Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2026:7284

2026-02-10 Strafrecht 25-022622
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2026-02-10
Publicatiedatum
2026-08-06
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Raadkamer
Zaaknummer
25-022622
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Ongegrond.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (7.741 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht


Zittingsplaats Breda



parketnnummer : 96-292046-25
raadkamernummer : 25-022622
datum : 10 februari 2026




beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:






[klager] ,

geboren op [geboortedag] 1988 te [geboorteplaats] (Egypte),
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. B.W.C. van Geet, advocaat te Breda (Zijlstraat 7, 4811 RZ Breda),



hierna te noemen: de klager.





1De procedure


Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:



het klaagschrift op grond van artikel 552a Sv, ingediend op 8 september 2025 ter griffie van deze rechtbank;


de kennisgeving van inbeslagneming op grond van artikel 94 Sv, waaruit blijkt dat op 13 augustus 2025 onder klager in het strafvorderlijk onderzoek tegen klager in beslag is genomen: een personenauto, merk Opel Corsa, [kenteken] (hierna: de Opel);


de schriftelijke reactie van het CVOM en


de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.




Op 27 januari 2026 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. T.C.M. Hendriks, klaagster en mr. B.W.C. van Geet als advocaat van klaagster, gehoord.



Het klaagschrift strekt tot opheffing van het beslag met last tot teruggave aan de klaagster. Daartoe is aangevoerd dat klaagster eigenaar van de in beslag genomen Opel en dat het belang van Strafvordering zich niet verzet tegen de gevraagde teruggave. Klaagster beschikt sinds 24 november 2025 over een geldig Nederlands rijbewijs. Daarmee is het recidiverisico vervallen. Voortduring van het beslag schendt de financiële belangen van klaagster buiten proportioneel zonder dat daar een strafvorderlijk belang tegenover staat. Gelet op de persoonlijke omstandigheden van klaagster acht zij het hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter tijdens de inhoudelijke behandeling van de zaak de verbeurdverklaring van de Opel zal uitspreken.



De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de schriftelijke reactie van het CVOM en zich op het standpunt gesteld dat het belang van strafvordering zich verzet tegen de teruggave van de Opel. Het is niet hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter later tot verbeurdverklaring van de Opel zal beslissen. Ten tijde van de staande houding van klaagster op 13 augustus 2025 wegens het rijden zonder geldig rijbewijs was klaagster - ondanks een eerdere waarschuwing dat haar auto bij een volgende keer in beslag zou worden genomen - nog steeds niet in het bezit van een geldig Nederlands rijbewijs, terwijl zij al sinds 2015 in Nederland is. Bovendien was er sprake van recidive. Dat klaagster inmiddels wel beschikt over een Nederlands rijbewijs doet daar niet aan af.



Klaagster heeft in raadkamer verklaard dat zij al sinds 2008 beschikt over een Egyptisch rijbewijs en goed kan rijden. Zij heeft haar Nederlands rijbewijs na één les in een keer gehaald en inmiddels een nieuwe auto aangeschaft. Zij is een alleenstaande moeder en heeft een auto nodig voor ziekenhuisafspraken, haar werk en haar kinderen.





2De beoordeling


De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.



Het klaagschrift is tijdig ingediend en klager is ontvankelijk in zijn beklag.



Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer een summier karakter heeft. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevraagd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden.



De rechtbank begrijpt uit de schriftelijke reactie van het CVOM dat de inbeslaggenomen Opel reeds is vervreemd ex artikel 117 Sv en dat het beslag thans rust op de opbrengst van de Opel.



De rechtbank overweegt over het klaagschrift tegen het strafvorderlijk beslag dat is gelegd op grond van artikel 94 Sv als volgt.



Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, moet de rechter, bij een op grond van artikel 94 Sv gelegd beslag:

a. beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo nee,
b. de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende van dat voorwerp moet worden beschouwd.
In dit laatste geval moet het klaagschrift van de beslagene ongegrond worden verklaard.


Het beslag op de voorwerpen blijft gehandhaafd als er een strafvorderlijk belang is op grond van artikel 94 Sv. Dat is het geval wanneer:

- de desbetreffende voorwerpen kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen of om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen en/of
- het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van het voorwerp zal bevelen en/of
- het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de onttrekking aan het verkeer van het voorwerp zal bevelen.


De aanwezigheid van een strafvorderlijk belang sluit niet uit dat de rechtbank onder omstandigheden bij de beoordeling van het klaagschrift ook onderzoekt of voortzetting van het beslag voldoet aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit.



Tegen klaagster is op 13 augustus 2025 een proces-verbaal opgemaakt wegens het rijden zonder geldig rijbewijs. Zij zal voor dit feit ook worden vervolgd. Uit het strafblad van klaagster blijkt dat zij op 4 april 2025 ook zonder geldig rijbewijs heeft gereden. Voor dat feit heeft zij kort daarna een strafbeschikking gekregen die zij ook heeft voldaan. Omdat zij op 13 augustus 2025 weer reed zonder geldig rijbewijs is de Opel van klaagster in beslag genomen. Uit de voorhanden zijnde stukken begrijpt de rechtbank dat klaagster op 4 augustus 2025 ook staande is gehouden wegens verdenking van het rijden zonder geldig rijbewijs. Klaagster is toen nadrukkelijk door de verbalisanten gewaarschuwd dat haar auto bij een volgende overtreding in beslag zou worden genomen.



Gelet op het voorgaande en mede gelet op de taxatiewaarde van de Opel van € 575,00,- is de rechtbank van oordeel dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat een strafrechter later de verbeurdverklaring van de auto uitspreekt.



Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het klaagschrift tegen het artikel 94 Sv beslag ongegrond verklaren.





3De beslissing


De rechtbank



- verklaart het klaagschrift ongegrond;




Deze beslissing is genomen door mr. R.J.H. de Brouwer, rechter, in tegenwoordigheid van
mr. S.H.M.R. Chevalier-Verbunt, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 10 februari 2026.











INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).



ECLI:NL:HR:2010:BL2823.


ECLI:NL:HR:2023:81.