Rechtbank Zeeland-West-Brabant
ECLI:NL:RBZWB:2026:7246
2026-07-06
Civiel recht; Personen- en familierecht
C/02/450034 / JE RK 26-1189
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Afwijzing spoedverzoek wijziging zorgregeling.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (8.021 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/450034 / JE RK 26-1189
Datum uitspraak: 6 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over een wijziging van de verdeling van zorg- en opvoedingstaken
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Brabant, gevestigd te Etten-Leur,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige]
, geboren op [geboortedag] 2020 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
[de vader]
,
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats 2] .
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het op 6 juli 2026 ontvangen verzoekschrift, met bijlagen, van de GI.
2De feiten
2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 28 oktober 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 29 oktober 2026.
2.3.
Bij beschikking van 14 november 2025 heeft de rechtbank bepaald dat [minderjarige] zijn hoofdverblijf heeft bij de moeder en dat in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken [minderjarige]
- volgens een co-ouderschapregeling van week op - week af bij zijn ouders verblijft,
waarbij [minderjarige] in de week dat hij bij de vader verblijft op maandag door de moeder naar school wordt gebracht en ook in de middag door haar wordt opgehaald van school. [minderjarige] wordt die maandag tussen 17.00 uur en 18.00 uur door de vader bij de moeder opgehaald. De daaropvolgende schooldagen brengt de vader [minderjarige] naar school en wordt [minderjarige] door de moeder van school opgehaald, waarna de vader [minderjarige] tussen 17.00 uur en 18.00 uur bij de moeder ophaalt. Aansluitend verblijft [minderjarige] dat weekend bij de vader, waarna hij [minderjarige] op maandag naar school brengt en de week van de moeder aanvangt;
- contact heeft met beide ouders tijdens een deel van de vakanties en feestdagen,
waarover de vader en de moeder samen verdere afspraken moeten maken.
3Het verzoek
3.1.
De GI verzoekt op grond van artikel 1:265g lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) de verdeling van de zorg- en opvoedtaken te wijzigen in die zin dat de GI de regie voert over de verdeling van de zorg- en opvoedtaken voor wat betreft de vorm, duur, frequentie en plaats, waarbij het uiteindelijk het doel is om toe te werken naar de afspraken zoals de ouders die met elkaar en de hulpverlening hebben gemaakt. De GI verzoekt de beschikking onverwijld af te geven zonder voorafgaand verhoor van belanghebbenden, onder analoge toepassing van art. 800 lid 3 en/of jo artikel 809 lid 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4De beoordeling
4.1.
Op de grond van artikel 1:265g BW kan de GI de kinderrechter verzoeken voor de duur van de ondertoezichtstelling een zorgregeling vast te stellen of te wijzigen voor zover dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk is.
4.2.
De kinderrechter heeft de navolgende informatie ontvangen. Volgens de GI is de door de rechtbank vastgestelde zorgregeling niet of nauwelijks uitgevoerd. De ouders hebben moeite om de gemaakte afspraken uit te voeren en hierover met elkaar te communiceren. Daarnaast zijn er recent ernstige veiligheidszorgen ontstaan. Zo is de GI ter ore gekomen dat de vader op 6 juli 2026 contact heeft opgenomen met de politie omdat hij zich zorgen maakt over de toestand van de moeder bij de overdracht van [minderjarige] . Politie-interventie bleek noodzakelijk en zij hebben een zorgmelding gedaan bij Veilig Thuis. Deze melding wordt nog onderzocht. Er zijn in het verleden al meer veiligheidsmeldingen gedaan waarin zorgen worden beschreven tijdens overdrachtsmomenten, waarbij er mogelijk sprake is van alcohol- en middelengebruik van de moeder.
Daarnaast geeft de GI aan dat ouders opnieuw afspraken hebben gemaakt over de zorgregeling met tussenkomst van het [hulpverlening] . De GI is niet op de hoogte van deze afspraken, zodat de haalbaarheid daarvan niet beoordeeld kan worden.
4.3.
De kinderrechter is vooralsnog van oordeel dat gelet op de door de GI aangedragen zorgen een onmiddellijke wijziging van de zorgregeling, zonder voorafgaand verhoor van de belanghebbenden, niet in het belang van [minderjarige] is. Dit betekent dat het spoedverzoek zal worden afgewezen.
4.4.
Binnen een tijdsbestek van twee weken zal er een mondelinge behandeling plaatsvinden waarop het verzoek tot wijziging van de zorgregeling zal worden besproken. De belanghebbenden (de vader, de moeder en de GI) worden hierbij in de gelegenheid gesteld hun standpunt naar voren te brengen. Ook zal de Raad voor de Kinderbescherming worden gevraagd de kinderrechter te adviseren ex artikel 810 Rv.
4.5.
Verdere beslissingen op het verzoek zal de kinderrechter pas nemen nadat de zitting heeft plaatsgevonden.
5De beslissing
De kinderrechter:
5.1.
wijst het verzoek om zonder voorafgaand horen van belanghebbenden te beslissen op het verzoek van de GI af;
5.2.
houdt de behandeling van het verzoek van de GI voor het overige aan;
5.3.
roept de GI, de moeder, de vader en de Raad voor de Kinderbescherming op voor de zitting op [datum] 2026 om [uur] bij mr. Van Leuven, kinderrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, aan Stationslaan 10 in Breda;
5.4.
bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting;
5.5.
behoudt zich iedere verdere beslissing voor.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 6 juli 2026 door mr. Pellikaan, kinderrechter, en op schrift gesteld in aanwezigheid van Rozendaal als griffier, op 7 juli 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/450034 / JE RK 26-1189
Datum uitspraak: 6 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over een wijziging van de verdeling van zorg- en opvoedingstaken
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Brabant, gevestigd te Etten-Leur,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige]
, geboren op [geboortedag] 2020 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
[de vader]
,
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats 2] .
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het op 6 juli 2026 ontvangen verzoekschrift, met bijlagen, van de GI.
2De feiten
2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 28 oktober 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 29 oktober 2026.
2.3.
Bij beschikking van 14 november 2025 heeft de rechtbank bepaald dat [minderjarige] zijn hoofdverblijf heeft bij de moeder en dat in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken [minderjarige]
- volgens een co-ouderschapregeling van week op - week af bij zijn ouders verblijft,
waarbij [minderjarige] in de week dat hij bij de vader verblijft op maandag door de moeder naar school wordt gebracht en ook in de middag door haar wordt opgehaald van school. [minderjarige] wordt die maandag tussen 17.00 uur en 18.00 uur door de vader bij de moeder opgehaald. De daaropvolgende schooldagen brengt de vader [minderjarige] naar school en wordt [minderjarige] door de moeder van school opgehaald, waarna de vader [minderjarige] tussen 17.00 uur en 18.00 uur bij de moeder ophaalt. Aansluitend verblijft [minderjarige] dat weekend bij de vader, waarna hij [minderjarige] op maandag naar school brengt en de week van de moeder aanvangt;
- contact heeft met beide ouders tijdens een deel van de vakanties en feestdagen,
waarover de vader en de moeder samen verdere afspraken moeten maken.
3Het verzoek
3.1.
De GI verzoekt op grond van artikel 1:265g lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) de verdeling van de zorg- en opvoedtaken te wijzigen in die zin dat de GI de regie voert over de verdeling van de zorg- en opvoedtaken voor wat betreft de vorm, duur, frequentie en plaats, waarbij het uiteindelijk het doel is om toe te werken naar de afspraken zoals de ouders die met elkaar en de hulpverlening hebben gemaakt. De GI verzoekt de beschikking onverwijld af te geven zonder voorafgaand verhoor van belanghebbenden, onder analoge toepassing van art. 800 lid 3 en/of jo artikel 809 lid 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4De beoordeling
4.1.
Op de grond van artikel 1:265g BW kan de GI de kinderrechter verzoeken voor de duur van de ondertoezichtstelling een zorgregeling vast te stellen of te wijzigen voor zover dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk is.
4.2.
De kinderrechter heeft de navolgende informatie ontvangen. Volgens de GI is de door de rechtbank vastgestelde zorgregeling niet of nauwelijks uitgevoerd. De ouders hebben moeite om de gemaakte afspraken uit te voeren en hierover met elkaar te communiceren. Daarnaast zijn er recent ernstige veiligheidszorgen ontstaan. Zo is de GI ter ore gekomen dat de vader op 6 juli 2026 contact heeft opgenomen met de politie omdat hij zich zorgen maakt over de toestand van de moeder bij de overdracht van [minderjarige] . Politie-interventie bleek noodzakelijk en zij hebben een zorgmelding gedaan bij Veilig Thuis. Deze melding wordt nog onderzocht. Er zijn in het verleden al meer veiligheidsmeldingen gedaan waarin zorgen worden beschreven tijdens overdrachtsmomenten, waarbij er mogelijk sprake is van alcohol- en middelengebruik van de moeder.
Daarnaast geeft de GI aan dat ouders opnieuw afspraken hebben gemaakt over de zorgregeling met tussenkomst van het [hulpverlening] . De GI is niet op de hoogte van deze afspraken, zodat de haalbaarheid daarvan niet beoordeeld kan worden.
4.3.
De kinderrechter is vooralsnog van oordeel dat gelet op de door de GI aangedragen zorgen een onmiddellijke wijziging van de zorgregeling, zonder voorafgaand verhoor van de belanghebbenden, niet in het belang van [minderjarige] is. Dit betekent dat het spoedverzoek zal worden afgewezen.
4.4.
Binnen een tijdsbestek van twee weken zal er een mondelinge behandeling plaatsvinden waarop het verzoek tot wijziging van de zorgregeling zal worden besproken. De belanghebbenden (de vader, de moeder en de GI) worden hierbij in de gelegenheid gesteld hun standpunt naar voren te brengen. Ook zal de Raad voor de Kinderbescherming worden gevraagd de kinderrechter te adviseren ex artikel 810 Rv.
4.5.
Verdere beslissingen op het verzoek zal de kinderrechter pas nemen nadat de zitting heeft plaatsgevonden.
5De beslissing
De kinderrechter:
5.1.
wijst het verzoek om zonder voorafgaand horen van belanghebbenden te beslissen op het verzoek van de GI af;
5.2.
houdt de behandeling van het verzoek van de GI voor het overige aan;
5.3.
roept de GI, de moeder, de vader en de Raad voor de Kinderbescherming op voor de zitting op [datum] 2026 om [uur] bij mr. Van Leuven, kinderrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, aan Stationslaan 10 in Breda;
5.4.
bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting;
5.5.
behoudt zich iedere verdere beslissing voor.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 6 juli 2026 door mr. Pellikaan, kinderrechter, en op schrift gesteld in aanwezigheid van Rozendaal als griffier, op 7 juli 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.