Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2026:7009

2026-07-30 Bestuursrecht BRE 25/4376
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2026-07-30
Publicatiedatum
2026-07-30
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
BRE 25/4376
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Afwijzing van een verzoek om proceskostenveroordeling na intrekking van het beroep. Het beroepschrift is ingediend op eigen titel.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.794 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT


Bestuursrecht


zaaknummer: BRE 25/4376


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 juli 2026 in de zaak tussen



[verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster
(gemachtigde: ing. [gemachtigde] ),


en




het college van Gedeputeerde Staten van Zeeland, verweerder.




Inleiding


1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek om een veroordeling van verweerder in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar beroep tegen het bestreden besluit van 18 augustus 2025. Zij heeft het beroep ingetrokken omdat verweerder op 19 mei 2026 het bestreden besluit heeft vervangen door een nieuwe beslissing op bezwaar. De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Verweerder heeft de rechtbank meegedeeld dat hij akkoord gaat met een veroordeling in de proceskosten omdat een nieuw besluit op bezwaar is genomen waarin de beroepsgronden van verzoekster niet langer van belang zijn en het beroep om die reden is ingetrokken.



1.1.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.




Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.



Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?


3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.



Is verweerder aan verzoekster tegemoetgekomen?


4. Op 31 augustus 2025 heeft verzoekster beroep ingesteld tegen het bestreden besluit waarin het bezwaar van verzoekster gedeeltelijk gegrond is verklaard, waarbij een tegemoetkoming in de proceskosten is vastgesteld op € 647,-. Verweerder heeft op 19 mei 2026 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen. Tussen partijen staat niet ter discussie dat met deze nieuwe beslissing op bezwaar tegemoet is gekomen aan de beroepsgronden.



Moet verweerder de proceskosten van verzoekster vergoeden?


5. Verweerder is weliswaar tegemoet gekomen aan het beroep van verzoekster, maar toch bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het beroepschrift is namelijk ingediend door [stichting] op eigen titel en dus niet door een derde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent. Verder is niet gebleken van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen zoals bedoeld in artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk ongegrond af.



Krijgt verzoekster een vergoeding van het griffierecht?


6. De rechtbank wijst erop dat verweerder verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 385,- te vergoeden.Verzoekster moet zich hiervoor dan ook tot verweerder wenden.



Beslissing


De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.




Deze uitspraak is gedaan door mr. T.I. van Term, rechter, in aanwezigheid van mr. T.A. de Kraker, griffier op 30 juli 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.














griffier


rechter








Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:





Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.


Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).


Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).


Zie ook de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 13 augustus 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3857 (r.o. 7).


Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.