Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2026:6517

2026-06-16 Civiel recht; Personen- en familierecht C/02/441698 / FA RK 25-5759
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2026-06-16
Publicatiedatum
2026-07-17
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure
Zaaknummer
C/02/441698 / FA RK 25-5759
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Echtscheidingsverzoek ontvankelijk ondanks ontbreken ouderschapsplan

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (7.635 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT



Team Familie- en Jeugdrecht


Middelburg


Zaaknummer: C/02/441698 / FA RK 25-5759


Datum uitspraak: 16 juni 2026



beschikking betreffende echtscheiding



in de zaak van




[de man]
,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
hierna te noemen de man,
advocaat mr. J.J. Bronsveld uit Bergen op Zoom,


en




[de vrouw] ,

wonende te [plaats 1] , [adres] ,
hierna te noemen de vrouw.


Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:

- de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zeeland-West-Brabent, locatie Middelburg (hierna: de Raad).

1 Het verloop van de procedure


1.1 Dit blijkt uit de volgende stukken:

- het op 7 november 2025 ontvangen verzoekschrift tot echtscheiding van de man, met bijlagen;
- het betekeningsexploot van 14 november 2025;
- de F-formulieren van mr. Bronsveld van 6 januari 2026, 9 februari 2026 en 24 februari 2026.

1.2 De vrouw heeft geen verweerschrift ingediend binnen de tijd die daarvoor staat.


1.3 Op 26 mei 2026 is de zaak behandeld op een regiezitting. Daarbij was aanwezig de man, bijgestaan door mr. M.S. Yap, kantoorgenoot van mr. Bronsveld. Tevens was aanwezig een vertegenwoordigster van de Raad voor de Kinderbescherming. De vrouw is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.



2Wat vaststaat


2.1
Partijen zijn op [datum] 1991 te [plaats 2] , Marokko, gehuwd.



2.2
Uit het huwelijk van partijen zijn de volgende, nu nog minderjarige, kinderen geboren:
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2012 te [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2014 te [geboorteplaats] .






3Het verzoek


3.1

De man verzoekt, uitvoerbaar bij voorraad,:
- de echtscheiding uit te spreken van het huwelijk tussen partijen,
kosten rechtens.







4De beoordeling


4.1
Omdat partijen in Marokko zijn gehuwd, heeft de zaak een internationaal karakter. De rechtbank dient daarom eerst te beoordelen of de Nederlandse rechter bevoegd is van het verzoek kennis te nemen en zo ja, welk recht daarop van toepassing is.



Rechtsmacht en toepasselijk recht




4.2
De Nederlandse rechter is op grond van artikel 3 onder a sub i van de EU-verordening 2019/1111 van de Raad van 25 juni 2019 (Brussel II-ter) bevoegd om over het verzoek tot echtscheiding te beslissen, omdat beide partijen hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben.



4.3
Op grond van artikel 10:56 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is Nederlands recht op het verzoek tot echtscheiding van toepassing.



Het ouderschapsplan (ontvankelijkheid)




4.4
Op grond van artikel 815 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) moet een verzoekschrift tot echtscheiding een ouderschapsplan bevatten ten aanzien van de minderjarige kinderen van partijen over wie zij het gezamenlijk gezag uitoefenen. Het ouderschapsplan is een processuele eis bij een verzoek tot echtscheiding. Dat betekent dat de rechter het verzoek tot echtscheiding niet inhoudelijk behandelt als de ouders geen ouderschapsplan hebben opgesteld. De rechter kan daarop een uitzondering maken, namelijk als er redenen zijn om aan te nemen dat het ouderschapsplan redelijkerwijs niet kan worden overgelegd (artikel 815 lid 6 Rv).



4.5
De rechtbank stelt vast dat partijen bij brief van 25 maart 2026 zijn opgeroepen voor de regiezitting van 26 mei 2026 in verband met het ontbreken van een ouderschapsplan. Op 2 april 2026 heeft de rechtbank een e-mail van [persoon] , een meerderjarige dochter van partijen, met daarbij gevoegd een ondertekend ouderschapsplan, ontvangen. Het ouderschapsplan is door de rechtbank niet aan de man gezonden. Ter zitting heeft de man verklaard niet op de hoogte te zijn van het zogenaamd door hem ondertekende ouderschapsplan. De man en zijn advocaat hebben bij het opstellen van het ouderschapsplan geen bemoeienis gehad en zijn ook niet bekend met de inhoud daarvan. Gelet op vorenstaande alsmede het feit dat het ouderschapsplan niet door of namens een procespartij is ingediend, wordt het ouderschapsplan teruggestuurd. Daarmee behoort het dus niet tot het procesdossier.



4.6
De man heeft ook geen ander ouderschapsplan overgelegd. Uit de stukken alsmede hetgeen ter zitting naar voren is gebracht, volgt dat de man niet in contact komt met de vrouw. De vrouw is onbereikbaar en reageert niet op berichten van de man of zijn advocaat. Gelet op het vorenstaande alsmede het feit de vrouw niet ter zitting is verschenen, is de rechtbank van oordeel dat voldoende aannemelijk is geworden dat van de man redelijkerwijs niet kan worden verwacht dat hij binnen een redelijke termijn alsnog een ouderschapsplan overlegt dat voldoet aan alle vereisten van artikel 815 lid 3 Rv. De man is dan ook ontvankelijk in zijn verzoek en de rechtbank zal dit verzoek inhoudelijk beoordelen.



Echtscheiding




4.7
De rechtbank zal de echtscheiding tussen partijen uitspreken omdat aan de wettelijke eisen is voldaan. De man verzoekt dit en stelt dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. Dat betekent dat partijen niet samen verder kunnen als echtgenoten. De vrouw heeft geen binnen de daarvoor gestelde termijn verweer gevoerd.



Uitvoerbaar bij voorraad




4.8
De man verzoekt de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De rechtbank zal dit verzoek afwijzen, omdat het huwelijk pas eindigt op het moment dat deze beschikking wordt ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.



De proceskosten




4.9
Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.






5De beslissing


De rechtbank:



5.1
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [datum] 1991 te [plaats 2] , Marokko;



5.2
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;



5.3
wijst het meer of anders verzochte af.


Deze beschikking is gegeven door mr. Polak, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 16 juni 2026 in tegenwoordigheid van mr. De Haard, griffier.




Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:



door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,


door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.



Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.