Rechtbank Zeeland-West-Brabant
ECLI:NL:RBZWB:2026:6552
2026-07-08
Civiel recht; Verbintenissenrecht
11659357 \ CV EXPL 25-1395
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Uitleg pensioenovereenkomst. Werknemer stelt dat de pensioengrondslag niet juist is uitgelegd door werknemer maar heeft hierover te laat geklaagd. Aan de inhoudelijke beoordeling wordt niet toegekomen.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2013:BY4600 Hoge Raad 08-02-2013
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (24.512 tekens)
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Middelburg
Zaaknummer: 11659357 \ CV EXPL 25-1395
Vonnis van 8 juli 2026
in de zaak van
[werknemer]
,
te [plaats 1] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in (voorwaardelijke) reconventie,
hierna te noemen: [werknemer] ,
gemachtigde: mr. M. IJzelenberg,
tegen
[werkgever] B.V.,
te [plaats 2],
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in (voorwaardelijke) reconventie,
hierna te noemen: [werkgever],
gemachtigde: mr. E. Harlaar.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding met producties,
de conclusie van antwoord in conventie en van (voorwaardelijke) eis in reconventie,
de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
de conclusie van antwoord in (voorwaardelijke) reconventie,
de akte overlegging producties van [werknemer] ,
de bij e-mail van 27 februari 2026 toegezonden productie van [werkgever],
de mondelinge behandeling van 3 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
de e-mails van 7 april 2026 waarin partijen de kantonrechter vragen vonnis te wijzen.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De feiten
2.1.
[werknemer] is op 2 januari 2013 voor de duur van een jaar bij [werkgever] in dienst getreden in de functie van leerling ROV Pilot / Technician. De arbeidsovereenkomst is per 2 januari 2014 voor onbepaalde tijd voortgezet. Op het ‘aanhangsel bij arbeidsovereenkomst’ is het volgende vermeld:
“Met ingang van 2 januari 2014 wordt de functie ROV Pilot / technician.
Met ingang van 2 januari 2014 wordt het salaris € 15,82 bruto per uur. Conform loonschaal 2a voor uurloners.
Met ingang van 2 januari 2014 wordt de vergoeding voor Offshore dagen (functiegroep 2, loonschaal 4) € 251,72 per dag.
2.2.
Het dienstverband is geëindigd per 1 februari 2024 omdat [werknemer] 104 weken arbeidsongeschikt was.
2.3.
Op de arbeidsovereenkomst is het Huishoudelijk reglement van [werkgever] van toepassing. Hierin staat onder meer:
“Het salaris van de uurloner wordt opgebouwd aan de hand van het aantal uren dat de medewerker werkzaam is, conform de loonschalentabel,(…) Uren buiten de normale arbeidstijden worden vergoed conform de loonschalentabel.
(…)
Voor offshore werkzaamheden ontvangt de uurloner een dagvergoeding. Deze dagvergoeding geldt voor elke dag dat betrokkene ingezet is op werkzaamheden op locatie (aan boord van een schip, dan wel platform of tijdens wachtdagen aan de wal, niet zijnde woonadres) ongeacht of er daadwerkelijke inzet is geweest en de duur daarvan. In deze vergoeding is begrepen: arbeidsuren, reisuren, duiktaken, wachturen etc. (…)”
2.4.
Op de arbeidsovereenkomst zijn ook de Algemene Arbeidsvoorwaarden van [werkgever] van toepassing.
In deze voorwaarden is onder meer het volgende bepaald:
“
3.1.
Salaris en vakantiegeld
(…)
Het jaarsalaris bestaat uit de som van 13 periodesalarissen en een vakantietoeslag. De 13 periodesalarissen worden in één kalenderjaar gelijkelijk uitbetaald, elk in een periode van 4 weken, zodat er sprake is van 13 salarisperioden in een kalenderjaar.”
(…)
4.3.
Collectieve Pensioenverzekering
De medewerker die een arbeidsovereenkomst heeft bij de werkgever, is verplicht om deel te nemen aan de collectieve bedrijfspensioenregeling. De pensioenregeling is ondergebracht bij Delta Lloyd. Voor aanvang deelname aan de pensioenregeling zal aan de medewerker een kopie van het pensioenreglement worden verstrekt, inclusief een individuele pensioenopgaaf.
Binnen de [werkgever] organisatie kennen we de pensioenregeling welke gebaseerd is op basis van beschikbaar premiestelstel waarbij werknemer 4 ½ % betaald over de premiegrondslag. De premiegrondslag is afhankelijk van de leeftijd van de medewerker. Tevens zal werkgever ervoor zorgdragen dat de pensioenverzekeraar jaarlijks een overzicht verstuurd naar het betreffende personeel omtrent de huidige stand van zaken.”
2.5.
In de uitvoeringsovereenkomst tussen [werkgever] en Delta Lloyd zijn de volgende definities opgenomen:
“Pensioengevend salaris: 13 maal het vierwekelijks salaris plus vakantietoeslag.
pensioengrondslag: Pensioengevend salaris min de franchise.”
2.6.
[werkgever] is op enig moment een pensioenregeling overeengekomen met Nationale Nederlanden. In die regeling is onder meer opgenomen:
“Pensioengrondslag: De pensioengrondslag is gelijk aan het pensioengevend jaarsalaris, verminderd met de franchise. (…)
Pensioengevend-jaarsalaris: Het pensioengevend jaarsalaris berekenen we als volgt:
13 maal het vierwekelijkse periodeloon vermeerderd met
8% vakantietoeslag.”
2.7.
Op 24 april 2023 heeft de gemachtigde van [werknemer] onder meer het volgende geschreven aan de (toenmalige) gemachtigde van [werkgever]:
“Uit de loonstroken van cliënt blijkt dat er enkel pensioen wordt afgedragen over zijn “basissalaris”. De premies zijn iedere maand hetzelfde, ongeacht het (bruto) salaris in de periode en/of het jaarsalaris over het voorgaande jaar (op grond waarvan de pensioenpremies ook wel eens berekend worden bij een wisselend inkomen). Het pensioengevend salaris is in principe het totale bruto jaarsalaris inclusief vakantiegeld en toeslagen. De pensioenpremies worden – over het algemeen – berekend over de pensioengrondslag (het pensioengevend loon minus de franchise). In het kader van cliënt lijkt het niet juist te zijn om enkel pensioen af te dragen over zijn “basissalaris”, maar zou er pensioen afgedragen moeten worden over zijn gehele salaris. (…)”
3Het geschil
in conventie
3.1.
[werknemer] vordert:
voor recht te verklaren dat voor het pensioengevend salaris moet worden aangesloten bij het loon in geld zoals dat blijkt uit de salarisspecificaties/jaaropgaven van [werknemer] ,
[werkgever] te veroordelen om binnen vier weken na betekening van het te wijzen vonnis aan Nationale Nederlanden de door [werknemer] in dienst van [werkgever] opgebouwde pensioenaanspraken overeenkomstig de toepasselijke reglementen en overeenkomsten te herberekenen en vast te stellen onder overlegging van gespecificeerde en controleerbare berekeningen,
[werkgever] te veroordelen om binnen vier weken na de onder b. bedoelde berekening de pensioenaanspraken overeenkomstig die berekening alsnog af te dragen aan het pensioenfonds op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag dat [werkgever] hiermee in gebreke blijft, met een maximum van € 50.000,00,
[werkgever] te veroordelen om binnen vier weken van de onder c. bedoelde afdracht Nationale Nederlanden te verzoeken een berekening te maken van het door [werknemer] gemiste rendement conform de life cycle beleggingen en [werkgever] te veroordelen dat gemiste rendement, uiterlijk 12 weken na het verzoek tot berekening, als schadevergoeding aan [werknemer] te betalen, op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag dat [werkgever] hiermee in gebreke blijft, met een maximum van € 50.000,00,
[werkgever] te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
[werknemer] legt – samengevat – aan zijn vordering ten grondslag dat [werkgever] is tekortgeschoten in de nakoming van de pensioenovereenkomst. Zij is bij de berekening van de pensioenafdracht uitgegaan van een onjuist salaris waardoor er te weinig premie is afgedragen. Volgens [werknemer] heeft [werkgever] de door hem ontvangen offshorevergoeding ten onrechte niet meegenomen in de berekening van het vierwekelijkse periodeloon dat, vermeerderd met vakantietoeslag, de basis vormt voor het pensioengevend salaris.
3.3.
[werkgever] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [werknemer] in de kosten van deze procedure. [werkgever] voert hiertoe aan dat [werknemer] de definitie van het pensioengevend salaris uit de pensioenregeling verkeerd uitlegt. Volgens [werkgever] volgt uit die definitie niet dat [werknemer] pensioen opbouwde over al het uitbetaalde salaris. [werknemer] had op grond van de arbeidsovereenkomst en de toepasselijke regelingen recht op salaris op basis van een uurloon over gewerkte uren, tenzij hij offshore had gewerkt. In dat geval was de offshorevergoeding van toepassing. Het loon van [werknemer] fluctueerde dus naargelang de hoeveelheid uren die hij offshore werkte. [werknemer] had jaarlijks in ieder geval recht op een salaris van 13 maal het vierwekelijks periodeloon. Dit periodeloon is gebaseerd op 40 maal het uurloon per week. Aan het einde van ieder jaar werd gekeken of hij minimaal dit basisloon had verdiend. Voor de berekening van het pensioengevend salaris is ook uitgegaan van dit basisloon. Dat dit het geval is, blijkt uit de loonstroken waarop steeds hetzelfde bedrag aan pensioenpremie werd ingehouden, ongeacht het aan [werknemer] uitbetaalde salaris. Het gehanteerde pensioengevend salaris bleek ook uit de uniforme pensioen overzichten die [werknemer] ontving. Nu [werknemer] nooit heeft geprotesteerd tegen het gehanteerde pensioengevend salaris, heeft hij zijn klachtplicht geschonden. Bovendien is er eerder een procedure gevoerd tussen partijen over de vraag over welk loon er vakantietoeslag werd opgebouwd. De discussie die partijen toen hebben gevoerd, vertoont grote gelijkenissen met de huidige discussie. [werknemer] heeft de pensioenopbouw in die procedure niet ter sprake gebracht. Volgens [werkgever] mocht zij erop vertrouwen dat [werknemer] geen aanspraak meer zou maken op premiebetaling dan wel misgelopen rendement zodat er sprake is van rechtsverwerking. Ten slotte beroept [werkgever] zich op verjaring ten aanzien van (een deel van) de vordering.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
in (voorwaardelijke) reconventie
3.5.
[werkgever] vordert:
te verklaren voor recht dat [werknemer] , over de periode dat [werkgever] een hoger pensioengevend salaris had moeten hanteren, een hogere werknemerspremie verschuldigd is aan [werkgever] die gerelateerd is aan dit hogere pensioengevende salaris,
[werknemer] te veroordelen tot betaling van € 18.029,48 bruto, te vermeerderen met wettelijke rente, een en ander te vermeerderen met rendement over de werknemerspremie (nader te bepalen door Nationale Nederlanden),
[werknemer] te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.6.
[werkgever] heeft deze vordering ingesteld voor het geval de vorderingen van [werknemer] worden toegewezen. In dat geval is hij nog pensioenpremie aan [werkgever] verschuldigd. Een hoger pensioengevend salaris heeft immers ook een hogere werknemerspremie tot gevolg.
3.7.
[werknemer] voert verweer en concludeert tot (gedeeltelijke) afwijzing van de vorderingen van [werkgever], met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [werkgever] in de kosten van deze procedure. [werknemer] erkent dat hij nog werknemerspremie moet betalen als zijn conventionele vordering wordt toegewezen maar hij betwist de hoogte van het gevorderde bedrag. Volgens [werknemer] moeten de pensioenpremies worden berekend door Nationale Nederlanden.
3.8.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4De beoordeling
in conventie
4.1.
Tussen partijen is in geschil wat moet worden verstaan onder het vierwekelijkse periodeloon op grond waarvan het pensioengevend jaarsalaris moet worden berekend. [werknemer] stelt dat hij ervan uit mocht gaan dat de offshore vergoeding deel uitmaakt van het vierwekelijkse periodeloon omdat deze vergoeding niet uitdrukkelijk is uitgesloten in de pensioenregeling. [werkgever] stelt daarentegen juist dat de offshore vergoeding geen deel uitmaakt van het vierwekelijkse periodeloon omdat dit niet expliciet is benoemd.
4.2.
[werkgever] heeft als meest verstrekkend verweer aangevoerd dat [werknemer] zijn klachtplicht heeft geschonden. De kantonrechter zal dit verweer eerst beoordelen. Indien dit beroep slaagt, is het vorderingsrecht van [werknemer] immers komen te vervallen zodat de vordering moet worden afgewezen. De kantonrechter komt in dat geval niet toe aan de vraag hoe de pensioenovereenkomst moet worden uitgelegd.
4.3.
Artikel 6:89 BW bepaalt dat een schuldeiser op een gebrek in de prestatie geen beroep meer kan doen, indien hij niet binnen bekwame tijd nadat hij het gebrek heeft ontdekt of redelijkerwijs had moeten ontdekken, bij de schuldenaar ter zake heeft geprotesteerd. De bepaling strekt ertoe de schuldenaar die een prestatie heeft verricht, te beschermen omdat hij erop moet kunnen rekenen dat de schuldeiser met bekwame spoed onderzoekt of de prestatie aan de verbintenis beantwoordt en dat deze, indien dit niet het geval blijkt te zijn, dit eveneens met spoed aan de schuldenaar mededeelt.
4.4.
Bij beantwoording van de vraag of is voldaan aan de in artikel 6:89 BW besloten liggende onderzoeks- en klachtplicht, dient acht te worden geslagen op alle omstandigheden van het geval, waaronder de aard en inhoud van de rechtsverhouding, de aard en inhoud van de prestatie en de aard van het gestelde gebrek in de prestatie. Tot de in aanmerking te nemen omstandigheden behoort het antwoord op de vraag of de schuldenaar nadeel lijdt door het late tijdstip waarop de schuldeiser heeft geklaagd. In dit verband dient de rechter rekening te houden met enerzijds het voor de schuldeiser ingrijpende rechtsgevolg van het te laat protesteren zoals in artikel 6:89 BW vermeld – te weten verval van al zijn rechten ter zake van de tekortkoming – en anderzijds de concrete belangen waarin de schuldenaar is geschaad door het late tijdstip waarop dat protest is gedaan, zoals een benadeling in zijn bewijspositie of een aantasting van zijn mogelijkheden de gevolgen van de gestelde tekortkoming te beperken.
4.5.
De kantonrechter stelt voorop dat de klachtplicht ook van toepassing is op vorderingen uit hoofde van een arbeidsovereenkomst. Uit de overgelegde correspondentie tussen partijen blijkt dat [werknemer] bij e-mail van zijn gemachtigde van 24 april 2023 kenbaar heeft gemaakt dat in zijn visie van een onjuist pensioengevend salaris is uitgegaan. Niet is gebleken dat [werknemer] dit ook al op een eerder moment heeft gedaan. De kantonrechter moet beoordelen of [werknemer] daarmee tijdig nadat hij van de wijze van pensioenopbouw op de hoogte is geraakt of had kunnen raken, bij [werkgever] heeft geprotesteerd. De kantonrechter oordeelt dat dit niet het geval is en overweegt daarover het volgende.
4.6.
In de algemene arbeidsvoorwaarden, die op de arbeidsovereenkomst van toepassing zijn verklaard, staat vermeld dat de werkgever ervoor zal zorgdragen dat het personeel jaarlijks een pensioenoverzicht ontvangt van de pensioenverzekeraar. De gemachtigde van [werknemer] heeft in een e-mail van 23 augustus 2024 aan de gemachtigde van [werkgever] geschreven dat [werknemer] deze overzichten tot en met 2016 heeft ontvangen en daarna niet meer. [werkgever] heeft erkend dat [werknemer] deze overzichten vanwege een administratieve fout van de pensioenverzekeraar sinds 2016 niet heeft ontvangen. Dit neemt echter niet weg dat [werknemer] wist, althans had kunnen weten, dat hij recht had op een jaarlijks overzicht. Dit stond in de algemene arbeidsvoorwaarden vermeld en hij ontving de overzichten eerder wel. Het had op zijn weg gelegen om bij [werkgever] te melden dat hij deze overzichten niet meer kreeg. Nu [werknemer] dit nooit heeft gedaan, treft het verweer dat [werknemer] vanwege de ontbrekende overzichten niet eerder op de hoogte was van de pensioenopbouw geen doel. [werknemer] had hiervan immers eerder op de hoogte kunnen raken en hij had hierover dan ook eerder kunnen protesteren bij [werkgever]. Daarbij komt dat [werknemer] uit de wel ontvangen overzichten gedurende de eerste jaren van zijn dienstverband had kunnen afleiden welk salaris er werd gebruikt voor de berekening van zijn pensioengevend salaris.
4.7.
[werknemer] had verder uit zijn loonstroken kunnen opmaken dat zijn pensioengevend salaris niet was gebaseerd op zijn daadwerkelijk verdiende loon maar op het basisloon. In de algemene arbeidsvoorwaarden staat dat de werknemersbijdrage 4,5% van de premiegrondslag bedraagt. De premiegrondslag bestaat uit het pensioengevend salaris verminderd met de franchise. Hoewel het de kantonrechter niet bekend is hoe hoog de franchise is, kan uit de overgelegde loonstroken worden afgeleid dat niet het daadwerkelijk verdiende salaris maar het basisloon is gebruikt voor de berekening van het pensioengevend salaris. De werknemersbijdrage is ongeveer gelijk aan 4,5% van het basisloon dat op de loonstroken wordt vermeld. Dit basisloon komt niet overeen met het daadwerkelijke (cumulatieve) loon op de loonstroken. Ook in de perioden waarin [werknemer] offshore werkzaamheden heeft verricht en hij dus aanzienlijk meer salaris ontving dan het basisloon, was de ingehouden werknemersbijdrage gelijk aan de maanden waarin wel een basissalaris aan hem werd betaald.
4.8.
[werknemer] heeft overigens – bij e-mail van zijn gemachtigde van 24 april 2023 – ook zelf geschreven dat uit de loonstroken volgt dat er alleen pensioen is afgedragen over het basissalaris. Hieruit kan dus worden afgeleid dat [werknemer] er al kort na aanvang van zijn dienstverband van op de hoogte was, althans had kunnen zijn, dat niet zijn daadwerkelijk verdiende salaris werd gebruikt voor de berekening van het pensioengevend salaris. Hoewel begrijpelijk, komt het voor rekening en risico van [werknemer] dat hij niet eerder heeft gecontroleerd over welke loonbestanddelen het pensioengevend salaris werd berekend en daar navraag over heeft gedaan bij [werkgever].
4.9.
Het feit dat [werknemer] pas in een laat stadium heeft geklaagd heeft tot gevolg dat er – bij vaststelling van de tekortkoming – een herberekening zal moeten worden gemaakt van de pensioenopbouw over de gehele periode van het dienstverband en het daardoor misgelopen rendement. Dit leidt tot praktische problemen in de uitvoerbaarheid en heeft grote gevolgen voor [werkgever]. Indien [werknemer] eerder had geklaagd, had [werkgever] de mogelijkheid gehad om de gevolgen van de gestelde tekortkoming te beperken. Door niet al op een veel eerder moment te klagen, terwijl dat wel had gekund, is [werkgever] zodanig in haar belangen geschaad, dat zij het gebrek aan voortvarend handelen aan [werknemer] mag tegenwerpen.
4.10.
Gelet op alle voorgaande omstandigheden oordeelt de kantonrechter dan ook dat [werknemer] zijn klachtplicht heeft geschonden. Dit betekent dat zijn rechten ter zake de gestelde tekortkoming zijn komen te vervallen en zijn vordering om deze reden moet worden afgewezen. De kantonrechter komt daarom niet toe aan de beoordeling van de vraag hoe de pensioenovereenkomst moet worden uitgelegd en of [werkgever] al dan niet is uitgegaan van het juiste pensioengevend salaris.
4.11.
[werknemer] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [werkgever] worden vastgesteld op:
- salaris gemachtigde
€
720,00
(2 punten × € 360,00)
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
864,00
4.12.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
in (voorwaardelijke) reconventie
4.13.
De vordering van [werkgever] draagt een voorwaardelijk karakter. De vordering is ingesteld voor het geval wordt geoordeeld dat van een hoger pensioengevend salaris moet worden uitgegaan. Nu de daarop gerichte vordering van [werknemer] niet wordt toegewezen, is de aan de eis in reconventie verbonden voorwaarde niet in vervulling gegaan. Op de eis in reconventie behoeft daarom niet te worden beslist.
4.14.
De proceskosten zullen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
5De beslissing
De kantonrechter
in conventie
5.1.
wijst de vorderingen van [werknemer] af,
5.2.
veroordeelt [werknemer] in de proceskosten, waarvan € 864,00 binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe te betalen aan [werkgever], te vermeerderen met de kosten van betekening als [werknemer] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt [werknemer] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.4.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,
In (voorwaardelijke) reconventie
5.5.
verstaat dat op dit verzoek niet behoeft te worden beslist,
5.6.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van der Lende-Mulder Smit en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026.
HR 8 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY4600
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Middelburg
Zaaknummer: 11659357 \ CV EXPL 25-1395
Vonnis van 8 juli 2026
in de zaak van
[werknemer]
,
te [plaats 1] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in (voorwaardelijke) reconventie,
hierna te noemen: [werknemer] ,
gemachtigde: mr. M. IJzelenberg,
tegen
[werkgever] B.V.,
te [plaats 2],
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in (voorwaardelijke) reconventie,
hierna te noemen: [werkgever],
gemachtigde: mr. E. Harlaar.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding met producties,
de conclusie van antwoord in conventie en van (voorwaardelijke) eis in reconventie,
de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
de conclusie van antwoord in (voorwaardelijke) reconventie,
de akte overlegging producties van [werknemer] ,
de bij e-mail van 27 februari 2026 toegezonden productie van [werkgever],
de mondelinge behandeling van 3 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
de e-mails van 7 april 2026 waarin partijen de kantonrechter vragen vonnis te wijzen.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De feiten
2.1.
[werknemer] is op 2 januari 2013 voor de duur van een jaar bij [werkgever] in dienst getreden in de functie van leerling ROV Pilot / Technician. De arbeidsovereenkomst is per 2 januari 2014 voor onbepaalde tijd voortgezet. Op het ‘aanhangsel bij arbeidsovereenkomst’ is het volgende vermeld:
“Met ingang van 2 januari 2014 wordt de functie ROV Pilot / technician.
Met ingang van 2 januari 2014 wordt het salaris € 15,82 bruto per uur. Conform loonschaal 2a voor uurloners.
Met ingang van 2 januari 2014 wordt de vergoeding voor Offshore dagen (functiegroep 2, loonschaal 4) € 251,72 per dag.
2.2.
Het dienstverband is geëindigd per 1 februari 2024 omdat [werknemer] 104 weken arbeidsongeschikt was.
2.3.
Op de arbeidsovereenkomst is het Huishoudelijk reglement van [werkgever] van toepassing. Hierin staat onder meer:
“Het salaris van de uurloner wordt opgebouwd aan de hand van het aantal uren dat de medewerker werkzaam is, conform de loonschalentabel,(…) Uren buiten de normale arbeidstijden worden vergoed conform de loonschalentabel.
(…)
Voor offshore werkzaamheden ontvangt de uurloner een dagvergoeding. Deze dagvergoeding geldt voor elke dag dat betrokkene ingezet is op werkzaamheden op locatie (aan boord van een schip, dan wel platform of tijdens wachtdagen aan de wal, niet zijnde woonadres) ongeacht of er daadwerkelijke inzet is geweest en de duur daarvan. In deze vergoeding is begrepen: arbeidsuren, reisuren, duiktaken, wachturen etc. (…)”
2.4.
Op de arbeidsovereenkomst zijn ook de Algemene Arbeidsvoorwaarden van [werkgever] van toepassing.
In deze voorwaarden is onder meer het volgende bepaald:
“
3.1.
Salaris en vakantiegeld
(…)
Het jaarsalaris bestaat uit de som van 13 periodesalarissen en een vakantietoeslag. De 13 periodesalarissen worden in één kalenderjaar gelijkelijk uitbetaald, elk in een periode van 4 weken, zodat er sprake is van 13 salarisperioden in een kalenderjaar.”
(…)
4.3.
Collectieve Pensioenverzekering
De medewerker die een arbeidsovereenkomst heeft bij de werkgever, is verplicht om deel te nemen aan de collectieve bedrijfspensioenregeling. De pensioenregeling is ondergebracht bij Delta Lloyd. Voor aanvang deelname aan de pensioenregeling zal aan de medewerker een kopie van het pensioenreglement worden verstrekt, inclusief een individuele pensioenopgaaf.
Binnen de [werkgever] organisatie kennen we de pensioenregeling welke gebaseerd is op basis van beschikbaar premiestelstel waarbij werknemer 4 ½ % betaald over de premiegrondslag. De premiegrondslag is afhankelijk van de leeftijd van de medewerker. Tevens zal werkgever ervoor zorgdragen dat de pensioenverzekeraar jaarlijks een overzicht verstuurd naar het betreffende personeel omtrent de huidige stand van zaken.”
2.5.
In de uitvoeringsovereenkomst tussen [werkgever] en Delta Lloyd zijn de volgende definities opgenomen:
“Pensioengevend salaris: 13 maal het vierwekelijks salaris plus vakantietoeslag.
pensioengrondslag: Pensioengevend salaris min de franchise.”
2.6.
[werkgever] is op enig moment een pensioenregeling overeengekomen met Nationale Nederlanden. In die regeling is onder meer opgenomen:
“Pensioengrondslag: De pensioengrondslag is gelijk aan het pensioengevend jaarsalaris, verminderd met de franchise. (…)
Pensioengevend-jaarsalaris: Het pensioengevend jaarsalaris berekenen we als volgt:
13 maal het vierwekelijkse periodeloon vermeerderd met
8% vakantietoeslag.”
2.7.
Op 24 april 2023 heeft de gemachtigde van [werknemer] onder meer het volgende geschreven aan de (toenmalige) gemachtigde van [werkgever]:
“Uit de loonstroken van cliënt blijkt dat er enkel pensioen wordt afgedragen over zijn “basissalaris”. De premies zijn iedere maand hetzelfde, ongeacht het (bruto) salaris in de periode en/of het jaarsalaris over het voorgaande jaar (op grond waarvan de pensioenpremies ook wel eens berekend worden bij een wisselend inkomen). Het pensioengevend salaris is in principe het totale bruto jaarsalaris inclusief vakantiegeld en toeslagen. De pensioenpremies worden – over het algemeen – berekend over de pensioengrondslag (het pensioengevend loon minus de franchise). In het kader van cliënt lijkt het niet juist te zijn om enkel pensioen af te dragen over zijn “basissalaris”, maar zou er pensioen afgedragen moeten worden over zijn gehele salaris. (…)”
3Het geschil
in conventie
3.1.
[werknemer] vordert:
voor recht te verklaren dat voor het pensioengevend salaris moet worden aangesloten bij het loon in geld zoals dat blijkt uit de salarisspecificaties/jaaropgaven van [werknemer] ,
[werkgever] te veroordelen om binnen vier weken na betekening van het te wijzen vonnis aan Nationale Nederlanden de door [werknemer] in dienst van [werkgever] opgebouwde pensioenaanspraken overeenkomstig de toepasselijke reglementen en overeenkomsten te herberekenen en vast te stellen onder overlegging van gespecificeerde en controleerbare berekeningen,
[werkgever] te veroordelen om binnen vier weken na de onder b. bedoelde berekening de pensioenaanspraken overeenkomstig die berekening alsnog af te dragen aan het pensioenfonds op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag dat [werkgever] hiermee in gebreke blijft, met een maximum van € 50.000,00,
[werkgever] te veroordelen om binnen vier weken van de onder c. bedoelde afdracht Nationale Nederlanden te verzoeken een berekening te maken van het door [werknemer] gemiste rendement conform de life cycle beleggingen en [werkgever] te veroordelen dat gemiste rendement, uiterlijk 12 weken na het verzoek tot berekening, als schadevergoeding aan [werknemer] te betalen, op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag dat [werkgever] hiermee in gebreke blijft, met een maximum van € 50.000,00,
[werkgever] te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
[werknemer] legt – samengevat – aan zijn vordering ten grondslag dat [werkgever] is tekortgeschoten in de nakoming van de pensioenovereenkomst. Zij is bij de berekening van de pensioenafdracht uitgegaan van een onjuist salaris waardoor er te weinig premie is afgedragen. Volgens [werknemer] heeft [werkgever] de door hem ontvangen offshorevergoeding ten onrechte niet meegenomen in de berekening van het vierwekelijkse periodeloon dat, vermeerderd met vakantietoeslag, de basis vormt voor het pensioengevend salaris.
3.3.
[werkgever] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [werknemer] in de kosten van deze procedure. [werkgever] voert hiertoe aan dat [werknemer] de definitie van het pensioengevend salaris uit de pensioenregeling verkeerd uitlegt. Volgens [werkgever] volgt uit die definitie niet dat [werknemer] pensioen opbouwde over al het uitbetaalde salaris. [werknemer] had op grond van de arbeidsovereenkomst en de toepasselijke regelingen recht op salaris op basis van een uurloon over gewerkte uren, tenzij hij offshore had gewerkt. In dat geval was de offshorevergoeding van toepassing. Het loon van [werknemer] fluctueerde dus naargelang de hoeveelheid uren die hij offshore werkte. [werknemer] had jaarlijks in ieder geval recht op een salaris van 13 maal het vierwekelijks periodeloon. Dit periodeloon is gebaseerd op 40 maal het uurloon per week. Aan het einde van ieder jaar werd gekeken of hij minimaal dit basisloon had verdiend. Voor de berekening van het pensioengevend salaris is ook uitgegaan van dit basisloon. Dat dit het geval is, blijkt uit de loonstroken waarop steeds hetzelfde bedrag aan pensioenpremie werd ingehouden, ongeacht het aan [werknemer] uitbetaalde salaris. Het gehanteerde pensioengevend salaris bleek ook uit de uniforme pensioen overzichten die [werknemer] ontving. Nu [werknemer] nooit heeft geprotesteerd tegen het gehanteerde pensioengevend salaris, heeft hij zijn klachtplicht geschonden. Bovendien is er eerder een procedure gevoerd tussen partijen over de vraag over welk loon er vakantietoeslag werd opgebouwd. De discussie die partijen toen hebben gevoerd, vertoont grote gelijkenissen met de huidige discussie. [werknemer] heeft de pensioenopbouw in die procedure niet ter sprake gebracht. Volgens [werkgever] mocht zij erop vertrouwen dat [werknemer] geen aanspraak meer zou maken op premiebetaling dan wel misgelopen rendement zodat er sprake is van rechtsverwerking. Ten slotte beroept [werkgever] zich op verjaring ten aanzien van (een deel van) de vordering.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
in (voorwaardelijke) reconventie
3.5.
[werkgever] vordert:
te verklaren voor recht dat [werknemer] , over de periode dat [werkgever] een hoger pensioengevend salaris had moeten hanteren, een hogere werknemerspremie verschuldigd is aan [werkgever] die gerelateerd is aan dit hogere pensioengevende salaris,
[werknemer] te veroordelen tot betaling van € 18.029,48 bruto, te vermeerderen met wettelijke rente, een en ander te vermeerderen met rendement over de werknemerspremie (nader te bepalen door Nationale Nederlanden),
[werknemer] te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.6.
[werkgever] heeft deze vordering ingesteld voor het geval de vorderingen van [werknemer] worden toegewezen. In dat geval is hij nog pensioenpremie aan [werkgever] verschuldigd. Een hoger pensioengevend salaris heeft immers ook een hogere werknemerspremie tot gevolg.
3.7.
[werknemer] voert verweer en concludeert tot (gedeeltelijke) afwijzing van de vorderingen van [werkgever], met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [werkgever] in de kosten van deze procedure. [werknemer] erkent dat hij nog werknemerspremie moet betalen als zijn conventionele vordering wordt toegewezen maar hij betwist de hoogte van het gevorderde bedrag. Volgens [werknemer] moeten de pensioenpremies worden berekend door Nationale Nederlanden.
3.8.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4De beoordeling
in conventie
4.1.
Tussen partijen is in geschil wat moet worden verstaan onder het vierwekelijkse periodeloon op grond waarvan het pensioengevend jaarsalaris moet worden berekend. [werknemer] stelt dat hij ervan uit mocht gaan dat de offshore vergoeding deel uitmaakt van het vierwekelijkse periodeloon omdat deze vergoeding niet uitdrukkelijk is uitgesloten in de pensioenregeling. [werkgever] stelt daarentegen juist dat de offshore vergoeding geen deel uitmaakt van het vierwekelijkse periodeloon omdat dit niet expliciet is benoemd.
4.2.
[werkgever] heeft als meest verstrekkend verweer aangevoerd dat [werknemer] zijn klachtplicht heeft geschonden. De kantonrechter zal dit verweer eerst beoordelen. Indien dit beroep slaagt, is het vorderingsrecht van [werknemer] immers komen te vervallen zodat de vordering moet worden afgewezen. De kantonrechter komt in dat geval niet toe aan de vraag hoe de pensioenovereenkomst moet worden uitgelegd.
4.3.
Artikel 6:89 BW bepaalt dat een schuldeiser op een gebrek in de prestatie geen beroep meer kan doen, indien hij niet binnen bekwame tijd nadat hij het gebrek heeft ontdekt of redelijkerwijs had moeten ontdekken, bij de schuldenaar ter zake heeft geprotesteerd. De bepaling strekt ertoe de schuldenaar die een prestatie heeft verricht, te beschermen omdat hij erop moet kunnen rekenen dat de schuldeiser met bekwame spoed onderzoekt of de prestatie aan de verbintenis beantwoordt en dat deze, indien dit niet het geval blijkt te zijn, dit eveneens met spoed aan de schuldenaar mededeelt.
4.4.
Bij beantwoording van de vraag of is voldaan aan de in artikel 6:89 BW besloten liggende onderzoeks- en klachtplicht, dient acht te worden geslagen op alle omstandigheden van het geval, waaronder de aard en inhoud van de rechtsverhouding, de aard en inhoud van de prestatie en de aard van het gestelde gebrek in de prestatie. Tot de in aanmerking te nemen omstandigheden behoort het antwoord op de vraag of de schuldenaar nadeel lijdt door het late tijdstip waarop de schuldeiser heeft geklaagd. In dit verband dient de rechter rekening te houden met enerzijds het voor de schuldeiser ingrijpende rechtsgevolg van het te laat protesteren zoals in artikel 6:89 BW vermeld – te weten verval van al zijn rechten ter zake van de tekortkoming – en anderzijds de concrete belangen waarin de schuldenaar is geschaad door het late tijdstip waarop dat protest is gedaan, zoals een benadeling in zijn bewijspositie of een aantasting van zijn mogelijkheden de gevolgen van de gestelde tekortkoming te beperken.
4.5.
De kantonrechter stelt voorop dat de klachtplicht ook van toepassing is op vorderingen uit hoofde van een arbeidsovereenkomst. Uit de overgelegde correspondentie tussen partijen blijkt dat [werknemer] bij e-mail van zijn gemachtigde van 24 april 2023 kenbaar heeft gemaakt dat in zijn visie van een onjuist pensioengevend salaris is uitgegaan. Niet is gebleken dat [werknemer] dit ook al op een eerder moment heeft gedaan. De kantonrechter moet beoordelen of [werknemer] daarmee tijdig nadat hij van de wijze van pensioenopbouw op de hoogte is geraakt of had kunnen raken, bij [werkgever] heeft geprotesteerd. De kantonrechter oordeelt dat dit niet het geval is en overweegt daarover het volgende.
4.6.
In de algemene arbeidsvoorwaarden, die op de arbeidsovereenkomst van toepassing zijn verklaard, staat vermeld dat de werkgever ervoor zal zorgdragen dat het personeel jaarlijks een pensioenoverzicht ontvangt van de pensioenverzekeraar. De gemachtigde van [werknemer] heeft in een e-mail van 23 augustus 2024 aan de gemachtigde van [werkgever] geschreven dat [werknemer] deze overzichten tot en met 2016 heeft ontvangen en daarna niet meer. [werkgever] heeft erkend dat [werknemer] deze overzichten vanwege een administratieve fout van de pensioenverzekeraar sinds 2016 niet heeft ontvangen. Dit neemt echter niet weg dat [werknemer] wist, althans had kunnen weten, dat hij recht had op een jaarlijks overzicht. Dit stond in de algemene arbeidsvoorwaarden vermeld en hij ontving de overzichten eerder wel. Het had op zijn weg gelegen om bij [werkgever] te melden dat hij deze overzichten niet meer kreeg. Nu [werknemer] dit nooit heeft gedaan, treft het verweer dat [werknemer] vanwege de ontbrekende overzichten niet eerder op de hoogte was van de pensioenopbouw geen doel. [werknemer] had hiervan immers eerder op de hoogte kunnen raken en hij had hierover dan ook eerder kunnen protesteren bij [werkgever]. Daarbij komt dat [werknemer] uit de wel ontvangen overzichten gedurende de eerste jaren van zijn dienstverband had kunnen afleiden welk salaris er werd gebruikt voor de berekening van zijn pensioengevend salaris.
4.7.
[werknemer] had verder uit zijn loonstroken kunnen opmaken dat zijn pensioengevend salaris niet was gebaseerd op zijn daadwerkelijk verdiende loon maar op het basisloon. In de algemene arbeidsvoorwaarden staat dat de werknemersbijdrage 4,5% van de premiegrondslag bedraagt. De premiegrondslag bestaat uit het pensioengevend salaris verminderd met de franchise. Hoewel het de kantonrechter niet bekend is hoe hoog de franchise is, kan uit de overgelegde loonstroken worden afgeleid dat niet het daadwerkelijk verdiende salaris maar het basisloon is gebruikt voor de berekening van het pensioengevend salaris. De werknemersbijdrage is ongeveer gelijk aan 4,5% van het basisloon dat op de loonstroken wordt vermeld. Dit basisloon komt niet overeen met het daadwerkelijke (cumulatieve) loon op de loonstroken. Ook in de perioden waarin [werknemer] offshore werkzaamheden heeft verricht en hij dus aanzienlijk meer salaris ontving dan het basisloon, was de ingehouden werknemersbijdrage gelijk aan de maanden waarin wel een basissalaris aan hem werd betaald.
4.8.
[werknemer] heeft overigens – bij e-mail van zijn gemachtigde van 24 april 2023 – ook zelf geschreven dat uit de loonstroken volgt dat er alleen pensioen is afgedragen over het basissalaris. Hieruit kan dus worden afgeleid dat [werknemer] er al kort na aanvang van zijn dienstverband van op de hoogte was, althans had kunnen zijn, dat niet zijn daadwerkelijk verdiende salaris werd gebruikt voor de berekening van het pensioengevend salaris. Hoewel begrijpelijk, komt het voor rekening en risico van [werknemer] dat hij niet eerder heeft gecontroleerd over welke loonbestanddelen het pensioengevend salaris werd berekend en daar navraag over heeft gedaan bij [werkgever].
4.9.
Het feit dat [werknemer] pas in een laat stadium heeft geklaagd heeft tot gevolg dat er – bij vaststelling van de tekortkoming – een herberekening zal moeten worden gemaakt van de pensioenopbouw over de gehele periode van het dienstverband en het daardoor misgelopen rendement. Dit leidt tot praktische problemen in de uitvoerbaarheid en heeft grote gevolgen voor [werkgever]. Indien [werknemer] eerder had geklaagd, had [werkgever] de mogelijkheid gehad om de gevolgen van de gestelde tekortkoming te beperken. Door niet al op een veel eerder moment te klagen, terwijl dat wel had gekund, is [werkgever] zodanig in haar belangen geschaad, dat zij het gebrek aan voortvarend handelen aan [werknemer] mag tegenwerpen.
4.10.
Gelet op alle voorgaande omstandigheden oordeelt de kantonrechter dan ook dat [werknemer] zijn klachtplicht heeft geschonden. Dit betekent dat zijn rechten ter zake de gestelde tekortkoming zijn komen te vervallen en zijn vordering om deze reden moet worden afgewezen. De kantonrechter komt daarom niet toe aan de beoordeling van de vraag hoe de pensioenovereenkomst moet worden uitgelegd en of [werkgever] al dan niet is uitgegaan van het juiste pensioengevend salaris.
4.11.
[werknemer] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [werkgever] worden vastgesteld op:
- salaris gemachtigde
€
720,00
(2 punten × € 360,00)
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
864,00
4.12.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
in (voorwaardelijke) reconventie
4.13.
De vordering van [werkgever] draagt een voorwaardelijk karakter. De vordering is ingesteld voor het geval wordt geoordeeld dat van een hoger pensioengevend salaris moet worden uitgegaan. Nu de daarop gerichte vordering van [werknemer] niet wordt toegewezen, is de aan de eis in reconventie verbonden voorwaarde niet in vervulling gegaan. Op de eis in reconventie behoeft daarom niet te worden beslist.
4.14.
De proceskosten zullen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
5De beslissing
De kantonrechter
in conventie
5.1.
wijst de vorderingen van [werknemer] af,
5.2.
veroordeelt [werknemer] in de proceskosten, waarvan € 864,00 binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe te betalen aan [werkgever], te vermeerderen met de kosten van betekening als [werknemer] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt [werknemer] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.4.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,
In (voorwaardelijke) reconventie
5.5.
verstaat dat op dit verzoek niet behoeft te worden beslist,
5.6.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van der Lende-Mulder Smit en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026.
HR 8 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY4600