Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2026:7622

2026-07-13 Civiel recht; Personen- en familierecht C/02/447884 / JE RK 26-788
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2026-07-13
Publicatiedatum
2026-08-13
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure
Zaaknummer
C/02/447884 / JE RK 26-788
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing in pleeggezin.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (12.988 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT


Familie- en Jeugdrecht



Locatie Breda



Zaaknummer: C/02/447884 / JE RK 26-788
Datum uitspraak: 13 juli 2026




Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing




in de zaak van



de gecertificeerde instelling STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,
locatie Etten-Leur,
hierna te noemen de GI,



over





[minderjarige]
,
geboren op [geboortedag] 2023 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .



De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:





[de moeder]
,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [plaats 1] ,
advocaat mr. Z. Yeral uit Roosendaal,




FAMILIE [de pleegouders],
hierna te noemen de pleegouders,
wonende in [plaats 2] .





1Het verloop van de procedure


1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:


het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 4 mei 2026;


het bericht met bijlage van de GI van 3 juni 2026;


het bericht met bijlagen van de GI van 10 juni 2026.





1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 13 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de advocaat van de moeder;
- twee vertegenwoordigers van de GI;
- de pleegouders.


De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen. De advocaat heeft aangegeven dat de moeder op dit moment in Servië verblijft. Hij heeft het verzoek met haar kunnen bespreken en zal namens de moeder het woord doen tijdens de zitting.






2De feiten


2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .



2.2.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 14 juli 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd met ingang van 15 juli 2025 tot 15 juli 2026.



2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 14 juli 2025 de machtiging verlengd [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg met ingang van 15 juli 2025 tot 15 juli 2026.



2.4.

[minderjarige] verblijft op basis van de voorgenoemde machtiging in het huidige pleeggezin. Hij verblijft sinds 19 april 2024 bij de huidige pleegouders.





3Het verzoek


3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar.



3.2.
Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van een jaar.



3.3.
De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.





4De standpunten


4.1.
De GI legt het volgende ten grondslag aan het verzoek. In de periode dat [minderjarige] bij de moeder woonde, heeft hij ernstig hersenletsel opgelopen. Bij [minderjarige] is sprake van een overactief stress systeem als gevolg van vroegkinderlijke chronische traumatisering. Hij laat kenmerken zien van ontwikkelingstrauma op verschillende ontwikkelingsdomeinen. Daarnaast is er sprake van psychische problematiek bij de moeder en is de hechting tussen de moeder en [minderjarige] problematisch verlopen. [minderjarige] is inmiddels gestart met een traject bij [hulpverlening] . [hulpverlening] gaat zich richten op het vergroten van het gevoel van basisveiligheid en basisvertrouwen bij [minderjarige] middels pleegouder-kind interactie therapie. Ook gaat [hulpverlening] met traumabehandeling de lading vanuit doorgemaakte ervaringen wegnemen of verminderen. Er is geen contact meer geweest tussen [minderjarige] en de moeder sinds 16 januari 2026. Op dit moment acht de GI omgang niet in het belang van [minderjarige] , omdat dit een belemmerende invloed zal hebben op de behandeling vanuit [hulpverlening] en op de ontwikkelingsmogelijkheden van [minderjarige] . Elke de drie maanden zal de GI in samenspraak met [hulpverlening] kijken of contactherstel mogelijk is en op welke manier dat eventueel mogelijk is. De pleegouders sturen elke maand informatie over [minderjarige] , inclusief foto’s, naar de GI, welke vervolgens naar de moeder wordt gestuurd. De vader is verder niet betrokken. Hij verblijft in het buitenland en zou het laten weten als hij weer in Nederland is, echter is dat tot op heden nog niet gebeurd. Het perspectief van [minderjarige] is door de GI bij de pleegouders bepaald. De rechtbank en vervolgens het gerechtshof hebben bepaald dat de GI terecht tot de conclusie is gekomen dat het perspectief van [minderjarige] niet meer bij de moeder ligt, maar bij de pleegouders. De pleegouders zijn in staat om [minderjarige] te bieden wat hij nodig heeft. In het pleeggezin is [minderjarige] ontwikkelingstaken aan het inhalen en is de basisveiligheid aan het toenemen.



4.2.
Namens de moeder is ter zitting aangegeven dat zij instemt met het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling. Zij stemt echter niet in met het verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing. Dat de moeder in het verleden psychische problemen had, mag geen basis zijn voor een langere uithuisplaatsing van [minderjarige] . Op dit moment is de moeder namelijk stabiel. De moeder zou niet geschikt zijn om goed voor [minderjarige] te kunnen zorgen en er zou sprake zijn van preverbaal trauma bij [minderjarige] , echter is dat gebaseerd op aannames. Daarnaast is [minderjarige] onrustig na het contact met de moeder, omdat hij haar mist. De hulpverlening interpreteert het gedrag van [minderjarige] echter anders. De moeder wil de beste behandeling voor [minderjarige] en heeft daarom haar toestemming gegeven voor de behandeling vanuit [hulpverlening] . Zij vindt het echter ook van belang dat er een goede hechting kan plaatsvinden tussen haar en [minderjarige] . Op dit moment heeft zij al maandenlang geen contact meer met [minderjarige] , terwijl hij haar nodig heeft. Zij is daarom van mening dat [minderjarige] stapsgewijs terug dient te worden geplaatst bij haar.



4.3.
De pleegouders stemmen in met de verzoeken. Zij geven aan dat het traject bij [hulpverlening] in november is gestart. De pleegouders gunnen [minderjarige] dit traject en merken dat hij dat nodig heeft. [minderjarige] is namelijk continu aan het scannen op veiligheid en er is altijd een bepaalde onrust in hem. De pleegouders worden meegenomen in het traject bij [hulpverlening] , zodat zij weten hoe zij het beste kunnen omgaan met [minderjarige] . Daarnaast worden zij ondersteund door pleegzorg en de GI. De zelfregulatie van [minderjarige] dient eerst verbeterd te worden, voordat er gestart kan worden met EMDR therapie. Voor nu is het van belang dat er rust komt. Verder ontwikkelt [minderjarige] zich goed bij de pleegouders.





5De beoordeling


5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.



5.2.
De ontwikkeling van [minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd. Bij [minderjarige] is sprake van een overactief stress systeem als gevolg van preverbaal trauma. Hij laat kenmerken zien van trauma op verschillende ontwikkelingsdomeinen. Daarnaast is er sprake van psychische problematiek bij de moeder en is de hechting tussen de moeder en [minderjarige] problematisch verlopen. [minderjarige] heeft behandeling nodig en inmiddels is er een traject gestart bij Praktijk Tatoran. Het belang van [minderjarige] en zijn herstel staan op dit moment voorop. Daarom zal er eerst behandeling moeten plaatsvinden. Pas als er voldoende stabiliteit, veiligheid en draagkracht ontstaat bij [minderjarige] , kan er gekeken worden op welke manier het contact tussen [minderjarige] en de moeder kan worden hersteld en verder vormgegeven. De kinderrechter is van oordeel dat de ernstige ontwikkelingsbedreiging niet of onvoldoende kan worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. De moeder erkent de problematiek van [minderjarige] namelijk onvoldoende en is onvoldoende in staat om [minderjarige] de veiligheid, stabiliteit en emotionele beschikbaarheid te bieden die hij nodig heeft.



5.3.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van een jaar.



5.4.
Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk in het belang van zijn verzorging en opvoeding.



5.5.
Eerder is het perspectiefbesluit genomen, waarbij is bepaald dat het perspectief van [minderjarige] in het pleeggezin is. De rechtbank en het gerechtshof hebben geoordeeld dat de GI het perspectiefbesluit terecht en op goede gronden heeft genomen. Gebleken is dat het niet in het belang is van [minderjarige] om bij de moeder op te groeien. Inmiddels verblijft [minderjarige] al meer dan twee jaar lang bij de pleegouders. Hij ontwikkelt zich daar goed en de pleegouders zijn in staat om [minderjarige] het traumasensitieve opvoedklimaat te bieden dat hij nodig heeft. Daarnaast is er al een aantal maanden geen contact tussen [minderjarige] en de moeder, omdat dit niet in het belang van [minderjarige] wordt geacht. Het doorlopen van de behandeling bij [hulpverlening] prevaleert namelijk op dit moment boven het begeleid contact met de moeder, zodat er rust ontstaat voor [minderjarige] en de behandeling zo effectief mogelijk kan zijn. Hoewel de moeder van mening is dat contact wel in het belang is van [minderjarige] en dat [minderjarige] weer bij haar dient te komen wonen, is een terugplaatsing bij de moeder niet aan de orde. De kinderrechter acht het daarom van belang dat de plaatsing van [minderjarige] in het pleeggezin de komende tijd wordt gewaarborgd en zal de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] verlengen voor de verzochte duur van een jaar.



5.6.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.





6De beslissing


De kinderrechter:



6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 15 juli 2026 tot 15 juli 2027;



6.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg (familie [de pleegouders] ) met ingang van 15 juli 2026 tot 15 juli 2027;


6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.









Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 juli 2026 door mr. Phillips, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Van Oorschot als griffier, en op schrift gesteld op 16 juli 2026.















































Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:



degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;


andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.





Artikel 1:260 BW.


Artikel 1:265c, tweede lid, BW.