Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2026:7168

2026-07-31 Bestuursrecht; Belastingrecht BRE 25/3647
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2026-07-31
Publicatiedatum
2026-08-03
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
BRE 25/3647
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl; Viditax (FutD) 2026080703; FutD 2026-1395; V-N Vandaag 2026/1652; Sdu Nieuws Belastingzaken 2026/911

Inhoudsindicatie

IB/PVV 2023, box 3, kerstarrest, werkelijk rendement over spaarrekening.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (7.241 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT


Zittingsplaats Breda


Belastingrecht


zaaknummer: BRE 25/3647


uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 31 juli 2026 in de zaak tussen



[belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende


en




de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.




Inleiding


1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 19 juni 2025.



1.1.
De inspecteur heeft aan belanghebbende voor het jaar 2023 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 58.664 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 1.065.



1.2.
De inspecteur heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard. De inspecteur heeft daarbij de aanslag gehandhaafd.



1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 7 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen namens de inspecteur: mr. [inspecteur 1] en mr. [inspecteur 2] .



1.4.
Namens belanghebbende is, zonder kennisgeving aan de rechtbank, niemand verschenen. De griffier heeft op 21 april 2026 in het digitaal dossier van belanghebbende een bericht geplaatst waarbij belanghebbende is uitgenodigd om op de zitting te verschijnen. Van de plaatsing van dit bericht is op dezelfde datum een notificatie aan belanghebbende verzonden naar het door belanghebbende voor dit doel opgegeven e-mailadres. Daarom neemt de rechtbank aan dat belanghebbende dit bericht op 21 april 2026 heeft ontvangen. De rechtbank stelt daarmee vast dat belanghebbende correct en op de juiste wijze voor de zitting is uitgenodigd. De zitting heeft daarom plaatsgevonden zonder de aanwezigheid van belanghebbende.




Beoordeling door de rechtbank


2. De rechtbank beoordeelt of het inkomen uit sparen en beleggen in de aanslag IB/PVV 2023 te hoog is vastgesteld. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van belanghebbende.



2.1.
De rechtbank is van oordeel dat het inkomen uit sparen en beleggen in de aanslag IB/PVV 2023 niet te hoog is vastgesteld. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.




Feiten


3. Belanghebbende en zijn echtgenote zijn fiscaal partners. Zij hebben gezamenlijk hun aangiften IB/PVV voor het jaar 2023 ingediend. Het inkomen uit sparen en beleggen is daarbij volledig aan belanghebbende toegerekend.



3.1.
De aangegeven rendementsgrondslag sparen en beleggen van belanghebbende en zijn echtgenote in het jaar 2023 bestaat volledig uit bank- en spaartegoeden van in totaal € 229.802.



3.2.
Op de bank- en spaarrekeningen is het jaar 2023 in totaal € 1.575 aan spaarrente ontvangen.



3.3.
In de aanslag IB/PVV 2023 is het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen vastgesteld op € 1.065. Het inkomen is volledig toegerekend aan belanghebbende.




Motivering


4. Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat het inkomen uit sparen en beleggen moet worden vastgesteld op € 793. Hij beroept zich daarbij op het Kerstarrest van de Hoge Raad.



4.1.
In het Kerstarrest heeft de Hoge Raad overwogen dat voor degene die door het forfaitaire stelsel wordt geconfronteerd met een heffing naar een voordeel uit sparen en beleggen dat hoger is dan het werkelijk behaalde rendement, dit leidt tot een schending van de door artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM (EP) in samenhang met artikel 14 van het EVRM gewaarborgde rechten. Vervolgens heeft de Hoge Raad rechtsherstel geboden door te bepalen dat alleen het werkelijke rendement in de heffing wordt betrokken.



4.2.
Tussen partijen staat vast dat het werkelijk behaalde rendement in dit geval € 1.575 bedraagt (3.2). Volgens de berekeningswijze van belanghebbende moet slechts een percentage van het werkelijk rendement in aanmerking worden genomen bij de bepaling van het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen. In het door belanghebbende berekende percentage is rekening gehouden met het heffingsvrije vermogen.



4.3.
De rechtbank volgt belanghebbende niet in zijn berekeningswijze. Uit het arrest van de Hoge Raad van 6 juni 2024 volgt namelijk dat bij de bepaling van het werkelijke rendement, de volledige heffingsgrondslag – zonder aftrek van het bedrag van het heffingsvrije vermogen – in aanmerking moet worden genomen.



4.4.
Het beroep op het Kerstarrest kan belanghebbende aldus niet baten. Het werkelijk rendement van € 1.575 is namelijk hoger dan het forfaitaire rendement van € 1.065 dat bij de aanslag IB/PVV 2023 in aanmerking is genomen.





Conclusie en gevolgen


5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de aanslag IB/PVV 2023 in stand blijft. Belanghebbende krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.





Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.





Deze uitspraak is gedaan door mr. G.H. de Soeten, rechter, in aanwezigheid van mr. S.A. van Beijsterveldt, griffier.














griffier


rechter









De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.




Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.


Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.



De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van hoger beroep is verstreken, of indien hoger beroep wordt ingesteld, op dat hoger beroep is beslist.





Gelet op artikel 8:36c, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).



Hoge Raad 24 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1963.


Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.


Hoge Raad 6 juni 2024, ECLI:NL:HR:2024:704, r.o. 5.4.2.