Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2026:7271

2026-08-04 Bestuursrecht; Belastingrecht BRE 25/3557, 25/3561 t/m 25/3563 en 25/3567 t/m 25/3572
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2026-08-04
Publicatiedatum
2026-08-06
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
BRE 25/3557, 25/3561 t/m 25/3563 en 25/3567 t/m 25/3572
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

WOZ, compromis.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (14.919 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT


Zittingsplaats Breda


Belastingrecht


zaaknummers: BRE 25/3557, 25/3561 t/m 25/3563 en 25/3567 t/m 25/3572


uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 4 augustus 2026 in de zaken tussen





[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende,
(gemachtigde: mr. Th.J.H.M. Linssen),


en




de heffingsambtenaar van de gemeente Goirle, de heffingsambtenaar.




Inleiding


1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van belanghebbende tegen de uitspraken op bezwaar van de heffingsambtenaar van 11 juni 2025.



1.1.
De heffingsambtenaar heeft de waarde van een tiental onroerende zaken aan de [straat] in Goirle (de woningen) op 1 januari 2024 (de waardepeildatum) vastgesteld (de beschikkingen). Met deze waardevaststellingen zijn aan belanghebbende ook de aanslagen in de onroerendezaakbelastingen eigenaren van de gemeente Goirle voor het jaar 2025 opgelegd (de aanslagen OZBE). Het volgende kan als volgt worden weergegeven:













Zaaknr.




Object




Jaar




Dagtekening




Aanslagnr.




WOZ





25/3557



[adres 1]



2025


25-02-2025



[aanslagnummer]



€ 142.000




25/3561



[adres 2]



2025


25-02-2025



[aanslagnummer]



€ 142.000




25/3562



[adres 3]



2025


25-02-2025



[aanslagnummer]



€ 142.000




25/3563



[adres 4]



2025


25-02-2025



[aanslagnummer]



€ 142.000




25/3567



[adres 5]



2025


25-02-2025



[aanslagnummer]



€ 142.000




25/3568



[adres 6]



2025


25-02-2025



[aanslagnummer]



€ 142.000




25/3569



[adres 7]



2025


25-02-2025



[aanslagnummer]



€ 142.000




25/3570



[adres 8]



2025


25-02-2025



[aanslagnummer]



€ 142.000




25/3571



[adres 9]



2025


25-02-2025



[aanslagnummer]



€ 142.000




25/3572



[adres 10]



2025


25-02-2025



[aanslagnummer]



€ 142.000








1.2.
De heffingsambtenaar heeft de bezwaren van belanghebbende tegen de beschikkingen ongegrond verklaard.



1.3.
De rechtbank heeft de beroepen op 14 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: belanghebbende, de gemachtigde en namens de heffingsambtenaar [vertegenwoordiger] .




Beoordeling door de rechtbank


2. Partijen hebben ter zitting bij wijze van compromis overeenstemming bereikt en wel in die zin dat naar hun oordeel de WOZ-waarde van de woningen per waardepeildatum 1 januari 2024 als volgt moet worden vastgesteld:











Zaaknr.




Object




WOZ-waarde





25/3557



[adres 1]



€ 204.000




25/3561



[adres 2]



€ 225.000




25/3562



[adres 3]



€ 220.000




25/3563



[adres 4]



€ 226.000




25/3567



[adres 5]



€ 225.000




25/3568



[adres 6]



€ 204.000




25/3569



[adres 7]



€ 225.000




25/3570



[adres 8]



€ 220.000




25/3571



[adres 9]



€ 226.000




25/3572



[adres 10]



€ 225.000







2.1.
De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen.



2.2.
Volgens artikel 30, tweede lid, van de Wet WOZ wordt een bezwaarschrift tegen een aldaar nader omschreven, op de Wet WOZ gebaseerde beschikking die is bekendgemaakt en verenigd in één geschrift met een aanslag onroerendezaakbelastingen, geacht mede te zijn gericht tegen die aanslag, tenzij uit het bezwaarschrift het tegendeel blijkt. De laatstgenoemde uitzondering is van toepassing als het bezwaar strekt tot vaststelling van een hogere WOZ-waarde. Het bezwaar kan dan niet worden geacht mede te zijn gericht tegen die aanslag. Als het bezwaarschrift zich uitdrukkelijk mede keert tegen die aanslag, maar uitsluitend klachten bevat die strekken tot vaststelling van een hogere WOZ-waarde, dan kan een eventuele gegrondverklaring van die klachten niet leiden tot een verhoging van die aanslag. Het bezwaar tegen die aanslag moet dan reeds daarom ongegrond worden verklaard. De rechtbank ziet in het dossier geen aanwijzingen dat de bezwaren en beroepen uitdrukkelijk mede zijn gericht tegen de aanslagen OZBE. De aanslagen OZBE worden daarom in deze uitspraak buiten beschouwing gelaten.



2.3.
Omdat de beroepen gegrond zijn, krijgt belanghebbende het door hem betaalde griffierecht van in totaal € 53 vergoed en heeft belanghebbende als uitgangspunt recht op een proceskostenvergoeding. Partijen hebben ter zitting ook over de hoogte van de proceskostenvergoeding bij wijze van compromis overeenstemming bereikt. Belanghebbende krijgt – conform het Besluit proceskosten bestuursrecht – een vergoeding voor de kosten van rechtsbijstand ter grootte van € 1.868 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het bijwonen van de zitting, met een waarde per punt van € 934 en een wegingsfactor 1). Belanghebbende krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten in de bezwaarfase omdat belanghebbende daar in de bezwaarfase niet om heeft verzocht. Verder krijgt belanghebbende een vergoeding voor taxatiekosten van twee maal de vergoeding voor een taxatierapport op grond van de inmiddels ingetrokken Richtlijn van de belastingkamers van de gerechtshoven inzake vergoeding van proceskosten bij WOZ-taxaties, zijnde twee maal € 106, dus totaal € 212. Dat betekent dat belanghebbende een proceskostenvergoeding krijgt van in totaal € 2.080.




Beslissing


De rechtbank:



vernietigt de uitspraken op bezwaar;


verhoogt de waarde voor de woning aan de [adres 1] per waarde waardepeildatum 1 januari 2024 tot een bedrag van € 204.000;


verhoogt de waarde voor de woning aan de [adres 2] per waarde waardepeildatum 1 januari 2024 tot een bedrag van € 225.000;


verhoogt de waarde voor de woning aan de [adres 3] per waarde waardepeildatum 1 januari 2024 tot een bedrag van € 220.000;


verhoogt de waarde voor de woning aan de [adres 4] per waarde waardepeildatum 1 januari 2024 tot een bedrag van € 226.000;


verhoogt de waarde voor de woning aan de [adres 5] per waarde waardepeildatum 1 januari 2024 tot een bedrag van € 225.000;


verhoogt de waarde voor de woning aan de [adres 6] per waarde waardepeildatum 1 januari 2024 tot een bedrag van € 204.000;


verhoogt de waarde voor de woning aan de [adres 7] per waarde waardepeildatum 1 januari 2024 tot een bedrag van € 225.000;


verhoogt de waarde voor de woning aan de [adres 8] per waarde waardepeildatum 1 januari 2024 tot een bedrag van € 220.000;


verhoogt de waarde voor de woning aan de [adres 9] per waarde waardepeildatum 1 januari 2024 tot een bedrag van € 226.000;


verhoogt de waarde voor de woning aan de [adres 10] per waarde waardepeildatum 1 januari 2024 tot een bedrag van € 225.000;


veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 2.080 aan proceskosten aan belanghebbende;


bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 53 aan belanghebbende moet vergoeden.





Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A. den Braber-Riemens, rechter, in aanwezigheid van mr. F.E.M. Houben, griffier.












griffier


rechter







De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl en aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.




Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.


Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ’s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ ’s-Hertogenbosch.



De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van hoger beroep is verstreken, of indien hoger beroep wordt ingesteld, op dat hoger beroep is beslist.




Hoge Raad 20 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2656.


Staatscourant 2018, 28796.