Rechtbank Zeeland-West-Brabant
ECLI:NL:RBZWB:2026:7275
2026-01-29
Strafrecht
25-027231
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
gegrond.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2010:BL2823 Hoge Raad 28-09-2010
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (6.046 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats Breda
raadkamernummer : 25-027231
datum : 29 januari 2026
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[klaagster] ,
geboren op [geboortedag] 1998 te [geboorteplaats] ,
wonende op het [woonadres] ,
hierna te noemen: klaagster.
1De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
het klaagschrift op grond van artikel 552a Sv, ingediend op 24 oktober 2025 ter griffie van deze rechtbank;
de kennisgeving van inbeslagneming op grond van artikel 94 Sv, waaruit blijkt dat op 14 september 2025 onder klaagster in het strafvorderlijk onderzoek tegen klaagster in beslag is genomen: een personenauto, merk Audi A3 voorzien van het [kenteken] (hierna: de Audi);
de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie en
de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Op 27 januari 2026 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. T.C.M. Hendriks en klaagster, gehoord.
Het klaagschrift strekt tot opheffing van het beslag met last tot teruggave aan de klaagster. Daartoe is aangevoerd dat klaagster eigenaar is van de in beslag genomen Audi en zich bezwaard voelt bezwaard bij voortduring van het beslag. Klaagster heeft in aanvulling op het klaagschrift in raadkamer aangevoerd dat haar handelen op 5 en 14 september 2025 dom is geweest. De situatie rondom de inbeslagname is voortgekomen uit een moeilijke periode door persoonlijke omstandigheden. Inmiddels heeft klaagster sinds anderhalve week haar rijbewijs weer terug. Klaagster heeft een groot belang bij teruggave van de Audi om haar studie Farmacie aan de universiteit in [plaats] te kunnen combineren met haar dagelijkse verantwoordelijkheden voor haar kindje en om haar leven weer stabiel te krijgen. Zij is een alleenstaande moeder en krijgt hulp van haar ouders. Zij hebben ook een deel van de Audi betaald. Klaagster acht voortduring van het beslag disproportioneel mede gelet op de waarde van de auto.
In afwijking van de schriftelijke conclusie van het OM heeft de officier van justitie zich in raadkamer op het standpunt gesteld dat het belang van strafvordering zich niet langer verzet tegen teruggave van de Audi aan klaagster. Gelet op de recente veroordeling van klaagster en nu klaagster inmiddels weer in het bezit is van haar rijbewijs is het hoogst onwaarschijnlijk dat de rechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van de Audi zal uitspreken.
2De beoordeling
De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
Het klaagschrift is tijdig ingediend en klaagster is ontvankelijk in zijn beklag.
Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer een summier karakter heeft. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevraagd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden.
De rechtbank overweegt over het klaagschrift tegen het strafvorderlijk beslag dat is gelegd op grond van artikel 94 Sv als volgt.
Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, moet de rechter, bij een op grond van artikel 94 Sv gelegd beslag:
a. beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo nee,
b. de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende van dat voorwerp moet worden beschouwd.
In dit laatste geval moet het klaagschrift van de beslagene ongegrond worden verklaard.
Op grond van artikel 116, eerste lid, Sv laat het Openbaar Ministerie de in beslag genomen voorwerpen teruggeven aan de beslagene, zodra het belang van strafvordering zich daartegen niet meer verzet. Dit betekent dat als het Openbaar Ministerie zich op het standpunt stelt dat er geen strafvorderlijk belang meer is bij het voortduren van het beslag, dan moet de rechter ervan uitgaan dat het standpunt juist is.
De officier van justitie heeft zich in raadkamer op het standpunt gesteld dat het strafvorderlijk belang zich niet langer verzet tegen teruggave van de in beslag genomen Audi aan klaagster. Daardoor bestaat er geen strafvorderlijk belang meer bij het voortduren van het beslag. Daarnaast is niet gebleken dat een ander dan klaagster redelijkerwijs als rechthebbende van de Audi is aan te merken. Daarom zal de rechtbank het klaagschrift tegen het artikel 94 Sv beslag gegrond verklaren en de teruggave van de Audi aan klaagster gelasten.
3De beslissing
De rechtbank
- verklaart het klaagschrift gegrond en gelast de teruggave van de Audi A3 voorzien van het [kenteken] aan klager.
Deze beslissing is genomen door mr. R.J.H. de Brouwer, rechter, in tegenwoordigheid van
mr. S.H.M.R. Chevalier-Verbunt, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 29 januari 2026.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).
ECLI:NL:HR:2010:BL2823.
Strafrecht
Zittingsplaats Breda
raadkamernummer : 25-027231
datum : 29 januari 2026
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[klaagster] ,
geboren op [geboortedag] 1998 te [geboorteplaats] ,
wonende op het [woonadres] ,
hierna te noemen: klaagster.
1De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
het klaagschrift op grond van artikel 552a Sv, ingediend op 24 oktober 2025 ter griffie van deze rechtbank;
de kennisgeving van inbeslagneming op grond van artikel 94 Sv, waaruit blijkt dat op 14 september 2025 onder klaagster in het strafvorderlijk onderzoek tegen klaagster in beslag is genomen: een personenauto, merk Audi A3 voorzien van het [kenteken] (hierna: de Audi);
de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie en
de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Op 27 januari 2026 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. T.C.M. Hendriks en klaagster, gehoord.
Het klaagschrift strekt tot opheffing van het beslag met last tot teruggave aan de klaagster. Daartoe is aangevoerd dat klaagster eigenaar is van de in beslag genomen Audi en zich bezwaard voelt bezwaard bij voortduring van het beslag. Klaagster heeft in aanvulling op het klaagschrift in raadkamer aangevoerd dat haar handelen op 5 en 14 september 2025 dom is geweest. De situatie rondom de inbeslagname is voortgekomen uit een moeilijke periode door persoonlijke omstandigheden. Inmiddels heeft klaagster sinds anderhalve week haar rijbewijs weer terug. Klaagster heeft een groot belang bij teruggave van de Audi om haar studie Farmacie aan de universiteit in [plaats] te kunnen combineren met haar dagelijkse verantwoordelijkheden voor haar kindje en om haar leven weer stabiel te krijgen. Zij is een alleenstaande moeder en krijgt hulp van haar ouders. Zij hebben ook een deel van de Audi betaald. Klaagster acht voortduring van het beslag disproportioneel mede gelet op de waarde van de auto.
In afwijking van de schriftelijke conclusie van het OM heeft de officier van justitie zich in raadkamer op het standpunt gesteld dat het belang van strafvordering zich niet langer verzet tegen teruggave van de Audi aan klaagster. Gelet op de recente veroordeling van klaagster en nu klaagster inmiddels weer in het bezit is van haar rijbewijs is het hoogst onwaarschijnlijk dat de rechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van de Audi zal uitspreken.
2De beoordeling
De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
Het klaagschrift is tijdig ingediend en klaagster is ontvankelijk in zijn beklag.
Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer een summier karakter heeft. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevraagd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden.
De rechtbank overweegt over het klaagschrift tegen het strafvorderlijk beslag dat is gelegd op grond van artikel 94 Sv als volgt.
Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, moet de rechter, bij een op grond van artikel 94 Sv gelegd beslag:
a. beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo nee,
b. de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende van dat voorwerp moet worden beschouwd.
In dit laatste geval moet het klaagschrift van de beslagene ongegrond worden verklaard.
Op grond van artikel 116, eerste lid, Sv laat het Openbaar Ministerie de in beslag genomen voorwerpen teruggeven aan de beslagene, zodra het belang van strafvordering zich daartegen niet meer verzet. Dit betekent dat als het Openbaar Ministerie zich op het standpunt stelt dat er geen strafvorderlijk belang meer is bij het voortduren van het beslag, dan moet de rechter ervan uitgaan dat het standpunt juist is.
De officier van justitie heeft zich in raadkamer op het standpunt gesteld dat het strafvorderlijk belang zich niet langer verzet tegen teruggave van de in beslag genomen Audi aan klaagster. Daardoor bestaat er geen strafvorderlijk belang meer bij het voortduren van het beslag. Daarnaast is niet gebleken dat een ander dan klaagster redelijkerwijs als rechthebbende van de Audi is aan te merken. Daarom zal de rechtbank het klaagschrift tegen het artikel 94 Sv beslag gegrond verklaren en de teruggave van de Audi aan klaagster gelasten.
3De beslissing
De rechtbank
- verklaart het klaagschrift gegrond en gelast de teruggave van de Audi A3 voorzien van het [kenteken] aan klager.
Deze beslissing is genomen door mr. R.J.H. de Brouwer, rechter, in tegenwoordigheid van
mr. S.H.M.R. Chevalier-Verbunt, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 29 januari 2026.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).
ECLI:NL:HR:2010:BL2823.