Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2026:6734

2026-07-22 Bestuursrecht BRE 26/937
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2026-07-22
Publicatiedatum
2026-07-22
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
BRE 26/937
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

PKV

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.160 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT


Bestuursrecht


zaaknummer: BRE 26/937


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 juli 2026 in de zaak tussen



[verzoekster], uit [plaats], verzoekster
(gemachtigde: mr. N. Kose-Albayrak),


en




Dienst Toeslagen, verweerder.




Inleiding


1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekster om een veroordeling van verweerder in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar beroep dat verzoekster heeft ingesteld na de uitspraak van de rechtbank van 15 augustus 2025. In die uitspraak staat dat verweerder binnen twee weken moet beslissen op het bezwaar van verzoekster. Verzoekster heeft het beroep ingetrokken omdat verweerder op 18 maart 2026 alsnog heeft beslist op haar bezwaar.



1.1.
De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Verweerder heeft de rechtbank meegedeeld dat het beroep op zichzelf terecht is ingesteld en dat verweerder daarom het griffierecht moet terugbetalen. Verweerder heeft ook gesteld dat als verzoekster met een gemachtigde heeft geprocedeerd verweerder een proceskostenvergoeding moet betalen. Verweerder heeft gevraagd om de proceskostenvergoeding vast te stellen overeenkomstig het beleid van de rechtbanken en verwijst naar een uitspraak van 26 maart 2026 van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het beroep dient gekwalificeerd te worden als ‘van licht gewicht’ met wegingsfactor 0,5.



1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.




Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.





Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?


3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.



Is verweerder aan verzoekster tegemoetgekomen?


4. De rechtbank moet dus beoordelen of verweerder geheel of gedeeltelijk aan verzoekster is tegemoetgekomen.


4.1.
Op 4 februari 2026 heeft de rechtbank het beroep van verzoekster tegen het niet tijdig beslissen ontvangen. Verweerder heeft op 18 maart 2026 alsnog beslist op het bezwaar van verzoekster. Hiermee is verweerder tegemoetgekomen aan het beroep van verzoekster.



Welk bedrag aan proceskosten moet verweerder aan verzoekster vergoeden?


5. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoekster krijgt een vergoeding van haar proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 467,- omdat de gemachtigde van verzoekster een beroepschrift heeft ingediend en de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.



Krijgt verzoekster een vergoeding van het griffierecht?


6. De rechtbank wijst erop dat verweerder verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 54,- te vergoeden.Verzoekster moet zich hiervoor dan ook tot verweerder wenden.






Beslissing


De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 467,- aan proceskosten aan verzoekster.




Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, rechter, in aanwezigheid van L.J. Sijtsma, griffier, op 22 juli 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.













griffier


rechter








Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:





Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.


ECLI:NL:RBZWB:2025:5542.


ECLI:NL:RVS:2025:1301, r.o. 21.


Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).


Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).


Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.