Rechtbank Zeeland-West-Brabant
ECLI:NL:RBZWB:2026:7181
2026-07-15
Civiel recht
12018781 CV EXPL 25-6508 (E)
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Factuur onbetaald gelaten
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (5.088 tekens)
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 12018781 \ CV EXPL 25-6508
Vonnis van 15 juli 2026
in de zaak van
UNIGARANT N.V., MEDE H.O.D.N. ANWB VERZEKEREN,
te 's-Gravenhage,
eisende partij,
hierna te noemen: ANWB,
gemachtigde: KVN Gerechtsdeurwaarders & Juristen,
tegen
[gedaagde]
,
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding- de conclusie van antwoord- de akte van ANWB- de akte van [gedaagde] .
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2Het geschil
2.1.
ANWB vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 234,72, vermeerderd met rente en kosten.
2.2.
[gedaagde] erkent de hoofdsom aan ANWB verschuldigd te zijn.
2.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
3De beoordeling
3.1.
[gedaagde] heeft bij akte erkend dat hij de premie en het bedrag van de dongel aan ANWB verschuldigd is. De kantonrechter wijst daarom de bedragen van € 149,77 en € 84,95, totaal € 234,72 toe.
3.2.
ANWB vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. ANWB heeft aan [gedaagde] een of meer aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. ANWB heeft het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten vermeerderd met btw. Daarom zal een bedrag van € 48,40 worden toegewezen.
3.3.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van ANWB worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
146,14
- griffierecht
€
135,00
- salaris gemachtigde
€
130,50
(1,5 punt × € 87,00)
- nakosten
€
43,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
455,14
4De beslissing
De kantonrechter
4.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan ANWB te betalen een bedrag van € 234,72, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, vanaf 27 januari 2023, tot de dag van volledige betaling,
4.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan ANWB te betalen een bedrag van € 48,40 aan buitengerechtelijke kosten,
4.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 455,14, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Vermariën en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2026.
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 12018781 \ CV EXPL 25-6508
Vonnis van 15 juli 2026
in de zaak van
UNIGARANT N.V., MEDE H.O.D.N. ANWB VERZEKEREN,
te 's-Gravenhage,
eisende partij,
hierna te noemen: ANWB,
gemachtigde: KVN Gerechtsdeurwaarders & Juristen,
tegen
[gedaagde]
,
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding- de conclusie van antwoord- de akte van ANWB- de akte van [gedaagde] .
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2Het geschil
2.1.
ANWB vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 234,72, vermeerderd met rente en kosten.
2.2.
[gedaagde] erkent de hoofdsom aan ANWB verschuldigd te zijn.
2.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
3De beoordeling
3.1.
[gedaagde] heeft bij akte erkend dat hij de premie en het bedrag van de dongel aan ANWB verschuldigd is. De kantonrechter wijst daarom de bedragen van € 149,77 en € 84,95, totaal € 234,72 toe.
3.2.
ANWB vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. ANWB heeft aan [gedaagde] een of meer aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. ANWB heeft het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten vermeerderd met btw. Daarom zal een bedrag van € 48,40 worden toegewezen.
3.3.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van ANWB worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
146,14
- griffierecht
€
135,00
- salaris gemachtigde
€
130,50
(1,5 punt × € 87,00)
- nakosten
€
43,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
455,14
4De beslissing
De kantonrechter
4.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan ANWB te betalen een bedrag van € 234,72, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, vanaf 27 januari 2023, tot de dag van volledige betaling,
4.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan ANWB te betalen een bedrag van € 48,40 aan buitengerechtelijke kosten,
4.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 455,14, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Vermariën en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2026.