor de kinderen is het nodig dat er een stabiele en structurele omgang is. Als is afgesproken dat er contact is van 12.00 uur tot 18.00 uur, dan moet dat contact er ook zijn. Het is dan niet de bedoeling dat de man de kinderen later haalt of eerder terugbrengt, want dat leidt tot teleurstellingen en boosheid bij de kinderen. Voor de vrouw geldt dat zij de kinderen niet moet vragen of ze de man willen spreken maar dat ze de kinderen zegt dat ze de man moeten spreken als hij belt. Het is belangrijk om ook voor de belmomenten een vast tijdstip af te spreken. Dit moet dan een tijdstip zijn waarop de kinderen niet aan het spelen of aan het eten zijn. De Raad benadrukt dat hoe vaker de afgesproken contacten ook daadwerkelijk plaatsvinden, hoe meer het vertrouwen van de kinderen in hun vader terugkomt.
4.14
Partijen hebben, nadat zij het advies van de Raad hebben gehoord, tijdens de mondelinge behandeling gedeeltelijk overeenstemming bereikt over de zorgregeling. De overeenstemming ziet op de periode waarin de man nog niet beschikt over geschikte woonruimte waar de kinderen kunnen overnachten en de man in Nederland is. Partijen zijn overeengekomen dat de man iedere zondag contact heeft met de kinderen van 12.00 uur tot 18.00 uur, waarbij de man de kinderen ophaalt en terugbrengt bij de vrouw. De man geeft minimaal één week van tevoren aan dat hij in Nederland is, zodat de vrouw voldoende tijd heeft om de kinderen voor te bereiden op het contact met de man. Als de man in het buitenland is, dan is er een vast belmoment op zondagmiddag om 16.00 uur, waarbij de man de kinderen belt.
4.15
Het is partijen niet gelukt om ook afspraken te maken over periode waarin de man geschikte woonruimte heeft gevonden waar de kinderen kunnen overnachten, zodat de rechtbank hierover een beslissing zal nemen. In haar beoordeling betrekt de rechtbank dat partijen het er over eens zijn dat de zorgregeling haalbaar en uitvoerbaar moet zijn. Op dit moment heeft de man geen eigen woonruimte in Nederland. Hij heeft ook onvoldoende inzicht gegeven in de inspanningen die hij verricht om geschikte woonruimte te vinden en binnen welke termijn hij verwacht over eigen woonruimte te beschikken. Dit maakt dat de haalbaar- en uitvoerbaarheid van de door hem verzochte regeling onduidelijk is. Dit gedeelte van het verzoek wijst de rechtbank dan ook af. Op het moment dat de man geschikte woonruimte heeft, kan hij altijd met de vrouw in overleg treden over een mogelijke uitbreiding van het contact. Als het partijen dan niet lukt om samen een nieuwe regeling af te spreken kan de man een verzoek tot wijziging van de zorgregeling indienen bij de rechtbank.
Het verzoek van de man om te bepalen dat partijen de vakanties en feestdagen, waaronder inbegrepen Suikerfeest en Offerfeest, in onderling overleg moeten verdelen, zal de rechtbank ook afwijzen. Ook daarvoor geldt, zeker bij de vakanties, dat een voorwaarde is dat de man over geschikte woonruimte beschikt en dat is op dit moment niet het geval.
Bevel verdeling gemeenschap van goederen
4.16
De vrouw heeft het verzoek om partijen te bevelen over te gaan tot verdeling van de gemeenschap van goederen ingetrokken. De rechtbank hoeft daarop niet meer beslissen.
5De beslissing
De rechtbank
5.1.
spreekt uit de echtscheiding tussen partijen, op [datum] 2012 in de gemeente Yunak (Turkije) met elkaar gehuwd;
5.2.
bepaalt, uitvoerbaar bij voorraad, dat de minderjarige kinderen
1. [minderjarige 1] , geboren te [woonplaats] op [geboortedag 1] 2014,
2. [minderjarige 2] , geboren te [woonplaats] op [geboortedag 2] 2016,
3. [minderjarige 3] , geboren te [woonplaats] op [geboortedag 3] 2020;
hun hoofdverblijf hebben bij de vrouw;
5.3.
bepaalt, uitvoerbaar bij voorraad, dat de man en de kinderen in de situatie dat de man niet beschikt over zelfstandige woonruimte waarin de kinderen kunnen overnachten in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken gerechtigd zijn tot het hebben van contact,
- wanneer de man in Nederland verblijft: op zondag van 12.00 uur tot 18.00 uur, waarbij de man de kinderen bij de vrouw ophaalt en weer terugbrengt, een en ander met inachtneming van rechtsoverweging 4.14.
- wanneer de man in het buitenland verblijft: door een belmoment op zondagmiddag om 16.00 uur, waarbij de man de kinderen opbelt
5.4.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Van den Broek, en, in tegenwoordigheid van mr. Hurkmans, griffier, in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2026.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
Artikel 1:151 BW.
Team Familie- en Jeugdrecht
Breda
Zaaknummer: C/02/436188 FA RK 25-2888
datum uitspraak: 14 juli 2026
beschikking betreffende echtscheiding en nevenvoorzieningen
in de zaak van
[de vrouw]
,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat mr. S. Kandemir,
en
[de man]
,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: de man,
advocaat mr. Ö. Aydogan.
1 Het procesverloop
1.1 Dit blijkt uit de volgende stukken:
- het op 28 mei 2025 ontvangen verzoekschrift met productie 1;
- het op 7 oktober 2025 ontvangen verweerschrift tevens houdende zelfstandig verzoeken;
- de brief van 23 juni 2026 van mr. Aydogan met daarin een gewijzigd verzoek.
1.2 De zaak is behandeld op de mondelinge behandeling van 25 juni 2026. Bij die gelegenheid zijn verschenen partijen, bijgestaan door hun advocaat. Tevens was aanwezig een vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, hierna te noemen de Raad.
1.3 Na te noemen kinderen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn gelet op hun leeftijd in staat gesteld hun mening kenbaar te maken tijdens een zogenoemd kindgesprek. Zij hebben op 16 juni 2026 met de kinderrechter gesproken. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2De feiten
2.1
Op grond van de stellingen en overgelegde stukken staat tussen partijen het volgende vast:
- partijen zijn op [datum] 2012 in de gemeente Yunak (Turkije) met elkaar gehuwd;
- uit hun huwelijk zijn de volgende, nu nog minderjarige kinderen geboren:
1. [minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2014,
2. [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2016,
3. [minderjarige 3] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 3] 2020;
- partijen hebben geen overeenstemming kunnen bereiken over een ouderschapsplan;
- de vrouw en de man bezitten beiden de Turkse nationaliteit;
- het huwelijk van partijen is duurzaam ontwricht.
3De verzoeken
3.1
De vrouw verzoekt de rechtbank bij beschikking voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
- de echtscheiding tussen partijen uit te spreken;
- te bepalen dat de minderjarige kinderen hun hoofdverblijf bij haar zullen hebben;
- de wijze van verdeling van de gemeenschappelijke goederen vast te stellen;
3.2
De man verzoekt de rechtbank bij beschikking voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
- de echtscheiding tussen partijen uit te spreken;
- de navolgende zorgregeling vast te stellen:
zolang de man niet beschikt over een zelfstandige woonruimte waar de kinderen kunnen overnachten
:
-wanneer de man in het buitenland verblijft:
de kinderen hebben twee keer in de week een videobelcontact met de man. De vrouw zal de videomomenten faciliteren, indien en voor zover de kinderen dit niet zelfstandig kunnen;
- wanneer de man in Nederland verblijft:
de kinderen verblijven op zondag van 12.00 uur tot 18.00 uur bij de man;
zodra de man beschikt over een zelfstandige woonruimte waar de kinderen kunnen overnachten
de kinderen verblijven eens in de twee weken van zaterdagochtend tot zondag 18.00 uur bij de man;
- de vakanties en feestdagen, waaronder inbegrepen Suikerfeest en Offerfeest, worden
in onderling overleg verdeeld;
- het halen en brengen wordt tussen partijen bij helfte verdeeld;
- althans een zodanige zorg- en contact regeling vast te stellen als de rechtbank in goede
justitie oordelend redelijk en juist acht.
4De beoordeling
Ontvankelijkheid
4.1
Op grond van artikel 815 lid 2 Rv dient het echtscheidingsverzoek een door beide echtgenoten ondertekend ouderschapsplan te bevatten. De vrouw heeft bij haar verzoekschrift geen ouderschapsplan overgelegd. Zij stelt dat het niet mogelijk is gebleken om een ouderschapsplan op te stellen omdat de verstandhouding tussen partijen erg slecht is. De rechtbank acht de vrouw ontvankelijk in haar echtscheidingsverzoek. De door haar aangevoerde omstandigheden zijn van dien aard dat van de vrouw redelijkerwijs niet kan worden verlangd dat een door beide partijen opgesteld ouderschapsplan wordt overgelegd. Ook de man is ontvankelijk in zijn zelfstandige verzoeken.
Internationaal karakter
4.2
Doordat beide partijen de Turkse nationaliteit bezitten en doordat het huwelijk in Turkije is voltrokken, draagt deze zaak een internationaal karakter. De rechtbank zal hieronder per onderwerp kort aandacht besteden aan de vraag of de Nederlandse rechter rechtsmacht toekomt en zo ja, op basis van welke internationaalrechtelijke bepaling. Daarna zal de rechtbank beoordelen welk recht moet worden toegepast en ook daarbij zal zij aangeven op welke bepaling dat gebaseerd is.
Echtscheiding
4.3
Op grond van artikel 3 lid 1 sub a, eerste gedachtestreep van de Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad van 27 november 2003 (Brussel II-ter) komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe ten aanzien van de beide verzoeken tot echtscheiding, omdat partijen hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben.
4.4
Artikel 10:56 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat Nederlands recht van toepassing is op een echtscheidingsverzoek, tenzij één van de uitzonderingen uit het tweede lid van toepassing is. Nu naar het oordeel van de rechtbank geen van de uitzonderingen van toepassing is, toetst de rechtbank of de echtscheiding op basis van het Nederlandse recht kan worden uitgesproken.
4.5
Partijen zijn het er over eens dat het huwelijk tussen hen duurzaam is ontwricht. Gelet daarop zijn de verzoeken tot echtscheiding op de wet gegrond zodat de rechtbank die verzoeken zal toewijzen en de echtscheiding uit zal spreken.
Hoofdverblijf
4.6
Een verzoek dat ziet op het hoofdverblijf van de kinderen is een verzoek over de ouderlijke verantwoordelijkheid. Op grond van artikel 7 van de Verordening (EG) nr. 2201/2003 (Brussel II-ter) komt aan de Nederlandse rechter rechtsmacht toe ter zake van de ouderlijke verantwoordelijkheid als de gewone verblijfplaats van de kinderen in Nederland is. De kinderen van partijen hebben hun gewone verblijfplaats in Nederland, zodat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft.
4.7
Artikel 15 van deze verordening bepaalt dat als de Nederlandse rechter rechtsmacht toekomt, deze Nederlands recht moet toepassen.
4.8
De vrouw verzoekt om het hoofdverblijf van de kinderen bij haar te bepalen. De man stemt hiermee in. De rechtbank zal volgens deze tussen partijen bereikte overeenstemming beslissen, te meer nu ook niet is gebleken dat het belang van de kinderen zich tegen toewijzing van het verzoek verzet.
Zorgregeling
4.9
Voor het verzoek van de man om een zorgregeling vast te stellen geldt hetzelfde als is overwogen onder rechtsoverweging 4.6 en 4.7., omdat dit verzoek ook ziet op de ouderlijke verantwoordelijkheid. De rechtbank zal het verzoek van de man dus beoordelen op basis van het Nederlandse recht.
4.10
De man verzoekt een zorgregeling vast te stellen, waarin onderscheid wordt gemaakt tussen de huidige situatie waarin hij geen geschikte woonruimte heeft om de kinderen te ontvangen en de situatie waarin hij die geschikte woonruimte wel heeft gevonden. Ten aanzien van de huidige situatie maakt de man weer onderscheid tussen de momenten waarop hij in Nederland verblijft en de momenten waarop hij in het buitenland (Turkije) is. De rechtbank verwijst naar punt 3.2. waarin het verzoek van de man volledig is beschreven.
4.11
De man heeft toegelicht dat hij momenteel geen vaste woonruimte heeft. Hij verblijft als hij in Nederland is bij zijn zus. Momenteel verblijft hij ook regelmatig in Turkije. Omdat de man geen vaste woonruimte heeft, kan er maar beperkt contact zijn met de kinderen. Als hij contact heeft met de kinderen gaat hij iets met ze doen, zoals naar een binnenspeeltuin of naar een restaurant of gewoon wat rondrijden. Als de man in het buitenland verblijft wil hij graag met de kinderen bellen. Maar volgens de man houdt de vrouw het belcontact tegen. De man had voordat hij naar het buitenland ging nog contact met de kinderen, maar toen hij vanuit het buitenland belde kreeg hij te horen dat de kinderen niet meer met hem wilde praten.
De man wil nu ook alvast een regeling vastleggen voor wanneer hij geschikte woonruimte heeft gevonden. Vanaf dat moment wil de man een weekendregeling van zaterdagochtend tot zondagavond. De man weet niet wanneer die regeling in kan gaan. Hij heeft nog geen zicht op een nieuwe woning, maar hij benadrukt wel dat zijn doel is om in Nederland te wonen. Zijn toekomst ligt in Nederland.
4.12
De vrouw voert gemotiveerd verweer. In de afgelopen twee maanden is er geen contact geweest tussen de man en de kinderen. Daarvoor was er wel regelmatig contact, maar niet iedere week zoals de man stelt. De man heeft met regelmaat de afspraak afgezegd of bracht de kinderen eerder dan het afgesproken tijdstip terug. Voor wat betreft de belcontacten geeft de vrouw aan dat hij de kinderen aanspoort om met hem te bellen, maar zij geven aan hem niet te willen spreken. De vrouw vindt het een stap te ver om nu een regeling vast te stellen voor de situatie dat de man eigen woonruimte heeft.
De vrouw merkt daarbij op dat in het geheel niet blijkt dat de man op zoek is naar woonruimte. Hij verblijft veel in Turkije en volgens de vrouw woont hij daar ook en heeft hij daar een eigen supermarkt.
4.13
De Raad benadrukt dat goed gekeken moet worden wat haalbaar en wenselijk is. Het belang van de kinderen moet daarbij voorop staan. Voor de kinderen is het nodig dat er een stabiele en structurele omgang is. Als is afgesproken dat er contact is van 12.00 uur tot 18.00 uur, dan moet dat contact er ook zijn. Het is dan niet de bedoeling dat de man de kinderen later haalt of eerder terugbrengt, want dat leidt tot teleurstellingen en boosheid bij de kinderen. Voor de vrouw geldt dat zij de kinderen niet moet vragen of ze de man willen spreken maar dat ze de kinderen zegt dat ze de man moeten spreken als hij belt. Het is belangrijk om ook voor de belmomenten een vast tijdstip af te spreken. Dit moet dan een tijdstip zijn waarop de kinderen niet aan het spelen of aan het eten zijn. De Raad benadrukt dat hoe vaker de afgesproken contacten ook daadwerkelijk plaatsvinden, hoe meer het vertrouwen van de kinderen in hun vader terugkomt.
4.14
Partijen hebben, nadat zij het advies van de Raad hebben gehoord, tijdens de mondelinge behandeling gedeeltelijk overeenstemming bereikt over de zorgregeling. De overeenstemming ziet op de periode waarin de man nog niet beschikt over geschikte woonruimte waar de kinderen kunnen overnachten en de man in Nederland is. Partijen zijn overeengekomen dat de man iedere zondag contact heeft met de kinderen van 12.00 uur tot 18.00 uur, waarbij de man de kinderen ophaalt en terugbrengt bij de vrouw. De man geeft minimaal één week van tevoren aan dat hij in Nederland is, zodat de vrouw voldoende tijd heeft om de kinderen voor te bereiden op het contact met de man. Als de man in het buitenland is, dan is er een vast belmoment op zondagmiddag om 16.00 uur, waarbij de man de kinderen belt.
4.15
Het is partijen niet gelukt om ook afspraken te maken over periode waarin de man geschikte woonruimte heeft gevonden waar de kinderen kunnen overnachten, zodat de rechtbank hierover een beslissing zal nemen. In haar beoordeling betrekt de rechtbank dat partijen het er over eens zijn dat de zorgregeling haalbaar en uitvoerbaar moet zijn. Op dit moment heeft de man geen eigen woonruimte in Nederland. Hij heeft ook onvoldoende inzicht gegeven in de inspanningen die hij verricht om geschikte woonruimte te vinden en binnen welke termijn hij verwacht over eigen woonruimte te beschikken. Dit maakt dat de haalbaar- en uitvoerbaarheid van de door hem verzochte regeling onduidelijk is. Dit gedeelte van het verzoek wijst de rechtbank dan ook af. Op het moment dat de man geschikte woonruimte heeft, kan hij altijd met de vrouw in overleg treden over een mogelijke uitbreiding van het contact. Als het partijen dan niet lukt om samen een nieuwe regeling af te spreken kan de man een verzoek tot wijziging van de zorgregeling indienen bij de rechtbank.
Het verzoek van de man om te bepalen dat partijen de vakanties en feestdagen, waaronder inbegrepen Suikerfeest en Offerfeest, in onderling overleg moeten verdelen, zal de rechtbank ook afwijzen. Ook daarvoor geldt, zeker bij de vakanties, dat een voorwaarde is dat de man over geschikte woonruimte beschikt en dat is op dit moment niet het geval.
Bevel verdeling gemeenschap van goederen
4.16
De vrouw heeft het verzoek om partijen te bevelen over te gaan tot verdeling van de gemeenschap van goederen ingetrokken. De rechtbank hoeft daarop niet meer beslissen.
5De beslissing
De rechtbank
5.1.
spreekt uit de echtscheiding tussen partijen, op [datum] 2012 in de gemeente Yunak (Turkije) met elkaar gehuwd;
5.2.
bepaalt, uitvoerbaar bij voorraad, dat de minderjarige kinderen
1. [minderjarige 1] , geboren te [woonplaats] op [geboortedag 1] 2014,
2. [minderjarige 2] , geboren te [woonplaats] op [geboortedag 2] 2016,
3. [minderjarige 3] , geboren te [woonplaats] op [geboortedag 3] 2020;
hun hoofdverblijf hebben bij de vrouw;
5.3.
bepaalt, uitvoerbaar bij voorraad, dat de man en de kinderen in de situatie dat de man niet beschikt over zelfstandige woonruimte waarin de kinderen kunnen overnachten in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken gerechtigd zijn tot het hebben van contact,
- wanneer de man in Nederland verblijft: op zondag van 12.00 uur tot 18.00 uur, waarbij de man de kinderen bij de vrouw ophaalt en weer terugbrengt, een en ander met inachtneming van rechtsoverweging 4.14.
- wanneer de man in het buitenland verblijft: door een belmoment op zondagmiddag om 16.00 uur, waarbij de man de kinderen opbelt
5.4.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Van den Broek, en, in tegenwoordigheid van mr. Hurkmans, griffier, in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2026.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
Artikel 1:151 BW.