Rechtbank Zeeland-West-Brabant
ECLI:NL:RBZWB:2026:7336
2026-07-07
Civiel recht; Personen- en familierecht
C/02/446981 FA RK 26-1836
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Voorlopige voorzieningen overeenstemming
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (8.681 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Breda
Zaaknummer: C/02/446981 FA RK 26-1836
Datum uitspraak: 7 juli 2026
Beschikking betreffende voorlopige voorzieningen
in de zaak van
[de vrouw]
,
wonende te [woonplaats],
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. A.J.C. Odekerken,
en
[de man]
,
wonende te [woonplaats],
hierna te noemen de man,
advocaat mr. T. van Riel.
1 Het procesverloop
1.1 Dit blijkt uit de volgende stukken:
- het op 10 april 2026 ontvangen verzoekschrift met bijlagen;
- het op 21 mei 2026 ontvangen verweerschrift tevens houdende zelfstandig verzoek met bijlagen;
- de brief van mr. Odekerken van 26 mei 2026 met bijlagen;
- de brief van mr. Odekerken van 11 juni 2026 tevens houdende gewijzigd verzoek met bijlage;
- de brief van mr. Van Riel van 17 juni 2026.
1.2 De zaak is behandeld op de zitting van 27 mei 2026. Bij die gelegenheid zijn verschenen partijen, bijgestaan door hun advocaten. Tevens was aanwezig de piketmediator mr. J.A. van Essen.
2De verzoeken
2.1
De vrouw verzoekt nu, samengevat:
- toevertrouwing van de minderjarigen aan haar;
- het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning door haar;
- vaststelling van een zorgregeling;
- vaststelling van een door de man te betalen onderhoudsbijdrage ten behoeve van de minderjarigen van € 539,67 per maand per kind, met ingang van 1 juli 2026;
- vaststelling van een door de man te betalen onderhoudsbijdrage voor haar van
€ 4.700,= per maand, met ingang van 1 juli 2026;
- opneming in de beschikking van de overige door partijen getroffen regelingen, zoals beschreven in de schriftelijke bevestiging van de mediator en partijen te bevelen om die verplichtingen na te komen.
2.2
De man verzoekt, samengevat:
primair:
- vaststelling van een zorgregeling, waarbij de vrouw gerechtigd is tot het hebben van contact met de minderjarigen in de even weken en de man gerechtigd is tot het hebben van contact met de minderjarigen in de oneven weken, met als wisselmoment vrijdag om 17.00 uur;
- vaststelling van een zorgregeling voor de zomervakantie;
- het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning in de even weken aan de vrouw en in de oneven weken aan de man toe te wijzen, met als wisselmoment vrijdag 17.00 uur;
- vaststelling van een door de man te betalen onderhoudsbijdrage ten behoeve van de minderjarigen, ter hoogte van een in goede justitie te bepalen bedrag, met ingang van de datum van de beschikking;
- vaststelling van een door de man te betalen onderhoudsbijdrage voor de vrouw, ter hoogte van een in goede justitie te bepalen bedrag, met ingang van de datum van de beschikking;
subsidiair:
- toevertrouwing van de minderjarigen aan de man;
- het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning door de man;
- vaststelling van een in goede justitie te bepalen contactregeling tussen de vrouw en de minderjarigen;
- vaststelling van een zorgregeling voor de zomervakantie;
- vaststelling van een door de man te betalen onderhoudsbijdrage ten behoeve van de minderjarigen, ter hoogte van een in goede justitie te bepalen bedrag, met ingang van de datum van de beschikking;
- vaststelling van een door de man te betalen onderhoudsbijdrage voor de vrouw, ter hoogte van een in goede justitie te bepalen bedrag, met ingang van de datum van de beschikking;
meer subsidiair:
- vaststelling van een in goede justitie te bepalen contactregeling tussen de man en de minderjarigen;
- vaststelling van een zorgregeling voor de zomervakantie;
- vaststelling van een door de man te betalen onderhoudsbijdrage ten behoeve van de minderjarigen, ter hoogte van een in goede justitie te bepalen bedrag, met ingang van de datum van de beschikking;
- vaststelling van een door de man te betalen onderhoudsbijdrage voor de vrouw, ter hoogte van een in goede justitie te bepalen bedrag, met ingang van de datum van de beschikking;
- bepaling dat de vrouw aan de man een gebruiksvergoeding is verschuldigd voor het gebruik van de echtelijke woning, althans hiermee bij de berekening van de partneralimentatie rekening te houden.
3De beoordeling
3.1
Partijen hebben zich tijdens de zitting bereid verklaard om mediationgesprekken aan te gaan met de piketmediator mr. Van Essen.
3.2.
Bij brief van 11 juni 2026 is door de vrouw bericht dat partijen tijdens de mediationgesprekken overeenstemming hebben bereikt. Als bijlage is meegezonden de e-mail van de piketmediator van 10 juni 2026, waarin de gemaakte afspraken schriftelijk zijn bevestigd. De vrouw heeft haar verzoek gewijzigd overeenkomstig de getroffen onderlinge regelingen, zoals hiervoor onder 2.1. is weergegeven. Verder verzoekt de vrouw de zaak schriftelijk af te doen.
3.3.
Bij brief van 17 juni 2026 is door de man bevestigd dat partijen overeenstemming hebben bereikt. De man heeft aangegeven dat de getroffen onderlinge regelingen, zoals beschreven in de brief van de advocaat van de vrouw van 11 juni 2026, in de beschikking kunnen worden opgenomen.
3.4.
Op verzoek van partijen zal de rechtbank de zaak schriftelijk afdoen en overeenkomstig het (gewijzigde) verzoek van de vrouw beslissen, gelet op de limitatieve opsomming van voorlopige voorzieningen in artikel 822 Rv, met uitzondering van de volgende afspraken:
1. De lasten voor de huurwoning komen volledig voor rekening van de man;
2. De hypotheeklasten worden door partijen gezamenlijk voldaan, ieder voor gelijke delen. Partijen kunnen bij de hypotheekverstrekker aangeven van welke bankrekening welk deel van de hypotheeklasten moet worden voldaan. De belastingteruggave in het kader van de hypotheekrenteaftrek wordt door partijen maandelijks ontvangen en zal ook worden verdeeld.
De rechtbank merkt op dat partijen wel gehouden zijn deze onderling gemaakte afspraken na te komen.
4De beslissing
De rechtbank
4.1
bepaalt dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd is tot het gebruik van de echtelijke woning gelegen aan [adres], [woonplaats], daarbij inbegrepen de inboedelgoederen, en beveelt de man die woning te verlaten en deze verder niet te betreden;
4.2
bepaalt dat aan de vrouw worden toevertrouwd de minderjarigen
1. [minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats], Verenigde Staten van Amerika, op [geboortedag 1] 2012,
2. [minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats], Verenigde Staten van Amerika, op [geboortedag 2] 2014,
3. [minderjarige 3], geboren te [geboorteplaats], Verenigde Staten van Amerika, op [geboortedag 3] 2016;
4.3
bepaalt dat de man en genoemde minderjarigen in het kader van de verdeling van de
zorg- en opvoedingstaken gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar eenmaal per
twee weken van vrijdag 19.45 uur tot zondag 18.30 uur, met dien verstande dat partijen
uiterlijk na de zomervakantie zullen overgaan tot een uitbreiding van deze regeling in die zin
dat de minderjarigen daarnaast iedere donderdag van na school tot 18.30 uur bij de man
zullen verblijven, en tevens dat de aankomende zomervakantie wordt verdeeld volgens
het schema 2-2-1-1, waarbij de minderjarigen gedurende de eerste twee weken bij de
man verblijven;
4.4
bepaalt dat de door de man te betalen bijdrage voor de verzorging en opvoeding van genoemde minderjarigen met ingang van 1 juli 2026 wordt vastgesteld op € 539,67 (vijfhonderdnegenendertig euro en zevenenzestig cent) per maand per kind, aan de vrouw bij vooruitbetaling te voldoen;
4.5
bepaalt dat de door de man te betalen bijdrage voor het levensonderhoud van de vrouw met ingang van 1 juli 2026 wordt vastgesteld op € 4.700,= (vierduizend zevenhonderd euro) per maand, aan de vrouw bij vooruitbetaling te voldoen;
4.6
weigert het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. Meyboom, rechter, en in tegenwoordigheid van mr. De Wit, griffier, in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2026.
Team Familie- en Jeugdrecht
Breda
Zaaknummer: C/02/446981 FA RK 26-1836
Datum uitspraak: 7 juli 2026
Beschikking betreffende voorlopige voorzieningen
in de zaak van
[de vrouw]
,
wonende te [woonplaats],
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. A.J.C. Odekerken,
en
[de man]
,
wonende te [woonplaats],
hierna te noemen de man,
advocaat mr. T. van Riel.
1 Het procesverloop
1.1 Dit blijkt uit de volgende stukken:
- het op 10 april 2026 ontvangen verzoekschrift met bijlagen;
- het op 21 mei 2026 ontvangen verweerschrift tevens houdende zelfstandig verzoek met bijlagen;
- de brief van mr. Odekerken van 26 mei 2026 met bijlagen;
- de brief van mr. Odekerken van 11 juni 2026 tevens houdende gewijzigd verzoek met bijlage;
- de brief van mr. Van Riel van 17 juni 2026.
1.2 De zaak is behandeld op de zitting van 27 mei 2026. Bij die gelegenheid zijn verschenen partijen, bijgestaan door hun advocaten. Tevens was aanwezig de piketmediator mr. J.A. van Essen.
2De verzoeken
2.1
De vrouw verzoekt nu, samengevat:
- toevertrouwing van de minderjarigen aan haar;
- het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning door haar;
- vaststelling van een zorgregeling;
- vaststelling van een door de man te betalen onderhoudsbijdrage ten behoeve van de minderjarigen van € 539,67 per maand per kind, met ingang van 1 juli 2026;
- vaststelling van een door de man te betalen onderhoudsbijdrage voor haar van
€ 4.700,= per maand, met ingang van 1 juli 2026;
- opneming in de beschikking van de overige door partijen getroffen regelingen, zoals beschreven in de schriftelijke bevestiging van de mediator en partijen te bevelen om die verplichtingen na te komen.
2.2
De man verzoekt, samengevat:
primair:
- vaststelling van een zorgregeling, waarbij de vrouw gerechtigd is tot het hebben van contact met de minderjarigen in de even weken en de man gerechtigd is tot het hebben van contact met de minderjarigen in de oneven weken, met als wisselmoment vrijdag om 17.00 uur;
- vaststelling van een zorgregeling voor de zomervakantie;
- het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning in de even weken aan de vrouw en in de oneven weken aan de man toe te wijzen, met als wisselmoment vrijdag 17.00 uur;
- vaststelling van een door de man te betalen onderhoudsbijdrage ten behoeve van de minderjarigen, ter hoogte van een in goede justitie te bepalen bedrag, met ingang van de datum van de beschikking;
- vaststelling van een door de man te betalen onderhoudsbijdrage voor de vrouw, ter hoogte van een in goede justitie te bepalen bedrag, met ingang van de datum van de beschikking;
subsidiair:
- toevertrouwing van de minderjarigen aan de man;
- het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning door de man;
- vaststelling van een in goede justitie te bepalen contactregeling tussen de vrouw en de minderjarigen;
- vaststelling van een zorgregeling voor de zomervakantie;
- vaststelling van een door de man te betalen onderhoudsbijdrage ten behoeve van de minderjarigen, ter hoogte van een in goede justitie te bepalen bedrag, met ingang van de datum van de beschikking;
- vaststelling van een door de man te betalen onderhoudsbijdrage voor de vrouw, ter hoogte van een in goede justitie te bepalen bedrag, met ingang van de datum van de beschikking;
meer subsidiair:
- vaststelling van een in goede justitie te bepalen contactregeling tussen de man en de minderjarigen;
- vaststelling van een zorgregeling voor de zomervakantie;
- vaststelling van een door de man te betalen onderhoudsbijdrage ten behoeve van de minderjarigen, ter hoogte van een in goede justitie te bepalen bedrag, met ingang van de datum van de beschikking;
- vaststelling van een door de man te betalen onderhoudsbijdrage voor de vrouw, ter hoogte van een in goede justitie te bepalen bedrag, met ingang van de datum van de beschikking;
- bepaling dat de vrouw aan de man een gebruiksvergoeding is verschuldigd voor het gebruik van de echtelijke woning, althans hiermee bij de berekening van de partneralimentatie rekening te houden.
3De beoordeling
3.1
Partijen hebben zich tijdens de zitting bereid verklaard om mediationgesprekken aan te gaan met de piketmediator mr. Van Essen.
3.2.
Bij brief van 11 juni 2026 is door de vrouw bericht dat partijen tijdens de mediationgesprekken overeenstemming hebben bereikt. Als bijlage is meegezonden de e-mail van de piketmediator van 10 juni 2026, waarin de gemaakte afspraken schriftelijk zijn bevestigd. De vrouw heeft haar verzoek gewijzigd overeenkomstig de getroffen onderlinge regelingen, zoals hiervoor onder 2.1. is weergegeven. Verder verzoekt de vrouw de zaak schriftelijk af te doen.
3.3.
Bij brief van 17 juni 2026 is door de man bevestigd dat partijen overeenstemming hebben bereikt. De man heeft aangegeven dat de getroffen onderlinge regelingen, zoals beschreven in de brief van de advocaat van de vrouw van 11 juni 2026, in de beschikking kunnen worden opgenomen.
3.4.
Op verzoek van partijen zal de rechtbank de zaak schriftelijk afdoen en overeenkomstig het (gewijzigde) verzoek van de vrouw beslissen, gelet op de limitatieve opsomming van voorlopige voorzieningen in artikel 822 Rv, met uitzondering van de volgende afspraken:
1. De lasten voor de huurwoning komen volledig voor rekening van de man;
2. De hypotheeklasten worden door partijen gezamenlijk voldaan, ieder voor gelijke delen. Partijen kunnen bij de hypotheekverstrekker aangeven van welke bankrekening welk deel van de hypotheeklasten moet worden voldaan. De belastingteruggave in het kader van de hypotheekrenteaftrek wordt door partijen maandelijks ontvangen en zal ook worden verdeeld.
De rechtbank merkt op dat partijen wel gehouden zijn deze onderling gemaakte afspraken na te komen.
4De beslissing
De rechtbank
4.1
bepaalt dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd is tot het gebruik van de echtelijke woning gelegen aan [adres], [woonplaats], daarbij inbegrepen de inboedelgoederen, en beveelt de man die woning te verlaten en deze verder niet te betreden;
4.2
bepaalt dat aan de vrouw worden toevertrouwd de minderjarigen
1. [minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats], Verenigde Staten van Amerika, op [geboortedag 1] 2012,
2. [minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats], Verenigde Staten van Amerika, op [geboortedag 2] 2014,
3. [minderjarige 3], geboren te [geboorteplaats], Verenigde Staten van Amerika, op [geboortedag 3] 2016;
4.3
bepaalt dat de man en genoemde minderjarigen in het kader van de verdeling van de
zorg- en opvoedingstaken gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar eenmaal per
twee weken van vrijdag 19.45 uur tot zondag 18.30 uur, met dien verstande dat partijen
uiterlijk na de zomervakantie zullen overgaan tot een uitbreiding van deze regeling in die zin
dat de minderjarigen daarnaast iedere donderdag van na school tot 18.30 uur bij de man
zullen verblijven, en tevens dat de aankomende zomervakantie wordt verdeeld volgens
het schema 2-2-1-1, waarbij de minderjarigen gedurende de eerste twee weken bij de
man verblijven;
4.4
bepaalt dat de door de man te betalen bijdrage voor de verzorging en opvoeding van genoemde minderjarigen met ingang van 1 juli 2026 wordt vastgesteld op € 539,67 (vijfhonderdnegenendertig euro en zevenenzestig cent) per maand per kind, aan de vrouw bij vooruitbetaling te voldoen;
4.5
bepaalt dat de door de man te betalen bijdrage voor het levensonderhoud van de vrouw met ingang van 1 juli 2026 wordt vastgesteld op € 4.700,= (vierduizend zevenhonderd euro) per maand, aan de vrouw bij vooruitbetaling te voldoen;
4.6
weigert het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. Meyboom, rechter, en in tegenwoordigheid van mr. De Wit, griffier, in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2026.