Rechtbank Zeeland-West-Brabant
ECLI:NL:RBZWB:2026:6520
2026-06-16
Civiel recht; Personen- en familierecht
C/02/439576 / FA RK 25-4579
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Regiezitting ivm ontbreken ouderschapsplan.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (8.563 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Middelburg
Zaaknummer: C/02/439576 / FA RK 25-4579
Datum uitspraak: 16 juni 2026
beschikking betreffende echtscheiding en nevenverzoeken
in de zaak van
[de vrouw]
,
wonende te [woonplaats],
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. R Wouters uit Middelburg,
en
[de man]
,
wonende te [woonplaats],
hierna te noemen de man,
advocaat mr. M. Kalle uit Middelburg.
Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
- de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg (hierna: de Raad).
1 Het verloop van de procedure
1.1 Dit blijkt uit de volgende stukken:
- het op 18 augustus 2025 ontvangen verzoekschrift tot echtscheiding met nevenvorderingen van de vrouw, met bijlagen;
- het op 11 november 2025 ontvangen verweerschrift met zelfstandig verzoek van de man;
- het op 10 december 2025 ontvangen verweerschrift tegen zelfstandige verzoeken van de vrouw.
1.2 Op 26 mei 2026 is de zaak behandeld op een regiezitting in verband met het ontbreken van een ouderschapsplan. Daarbij waren aanwezig partijen, bijgestaan door hun advocaat. Tevens was aanwezig een vertegenwoordigster van de Raad.
2Wat vaststaat
2.1
Partijen zijn op [datum 1] 2013 te [plaats] gehuwd onder huwelijkse voorwaarden.
2.2
Uit hun huwelijk van partijen zijn de volgende, nu nog minderjarige, kinderen geboren:
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedag 1] 2013 te [geboorteplaats];
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2] 2015 te [geboorteplaats].
2.3
In het kader van de voorlopige voorzieningen procedure is bij beschikking van deze rechtbank d.d. 12 december 2025 bepaald dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd is tot het gebruik van de echtelijke woning, zulks met dien verstande dat de man in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken in overleg met de vrouw nog wel (dagelijks) in de echtelijke woning aanwezig mag zijn en dat partijen de zorg- en opvoedingstaken zodanig verdelen dat de man ‒conform de huidige situatie‒ op nagenoeg dagelijkse basis en in ieder geval viermaal per week fysiek contact heeft met de minderjarigen, waarbij het de man vrijstaat om tijdens de fysieke contacten in de echtelijke woning aanwezig te zijn voor de minderjarigen, de minderjarigen naar sport- of andere activiteiten te begeleiden, of een andere activiteit of uitstap met de minderjarigen te ondernemen.
3De verzoeken
3.1
De vrouw verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
l. in het huwelijk van partijen de echtscheiding uit te spreken;
2. het nog over te overleggen c.q. overgelegde door partijen ondertekende ouderschapsplan geheel in de beschikking op te nemen c.q. aan de beschikking te hechten;
3. te bepalen dat het hoofdverblijf van de kinderen bij de vrouw zal zijn;
4. te bepalen dat de man zal bijdragen in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen met € 479,= per maand per kind, bij vooruitbetaling aan de vrouw te voldoen met ingang van de datum indiening van dit verzoek;
5. te bepalen dat de man aan de vrouw een partneralimentatie zal voldoen van € 500,= per maand;
6. het door partijen nog overeen te komen c.q. overeengekomen convenant aan de te wijzen beschikking te hechten dan wel, als partijen geen convenant overeengekomen zijn, de verdeling en verrekening vast te stellen conform het nog in te dienen formulier " Verdelen en Verrekenen".
3.2
De man verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
- de echtscheiding uit te spreken in het huwelijk van partijen;
- het nog te overleggen door partijen ondertekende ouderschapsplan in de beschikking op te nemen door deze er aan te hechten en te bepalen dat de inhoud onderdeel uitmaakt van de beschikking;
- het door partijen op te stellen convenant aan de beschikking te hechten en te bepalen dat de inhoud integraal onderdeel uitmaakt van de beschikking;
- te bepalen dat het hoofdverblijf van de kinderen bij de man zal zijn;
- de verzochte kinderalimentatie en partneralimentatie af te wijzen;
- dan wel partijen in de gelegenheid te stellen om nadere standpunten in te nemen met betrekking tot de zorgregeling over de kinderen en over de vermogensrechtelijke afwikkeling inclusief de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden.
4De beoordeling
Ontvankelijkheid
Het ouderschapsplan
4.1
Op grond van artikel 815 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) moet een verzoekschrift tot echtscheiding een ouderschapsplan bevatten ten aanzien van de minderjarige kinderen van partijen over wie zij het gezamenlijk gezag uitoefenen. Het ouderschapsplan is een processuele eis bij een verzoek tot echtscheiding. Dat betekent dat de rechter het verzoek tot echtscheiding en de andere verzoeken niet inhoudelijk behandelt als de ouders geen ouderschapsplan hebben opgesteld. De rechter kan daarop een uitzondering maken, namelijk als er redenen zijn om aan te nemen dat het ouderschapsplan redelijkerwijs niet kan worden overgelegd (artikel 815 lid 6 Rv).
4.2
De rechtbank stelt vast dat het partijen tot nu toe niet is gelukt om samen afspraken te maken over hun minderjarige kinderen en dat een ouderschapsplan ontbreekt. Ter zitting heeft de vrouw verklaard dat partijen op een wachtlijst staan voor hulpverlening en dat de verwachting is dat die hulpverlening binnen vier weken zal starten. Beide partijen hebben ter zitting aangegeven voor die hulpverlening open te staan en daaraan mee te willen werken. Dit zou volgens hen echter niet aan voortgang van de procedure in de weg moeten staan. De rechtbank acht het voorstelbaar dat partijen belang hebben bij voortzetting van de procedure en zal de zaak dan ook niet aanhouden in afwachting van een hulpverleningstraject. Op dit moment zal echter ook geen beslissing over de ontvankelijkheid van de verzoeken genomen worden. Gelet op het nog te starten hulpverleningstraject ligt het voor de hand dat hierover op een later moment, onder voortzetting van de procedure, een beslissing wordt genomen. De rechtbank gaat er daarbij van uit dat partijen daadwerkelijk meewerken aan het opgestarte hulpverleningstraject en zich (blijven) inzetten om gezamenlijk, als ouders van hun kinderen, afspraken over de kinderen te maken.
Afwikkeling huwelijkse voorwaarden
4.3
Partijen hebben ter zitting aangegeven dat zij tot op heden geen overeenstemming hebben bereikt over de afwikkeling van hun huwelijkse voorwaarden. Om die reden hebben zij de rechtbank verzocht een termijn te stellen voor het indienen van aanvullende verzoeken.
4.4
Gelet op het vorenstaande zal de rechtbank de zaak aanhouden en partijen gelegenheid geven aanvullende verzoeken, met onderliggende stukken, met betrekking tot de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden in te dienen. De rechtbank zal de zaak om voormelde redenen verwijzen naar de familiekamerrol van [datum 2] 2026. Na ontvangst van de aanvullende verzoeken, zullen partijen in de gelegenheid worden gesteld te reageren op de door de andere partij ingediende aanvullende verzoeken, waarna de rechtbank een datum voor een inhoudelijke mondelinge behandeling zal bepalen.
4.5
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
5De beslissing
De rechtbank:
5.1
verwijst de zaak, om redenen zoals vermeld onder rechtsoverweging 4.4 van deze beschikking, naar de familiekamerrol van [datum 2] 2026;
5.2
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. Polak, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 16 juni 2026 in tegenwoordigheid van mr. De Haard, griffier.
Team Familie- en Jeugdrecht
Middelburg
Zaaknummer: C/02/439576 / FA RK 25-4579
Datum uitspraak: 16 juni 2026
beschikking betreffende echtscheiding en nevenverzoeken
in de zaak van
[de vrouw]
,
wonende te [woonplaats],
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. R Wouters uit Middelburg,
en
[de man]
,
wonende te [woonplaats],
hierna te noemen de man,
advocaat mr. M. Kalle uit Middelburg.
Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
- de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg (hierna: de Raad).
1 Het verloop van de procedure
1.1 Dit blijkt uit de volgende stukken:
- het op 18 augustus 2025 ontvangen verzoekschrift tot echtscheiding met nevenvorderingen van de vrouw, met bijlagen;
- het op 11 november 2025 ontvangen verweerschrift met zelfstandig verzoek van de man;
- het op 10 december 2025 ontvangen verweerschrift tegen zelfstandige verzoeken van de vrouw.
1.2 Op 26 mei 2026 is de zaak behandeld op een regiezitting in verband met het ontbreken van een ouderschapsplan. Daarbij waren aanwezig partijen, bijgestaan door hun advocaat. Tevens was aanwezig een vertegenwoordigster van de Raad.
2Wat vaststaat
2.1
Partijen zijn op [datum 1] 2013 te [plaats] gehuwd onder huwelijkse voorwaarden.
2.2
Uit hun huwelijk van partijen zijn de volgende, nu nog minderjarige, kinderen geboren:
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedag 1] 2013 te [geboorteplaats];
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2] 2015 te [geboorteplaats].
2.3
In het kader van de voorlopige voorzieningen procedure is bij beschikking van deze rechtbank d.d. 12 december 2025 bepaald dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd is tot het gebruik van de echtelijke woning, zulks met dien verstande dat de man in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken in overleg met de vrouw nog wel (dagelijks) in de echtelijke woning aanwezig mag zijn en dat partijen de zorg- en opvoedingstaken zodanig verdelen dat de man ‒conform de huidige situatie‒ op nagenoeg dagelijkse basis en in ieder geval viermaal per week fysiek contact heeft met de minderjarigen, waarbij het de man vrijstaat om tijdens de fysieke contacten in de echtelijke woning aanwezig te zijn voor de minderjarigen, de minderjarigen naar sport- of andere activiteiten te begeleiden, of een andere activiteit of uitstap met de minderjarigen te ondernemen.
3De verzoeken
3.1
De vrouw verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
l. in het huwelijk van partijen de echtscheiding uit te spreken;
2. het nog over te overleggen c.q. overgelegde door partijen ondertekende ouderschapsplan geheel in de beschikking op te nemen c.q. aan de beschikking te hechten;
3. te bepalen dat het hoofdverblijf van de kinderen bij de vrouw zal zijn;
4. te bepalen dat de man zal bijdragen in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen met € 479,= per maand per kind, bij vooruitbetaling aan de vrouw te voldoen met ingang van de datum indiening van dit verzoek;
5. te bepalen dat de man aan de vrouw een partneralimentatie zal voldoen van € 500,= per maand;
6. het door partijen nog overeen te komen c.q. overeengekomen convenant aan de te wijzen beschikking te hechten dan wel, als partijen geen convenant overeengekomen zijn, de verdeling en verrekening vast te stellen conform het nog in te dienen formulier " Verdelen en Verrekenen".
3.2
De man verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
- de echtscheiding uit te spreken in het huwelijk van partijen;
- het nog te overleggen door partijen ondertekende ouderschapsplan in de beschikking op te nemen door deze er aan te hechten en te bepalen dat de inhoud onderdeel uitmaakt van de beschikking;
- het door partijen op te stellen convenant aan de beschikking te hechten en te bepalen dat de inhoud integraal onderdeel uitmaakt van de beschikking;
- te bepalen dat het hoofdverblijf van de kinderen bij de man zal zijn;
- de verzochte kinderalimentatie en partneralimentatie af te wijzen;
- dan wel partijen in de gelegenheid te stellen om nadere standpunten in te nemen met betrekking tot de zorgregeling over de kinderen en over de vermogensrechtelijke afwikkeling inclusief de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden.
4De beoordeling
Ontvankelijkheid
Het ouderschapsplan
4.1
Op grond van artikel 815 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) moet een verzoekschrift tot echtscheiding een ouderschapsplan bevatten ten aanzien van de minderjarige kinderen van partijen over wie zij het gezamenlijk gezag uitoefenen. Het ouderschapsplan is een processuele eis bij een verzoek tot echtscheiding. Dat betekent dat de rechter het verzoek tot echtscheiding en de andere verzoeken niet inhoudelijk behandelt als de ouders geen ouderschapsplan hebben opgesteld. De rechter kan daarop een uitzondering maken, namelijk als er redenen zijn om aan te nemen dat het ouderschapsplan redelijkerwijs niet kan worden overgelegd (artikel 815 lid 6 Rv).
4.2
De rechtbank stelt vast dat het partijen tot nu toe niet is gelukt om samen afspraken te maken over hun minderjarige kinderen en dat een ouderschapsplan ontbreekt. Ter zitting heeft de vrouw verklaard dat partijen op een wachtlijst staan voor hulpverlening en dat de verwachting is dat die hulpverlening binnen vier weken zal starten. Beide partijen hebben ter zitting aangegeven voor die hulpverlening open te staan en daaraan mee te willen werken. Dit zou volgens hen echter niet aan voortgang van de procedure in de weg moeten staan. De rechtbank acht het voorstelbaar dat partijen belang hebben bij voortzetting van de procedure en zal de zaak dan ook niet aanhouden in afwachting van een hulpverleningstraject. Op dit moment zal echter ook geen beslissing over de ontvankelijkheid van de verzoeken genomen worden. Gelet op het nog te starten hulpverleningstraject ligt het voor de hand dat hierover op een later moment, onder voortzetting van de procedure, een beslissing wordt genomen. De rechtbank gaat er daarbij van uit dat partijen daadwerkelijk meewerken aan het opgestarte hulpverleningstraject en zich (blijven) inzetten om gezamenlijk, als ouders van hun kinderen, afspraken over de kinderen te maken.
Afwikkeling huwelijkse voorwaarden
4.3
Partijen hebben ter zitting aangegeven dat zij tot op heden geen overeenstemming hebben bereikt over de afwikkeling van hun huwelijkse voorwaarden. Om die reden hebben zij de rechtbank verzocht een termijn te stellen voor het indienen van aanvullende verzoeken.
4.4
Gelet op het vorenstaande zal de rechtbank de zaak aanhouden en partijen gelegenheid geven aanvullende verzoeken, met onderliggende stukken, met betrekking tot de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden in te dienen. De rechtbank zal de zaak om voormelde redenen verwijzen naar de familiekamerrol van [datum 2] 2026. Na ontvangst van de aanvullende verzoeken, zullen partijen in de gelegenheid worden gesteld te reageren op de door de andere partij ingediende aanvullende verzoeken, waarna de rechtbank een datum voor een inhoudelijke mondelinge behandeling zal bepalen.
4.5
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
5De beslissing
De rechtbank:
5.1
verwijst de zaak, om redenen zoals vermeld onder rechtsoverweging 4.4 van deze beschikking, naar de familiekamerrol van [datum 2] 2026;
5.2
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. Polak, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 16 juni 2026 in tegenwoordigheid van mr. De Haard, griffier.