Rechtbank Zeeland-West-Brabant
ECLI:NL:RBZWB:2026:7579
2026-08-12
Strafrecht; Materieel strafrecht
02-282705-24
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Vrijspraak voor verkrachting. Verklaringen aangeefster en verdachte tegenstrijdig betreffende instemming met de seksuele handelingen. Niet buiten redelijke twijfel dat de seksuele gedragingen zonder instemming van aangeefster hebben plaatsgevonden.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (12.546 tekens)
Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02-282705-24
Vonnis van de meervoudige kamer van 12 augustus 2026
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1997,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres ]
,
raadsvrouw mr. C.A. Pietsch, advocaat te Eindhoven.
1Onderzoek op de terechtzitting
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 29 juli 2026, waarbij de officier van justitie mr. M. van Leeuwen en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
2De tenlastelegging
De, overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) gewijzigde, tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte [aangeefster] heeft verkracht.
3De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
4De beoordeling van het bewijs
4.1.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan. Hij baseert zich hierbij op de aangifte, welke hij betrouwbaar acht en de getuigenverklaringen, die voldoende steunbewijs vormen.
4.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit.. De aangifte is onvoldoende betrouwbaar en daarnaast is er onvoldoende steunbewijs voor de aangifte. Er is wel seksueel contact geweest maar dat was op basis van wederzijds goedvinden.
4.3.
Het oordeel van de rechtbank
4.3.1.
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
In zedenzaken spelen de feiten zich vaak tussen twee personen af, buiten het zicht van anderen. In de kern gaat het dan om het woord van een aangeefster/aangever tegen het woord van een verdachte. Dat geldt ook in dit geval. De belastende verklaring van aangeefster over wat er zich heeft afgespeeld staat immers tegenover de ontkennende verklaring van verdachte.
Op grond van het bepaalde in artikel 342, tweede lid, Sv kan het bewijs dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, door de rechtbank niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige. De rechtbank mag daarom niet tot een bewezenverklaring komen wanneer de door de aangeefster genoemde feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende worden ondersteund door andere bewijsmiddelen. Voor een bewezenverklaring dient sprake te zijn van steunbewijs, afkomstig van een andere bron dan het vermeende slachtoffer. In zedenzaken kan volgens vaste jurisprudentie een geringe mate van steunbewijs in combinatie met een betrouwbare verklaring van het slachtoffer voldoende wettig bewijs opleveren.
Het voorgaande betekent dat de rechtbank in de eerste plaats de betrouwbaarheid van de verklaring van aangeefster zal moeten beoordelen en daarna zal moeten bepalen of voor de beweringen van aangeefster voldoende steunbewijs in het dossier aanwezig is.
Betrouwbaarheid verklaring aangeefster
Uit de aangifte blijkt dat aangeefster in de nacht van 7 op 8 april 2023 samen met verdachte aan het werk was bij de winteropvang voor dakloze arbeidsmigranten in [plaats] . Zij werkten daar via een beveiligingsbedrijf. Zij waren samen in het kantoor. Aangeefster verklaart dat zij daar aan verdachte een grappig tiktok-filmpje liet zien en dat hij toen met zijn mond dichtbij haar kwam en haar vervolgens zoende. Hij pakte haar daarbij met de rechterhand bij de achterzijde van haar hoofd, bij haar haar. Zij verklaart te hebben gezegd dat hij moest stoppen. Hij nam haar mee naar een hoekje tussen de deur en de muur. Zij stond vervolgens met haar gezicht tegen de muur. Hij trok haar joggingbroek en boxershort naar beneden. Verdachte begon zich af te trekken en ging met zijn penis vaginaal en anaal in haar. Zij voelde een scherpe pijn toen hij in haar anus zat. Zij sprong overeind en liep weg naar het toilet. Daar stopte het volgens aangeefster.
Aangeefster heeft tijdens haar informatief gesprek bij de politie en in haar aangifte in grote lijnen hetzelfde verhaal verteld. De verklaringen worden, behalve door verdachte, niet weerlegd door bevindingen in het dossier en komen authentiek, consistent en niet aangedikt over en dit maakt dat de rechtbank het verhaal van aangeefster zoals dat in haar aangifte staat betrouwbaar acht. Haar verklaring kan derhalve worden gebezigd voor het bewijs.
Steunbewijs voor de aangifte
Gedurende het onderzoek zijn verschillende getuigen gehoord. Uit de getuigenverklaring van de lerares van aangeefster, [getuige] , blijkt dat aangeefster na een workshop op school aan de lerares vertelde wat haar is overkomen.
Terwijl zij dit vertelde, toonde zij ingetogen en ze was aangedaan.
Aangeefster heeft een aantal maanden later tegen haar moeder verteld dat zij verkracht was. Moeder omschrijft dat zij ziet dat aangeefster erg verdrietig was toen zij dit vertelde. Haar moeder beschrijft dat zij bij aangeefster, in de periode voordat zij haar heeft verteld wat haar was overkomen, een gedragsverandering waarnam. Zij benoemt dat aangeefster was veranderd en licht ontvlambaar was. Ook verklaart moeder dat er een hulptraject zal worden opgesteld.
De toenmalige vriend van aangeefster heeft eveneens verklaard dat ze erg overstuur was toen ze het hem vertelde en dat ze er vaak over heeft gepraat. Ook hij heeft een gedragsverandering gemerkt bij aangeefster. Ze was erg druk in haar hoofd en was terughoudender.
De rechtbank is van oordeel dat er in enige mate sprake is van steunbewijs voor de verklaring van aangeefster, bestaande in de voornoemde emoties en beschreven gedragsverandering. Vervolgens is de vraag aan de orde of de rechtbank op grond hiervan buiten redelijke twijfel kan oordelen dat verdachte het ten laste gelegd heeft gepleegd, met andere woorden of de rechtbank de nodige overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft gedaan. Zonder die overtuiging dient verdachte te worden vrijgesproken.
Overtuiging
Verdachte heeft verklaard dat er inderdaad seksuele handelingen tussen aangeefster en hem in het kantoortje hebben plaatsgevonden, maar dat deze vrijwillig en op initiatief van aangeefster hebben plaatsgevonden. Verdachte benoemt dat het incident begon bij de vensterbank in het kantoortje en heeft verklaard dat zij hem uitdaagde onder meer door hem “sugardaddy” te noemen en hem bij de ballen te grijpen. Hij heeft voorts verklaard dat zij – kort gezegd – ontevreden was over de seks met haar vriend en dat zij meende dat zij betere seks met hem kon hebben. Hij verklaart dat hij uiteindelijk heeft toegegeven en dat zij hem heeft gepijpt en dat zij uiteindelijk tussen de deur en de muur in het kantoortje zijn beland. Volgens verdachte heeft aangeefster zelf haar joggingbroek en onderbroek uitgetrokken en heeft zij hem – kort gezegd – uitgenodigd om haar te penetreren. Vervolgens heeft verdachte zijn penis in haar anus gestoken. Daarna zou het zijn gestopt.
Verdachte heeft een zeer gedetailleerde en consistente verklaring afgelegd bij de politie en op zitting, die er op neerkomt dat aangeefster het initiatief heeft genomen tot de seksuele gedragingen en daarmee heeft ingestemd. Gelet op de tenlastelegging heeft hij zichzelf daarbij tevens belast door seksuele gedragingen te noemen (pijpen) waarover aangeefster niet heeft verklaard.
Het door verdachte geschetste scenario wordt, behalve door aangeefster, niet weerlegd door wat zich in het dossier bevindt en acht de rechtbank niet zodanig ongeloofwaardig of onaannemelijk dat dit zonder meer terzijde kan worden geschoven. Ook met inachtneming van het hiervoor genoemde steunbewijs voor de verklaring van aangeefster, kan de rechtbank niet buiten redelijke twijfel oordelen dat de seksuele gedragingen zonder instemming van aangeefster hebben plaatsgehad. De rechtbank oordeelt dat er geen bewijs is dat de ene verklaring in de overtuiging zwaarder doet wegen dan de andere. De verdachte zal dan ook van de ten laste gelegde verkrachting worden vrijgesproken.
5De vordering van de benadeelde partij
De benadeelde partij [aangeefster] vordert een schadevergoeding van € 10.520,61 voor onderhavig feit.
Verdachte wordt vrijgesproken van het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan.
De rechtbank zal daarom de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.
6Beslissing
De rechtbank:
Vrijspraak
- spreekt verdachte vrij van het ten laste gelegde feit;
Benadeelde partij
- verklaart de benadeelde partij [aangeefster] niet-ontvankelijk in de vordering;
- veroordeelt de benadeelde partij [aangeefster] in de kosten van verdachte, tot nu toe begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.I. Beudeker, voorzitter, mr. L.W. Louwerse en
mr. C.M.B. Gijselman, rechters,
in tegenwoordigheid van G.T.A. Knoop en S. Kaya, griffiers,
en is uitgesproken ter openbare zitting op 12 augustus 2026.
Mr. Gijselman en griffier Kaya zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
hij in of omstreeks de periode van 07 april 2023 tot en met 08 april 2023 te [plaats] , althans in Nederland, door geweld of een andere feitelijkheid en/ofbedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, te weten-gebruik te maken van het uit feitelijke verhoudingen en omstandigheden voortvloeiende overwicht op de nader te noemen [aangeefster] , mede gelet op hetleeftijdsverschil en/of de werkverhouding (stagiaire versus vaste medewerker) en/of in de voor de nachtrust bestemde tijd en/of-het naar achter trekken/duwen van het hoofd van [aangeefster] en dwingend de woorden toe te voegen dat zij haar mond moest houden en/of als zij haar mond nietzou houden dat hij, verdachte, haar zou slaan, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of-het vastpakken van de arm van [aangeefster] en mee te trekken naar een kantoorruimte en/of-het (geforceerd) zoenen en/of met zijn, verdachtes, tong over de mond en gezicht van [aangeefster] te gaan en/of-het naar beneden trekken van de broek en/of onderbroek, althans (onder)kleding, van [aangeefster] en/of-het zichzelf aftrekken in het bijzijn van [aangeefster] en/of-zijn, verdachtes, hand op/over de mond van [aangeefster] te houden en/of
-het klem zetten van [aangeefster] (uit het zicht voor anderen) tegen een (wand)muur door dicht achter en/of tegen haar aan te gaan staan en/of haar (met kracht) voorover te doen buigen,-terwijl [aangeefster] heeft geroepen dat het pijn deed, voorbij te gaan aan de verbale en/of non-verbale protesten van [aangeefster] en/of-(hierdoor) [aangeefster] in een ongelijkwaardige en/of afhankelijke relatie met hem, verdachte, te brengen en/of (hierdoor) [aangeefster] in een zodanig weerlozeen/of afhankelijke toestand te brengen dat [aangeefster] zich niet aan onder genoemde seksuele handelingen kon en/of durfde te onttrekken en aldus eenbedreigende situatie heeft doen ontstaan, [aangeefster] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen diebestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [aangeefster] , te weten het (met kracht) duwen/brengen van zijn penis in de vaginaen/of anus van die [aangeefster] ;( art 242 Wetboek van Strafrecht )
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02-282705-24
Vonnis van de meervoudige kamer van 12 augustus 2026
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1997,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres ]
,
raadsvrouw mr. C.A. Pietsch, advocaat te Eindhoven.
1Onderzoek op de terechtzitting
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 29 juli 2026, waarbij de officier van justitie mr. M. van Leeuwen en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
2De tenlastelegging
De, overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) gewijzigde, tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte [aangeefster] heeft verkracht.
3De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
4De beoordeling van het bewijs
4.1.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan. Hij baseert zich hierbij op de aangifte, welke hij betrouwbaar acht en de getuigenverklaringen, die voldoende steunbewijs vormen.
4.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit.. De aangifte is onvoldoende betrouwbaar en daarnaast is er onvoldoende steunbewijs voor de aangifte. Er is wel seksueel contact geweest maar dat was op basis van wederzijds goedvinden.
4.3.
Het oordeel van de rechtbank
4.3.1.
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
In zedenzaken spelen de feiten zich vaak tussen twee personen af, buiten het zicht van anderen. In de kern gaat het dan om het woord van een aangeefster/aangever tegen het woord van een verdachte. Dat geldt ook in dit geval. De belastende verklaring van aangeefster over wat er zich heeft afgespeeld staat immers tegenover de ontkennende verklaring van verdachte.
Op grond van het bepaalde in artikel 342, tweede lid, Sv kan het bewijs dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, door de rechtbank niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige. De rechtbank mag daarom niet tot een bewezenverklaring komen wanneer de door de aangeefster genoemde feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende worden ondersteund door andere bewijsmiddelen. Voor een bewezenverklaring dient sprake te zijn van steunbewijs, afkomstig van een andere bron dan het vermeende slachtoffer. In zedenzaken kan volgens vaste jurisprudentie een geringe mate van steunbewijs in combinatie met een betrouwbare verklaring van het slachtoffer voldoende wettig bewijs opleveren.
Het voorgaande betekent dat de rechtbank in de eerste plaats de betrouwbaarheid van de verklaring van aangeefster zal moeten beoordelen en daarna zal moeten bepalen of voor de beweringen van aangeefster voldoende steunbewijs in het dossier aanwezig is.
Betrouwbaarheid verklaring aangeefster
Uit de aangifte blijkt dat aangeefster in de nacht van 7 op 8 april 2023 samen met verdachte aan het werk was bij de winteropvang voor dakloze arbeidsmigranten in [plaats] . Zij werkten daar via een beveiligingsbedrijf. Zij waren samen in het kantoor. Aangeefster verklaart dat zij daar aan verdachte een grappig tiktok-filmpje liet zien en dat hij toen met zijn mond dichtbij haar kwam en haar vervolgens zoende. Hij pakte haar daarbij met de rechterhand bij de achterzijde van haar hoofd, bij haar haar. Zij verklaart te hebben gezegd dat hij moest stoppen. Hij nam haar mee naar een hoekje tussen de deur en de muur. Zij stond vervolgens met haar gezicht tegen de muur. Hij trok haar joggingbroek en boxershort naar beneden. Verdachte begon zich af te trekken en ging met zijn penis vaginaal en anaal in haar. Zij voelde een scherpe pijn toen hij in haar anus zat. Zij sprong overeind en liep weg naar het toilet. Daar stopte het volgens aangeefster.
Aangeefster heeft tijdens haar informatief gesprek bij de politie en in haar aangifte in grote lijnen hetzelfde verhaal verteld. De verklaringen worden, behalve door verdachte, niet weerlegd door bevindingen in het dossier en komen authentiek, consistent en niet aangedikt over en dit maakt dat de rechtbank het verhaal van aangeefster zoals dat in haar aangifte staat betrouwbaar acht. Haar verklaring kan derhalve worden gebezigd voor het bewijs.
Steunbewijs voor de aangifte
Gedurende het onderzoek zijn verschillende getuigen gehoord. Uit de getuigenverklaring van de lerares van aangeefster, [getuige] , blijkt dat aangeefster na een workshop op school aan de lerares vertelde wat haar is overkomen.
Terwijl zij dit vertelde, toonde zij ingetogen en ze was aangedaan.
Aangeefster heeft een aantal maanden later tegen haar moeder verteld dat zij verkracht was. Moeder omschrijft dat zij ziet dat aangeefster erg verdrietig was toen zij dit vertelde. Haar moeder beschrijft dat zij bij aangeefster, in de periode voordat zij haar heeft verteld wat haar was overkomen, een gedragsverandering waarnam. Zij benoemt dat aangeefster was veranderd en licht ontvlambaar was. Ook verklaart moeder dat er een hulptraject zal worden opgesteld.
De toenmalige vriend van aangeefster heeft eveneens verklaard dat ze erg overstuur was toen ze het hem vertelde en dat ze er vaak over heeft gepraat. Ook hij heeft een gedragsverandering gemerkt bij aangeefster. Ze was erg druk in haar hoofd en was terughoudender.
De rechtbank is van oordeel dat er in enige mate sprake is van steunbewijs voor de verklaring van aangeefster, bestaande in de voornoemde emoties en beschreven gedragsverandering. Vervolgens is de vraag aan de orde of de rechtbank op grond hiervan buiten redelijke twijfel kan oordelen dat verdachte het ten laste gelegd heeft gepleegd, met andere woorden of de rechtbank de nodige overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft gedaan. Zonder die overtuiging dient verdachte te worden vrijgesproken.
Overtuiging
Verdachte heeft verklaard dat er inderdaad seksuele handelingen tussen aangeefster en hem in het kantoortje hebben plaatsgevonden, maar dat deze vrijwillig en op initiatief van aangeefster hebben plaatsgevonden. Verdachte benoemt dat het incident begon bij de vensterbank in het kantoortje en heeft verklaard dat zij hem uitdaagde onder meer door hem “sugardaddy” te noemen en hem bij de ballen te grijpen. Hij heeft voorts verklaard dat zij – kort gezegd – ontevreden was over de seks met haar vriend en dat zij meende dat zij betere seks met hem kon hebben. Hij verklaart dat hij uiteindelijk heeft toegegeven en dat zij hem heeft gepijpt en dat zij uiteindelijk tussen de deur en de muur in het kantoortje zijn beland. Volgens verdachte heeft aangeefster zelf haar joggingbroek en onderbroek uitgetrokken en heeft zij hem – kort gezegd – uitgenodigd om haar te penetreren. Vervolgens heeft verdachte zijn penis in haar anus gestoken. Daarna zou het zijn gestopt.
Verdachte heeft een zeer gedetailleerde en consistente verklaring afgelegd bij de politie en op zitting, die er op neerkomt dat aangeefster het initiatief heeft genomen tot de seksuele gedragingen en daarmee heeft ingestemd. Gelet op de tenlastelegging heeft hij zichzelf daarbij tevens belast door seksuele gedragingen te noemen (pijpen) waarover aangeefster niet heeft verklaard.
Het door verdachte geschetste scenario wordt, behalve door aangeefster, niet weerlegd door wat zich in het dossier bevindt en acht de rechtbank niet zodanig ongeloofwaardig of onaannemelijk dat dit zonder meer terzijde kan worden geschoven. Ook met inachtneming van het hiervoor genoemde steunbewijs voor de verklaring van aangeefster, kan de rechtbank niet buiten redelijke twijfel oordelen dat de seksuele gedragingen zonder instemming van aangeefster hebben plaatsgehad. De rechtbank oordeelt dat er geen bewijs is dat de ene verklaring in de overtuiging zwaarder doet wegen dan de andere. De verdachte zal dan ook van de ten laste gelegde verkrachting worden vrijgesproken.
5De vordering van de benadeelde partij
De benadeelde partij [aangeefster] vordert een schadevergoeding van € 10.520,61 voor onderhavig feit.
Verdachte wordt vrijgesproken van het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan.
De rechtbank zal daarom de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.
6Beslissing
De rechtbank:
Vrijspraak
- spreekt verdachte vrij van het ten laste gelegde feit;
Benadeelde partij
- verklaart de benadeelde partij [aangeefster] niet-ontvankelijk in de vordering;
- veroordeelt de benadeelde partij [aangeefster] in de kosten van verdachte, tot nu toe begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.I. Beudeker, voorzitter, mr. L.W. Louwerse en
mr. C.M.B. Gijselman, rechters,
in tegenwoordigheid van G.T.A. Knoop en S. Kaya, griffiers,
en is uitgesproken ter openbare zitting op 12 augustus 2026.
Mr. Gijselman en griffier Kaya zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
hij in of omstreeks de periode van 07 april 2023 tot en met 08 april 2023 te [plaats] , althans in Nederland, door geweld of een andere feitelijkheid en/ofbedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, te weten-gebruik te maken van het uit feitelijke verhoudingen en omstandigheden voortvloeiende overwicht op de nader te noemen [aangeefster] , mede gelet op hetleeftijdsverschil en/of de werkverhouding (stagiaire versus vaste medewerker) en/of in de voor de nachtrust bestemde tijd en/of-het naar achter trekken/duwen van het hoofd van [aangeefster] en dwingend de woorden toe te voegen dat zij haar mond moest houden en/of als zij haar mond nietzou houden dat hij, verdachte, haar zou slaan, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of-het vastpakken van de arm van [aangeefster] en mee te trekken naar een kantoorruimte en/of-het (geforceerd) zoenen en/of met zijn, verdachtes, tong over de mond en gezicht van [aangeefster] te gaan en/of-het naar beneden trekken van de broek en/of onderbroek, althans (onder)kleding, van [aangeefster] en/of-het zichzelf aftrekken in het bijzijn van [aangeefster] en/of-zijn, verdachtes, hand op/over de mond van [aangeefster] te houden en/of
-het klem zetten van [aangeefster] (uit het zicht voor anderen) tegen een (wand)muur door dicht achter en/of tegen haar aan te gaan staan en/of haar (met kracht) voorover te doen buigen,-terwijl [aangeefster] heeft geroepen dat het pijn deed, voorbij te gaan aan de verbale en/of non-verbale protesten van [aangeefster] en/of-(hierdoor) [aangeefster] in een ongelijkwaardige en/of afhankelijke relatie met hem, verdachte, te brengen en/of (hierdoor) [aangeefster] in een zodanig weerlozeen/of afhankelijke toestand te brengen dat [aangeefster] zich niet aan onder genoemde seksuele handelingen kon en/of durfde te onttrekken en aldus eenbedreigende situatie heeft doen ontstaan, [aangeefster] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen diebestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [aangeefster] , te weten het (met kracht) duwen/brengen van zijn penis in de vaginaen/of anus van die [aangeefster] ;( art 242 Wetboek van Strafrecht )