Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2026:7464

2026-07-10 Civiel recht; Personen- en familierecht C/02/444093 / FA RK 26-284
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2026-07-10
Publicatiedatum
2026-08-10
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure
Zaaknummer
C/02/444093 / FA RK 26-284
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Echtscheiding met nevenvoorzieningen. Interregionaal recht. Bevel tot verdeling. Toepassing recht van Curacao. Verstek.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (13.356 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT


Familie- en Jeugdrecht



Locatie Breda



Zaaknummer: C/02/444093 / FA RK 26-284
Datum uitspraak: 10 juli 2026




Beschikking echtscheiding




in de zaak van





[de vrouwd]
,
hierna te noemen de vrouw,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat mr. J.M.G. Cox uit Tilburg,



en





[de man]
,
hierna te noemen de man,
thans postadres [woonplaats] .





1Het verloop van de procedure


1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:


het verzoekschrift van de vrouw met bijlage(n), ontvangen op 15 januari 2026;


het betekeningsexploot;




de brief van mr. Cox met bijlage(n) van 20 januari 2026;


de brief van mr. Cox van 5 maart 2026.





1.2.
De man heeft geen verweerschrift ingediend binnen de termijn die daarvoor staat.



1.3.
Een zitting heeft niet plaatsgevonden.



1.4.
De rechtbank heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. Zij hebben hun mening niet gegeven.





2Wat vaststaat


2.1.
Partijen zijn met elkaar gehuwd op [datum] 2019 in Curaçao.



2.2.
Partijen hebben de Nederlandse nationaliteit.



2.3.
De minderjarige kinderen van partijen zijn:




[minderjarige 1]
, geboren op [geboortedag 1] 2008 in [geboorteplaats 1] ;




[minderjarige 2]
, geboren op [geboortedag 2] 2012 in [geboorteplaats 1] ;




[minderjarige 3]
, geboren op [geboortedag 3] 2021 in [geboorteplaats 2] .







3De beoordeling



Echtscheiding





Rechtsmacht en toepasselijk recht




3.1.
Omdat het huwelijk van partijen is gesloten in Curaçao, heeft deze zaak een interregionaal karakter.



3.2.
Bij de beantwoording van de vraag of aan de rechter in een geval van interregionale aard rechtsmacht toekomt, moet zoveel mogelijk aansluiting worden gezocht bij de bevoegdheidsbepalingen die gelden op het terrein van het internationale privaatrecht.



3.3.
De Verordening Brussel II-ter leent zich voor overeenkomstige toepassing. Op grond van artikel 3, aanhef, onder a en onder i, van deze Verordening komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe om te oordelen over het verzoek tot echtscheiding. Dit omdat beide partijen ten tijde van de indiening van het verzoekschrift hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben.



3.4.
Ook ten aanzien van het toepasselijk recht geldt in een geval van interregionaal recht dat de rechter de regels van internationaal privaatrecht zoveel mogelijk overeenkomstig moet toepassen. De rechtbank zal overeenkomstig het bepaalde in artikel 10:56 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) Nederlands recht toepassen op het verzoek tot echtscheiding.



Het ontbreken van het ouderschapsplan (ontvankelijkheid)




3.5.
In de wet staat dat een verzoekschrift tot echtscheiding een ouderschapsplan moet bevatten dat beide partijen hebben ondertekend. In het ouderschapsplan staan de afspraken die partijen over hun kinderen hebben gemaakt. Deze afspraken moeten in ieder geval gaan over de manier waarop zij de zorg over hun kinderen zullen verdelen, hoe zij elkaar over hun kinderen zullen informeren en raadplegen en hoe zij de kosten van hun kinderen zullen delen.



3.6.
De vrouw heeft geen ouderschapsplan ingediend.



3.7.
De rechtbank is van oordeel dat de vrouw ontvankelijk is in haar verzoek tot echtscheiding ondanks dat een ouderschapsplan ontbreekt. Dat wil zeggen dat de rechtbank het verzoek tot echtscheiding in behandeling neemt. Van partijen kan niet worden verwacht dat zij alsnog samen een ouderschapsplan maken, omdat de man niet reageert op het verzoek van de vrouw om samen een ouderschapsplan op te stellen.Echtscheiding


3.8.

De rechtbank spreekt de echtscheiding tussen partijen uit. De vrouw verzoekt dit en stelt dat het huwelijk duurzaam is ontwricht.
Dat betekent dat partijen niet samen verder kunnen als echtgenoten. De man voert geen verweer.




Hoofdverblijfplaats





3.9.
Omdat de kinderen ten tijde van de indiening van het verzoekschrift hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben, is de Nederlandse rechter op grond van artikel 7 lid 1 van de Verordening Brussel II-ter bevoegd om te oordelen over het verzoek over het hoofdverblijf.



3.10.
Op grond van artikel 15 lid 1 van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 is, omdat de Nederlandse rechter bevoegd is, Nederlands recht van toepassing.



3.11.
De rechtbank wijst het verzoek van de vrouw tot bepaling dat de kinderen hun hoofdverblijf hebben bij haar toe. De man voert namelijk geen verweer. Uit het verzoekschrift volgt niet dat het belang van de kinderen zich verzet tegen deze beslissing.



Kinderalimentatie





3.12.
De Nederlandse rechter is op grond van artikel 3 sub b van de Alimentatieverordening (nr. 4/2009 Raad van 18 december 2008) bevoegd om van het alimentatieverzoek kennis te nemen.



3.13.
Voor de bepaling van het toepasselijk recht verwijst artikel 15 van de Alimentatieverordening naar het Haags protocol van 23 november 2007 inzake het recht dat van toepassing is op onderhoudsverplichtingen. Op grond van artikel 3 van voornoemd Protocol is Nederlands recht van toepassing, omdat de kinderen als onderhoudsgerechtigden hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben.



3.14.
De vrouw verzoekt vast te stellen dat de man een bedrag van € 132,= per kind per maand aan kinderalimentatie. De man voert geen verweer. De rechtbank wijst het verzoek toe. Uit het verzoekschrift volgt niet dat dit onredelijk is.



3.15.
De man moet de kinderalimentatie steeds vóór de eerste dag van de maand betalen. De vrouw heeft de kinderalimentatie vanaf het begin van de maand nodig om de kosten van de kinderen in die maand te kunnen betalen.



Huurrecht





3.16.
Omdat de echtelijke woning in Nederland is gelegen, heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht op grond van artikel 4 lid 3 onder a en artikel 827 lid 1onder f. van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Nederlands recht is van toepassing.



3.17.
De vrouw verzoekt te bepalen dat zij de huurster van de echtelijke woning is aan [adres] in [woonplaats] . De man voert geen verweer. De rechtbank wijst het verzoek toe.





Bevel tot verdeling





Rechtsmacht




3.18.
Omdat de Nederlandse rechter op grond van de Brussel II-ter Verordening rechtsmacht heeft met betrekking tot het verzoek tot echtscheiding heeft hij ook rechtsmacht ten aanzien van het verzochte met betrekking tot het huwelijksvermogensstelsel van partijen (artikel 5, eerste lid, Verordening huwelijksvermogensstelsels).



Toepasselijk recht





3.19.
Op het huwelijksvermogensstelsel van partijen is de Verordening huwelijksvermogensstelsels van toepassing.



3.20.
Niet is gesteld of gebleken dat partijen ten aanzien van het huwelijksvermogensstelsel een geldige rechtskeuze hebben uitgebracht.



3.21.
Krachtens artikel 26, lid 1 onder a van de Verordening wordt het huwelijksvermogensstelsel beheerst door het recht van Curaçao, omdat partijen na de huwelijkssluiting hun eerste gewone gemeenschappelijke verblijfplaats hebben gevestigd in Curaçao.



Recht van Curaçao





3.22.
De vrouw verzoekt de verdeling van de tussen partijen bestaande beperkte huwelijksgemeenschap te bevelen met benoeming van een notaris en onzijdige persoon.



3.23.
De rechtbank heeft ambtshalve kennisgenomen van het handboek ‘Het nieuw BW overzee’. Hoewel Curaçao onder het Koninkrijk der Nederlanden valt, is het autonoom voor wat betreft de burgerrechtelijke wetgeving. Dit betekent dat Curaçao zijn eigen Burgerlijk Wetboek kent. De rechtbank begrijpt uit voormeld handboek dat het Burgerlijk Wetboek van Curaçao grotendeels overeenkomt met het Nederlandse BW en dat in het handboek alleen de verschillen zijn weergegeven tussen het Nederlandse BW en de vier Caribische BW’s. De grondslag voor het verzoek van de vrouw is in het Nederlandse Burgerlijk Wetboek geregeld in artikel 827 lid 1 onder b. Rv en artikel 677 Rv. Aangezien dit niet wordt genoemd in het handboek gaat de rechtbank ervan uit dat het recht van Curaçao overeenkomstig is.



3.24.

De man voert geen verweer. De rechtbank wijst het verzoek toe.


Uitvoerbaar bij voorraad





3.25.
De vrouw verzoekt de rechtbank de beschikking voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Dat betekent dat deze blijft gelden, ook als iemand het er niet mee eens is en in hoger beroep gaat. De rechtbank wijst het verzoek toe, behalve voor de echtscheiding. De echtscheiding kan de rechtbank niet uitvoerbaar bij voorraad verklaren, omdat het huwelijk pas eindigt op het moment dat deze beschikking wordt ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.





4De beslissing


De rechtbank:



4.1.
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [datum] 2019 in Curaçao;


4.2.
stelt vast dat de kinderen hun hoofdverblijfplaats bij de vrouw hebben;


4.3.
bepaalt dat de man vanaf de datum van deze beschikking een bedrag van € 132,00 per kind per maand aan kinderalimentatie moet betalen aan de vrouw, vanaf nu steeds vóór de eerste van de maand;


4.4.
bepaalt dat de vrouw huurster is van de woning aan het [adres] in [woonplaats] vanaf de datum van inschrijving van de beschikking tot echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand;


4.5.
beveelt partijen over te gaan tot het verdelen van de beperkte huwelijksgemeenschap bij een notaris;


benoemt tot notaris, voor het geval partijen het over de keuze van een notaris niet eens worden:

[notaris] , notaris te [woonplaats] , of de plaatsvervanger;



benoemt tot onzijdig persoon wanneer de man niet meewerkt aan de verdeling:

[persoon] , te [woonplaats] , of de plaatsvervanger;



4.6.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad, behalve de beslissing(en) onder 4.1.;


4.7.
wijst af het meer of anders verzochte.









Deze beschikking is gegeven door mr. Benjaddi, (kinder)rechter en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. Schröder, griffier op 10 juli 2026.














































Tegen de eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

- de verschenen partij(en), binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- de niet verschenen partij(en), binnen drie maanden na de betekening van de beschikking aan hem/haar in persoon of binnen drie maanden nadat deze op een andere manier is betekend en openbaar is gemaakt door het plaatsen van een uittreksel van de beschikking in de Staatscourant.