Rechtbank Zeeland-West-Brabant
ECLI:NL:RBZWB:2026:6830
2026-07-08
Civiel recht; Verbintenissenrecht
11946151 CV EXPL 25-5568 (T)
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Eisers beroepen zich op gebreken na de door gedaagde uitgevoerde dakrenovatie en vorderen schade. De kantonrechter is voornemens een deskundige te benoemen voor vaststelling van de vraag of sprake is van gebreken. Partijen worden in de gelegenheid gesteld een deskundige voor te stellen.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (30.626 tekens)
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 11946151 \ CV EXPL 25-5568
Vonnis van 8 juli 2026
in de zaak van
1 [eisende partij 1] , 2. [eisende partij 2] ,
te [plaats 1] ,
eisende partijen,
hierna samen (in mannelijk enkelvoud) te noemen: [eisende partijen] ,
gemachtigde: mr. L.L. Lebens, Stichting Achmea Rechtsbijstand,
tegen
[gedaagde partij] , H.O.D.N. [bedrijf 1],
te [plaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [bedrijf 1] ,
gemachtigde: mr. R.A. Jong.
1De zaak in het kort
Het gaat in deze zaak om een dakrenovatie die [bedrijf 1] aan de woning van [eisende partijen] heeft uitgevoerd. [eisende partijen] stelt dat er sprake is van een non-conform dak en [bedrijf 1] daarom tekort geschoten is in de nakoming van verplichtingen uit de overeenkomst. [eisende partijen] stelt dat [bedrijf 1] na ingebrekestelling en onvoldoende herstel in verzuim is komen te verkeren en [eisende partijen] na de omzettingsverklaring recht heeft op schadevergoeding. [bedrijf 1] betwist de gevorderde schadevergoeding omdat er volgens hem geen sprake is van gebreken die door hem zijn veroorzaakt en beroept zich daarnaast op schending van de klachtplicht en ondeugdelijke ingebrekestelling. De kantonrechter wijst het beroep op schending van de klachtplicht en een ondeugdelijke ingebrekestelling af. Gezien de tegengestelde standpunten van partijen over de vraag of er sprake is van een non-conform dak zal de kantonrechter een deskundige benoemen. Partijen worden in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de voorgestelde vragen en in onderling overleg een deskundige voor te stellen.
2De procedure
2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 10 oktober 2025 met producties 1 tot en met 41;- de conclusie van antwoord met producties 1 en 2;- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
- de namens [eisende partijen] ingediende aanvullende producties 42 tot en met 45;
- de namens [bedrijf 1] ingediende aanvullende producties 3 tot en met 6;
- de mondelinge behandeling van 11 mei 2026 waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
- de spreekaantekeningen van [eisende partijen] .
2.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
3De feiten
3.1.
[bedrijf 1] drijft een onderneming die zich (onder meer) bezig houdt met dakrenovaties.
3.2.
Op 22 april 2023 heeft [eisende partijen] met [bedrijf 1] een overeenkomst gesloten tot het vernieuwen van het schuine dak van zijn woning aan [adres] te [plaats 1] voor een bedrag van € 9.379,92 inclusief btw. De woning van [eisende partijen] heeft ook platte daken, waaraan [bedrijf 1] geen werkzaamheden verricht heeft. De werkzaamheden aan het schuine dak bestaan uit:
het verwijderen van de oude dakpannen en latten,
het aanbrengen van een waterdicht maar dampopen onderlaag,
het aanbrengen van latwerk voor de dakpan OVH natuurrood,
het leveren en plaatsen van 76 m2 dakpannen inclusief kantpannen en nokvorsten voor de OVH natuurrood,
- schoorsteen lood vervangen.
3.3.
[eisende partijen] heeft het overeengekomen bedrag van € 9.379,92 inclusief btw betaald aan [bedrijf 1] .
3.4.
In oktober 2023 is [bedrijf 1] met de werkzaamheden gestart. Tijdens de werkzaamheden ontstond er een lekkage vanuit het plafond in de slaapkamer die [eisende partijen] op 27 oktober 2023 heeft gemeld aan [bedrijf 1] en welke lekkage [bedrijf 1] heeft verholpen door een nokvorst vast te schroeven. Door de lekkage zijn er gele vlekken op het plafond in de slaapkamer ontstaan.
3.5.
Op 16 oktober 2023 heeft [bedrijf 1] een offerte aan [eisende partijen] verstrekt voor het vervangen van het gevellood voor een bedrag van € 2.940,30 inclusief btw. [eisende partijen] is daar niet mee akkoord gegaan. [bedrijf 1] heeft daarom loodvervanger aangebracht onder het bestaande lood vanwege de door hem gegeven garantie op het dak.
3.6.
Op 19 maart 2024 heeft [eisende partijen] een nieuwe lekkage in de slaapkamer ontdekt, waarna [eisende partijen] zijn woonverzekering heeft ingeschakeld. Die heeft [aannemersbedrijf] (hierna: [aannemersbedrijf] ) ingeschakeld om de lekkage te onderzoeken.
3.7.
Op 23 mei 2024 heeft [aannemersbedrijf] geoordeeld dat er drie gaten in het platte dak zaten die met siliconenkit zijn opgevuld.
3.8.
In juni 2024 heeft [eisende partijen] zonnepanelen laten plaatsen op het pannendak en in september 2024 heeft hij zonnepanelen laten plaatsen op het platte dak aan de voorzijde van zijn woning door het bedrijf Micazon BV (hierna: Micazon).
3.9.
Bij brief van 26 juli 2024 heeft de gemachtigde van [eisende partijen] [bedrijf 1] in gebreke gesteld en gesommeerd om gaten in het platte dak die gekit zijn met siliconen, een afgeplakte dakdoorvoer met EPDM en een scheef dak en zichtbare panlatten uiterlijk 26 augustus 2024 te herstellen. Daarnaast is [bedrijf 1] gesommeerd om schade door de lekkages te vergoeden.
3.10.
Als reactie heeft de verzekeraar van [bedrijf 1] , KLG, bij e-mail van 1 augustus 2024 aan de gemachtigde van [eisende partijen] medegedeeld dat [bedrijf 1] geen werkzaamheden aan het platte dak heeft uitgevoerd en dat ook niet heeft aangeraakt tijdens de renovatie. KLG vraagt een onderbouwing van het gestelde scheve dak en de gestelde zichtbare panlatten.
3.11.
Het [bedrijf 2] heeft, na een verzoek van [eisende partijen] , op 30 juli 2024 een offerte uitgebracht aan [eisende partijen] voor herstelwerkzaamheden aan het dak die bestaan uit herstel van het pannendak, herstel van de schoorsteen, loodwerk en nieuw gevellood voor een bedrag van € 7.327,76 inclusief btw.
3.12.
Bij brief van 14 augustus 2024 heeft de gemachtigde van [eisende partijen] aan [bedrijf 1] medegedeeld dat er op 4 augustus 2024 een nieuwe lekkage was, dat [bedrijf 1] het platte dak heeft gebruikt bij de werkzaamheden en schade daarvan voor rekening van [bedrijf 1] komt. Daarnaast is aan [bedrijf 1] medegedeeld dat indien verplichtingen tot herstel niet worden nagekomen dan een expertiseonderzoek zal worden ingesteld.
3.13.
Na een door KLG ingeschakelde expert, die de schade aan het plafond in de slaapkamer heeft beoordeeld, heeft KLG een bedrag van € 2.401,00 uitgekeerd aan [eisende partijen] in verband met gevolgschade door de lekkages van 27 oktober 2023 en 19 maart 2024.
3.14.
Op verzoek van [eisende partijen] heeft [bedrijf 3] op 16 september 2024 onderzoek uitgevoerd naar het dak waarbij [bedrijf 1] aanwezig was.
3.15.
[bedrijf 3] oordeelt in haar rapport van 15 oktober 2024 (productie 13 dagvaarding) dat de dakpannen niet zijn verankerd, een juiste uitvoering van het werk zonder aanpassing van het lood onmogelijk is, montage van de nokvorsten en hulpstukken over het hele dakoppervlak niet juist is uitgevoerd. Daarnaast oordeelt zij dat het platte dak niet voorzien is van het juiste afschot waardoor water in de richting van het pannendak loopt en daar blijft staan en dat op termijn voor inwatering kan zorgen. Ook oordeelt zij dat het latwerk niet is aangebracht op de juiste pannenmaat van de Monier OVH dakpan en folie op diverse plaatsen gefrommeld is aangebracht. [bedrijf 3] oordeelt dat alle werkzaamheden opnieuw moeten worden uitgevoerd en zij begroot de herstelkosten op € 14.822,50 inclusief btw.
3.16.
Bij brief van 28 oktober 2024 heeft de gemachtigde van [eisende partijen] aan [bedrijf 1] medegedeeld dat hij geen goed en deugdelijk werk heeft geleverd omdat uitgevoerde aansluitingen en overlappingen niet juist zijn uitgevoerd en niet waterdicht zijn, dat dakpannen niet zijn verankerd en montage van nokvorsten en hulpstukken niet juist zijn uitgevoerd. [bedrijf 1] is gesommeerd om de gebreken aan het dak met inachtneming van het bijgevoegde rapport van [bedrijf 3] te herstellen binnen 7 dagen na dagtekening van de brief.
3.17.
Na bezwaar van [bedrijf 1] tegen de gestelde termijn van 7 dagen heeft de gemachtigde van [eisende partijen] bij brief van 1 november 2024 aan de gemachtigde van [bedrijf 1] medegedeeld de termijn voor herstelwerkzaamheden met 7 dagen te verlengen.
3.18.
Begin november 2024 heeft [bedrijf 1] herstelwerkzaamheden verricht aan het dak. In verband met die werkzaamheden heeft Micazon de zonnepanelen van het schuine dak verwijderd en deze na uitvoering van herstelwerkzaamheden door [bedrijf 1] teruggeplaatst.
3.19.
Bij brief van 13 november 2024 heeft de gemachtigde van [bedrijf 1] aan de gemachtigde van [eisende partijen] medegedeeld dat aansprakelijkheid van [bedrijf 1] wordt betwist (onder meer) omdat niet voldaan is aan de klachtplicht en de waargenomen afwijkingen later zijn ontstaan door handelen of nalaten van derden.
3.20.
Bij e-mail van 18 november 2024 heeft de gemachtigde van [eisende partijen] aan [bedrijf 3] gevraagd of er causaal verband bestaat tussen de installatie van zonnepanelen en de in het rapport van 15 oktober 2024 genoemde gebreken. Als reactie daarop heeft [bedrijf 3] bij e-mail van 18 november 2024 medegedeeld dat het niet goed aansluiten van de nokvorsten, kantpannen en loodslabben niets te maken heeft met de zonnepanelen.
3.21.
Op 19 februari 2025 heeft er een vervolgonderzoek plaatsgevonden door [bedrijf 3] naar aanleiding van de door [bedrijf 1] verrichte herstelwerkzaamheden. [bedrijf 3] oordeelt in haar rapport van 27 maart 2025 (productie 28 dagvaarding) dat:
er geen verankering is van de kantpannen en de eerste horizontale rij pannen en rondom de dakramen alsmede dat andere pannen sporadisch verankerd zijn,
dat loodvervanger niet goed is aangebracht en dat het lood aan de zijkanten te smal is waardoor inwatering mogelijk is,
dat het vervangen van lood nodig is,
- dat folies niet netjes en juist zijn uitgevoerd wat leidt tot inwatering.
[bedrijf 3] begroot de herstelkosten op € 11.374,00 inclusief btw.
3.22.
Bij brief van 15 april 2025 heeft de gemachtigde van [eisende partijen] aan de gemachtigde van [bedrijf 1] medegedeeld dat [eisende partijen] zijn vordering tot nakoming op [bedrijf 1] omzet in een vordering tot vervangende schadevergoeding.
3.23.
[bedrijf 4] heeft op verzoek van [eisende partijen] offertes uitgebracht voor herstelwerkzaamheden van totaal € 17.894,74 inclusief btw, bestaande uit:1. het aanbrengen van lood bij de dakkapel aan de achterzijde van de woning voor € 957,68, 2. het aanbrengen van lood aan de zijkant van de woning voor € 941,88, 3. herstelwerkzaamheden aan het pannendak voor € 15.995,18.
3.24.
Bij brief van 16 juni 2025 heeft de gemachtigde van [eisende partijen] [bedrijf 1] gesommeerd om de herstelkosten van € 17.894,74 binnen 16 dagen na dagtekening van de brief aan [eisende partijen] te betalen.
3.25.
Op 3 juli 2025 heeft [bedrijf 1] een contra-expertise laten uitvoeren door de heer [persoon] (hierna: [persoon] ) van [bedrijf 5] (productie 39 dagvaarding). [bedrijf 5] oordeelt in een rapport van 27 augustus 2025 (onder meer) dat wegens het niet kiezen voor loodafwerking geen sprake is van volledige renovatie. Daarnaast oordeelt [bedrijf 5] dat een groot gedeelte van het pannendak is verwijderd om zonnepanelen te plaatsen en bekabeling over de nok van de dakconstructie te plaatsen om de bekabeling te verleggen. Ook oordeelt [bedrijf 5] dat het pannendak is voorzien van panhaken, dat verankering niet verplicht is, dat de damp open folie en panlatten volgens de richtlijnen zijn aangebracht en dat [bedrijf 3] uitgaat van een verkeerde dakpan met een andere panlatmaat. [bedrijf 5] oordeelt dat de maatvoering van de panlatten van 30,8 cm bij [bedrijf 6] (OVH) volgens de richtlijnen correct is.
3.26.
Op 14 september 2025 heeft [bedrijf 3] gereageerd op het rapport van [bedrijf 5] (productie 40 dagvaarding) en onder meer geoordeeld dat verankeren verplicht is volgens het Bouwbesluit en NEN-normeringen, dat [bedrijf 3] is uitgegaan van een juiste dakpan en sprake is van een onjuiste maatvoering van de panlat.
3.27.
[eisende partijen] heeft het [bedrijf 7] opdracht gegeven om naar een lekkage te kijken ter hoogte van het platte dak die volgens [eisende partijen] tijdens de inspectie door [persoon] is veroorzaakt. Van Iersel heeft de kosten van herstel van de lekkage aan [eisende partijen] gefactureerd voor een bedrag van € 133,10.
4Het geschil
4.1.
[eisende partijen] c.s. vordert – samengevat – dat [bedrijf 1] wordt veroordeeld tot betaling van:
een bedrag van € 18.027,84 aan vervangende schadevergoeding dan wel een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag;
een bedrag van € 907,50 aan expertisekosten;
een bedrag van € 993,95 aan buitengerechtelijke kosten;
e wettelijke rente over € 17.894,74 vanaf 2 juli 2025, zijnde de dag waarop [bedrijf 1] in verzuim was, dan wel vanaf de dag van de dagvaarding, tot de dag van volledige betaling;
de wettelijke rente over € 133,10 vanaf 27 juli 2025, zijnde de dag waarop [bedrijf 1] in verzuim was, dan wel vanaf de dag van de dagvaarding, tot de dag van volledige betaling;
de kosten van de procedure;
g. de nakosten, vermeerderd met de wettelijke handelsrente over de proceskosten.
4.2.
[eisende partijen] legt aan zijn vorderingen het volgende ten grondslag. [bedrijf 1] is tekort geschoten in de nakoming van verplichtingen uit de overeenkomst omdat het uitgevoerde werk niet aan de eisen van goed en deugdelijk werk voldoet. De kosten van het opnieuw aanbrengen van het pannendak bedragen € 17.894,74. [bedrijf 1] is dit bedrag verschuldigd na omzetting van de vordering tot nakoming bij brief van 15 april 2025 in vervangende schadevergoeding. Daarnaast heeft [persoon] bij de contra-expertise schade veroorzaakt op het platte dak voor een bedrag van € 133,10 die [bedrijf 1] verschuldigd is.
4.3.
[bedrijf 1] voert verweer. [gedaagde partij] concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van [eisende partijen] , dan wel tot ontzegging van de vorderingen van [eisende partijen] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eisende partijen] primair in de werkelijk gemaakte proceskosten van [bedrijf 1] van € 9.040,50 (exclusief te verrekenen btw) en subsidiair de proceskosten volgens het liquidatietarief, steeds vermeerderd met de wettelijke rente.
4.4.
[bedrijf 1] voert als verweer het volgende aan. [eisende partijen] heeft niet tijdig geklaagd waardoor [bedrijf 1] in zijn belangen is geschaad. [bedrijf 1] is ook niet behoorlijk in gebreke gesteld waardoor [bedrijf 1] niet in verzuim is en de brief van 15 april 2025 geen effect heeft als omzettingsverklaring. [bedrijf 1] betwist dat de door [bedrijf 4] geoffreerde werkzaamheden van € 17.894,74 nodig zijn als gevolg van tekortkomingen van [bedrijf 1] . Er is geen sprake van tekortkomingen van [bedrijf 1] in de uitvoering van zijn werk. Kosten van loodwerk zijn geen schade omdat vervanging van lood geen onderdeel was van de overeenkomst. Voor de offerte is [eisende partijen] erop gewezen dat het lood beter vervangen kon worden, maar [eisende partijen] vond dat niet nodig omdat de vorige eigenaar dat vervangen had. Na afronding van het werk heeft [bedrijf 1] op verzoek van [eisende partijen] een offerte gemaakt voor het lood en die heeft [eisende partijen] geweigerd. [bedrijf 1] betwist dat hij aansprakelijk is voor het gevorderde bedrag van € 133,10 omdat hij geen lekkage heeft veroorzaakt.
4.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
5De beoordeling
Gemengde overeenkomst
5.1.
De overeenkomst tussen partijen tot renovatie van het dak bevat elementen van consumentenkoop en van aanneming van werk. Dit betekent dat sprake is van een gemengde overeenkomst als bedoeld in artikel 7:5 lid 4 Burgerlijk Wetboek (BW) en dat de bepalingen van consumentenkoop en van aanneming van werk naast elkaar van toepassing zijn. Zijn de genoemde bepalingen strijdig met elkaar, dan prevaleren de bepalingen van consumentenkoop.Klachtplicht
5.2.
Het meest verstrekkende verweer van [bedrijf 1] is dat [eisende partijen] zijn klachtplicht heeft geschonden doordat hij niet op de hoogte is gesteld van de lekkage van 19 maart 2024, het onderzoek en de uitkomst ervan en doordat derden over zijn gegaan tot herstel.
5.3.
[eisende partijen] betwist dat de klachtplicht is geschonden omdat hij in de periode na mei 2024 heeft geklaagd en [bedrijf 1] niet onderbouwd heeft dat hij door eventueel te laat klagen in zijn belangen is geschaad.
5.4.
Voorop wordt gesteld dat het in beginsel op de weg van [bedrijf 1] ligt om feiten en omstandigheden te stellen en zo nodig te bewijzen waaruit volgt op welk moment [eisende partijen] heeft ontdekt of bij een redelijkerwijs van hem te vergen onderzoek had behoren te ontdekken dat de verrichte werkzaamheden gebreken vertoonden en dat het tijdsverloop vanaf dat moment tot aan het moment waarop [eisende partijen] heeft geklaagd zo lang is geweest dat niet kan worden gesproken van een tijdige klacht. De vraag of de klacht binnen bekwame tijd is geschied, dient te worden beantwoord onder afweging van alle betrokken belangen en met inachtneming van alle relevante omstandigheden. Daarbij komt dat van veel gewicht is of het belang van [bedrijf 1] is geschaad als gevolg van het verstrijken van de tijd totdat tegen de afwijking is geprotesteerd; als zijn belangen niet zijn geschaad, zal er niet snel reden zijn om [eisende partijen] gebrek aan voortvarendheid te verwijten.
5.5.
Voor wat betreft de lekkage van 19 maart 2024 is gebleken dat dit werd veroorzaakt door gekitte gaten op het platte dak, maar ter zake van dit gebrek is in deze procedure geen schade gevorderd. Of er ten aanzien van de lekkage van 19 maart 2024 al dan niet tijdig is geklaagd, is in deze zaak daarom niet relevant. Het gaat erom of [eisende partijen] over de gebreken, waarvan [eisende partijen] nakoming heeft omgezet in schadevergoeding, tijdig heeft geklaagd. Uit de stukken volgt dat de beweerde gebreken aan het gerenoveerde dak voor [eisende partijen] pas duidelijk zijn geworden na het rapport van [bedrijf 3] van 15 oktober 2024 en over die gebreken heeft [eisende partijen] bij brief van 28 oktober 2024 geklaagd bij [bedrijf 1] . Dit is tijdig en niet valt in te zien dat [eisende partijen] daarmee zijn klachtplicht heeft geschonden. [bedrijf 1] heeft verder niet (althans onvoldoende) onderbouwd dat [eisende partijen] in redelijkheid eerder op de hoogte was of had moeten zijn van de in deze procedure gestelde gebreken en daarom niet tijdig zou hebben geklaagd. Daarom wordt ten aanzien van de klachtplicht niet toegekomen aan de door [bedrijf 1] gestelde omstandigheid dat hij is benadeeld door werkzaamheden van derden aan het dak. Het door [bedrijf 1] gedane beroep op schending van de klachtplicht wordt daarom verworpen.
Ingebrekestelling
5.6.
[bedrijf 1] voert aan dat hij niet naar behoren in gebreke is gesteld omdat de brief van 26 juli 2024 geen tekortkomingen bevat, de brief van 14 augustus 2024 enkel een termijn herhaalt en dat de brief van 28 oktober 2024 een korte termijn bevat die niet redelijk is en daarin niet wordt aangegeven wat de gebreken zijn die hersteld moeten worden. Als gevolg daarvan is volgens [bedrijf 1] geen sprake van verzuim en heeft de omzettingsverklaring van 15 april 2025 geen effect.
5.7.
[eisende partijen] betwist dat [bedrijf 1] niet behoorlijk in gebreke is gesteld omdat de ingebrekestellingen [bedrijf 1] aanleiding hebben gegeven om herstelwerkzaamheden te verrichten en het niet deugdelijke herstel leidt tot verzuim.
5.8.
In artikel 6:82 lid 1 BW is bepaald dat het verzuim intreedt, wanneer de schuldenaar in gebreke wordt gesteld bij een schriftelijke aanmaning waarbij hem een redelijke termijn voor nakoming wordt gesteld en nakoming binnen deze termijn uitblijft. Bij de aanmaning moet de schuldeiser duidelijk te kennen geven wat van de schuldenaar gevorderd wordt. De aanzegging mag de schuldenaar geen redelijke twijfel laten omtrent wat, wanneer en op welke grond van hem gevorderd wordt. De ingebrekestelling mag de schuldenaar dus niet in onzekerheid laten omtrent wat van hem wordt gevorderd.
5.9.
De kantonrechter is van oordeel dat de op 28 oktober 2024 aan [bedrijf 1] verstuurde brief te beschouwen is als een deugdelijke ingebrekestelling. In de bief is [bedrijf 1] gesommeerd om de gebreken volgens het rapport van [bedrijf 3] van 15 oktober 2024 te herstellen. In dat rapport is genummerd en met foto’s aangegeven wat de gebreken zijn. Daarmee is naar het oordeel van de kantonrechter door [eisende partijen] voldoende concreet benoemd in welke verplichtingen [bedrijf 1] zou zijn tekort geschoten. Daarnaast is door de gegeven termijn van zeven dagen een duidelijke termijn gesteld voor nakoming. [bedrijf 1] voert wel aan dat de termijn van zeven dagen te kort is, maar vast staat dat die termijn met zeven dagen is verlengd. De totale termijn van veertien dagen is hier een redelijke termijn. Daarbij weegt mee dat [bedrijf 1] binnen de gestelde termijn tot herstellingen aan het dak is overgegaan en niet kenbaar heeft gemaakt meer tijd nodig te hebben. Daarmee is sprake van een behoorlijke ingebrekestelling. In het geval komt vast te staan dat [bedrijf 1] de gebreken zoals genoemd in het rapport van [bedrijf 3] van 15 oktober 2024 niet goed heeft hersteld, heeft dat tot gevolg dat [bedrijf 1] in verzuim is komen te verkeren en [eisende partijen] zijn vordering tot nakoming bij brief van 15 april 2025 kon omzetten in schadevergoeding.
Non-conform/tekort schieten
5.10.
In geschil is tussen partijen of het door [bedrijf 1] geplaatste dak non-conform is als bedoeld in artikel 7:17 BW en daarmee een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst opleveren.
5.11.
[eisende partijen] stelt dat [bedrijf 1] de eerder door [bedrijf 3] geconstateerde gebreken niet goed heeft hersteld en verwijst naar het rapport van [bedrijf 3] van 27 maart 2025 waarin onder meer staat dat niet alle dakpannen zijn verankerd, dat het lood ten onrechte niet is vervangen en dat loodvervanger niet juist is aangebracht en folie niet netjes is. Ook verwijst [eisende partijen] naar een nadere reactie van [bedrijf 3] waarin herhaald is dat verankeren noodzakelijk is en door haar is uitgegaan van een juiste dakpan waarmee sprake is van een verkeerde maatvoering van de panlat (productie 40 dagvaarding). [eisende partijen] stelt wegens de tekortkomingen recht te hebben op een schadevergoeding van € 17.894,74 zoals [bedrijf 4] heeft begroot.
5.12.
[bedrijf 1] betwist met overlegging van het rapport van [bedrijf 5] dat er sprake is van gebreken die door hem zijn veroorzaakt en hij aansprakelijk is voor schade. [bedrijf 1] voert aan dat na de door hem uitgevoerde werkzaamheden een groot gedeelte van het pannendak is verwijderd om de bekabeling voor de zonnepanelen aan te leggen waarbij een ruiterbalk is afgezaagd. Daarnaast voert [bedrijf 1] aan dat het pannendak is voorzien van panhaken en dat verankering niet verplicht is, dat de damp open folie en panlatten volgens de richtlijnen zijn aangebracht en dat de maatvoering van de panlatten van 30,8 cm bij de geplaatste [bedrijf 6] (OVH) volgens de richtlijnen correct is.
5.13.
Gelet op de tegengestelde standpunten van partijen heeft de kantonrechter behoefte aan voorlichting door een deskundige. De kantonrechter is voorlopig van oordeel dat kan worden volstaan met benoeming van één deskundige op het gebied van renovatie van daken en dat de navolgende vragen dienen te worden voorgelegd:
Welke soort dakpannen zijn geplaatst en op welke afstand dienen de panlatten te liggen volgens de geldende normen en/of richtlijnen? Zijn de panlatten volgens die normen en/of richtlijnen aangebracht op de juiste pannenmaat?
Verplicht het Bouwbesluit het verankeren van alle dakpannen op het dak? Zo ja, zijn alle dakpannen gehaakt? Zo nee, zijn er voldoende dakpannen gehaakt?
Zijn de aansluitingen en overlappingen zoals vermeld in het eerste rapport van [bedrijf 3] juist uitgevoerd zoals van een redelijk bekwaam dakdekker verwacht mag worden?
Is de ruiterbalk afgezaagd ter hoogte van de schoorsteen? Kan het zijn dat dakpannen daardoor zijn gaan verschuiven? Liggen de dakpannen volgens u goed?
Wat is de staat van het lood op het dak dat [bedrijf 1] niet heeft vervangen? Had van een redelijk handelend dakdekker verwacht mogen worden dat hij ook het aanwezige lood zou vervangen?
Is de dampdoorlatende folie juist aangebracht?
Wilt u bij de vragen 3 tot en met 6 betrekken dat bij de installatie van zonnepanelen er bedrading is aangebracht onder de aansluiting en onder de dakpannen zoals te zien is in het rapport van [bedrijf 3] ?
Mocht u gebreken constateren aan het dak wil u dan begroten wat de kosten van herstel zijn?
Heeft u nog overige opmerkingen die voor de beoordeling van de zaak van belang zouden kunnen zijn?
5.14.
Voordat wordt overgegaan tot benoeming van een deskundige zal de kantonrechter partijen in de gelegenheid stellen zich bij akte uit te laten over de wenselijkheid van een deskundigenbericht en de aan de deskundige voor te leggen vragen.
5.15.
De kantonrechter gaat ervan uit dat partijen in onderling overleg overeenstemming bereiken over de persoon die als deskundige gaat optreden. Voor zover partijen daarover geen overeenstemming kunnen bereiken en om die reden iedere partij een deskundige voorstelt, moeten partijen gemotiveerd aangeven waarom zij de voorkeur geven aan de door henzelf voorgestelde deskundige en waarom de door de wederpartij voorgestelde deskundige niet voor benoeming in aanmerking mag komen. Daarbij valt te denken aan zwaarwegende redenen als gebrek aan deskundigheid of gerechtvaardigde twijfels met betrekking tot de onpartijdigheid van de deskundige. Die zwaarwegende redenen moeten worden onderbouwd. De kantonrechter zal dan, na weging van de onderbouwing vóór en tegen de benoeming van een potentiële deskundige, een door partijen aangedragen deskundige of een eigen deskundige benoemen.
5.16.
De kantonrechter ziet geen aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt in de wet dat het voorschot op de kosten van de deskundige door de eisende partij moet worden betaald. Dit voorschot moet daarom door [eisende partijen] worden betaald.
5.17.
In het eindvonnis zal de kantonrechter beslissen wie van partijen uiteindelijk de kosten van de deskundige moet betalen.
5.18.
De kantonrechter zal de zaak naar de rol verwijzen, zodat partijen zich bij akte kunnen uitlaten over de vragen aan en de persoon van de te benoemen deskundige. Partijen moeten de concept-akte uiterlijk een week vóór de roldatum naar elkaar toesturen, zodat zij in hun definitieve akte op de akte van de wederpartij kunnen reageren.
5.19.
Voor zover de deskundige tot het oordeel mocht komen dat het bestaande lood niet herbruikt kon worden bij de renovatie dan geldt dat [bedrijf 1] [eisende partijen] daarvoor had moeten waarschuwen. Omdat [bedrijf 1] stelt dat hij [eisende partijen] daarover heeft gewaarschuwd voor het uitbrengen van de offerte en ook tijdens het werk en [eisende partijen] dat betwist, geldt dat [bedrijf 1] dan dient te bewijzen dat hij daarvoor tijdig heeft gewaarschuwd.
5.20.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
6De beslissing
De kantonrechter
6.1.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 5 augustus 2026 om beide partijen in de gelegenheid te stellen een akte in te dienen waarin zij zich uitlaten over het aangekondigde deskundigenbericht,
6.2.
bepaalt dat partijen elkaar uiterlijk een week vóór de genoemde roldatum de concept-akte moeten toesturen, zodat zij ieder in hun eigen akte nog kunnen reageren op de standpunten van de wederpartij,
6.3.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. Tilman-Knoester en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026.
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 11946151 \ CV EXPL 25-5568
Vonnis van 8 juli 2026
in de zaak van
1 [eisende partij 1] , 2. [eisende partij 2] ,
te [plaats 1] ,
eisende partijen,
hierna samen (in mannelijk enkelvoud) te noemen: [eisende partijen] ,
gemachtigde: mr. L.L. Lebens, Stichting Achmea Rechtsbijstand,
tegen
[gedaagde partij] , H.O.D.N. [bedrijf 1],
te [plaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [bedrijf 1] ,
gemachtigde: mr. R.A. Jong.
1De zaak in het kort
Het gaat in deze zaak om een dakrenovatie die [bedrijf 1] aan de woning van [eisende partijen] heeft uitgevoerd. [eisende partijen] stelt dat er sprake is van een non-conform dak en [bedrijf 1] daarom tekort geschoten is in de nakoming van verplichtingen uit de overeenkomst. [eisende partijen] stelt dat [bedrijf 1] na ingebrekestelling en onvoldoende herstel in verzuim is komen te verkeren en [eisende partijen] na de omzettingsverklaring recht heeft op schadevergoeding. [bedrijf 1] betwist de gevorderde schadevergoeding omdat er volgens hem geen sprake is van gebreken die door hem zijn veroorzaakt en beroept zich daarnaast op schending van de klachtplicht en ondeugdelijke ingebrekestelling. De kantonrechter wijst het beroep op schending van de klachtplicht en een ondeugdelijke ingebrekestelling af. Gezien de tegengestelde standpunten van partijen over de vraag of er sprake is van een non-conform dak zal de kantonrechter een deskundige benoemen. Partijen worden in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de voorgestelde vragen en in onderling overleg een deskundige voor te stellen.
2De procedure
2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 10 oktober 2025 met producties 1 tot en met 41;- de conclusie van antwoord met producties 1 en 2;- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
- de namens [eisende partijen] ingediende aanvullende producties 42 tot en met 45;
- de namens [bedrijf 1] ingediende aanvullende producties 3 tot en met 6;
- de mondelinge behandeling van 11 mei 2026 waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
- de spreekaantekeningen van [eisende partijen] .
2.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
3De feiten
3.1.
[bedrijf 1] drijft een onderneming die zich (onder meer) bezig houdt met dakrenovaties.
3.2.
Op 22 april 2023 heeft [eisende partijen] met [bedrijf 1] een overeenkomst gesloten tot het vernieuwen van het schuine dak van zijn woning aan [adres] te [plaats 1] voor een bedrag van € 9.379,92 inclusief btw. De woning van [eisende partijen] heeft ook platte daken, waaraan [bedrijf 1] geen werkzaamheden verricht heeft. De werkzaamheden aan het schuine dak bestaan uit:
het verwijderen van de oude dakpannen en latten,
het aanbrengen van een waterdicht maar dampopen onderlaag,
het aanbrengen van latwerk voor de dakpan OVH natuurrood,
het leveren en plaatsen van 76 m2 dakpannen inclusief kantpannen en nokvorsten voor de OVH natuurrood,
- schoorsteen lood vervangen.
3.3.
[eisende partijen] heeft het overeengekomen bedrag van € 9.379,92 inclusief btw betaald aan [bedrijf 1] .
3.4.
In oktober 2023 is [bedrijf 1] met de werkzaamheden gestart. Tijdens de werkzaamheden ontstond er een lekkage vanuit het plafond in de slaapkamer die [eisende partijen] op 27 oktober 2023 heeft gemeld aan [bedrijf 1] en welke lekkage [bedrijf 1] heeft verholpen door een nokvorst vast te schroeven. Door de lekkage zijn er gele vlekken op het plafond in de slaapkamer ontstaan.
3.5.
Op 16 oktober 2023 heeft [bedrijf 1] een offerte aan [eisende partijen] verstrekt voor het vervangen van het gevellood voor een bedrag van € 2.940,30 inclusief btw. [eisende partijen] is daar niet mee akkoord gegaan. [bedrijf 1] heeft daarom loodvervanger aangebracht onder het bestaande lood vanwege de door hem gegeven garantie op het dak.
3.6.
Op 19 maart 2024 heeft [eisende partijen] een nieuwe lekkage in de slaapkamer ontdekt, waarna [eisende partijen] zijn woonverzekering heeft ingeschakeld. Die heeft [aannemersbedrijf] (hierna: [aannemersbedrijf] ) ingeschakeld om de lekkage te onderzoeken.
3.7.
Op 23 mei 2024 heeft [aannemersbedrijf] geoordeeld dat er drie gaten in het platte dak zaten die met siliconenkit zijn opgevuld.
3.8.
In juni 2024 heeft [eisende partijen] zonnepanelen laten plaatsen op het pannendak en in september 2024 heeft hij zonnepanelen laten plaatsen op het platte dak aan de voorzijde van zijn woning door het bedrijf Micazon BV (hierna: Micazon).
3.9.
Bij brief van 26 juli 2024 heeft de gemachtigde van [eisende partijen] [bedrijf 1] in gebreke gesteld en gesommeerd om gaten in het platte dak die gekit zijn met siliconen, een afgeplakte dakdoorvoer met EPDM en een scheef dak en zichtbare panlatten uiterlijk 26 augustus 2024 te herstellen. Daarnaast is [bedrijf 1] gesommeerd om schade door de lekkages te vergoeden.
3.10.
Als reactie heeft de verzekeraar van [bedrijf 1] , KLG, bij e-mail van 1 augustus 2024 aan de gemachtigde van [eisende partijen] medegedeeld dat [bedrijf 1] geen werkzaamheden aan het platte dak heeft uitgevoerd en dat ook niet heeft aangeraakt tijdens de renovatie. KLG vraagt een onderbouwing van het gestelde scheve dak en de gestelde zichtbare panlatten.
3.11.
Het [bedrijf 2] heeft, na een verzoek van [eisende partijen] , op 30 juli 2024 een offerte uitgebracht aan [eisende partijen] voor herstelwerkzaamheden aan het dak die bestaan uit herstel van het pannendak, herstel van de schoorsteen, loodwerk en nieuw gevellood voor een bedrag van € 7.327,76 inclusief btw.
3.12.
Bij brief van 14 augustus 2024 heeft de gemachtigde van [eisende partijen] aan [bedrijf 1] medegedeeld dat er op 4 augustus 2024 een nieuwe lekkage was, dat [bedrijf 1] het platte dak heeft gebruikt bij de werkzaamheden en schade daarvan voor rekening van [bedrijf 1] komt. Daarnaast is aan [bedrijf 1] medegedeeld dat indien verplichtingen tot herstel niet worden nagekomen dan een expertiseonderzoek zal worden ingesteld.
3.13.
Na een door KLG ingeschakelde expert, die de schade aan het plafond in de slaapkamer heeft beoordeeld, heeft KLG een bedrag van € 2.401,00 uitgekeerd aan [eisende partijen] in verband met gevolgschade door de lekkages van 27 oktober 2023 en 19 maart 2024.
3.14.
Op verzoek van [eisende partijen] heeft [bedrijf 3] op 16 september 2024 onderzoek uitgevoerd naar het dak waarbij [bedrijf 1] aanwezig was.
3.15.
[bedrijf 3] oordeelt in haar rapport van 15 oktober 2024 (productie 13 dagvaarding) dat de dakpannen niet zijn verankerd, een juiste uitvoering van het werk zonder aanpassing van het lood onmogelijk is, montage van de nokvorsten en hulpstukken over het hele dakoppervlak niet juist is uitgevoerd. Daarnaast oordeelt zij dat het platte dak niet voorzien is van het juiste afschot waardoor water in de richting van het pannendak loopt en daar blijft staan en dat op termijn voor inwatering kan zorgen. Ook oordeelt zij dat het latwerk niet is aangebracht op de juiste pannenmaat van de Monier OVH dakpan en folie op diverse plaatsen gefrommeld is aangebracht. [bedrijf 3] oordeelt dat alle werkzaamheden opnieuw moeten worden uitgevoerd en zij begroot de herstelkosten op € 14.822,50 inclusief btw.
3.16.
Bij brief van 28 oktober 2024 heeft de gemachtigde van [eisende partijen] aan [bedrijf 1] medegedeeld dat hij geen goed en deugdelijk werk heeft geleverd omdat uitgevoerde aansluitingen en overlappingen niet juist zijn uitgevoerd en niet waterdicht zijn, dat dakpannen niet zijn verankerd en montage van nokvorsten en hulpstukken niet juist zijn uitgevoerd. [bedrijf 1] is gesommeerd om de gebreken aan het dak met inachtneming van het bijgevoegde rapport van [bedrijf 3] te herstellen binnen 7 dagen na dagtekening van de brief.
3.17.
Na bezwaar van [bedrijf 1] tegen de gestelde termijn van 7 dagen heeft de gemachtigde van [eisende partijen] bij brief van 1 november 2024 aan de gemachtigde van [bedrijf 1] medegedeeld de termijn voor herstelwerkzaamheden met 7 dagen te verlengen.
3.18.
Begin november 2024 heeft [bedrijf 1] herstelwerkzaamheden verricht aan het dak. In verband met die werkzaamheden heeft Micazon de zonnepanelen van het schuine dak verwijderd en deze na uitvoering van herstelwerkzaamheden door [bedrijf 1] teruggeplaatst.
3.19.
Bij brief van 13 november 2024 heeft de gemachtigde van [bedrijf 1] aan de gemachtigde van [eisende partijen] medegedeeld dat aansprakelijkheid van [bedrijf 1] wordt betwist (onder meer) omdat niet voldaan is aan de klachtplicht en de waargenomen afwijkingen later zijn ontstaan door handelen of nalaten van derden.
3.20.
Bij e-mail van 18 november 2024 heeft de gemachtigde van [eisende partijen] aan [bedrijf 3] gevraagd of er causaal verband bestaat tussen de installatie van zonnepanelen en de in het rapport van 15 oktober 2024 genoemde gebreken. Als reactie daarop heeft [bedrijf 3] bij e-mail van 18 november 2024 medegedeeld dat het niet goed aansluiten van de nokvorsten, kantpannen en loodslabben niets te maken heeft met de zonnepanelen.
3.21.
Op 19 februari 2025 heeft er een vervolgonderzoek plaatsgevonden door [bedrijf 3] naar aanleiding van de door [bedrijf 1] verrichte herstelwerkzaamheden. [bedrijf 3] oordeelt in haar rapport van 27 maart 2025 (productie 28 dagvaarding) dat:
er geen verankering is van de kantpannen en de eerste horizontale rij pannen en rondom de dakramen alsmede dat andere pannen sporadisch verankerd zijn,
dat loodvervanger niet goed is aangebracht en dat het lood aan de zijkanten te smal is waardoor inwatering mogelijk is,
dat het vervangen van lood nodig is,
- dat folies niet netjes en juist zijn uitgevoerd wat leidt tot inwatering.
[bedrijf 3] begroot de herstelkosten op € 11.374,00 inclusief btw.
3.22.
Bij brief van 15 april 2025 heeft de gemachtigde van [eisende partijen] aan de gemachtigde van [bedrijf 1] medegedeeld dat [eisende partijen] zijn vordering tot nakoming op [bedrijf 1] omzet in een vordering tot vervangende schadevergoeding.
3.23.
[bedrijf 4] heeft op verzoek van [eisende partijen] offertes uitgebracht voor herstelwerkzaamheden van totaal € 17.894,74 inclusief btw, bestaande uit:1. het aanbrengen van lood bij de dakkapel aan de achterzijde van de woning voor € 957,68, 2. het aanbrengen van lood aan de zijkant van de woning voor € 941,88, 3. herstelwerkzaamheden aan het pannendak voor € 15.995,18.
3.24.
Bij brief van 16 juni 2025 heeft de gemachtigde van [eisende partijen] [bedrijf 1] gesommeerd om de herstelkosten van € 17.894,74 binnen 16 dagen na dagtekening van de brief aan [eisende partijen] te betalen.
3.25.
Op 3 juli 2025 heeft [bedrijf 1] een contra-expertise laten uitvoeren door de heer [persoon] (hierna: [persoon] ) van [bedrijf 5] (productie 39 dagvaarding). [bedrijf 5] oordeelt in een rapport van 27 augustus 2025 (onder meer) dat wegens het niet kiezen voor loodafwerking geen sprake is van volledige renovatie. Daarnaast oordeelt [bedrijf 5] dat een groot gedeelte van het pannendak is verwijderd om zonnepanelen te plaatsen en bekabeling over de nok van de dakconstructie te plaatsen om de bekabeling te verleggen. Ook oordeelt [bedrijf 5] dat het pannendak is voorzien van panhaken, dat verankering niet verplicht is, dat de damp open folie en panlatten volgens de richtlijnen zijn aangebracht en dat [bedrijf 3] uitgaat van een verkeerde dakpan met een andere panlatmaat. [bedrijf 5] oordeelt dat de maatvoering van de panlatten van 30,8 cm bij [bedrijf 6] (OVH) volgens de richtlijnen correct is.
3.26.
Op 14 september 2025 heeft [bedrijf 3] gereageerd op het rapport van [bedrijf 5] (productie 40 dagvaarding) en onder meer geoordeeld dat verankeren verplicht is volgens het Bouwbesluit en NEN-normeringen, dat [bedrijf 3] is uitgegaan van een juiste dakpan en sprake is van een onjuiste maatvoering van de panlat.
3.27.
[eisende partijen] heeft het [bedrijf 7] opdracht gegeven om naar een lekkage te kijken ter hoogte van het platte dak die volgens [eisende partijen] tijdens de inspectie door [persoon] is veroorzaakt. Van Iersel heeft de kosten van herstel van de lekkage aan [eisende partijen] gefactureerd voor een bedrag van € 133,10.
4Het geschil
4.1.
[eisende partijen] c.s. vordert – samengevat – dat [bedrijf 1] wordt veroordeeld tot betaling van:
een bedrag van € 18.027,84 aan vervangende schadevergoeding dan wel een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag;
een bedrag van € 907,50 aan expertisekosten;
een bedrag van € 993,95 aan buitengerechtelijke kosten;
e wettelijke rente over € 17.894,74 vanaf 2 juli 2025, zijnde de dag waarop [bedrijf 1] in verzuim was, dan wel vanaf de dag van de dagvaarding, tot de dag van volledige betaling;
de wettelijke rente over € 133,10 vanaf 27 juli 2025, zijnde de dag waarop [bedrijf 1] in verzuim was, dan wel vanaf de dag van de dagvaarding, tot de dag van volledige betaling;
de kosten van de procedure;
g. de nakosten, vermeerderd met de wettelijke handelsrente over de proceskosten.
4.2.
[eisende partijen] legt aan zijn vorderingen het volgende ten grondslag. [bedrijf 1] is tekort geschoten in de nakoming van verplichtingen uit de overeenkomst omdat het uitgevoerde werk niet aan de eisen van goed en deugdelijk werk voldoet. De kosten van het opnieuw aanbrengen van het pannendak bedragen € 17.894,74. [bedrijf 1] is dit bedrag verschuldigd na omzetting van de vordering tot nakoming bij brief van 15 april 2025 in vervangende schadevergoeding. Daarnaast heeft [persoon] bij de contra-expertise schade veroorzaakt op het platte dak voor een bedrag van € 133,10 die [bedrijf 1] verschuldigd is.
4.3.
[bedrijf 1] voert verweer. [gedaagde partij] concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van [eisende partijen] , dan wel tot ontzegging van de vorderingen van [eisende partijen] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eisende partijen] primair in de werkelijk gemaakte proceskosten van [bedrijf 1] van € 9.040,50 (exclusief te verrekenen btw) en subsidiair de proceskosten volgens het liquidatietarief, steeds vermeerderd met de wettelijke rente.
4.4.
[bedrijf 1] voert als verweer het volgende aan. [eisende partijen] heeft niet tijdig geklaagd waardoor [bedrijf 1] in zijn belangen is geschaad. [bedrijf 1] is ook niet behoorlijk in gebreke gesteld waardoor [bedrijf 1] niet in verzuim is en de brief van 15 april 2025 geen effect heeft als omzettingsverklaring. [bedrijf 1] betwist dat de door [bedrijf 4] geoffreerde werkzaamheden van € 17.894,74 nodig zijn als gevolg van tekortkomingen van [bedrijf 1] . Er is geen sprake van tekortkomingen van [bedrijf 1] in de uitvoering van zijn werk. Kosten van loodwerk zijn geen schade omdat vervanging van lood geen onderdeel was van de overeenkomst. Voor de offerte is [eisende partijen] erop gewezen dat het lood beter vervangen kon worden, maar [eisende partijen] vond dat niet nodig omdat de vorige eigenaar dat vervangen had. Na afronding van het werk heeft [bedrijf 1] op verzoek van [eisende partijen] een offerte gemaakt voor het lood en die heeft [eisende partijen] geweigerd. [bedrijf 1] betwist dat hij aansprakelijk is voor het gevorderde bedrag van € 133,10 omdat hij geen lekkage heeft veroorzaakt.
4.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
5De beoordeling
Gemengde overeenkomst
5.1.
De overeenkomst tussen partijen tot renovatie van het dak bevat elementen van consumentenkoop en van aanneming van werk. Dit betekent dat sprake is van een gemengde overeenkomst als bedoeld in artikel 7:5 lid 4 Burgerlijk Wetboek (BW) en dat de bepalingen van consumentenkoop en van aanneming van werk naast elkaar van toepassing zijn. Zijn de genoemde bepalingen strijdig met elkaar, dan prevaleren de bepalingen van consumentenkoop.Klachtplicht
5.2.
Het meest verstrekkende verweer van [bedrijf 1] is dat [eisende partijen] zijn klachtplicht heeft geschonden doordat hij niet op de hoogte is gesteld van de lekkage van 19 maart 2024, het onderzoek en de uitkomst ervan en doordat derden over zijn gegaan tot herstel.
5.3.
[eisende partijen] betwist dat de klachtplicht is geschonden omdat hij in de periode na mei 2024 heeft geklaagd en [bedrijf 1] niet onderbouwd heeft dat hij door eventueel te laat klagen in zijn belangen is geschaad.
5.4.
Voorop wordt gesteld dat het in beginsel op de weg van [bedrijf 1] ligt om feiten en omstandigheden te stellen en zo nodig te bewijzen waaruit volgt op welk moment [eisende partijen] heeft ontdekt of bij een redelijkerwijs van hem te vergen onderzoek had behoren te ontdekken dat de verrichte werkzaamheden gebreken vertoonden en dat het tijdsverloop vanaf dat moment tot aan het moment waarop [eisende partijen] heeft geklaagd zo lang is geweest dat niet kan worden gesproken van een tijdige klacht. De vraag of de klacht binnen bekwame tijd is geschied, dient te worden beantwoord onder afweging van alle betrokken belangen en met inachtneming van alle relevante omstandigheden. Daarbij komt dat van veel gewicht is of het belang van [bedrijf 1] is geschaad als gevolg van het verstrijken van de tijd totdat tegen de afwijking is geprotesteerd; als zijn belangen niet zijn geschaad, zal er niet snel reden zijn om [eisende partijen] gebrek aan voortvarendheid te verwijten.
5.5.
Voor wat betreft de lekkage van 19 maart 2024 is gebleken dat dit werd veroorzaakt door gekitte gaten op het platte dak, maar ter zake van dit gebrek is in deze procedure geen schade gevorderd. Of er ten aanzien van de lekkage van 19 maart 2024 al dan niet tijdig is geklaagd, is in deze zaak daarom niet relevant. Het gaat erom of [eisende partijen] over de gebreken, waarvan [eisende partijen] nakoming heeft omgezet in schadevergoeding, tijdig heeft geklaagd. Uit de stukken volgt dat de beweerde gebreken aan het gerenoveerde dak voor [eisende partijen] pas duidelijk zijn geworden na het rapport van [bedrijf 3] van 15 oktober 2024 en over die gebreken heeft [eisende partijen] bij brief van 28 oktober 2024 geklaagd bij [bedrijf 1] . Dit is tijdig en niet valt in te zien dat [eisende partijen] daarmee zijn klachtplicht heeft geschonden. [bedrijf 1] heeft verder niet (althans onvoldoende) onderbouwd dat [eisende partijen] in redelijkheid eerder op de hoogte was of had moeten zijn van de in deze procedure gestelde gebreken en daarom niet tijdig zou hebben geklaagd. Daarom wordt ten aanzien van de klachtplicht niet toegekomen aan de door [bedrijf 1] gestelde omstandigheid dat hij is benadeeld door werkzaamheden van derden aan het dak. Het door [bedrijf 1] gedane beroep op schending van de klachtplicht wordt daarom verworpen.
Ingebrekestelling
5.6.
[bedrijf 1] voert aan dat hij niet naar behoren in gebreke is gesteld omdat de brief van 26 juli 2024 geen tekortkomingen bevat, de brief van 14 augustus 2024 enkel een termijn herhaalt en dat de brief van 28 oktober 2024 een korte termijn bevat die niet redelijk is en daarin niet wordt aangegeven wat de gebreken zijn die hersteld moeten worden. Als gevolg daarvan is volgens [bedrijf 1] geen sprake van verzuim en heeft de omzettingsverklaring van 15 april 2025 geen effect.
5.7.
[eisende partijen] betwist dat [bedrijf 1] niet behoorlijk in gebreke is gesteld omdat de ingebrekestellingen [bedrijf 1] aanleiding hebben gegeven om herstelwerkzaamheden te verrichten en het niet deugdelijke herstel leidt tot verzuim.
5.8.
In artikel 6:82 lid 1 BW is bepaald dat het verzuim intreedt, wanneer de schuldenaar in gebreke wordt gesteld bij een schriftelijke aanmaning waarbij hem een redelijke termijn voor nakoming wordt gesteld en nakoming binnen deze termijn uitblijft. Bij de aanmaning moet de schuldeiser duidelijk te kennen geven wat van de schuldenaar gevorderd wordt. De aanzegging mag de schuldenaar geen redelijke twijfel laten omtrent wat, wanneer en op welke grond van hem gevorderd wordt. De ingebrekestelling mag de schuldenaar dus niet in onzekerheid laten omtrent wat van hem wordt gevorderd.
5.9.
De kantonrechter is van oordeel dat de op 28 oktober 2024 aan [bedrijf 1] verstuurde brief te beschouwen is als een deugdelijke ingebrekestelling. In de bief is [bedrijf 1] gesommeerd om de gebreken volgens het rapport van [bedrijf 3] van 15 oktober 2024 te herstellen. In dat rapport is genummerd en met foto’s aangegeven wat de gebreken zijn. Daarmee is naar het oordeel van de kantonrechter door [eisende partijen] voldoende concreet benoemd in welke verplichtingen [bedrijf 1] zou zijn tekort geschoten. Daarnaast is door de gegeven termijn van zeven dagen een duidelijke termijn gesteld voor nakoming. [bedrijf 1] voert wel aan dat de termijn van zeven dagen te kort is, maar vast staat dat die termijn met zeven dagen is verlengd. De totale termijn van veertien dagen is hier een redelijke termijn. Daarbij weegt mee dat [bedrijf 1] binnen de gestelde termijn tot herstellingen aan het dak is overgegaan en niet kenbaar heeft gemaakt meer tijd nodig te hebben. Daarmee is sprake van een behoorlijke ingebrekestelling. In het geval komt vast te staan dat [bedrijf 1] de gebreken zoals genoemd in het rapport van [bedrijf 3] van 15 oktober 2024 niet goed heeft hersteld, heeft dat tot gevolg dat [bedrijf 1] in verzuim is komen te verkeren en [eisende partijen] zijn vordering tot nakoming bij brief van 15 april 2025 kon omzetten in schadevergoeding.
Non-conform/tekort schieten
5.10.
In geschil is tussen partijen of het door [bedrijf 1] geplaatste dak non-conform is als bedoeld in artikel 7:17 BW en daarmee een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst opleveren.
5.11.
[eisende partijen] stelt dat [bedrijf 1] de eerder door [bedrijf 3] geconstateerde gebreken niet goed heeft hersteld en verwijst naar het rapport van [bedrijf 3] van 27 maart 2025 waarin onder meer staat dat niet alle dakpannen zijn verankerd, dat het lood ten onrechte niet is vervangen en dat loodvervanger niet juist is aangebracht en folie niet netjes is. Ook verwijst [eisende partijen] naar een nadere reactie van [bedrijf 3] waarin herhaald is dat verankeren noodzakelijk is en door haar is uitgegaan van een juiste dakpan waarmee sprake is van een verkeerde maatvoering van de panlat (productie 40 dagvaarding). [eisende partijen] stelt wegens de tekortkomingen recht te hebben op een schadevergoeding van € 17.894,74 zoals [bedrijf 4] heeft begroot.
5.12.
[bedrijf 1] betwist met overlegging van het rapport van [bedrijf 5] dat er sprake is van gebreken die door hem zijn veroorzaakt en hij aansprakelijk is voor schade. [bedrijf 1] voert aan dat na de door hem uitgevoerde werkzaamheden een groot gedeelte van het pannendak is verwijderd om de bekabeling voor de zonnepanelen aan te leggen waarbij een ruiterbalk is afgezaagd. Daarnaast voert [bedrijf 1] aan dat het pannendak is voorzien van panhaken en dat verankering niet verplicht is, dat de damp open folie en panlatten volgens de richtlijnen zijn aangebracht en dat de maatvoering van de panlatten van 30,8 cm bij de geplaatste [bedrijf 6] (OVH) volgens de richtlijnen correct is.
5.13.
Gelet op de tegengestelde standpunten van partijen heeft de kantonrechter behoefte aan voorlichting door een deskundige. De kantonrechter is voorlopig van oordeel dat kan worden volstaan met benoeming van één deskundige op het gebied van renovatie van daken en dat de navolgende vragen dienen te worden voorgelegd:
Welke soort dakpannen zijn geplaatst en op welke afstand dienen de panlatten te liggen volgens de geldende normen en/of richtlijnen? Zijn de panlatten volgens die normen en/of richtlijnen aangebracht op de juiste pannenmaat?
Verplicht het Bouwbesluit het verankeren van alle dakpannen op het dak? Zo ja, zijn alle dakpannen gehaakt? Zo nee, zijn er voldoende dakpannen gehaakt?
Zijn de aansluitingen en overlappingen zoals vermeld in het eerste rapport van [bedrijf 3] juist uitgevoerd zoals van een redelijk bekwaam dakdekker verwacht mag worden?
Is de ruiterbalk afgezaagd ter hoogte van de schoorsteen? Kan het zijn dat dakpannen daardoor zijn gaan verschuiven? Liggen de dakpannen volgens u goed?
Wat is de staat van het lood op het dak dat [bedrijf 1] niet heeft vervangen? Had van een redelijk handelend dakdekker verwacht mogen worden dat hij ook het aanwezige lood zou vervangen?
Is de dampdoorlatende folie juist aangebracht?
Wilt u bij de vragen 3 tot en met 6 betrekken dat bij de installatie van zonnepanelen er bedrading is aangebracht onder de aansluiting en onder de dakpannen zoals te zien is in het rapport van [bedrijf 3] ?
Mocht u gebreken constateren aan het dak wil u dan begroten wat de kosten van herstel zijn?
Heeft u nog overige opmerkingen die voor de beoordeling van de zaak van belang zouden kunnen zijn?
5.14.
Voordat wordt overgegaan tot benoeming van een deskundige zal de kantonrechter partijen in de gelegenheid stellen zich bij akte uit te laten over de wenselijkheid van een deskundigenbericht en de aan de deskundige voor te leggen vragen.
5.15.
De kantonrechter gaat ervan uit dat partijen in onderling overleg overeenstemming bereiken over de persoon die als deskundige gaat optreden. Voor zover partijen daarover geen overeenstemming kunnen bereiken en om die reden iedere partij een deskundige voorstelt, moeten partijen gemotiveerd aangeven waarom zij de voorkeur geven aan de door henzelf voorgestelde deskundige en waarom de door de wederpartij voorgestelde deskundige niet voor benoeming in aanmerking mag komen. Daarbij valt te denken aan zwaarwegende redenen als gebrek aan deskundigheid of gerechtvaardigde twijfels met betrekking tot de onpartijdigheid van de deskundige. Die zwaarwegende redenen moeten worden onderbouwd. De kantonrechter zal dan, na weging van de onderbouwing vóór en tegen de benoeming van een potentiële deskundige, een door partijen aangedragen deskundige of een eigen deskundige benoemen.
5.16.
De kantonrechter ziet geen aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt in de wet dat het voorschot op de kosten van de deskundige door de eisende partij moet worden betaald. Dit voorschot moet daarom door [eisende partijen] worden betaald.
5.17.
In het eindvonnis zal de kantonrechter beslissen wie van partijen uiteindelijk de kosten van de deskundige moet betalen.
5.18.
De kantonrechter zal de zaak naar de rol verwijzen, zodat partijen zich bij akte kunnen uitlaten over de vragen aan en de persoon van de te benoemen deskundige. Partijen moeten de concept-akte uiterlijk een week vóór de roldatum naar elkaar toesturen, zodat zij in hun definitieve akte op de akte van de wederpartij kunnen reageren.
5.19.
Voor zover de deskundige tot het oordeel mocht komen dat het bestaande lood niet herbruikt kon worden bij de renovatie dan geldt dat [bedrijf 1] [eisende partijen] daarvoor had moeten waarschuwen. Omdat [bedrijf 1] stelt dat hij [eisende partijen] daarover heeft gewaarschuwd voor het uitbrengen van de offerte en ook tijdens het werk en [eisende partijen] dat betwist, geldt dat [bedrijf 1] dan dient te bewijzen dat hij daarvoor tijdig heeft gewaarschuwd.
5.20.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
6De beslissing
De kantonrechter
6.1.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 5 augustus 2026 om beide partijen in de gelegenheid te stellen een akte in te dienen waarin zij zich uitlaten over het aangekondigde deskundigenbericht,
6.2.
bepaalt dat partijen elkaar uiterlijk een week vóór de genoemde roldatum de concept-akte moeten toesturen, zodat zij ieder in hun eigen akte nog kunnen reageren op de standpunten van de wederpartij,
6.3.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. Tilman-Knoester en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026.