Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2026:7293

2026-02-10 Strafrecht 25-024337
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2026-02-10
Publicatiedatum
2026-08-06
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Raadkamer
Zaaknummer
25-024337
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

gegrond. Geen verband met verdenking.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (7.550 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht


Zittingsplaats Breda



raadkamernummer : 25-024337
datum : 10 februari 2026




beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:






[de klager] ,

geboren op [geboortedag] 1973 te [geboorteplaats] ,
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. M. Broere, advocaat te Roosendaal (Molenstraat 10, 4701 JS Roosendaal),



hierna te noemen: de klager.





1De procedure


Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:



het klaagschrift op grond van artikel 552a Sv, ingediend op 26 september 2025 ter griffie van deze rechtbank;


de kennisgeving van inbeslagneming op grond van artikel 94 Sv, waaruit blijkt dat op 17 september 2025 onder klager in het strafvorderlijk onderzoek tegen klager in beslag zijn genomen: een Mercedes-Benz Cla 180 met [kenteken 1] , een Renault Twingo met [kenteken 2] en een Motorboot (speed) type Piranha Micra; (hierna: de voertuigen en de boot);


de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie en


de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.




Op 27 januari 2026 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn
gehoord de officier van justitie mr. T.C.M. Hendriks en mr. M. Broere als gemachtigd advocaat van klager.



Klager is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het klaagschrift verschenen.



Het klaagschrift strekt tot opheffing van het beslag met last tot teruggave aan de klager. Daartoe is aangevoerd dat klager eigenaar is van de onder hem in beslag genomen voertuigen en de boot en dat er geen enkele concrete aanwijzing bestaat dat de voertuigen en de boot zijn gefinancierd met wederrechtelijk verkregen voordeel of anderszins verband houden met de in het onderzoek vermoedelijk aangetroffen hennepkwekerij. Klager heeft de voertuigen en de boot uit legale middelen en al in 2022 aangeschaft. Enig strafvorderlijk belang bij voortduring van het beslag ontbreekt. Klager heeft belang bij een spoedige teruggave van de voertuigen en de boot, nu hij onvoldoende andere vervoersmogelijkheden heeft en hij in ieder geval zijn voertuigen nodig heeft om naar zijn werk te gaan en voor dagelijks gebruik. Daarnaast vertegenwoordigen de voertuigen en de boot een grote financiële- en emotionele waarde voor klager.



De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie en zich op het standpunt gesteld dat het strafvorderlijk belang zich verzet tegen teuggave van de voertuigen en de boot aan klager. Er zijn aanwijzingen voor meerdere oogsten en het onderzoek daarna loopt nog. Er ligt nog geen conservatoir beslag, maar het beslag is ook bedoeld om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen. De voertuigen en de boot kunnen daarom bij deze stand van zaken niet aan klager worden teruggegeven. Het klaagschrift dient dan ook ongegrond te worden verklaard.





2De beoordeling


De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.



Het klaagschrift is tijdig ingediend en klager is ontvankelijk in zijn beklag.



Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer een summier karakter heeft. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevraagd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden.



De rechtbank overweegt over het klaagschrift tegen het strafvorderlijk beslag dat is gelegd op grond van artikel 94 Sv als volgt.



Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, moet de rechter, bij een op grond van artikel 94 Sv gelegd beslag:

a. beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo nee,
b. de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende van dat voorwerp moet worden beschouwd.
In dit laatste geval moet het klaagschrift van de beslagene ongegrond worden verklaard.


Het beslag op de voorwerpen blijft gehandhaafd als er een strafvorderlijk belang is op grond van artikel 94 Sv. Dat is het geval wanneer:

- de desbetreffende voorwerpen kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen of om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen en/of
- het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van het voorwerp zal bevelen en/of
- het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de onttrekking aan het verkeer van het voorwerp zal bevelen.


Uit de kennisgevingen van inbeslagneming volgt dat op 17 september 2025 de voertuigen en de boot van klager op grond van artikel 94 Sv (aantonen wederrechtelijk verkregen voordeel) in beslag zijn genomen naar aanleiding van het aantreffen van een hennepkwekerij in de woning van klager diezelfde dag. Volgens een medewerker van Nutsbedrijf Enexis zouden er vier of vijf eerdere oogsten aangetoond kunnen worden. Uit de als bijlage aan het klaagschrift gehechte kentekenbewijzen blijkt dat de betreffende voertuigen en de boot al in 2022 op naam van klager zijn gesteld. Zelfs als de strafrechter, later oordelend, uitgaat van vijf eerdere oogsten, heeft de aanschaf van de voertuigen en de boot plaatsgevonden in een periode ruim gelegen voor de verdenking van het telen van hennep. De rechtbank is van oordeel dat daardoor geen verband is te leggen tussen de (opbrengsten van de) hennepkwekerij en de in beslag genomen voertuigen en boot. Zij acht het dan ook hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen voertuigen en boot zal uitspreken. De rechtbank zal het klaagschrift gericht tegen het op grond van artikel 94 Sv gelegde beslag dan ook gegrond verklaren en de teruggave van de voertuigen en de boot aan klager gelasten.



Ten overvloede merkt de rechtbank op dat de mogelijkheid van conservatoir beslag geen grondslag is voor klassiek beslag.





3De beslissing


De rechtbank



- het klaagschrift gegrond en gelast de teruggave van de Mercedes-Benz Cla 180 met [kenteken 1] , de Renault Twingo met [kenteken 2] en de motorboot (speed), type Piranha Micra aan klager.




Deze beslissing is genomen door mr. R.J.H. de Brouwer, rechter, in tegenwoordigheid van
mr. S.H.M.R. Chevalier-Verbunt, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 10 februari 2026.
















INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).






ECLI:NL:HR:2010:BL2823.