Rechtbank Zeeland-West-Brabant
ECLI:NL:RBZWB:2026:6467
2026-07-15
Civiel recht; Verbintenissenrecht
11915432 \ CV EXPL 25-3312 (E)
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Beëindiging huurovereenkomst bedrijfspand en verplichting van verhuurder om de waarborgsom terug te betalen na einde opvolgende huurovereenkomst met nieuwe huurder. De terugbetalingsverplichting is niet overgegaan op de nieuwe eigenaar van het pand, omdat de huurovereenkomst al was beëindigd.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (10.376 tekens)
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: 11915432 \ CV EXPL 25-3312
Vonnis van 15 juli 2026
in de zaak van
[huurder]
,
te [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [huurder] ,
gemachtigde: J.P. van Roestel,
tegen
EVOLUS B.V.,
te Breda,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Evolus B.V.,
procederend in persoon.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding- het extract audiëntieblad van de rolzitting van 15 oktober 2025 met het antwoord van Evolus B.V.- de conclusie van repliek- de conclusie van dupliek
- de akte uitlating stukken zijdens [huurder] .
1.2.
Ten slotte heeft de kantonrechter bepaald dat een vonnis wordt gewezen.
2Het geschil
2.1.
[huurder] vordert - samengevat - veroordeling van Evolus B.V. tot betaling van € 7.000,00, vermeerderd met rente en kosten.
2.2.
[huurder] voert daarbij het volgende aan. Hij had, handelend onder de naam [bedrijfsnaam] , per 1 oktober 2019 een huurovereenkomst gesloten met Evolus B.V. met betrekking tot het pand aan de [adres] [verder: het pand]. Als einddatum was opgenomen 30 september 2024. Als borg had [huurder] een bedrag betaald van € 7.000,00. Voor het einde van de huur is een andere partij, [bedrijf] B.V. [verder: [bedrijf] B.V.] het pand gaan huren van Evolus B.V. op basis van een nieuwe huurovereenkomst, maar wel met dezelfde einddatum. Daarbij is tussen [huurder] en Evolus B.V. afgesproken dat de borg die [huurder] had betaald pas terugbetaald zou worden bij de einddatum van de huurovereenkomst. Evolus B.V. is volgens [huurder] deze afspraak niet nagekomen en daarom vordert hij nakoming van deze betalingsverplichting.
2.3.
Evolus B.V. voert verweer en is van mening dat de vorderingen van [huurder] moeten worden afgewezen.
2.4.
Evolus B.V. voert daarbij aan dat zij het pand per 1 juli 2024 aan [bedrijf] B.V. heeft verkocht. Daarmee is volgens haar [bedrijf] B.V. als verhuurder in de plaats getreden van Evolus B.V. en is de verplichting om de borg terug te betalen overgegaan op [bedrijf] B.V.
2.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
3De beoordeling
3.1.
De essentie van deze zaak is of de verplichting om de borg aan [huurder] terug te betalen bij Evolus B.V. is gebleven of dat deze terugbetalingsverplichting is overgegaan op [bedrijf] B.V. De kantonrechter oordeelt dat de terugbetalingsverplichting bij Evolus B.V. is gebleven en zal daarom de vorderingen toewijzen. Dit oordeel is gebaseerd op de volgende overwegingen.
3.2.
Vast staat dat [huurder] bij aanvang van de huur van het pand aan Evolus B.V. een borg heeft betaald van € 7.000,00. Een borg moet bij het einde van de huur terugbetaald worden door de verhuurder, tenzij huurder op dat moment niet voldaan heeft aan bepaalde verplichtingen uit de huurovereenkomst. Daarmee is uitgangspunt dat Evolus B.V. de verplichting had om bij het einde van de huur een bedrag van € 7.000,00 aan [huurder] terug te betalen.
3.3.
Vast staat dat Evolus B.V. op 23 maart 2023 met [bedrijf] B.V. een nieuwe huurovereenkomst is aangegaan per 1 maart 2023 voor hetzelfde pand en met dezelfde einddatum. Evolus B.V. heeft niet betwist dat zij in verband met die huurovereenkomst een afspraak heeft gemaakt met [huurder] over het terugbetalen van de borg, zoals [huurder] dat destijds schriftelijk aan haar heeft bevestigd. In die bevestiging staat onder andere:“[…] dat de borg […] blijft staan tot en met het originele contract. Dit betekent tot en met 30 september 2024 […] Graag ontvang ik uiterlijk 31 juli een lijstje van de zaken die nog moeten worden gedaan voor oplevering pand. Na controle hiervan ontvang ik de betaalde borg van € 7.000,00 binnen 8 dagen terug gestort op mijn iban […].”
3.4.
Volgens Evolus B.V. volgt hieruit dat de huurovereenkomst met [huurder] pas eindigde op 30 september 2024. En omdat Evolus B.V. het pand vanaf 1 juli 2024 heeft verkocht aan [bedrijf] B.V., is [bedrijf] B.V. volgens haar op dat moment als eigenaar van het pand automatisch de nieuwe verhuurder geworden en in die hoedanigheid de partij die de borg terug moet betalen.
3.5.
Deze uitleg is echter in strijd met de bedoeling van partijen. [huurder] wilde namelijk de huurovereenkomst juist beëindigen vanwege financiële problemen. Dat was de aanleiding om op zoek te gaan naar een nieuwe huurder. Evolus B.V. heeft dit ook erkend. Evolus B.V. heeft vervolgens met deze huurder een nieuwe huurovereenkomst gesloten, waarbij [huurder] geen partij was. Evolus B.V. heeft zelf ook aangegeven dat [bedrijf] B.V. per ingang van 1 maart 2023 huurder was en dat [huurder] geen verplichting had om huur te betalen. Niet blijkt dat [huurder] het pand daarna nog gebruikte. Daaruit volgt dat geen sprake meer was van een huurovereenkomst tussen [huurder] en Evolus B.V. De definitie van huur is immers de overeenkomst waarbij de ene partij, de verhuurder, zich verbindt aan de andere partij, de huurder, een zaak of een gedeelte daarvan in gebruik te verstrekken en de huurder zich verbindt tot een tegenprestatie (artikel 7:201 BW).
Dat er specifieke afspraken waren over het terugbetalen van de waarborg maakt dat niet anders. De borg is immers niet de tegenprestatie als bedoeld in artikel 7:201 BW. Daarnaast verhindert het (nog) niet terugbetalen van de borg niet dat een huurovereenkomst eindigt.
3.6.
Daaruit volgt dat de huurovereenkomst tussen [huurder] en Evolus B.V. is geëindigd op het moment dat de nieuwe huurovereenkomst tussen Evolus B.V. en [bedrijf] B.V. inging, zijnde 1 maart 2023. Toen [bedrijf] B.V. op 1 juli 2024 het pand van Evolus B.V. kocht, was er daarom geen sprake meer van een huurovereenkomst met [huurder] , zodat [bedrijf] B.V. ook geen verhuurder van [huurder] is geworden.
3.7.
Evolus B.V. heeft nog aangevoerd dat uit de verklaring van productie 4 blijkt dat [bedrijf] B.V. op dat moment een huurovereenkomst is aangegaan met [huurder] . Het maken van een afspraak over het betalen van bepaalde kosten maakt echter niet dat er sprake is van een huurovereenkomst. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, blijkt daarom niet dat sprake is van een huurovereenkomst tussen [huurder] en [bedrijf] B.V.
3.8.
Dit betekent dat de verplichting tot terugbetaling van de borg bij Evolus B.V. is gebleven. De datum tot wanneer de borg behouden mocht blijven, 30 september 2024, is inmiddels verstreken, zodat Evolus B.V. tekort is geschoten in haar betalingsverplichting. Daarom wijst de kantonrechter deze vordering toe.
3.9.
[huurder] vordert betaling van wettelijke rente over de hoofdsom vanaf 25 juni 2025. Op grond van artikel 6:119 BW is een partij wettelijke rente verschuldigd vanaf de dag van verzuim. Er is sprake van verzuim, zodra de betalingstermijn is verstreken zonder dat de schuldenaar heeft betaald.
[huurder] heeft Evolus B.V. op 10 juni 2025 schriftelijk verzocht om de borg terug te betalen binnen een termijn van 14 dagen. Daaraan heeft Evolus B.V. niet voldaan, zodat Evolus B.V. vanaf 25 juni 2025 in verzuim is geraakt. De wettelijke rente wordt daarom toegewezen zoals gevorderd.
3.10.
Evolus B.V. is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [huurder] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
148,04
- griffierecht
€
90,00
- salaris gemachtigde
€
720,00
(2 punten × € 360,00)
- nakosten
€
144,00
Totaal
€
1.102,04
4De beslissing
De kantonrechter
4.1.
veroordeelt Evolus B.V. om aan [huurder] te betalen een bedrag van € 7.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van 25 juni 2025 tot de dag van volledige betaling,
4.2.
veroordeelt Evolus B.V. in de proceskosten van € 1.102,04, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Evolus B.V. niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Goossens en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2026.
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: 11915432 \ CV EXPL 25-3312
Vonnis van 15 juli 2026
in de zaak van
[huurder]
,
te [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [huurder] ,
gemachtigde: J.P. van Roestel,
tegen
EVOLUS B.V.,
te Breda,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Evolus B.V.,
procederend in persoon.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding- het extract audiëntieblad van de rolzitting van 15 oktober 2025 met het antwoord van Evolus B.V.- de conclusie van repliek- de conclusie van dupliek
- de akte uitlating stukken zijdens [huurder] .
1.2.
Ten slotte heeft de kantonrechter bepaald dat een vonnis wordt gewezen.
2Het geschil
2.1.
[huurder] vordert - samengevat - veroordeling van Evolus B.V. tot betaling van € 7.000,00, vermeerderd met rente en kosten.
2.2.
[huurder] voert daarbij het volgende aan. Hij had, handelend onder de naam [bedrijfsnaam] , per 1 oktober 2019 een huurovereenkomst gesloten met Evolus B.V. met betrekking tot het pand aan de [adres] [verder: het pand]. Als einddatum was opgenomen 30 september 2024. Als borg had [huurder] een bedrag betaald van € 7.000,00. Voor het einde van de huur is een andere partij, [bedrijf] B.V. [verder: [bedrijf] B.V.] het pand gaan huren van Evolus B.V. op basis van een nieuwe huurovereenkomst, maar wel met dezelfde einddatum. Daarbij is tussen [huurder] en Evolus B.V. afgesproken dat de borg die [huurder] had betaald pas terugbetaald zou worden bij de einddatum van de huurovereenkomst. Evolus B.V. is volgens [huurder] deze afspraak niet nagekomen en daarom vordert hij nakoming van deze betalingsverplichting.
2.3.
Evolus B.V. voert verweer en is van mening dat de vorderingen van [huurder] moeten worden afgewezen.
2.4.
Evolus B.V. voert daarbij aan dat zij het pand per 1 juli 2024 aan [bedrijf] B.V. heeft verkocht. Daarmee is volgens haar [bedrijf] B.V. als verhuurder in de plaats getreden van Evolus B.V. en is de verplichting om de borg terug te betalen overgegaan op [bedrijf] B.V.
2.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
3De beoordeling
3.1.
De essentie van deze zaak is of de verplichting om de borg aan [huurder] terug te betalen bij Evolus B.V. is gebleven of dat deze terugbetalingsverplichting is overgegaan op [bedrijf] B.V. De kantonrechter oordeelt dat de terugbetalingsverplichting bij Evolus B.V. is gebleven en zal daarom de vorderingen toewijzen. Dit oordeel is gebaseerd op de volgende overwegingen.
3.2.
Vast staat dat [huurder] bij aanvang van de huur van het pand aan Evolus B.V. een borg heeft betaald van € 7.000,00. Een borg moet bij het einde van de huur terugbetaald worden door de verhuurder, tenzij huurder op dat moment niet voldaan heeft aan bepaalde verplichtingen uit de huurovereenkomst. Daarmee is uitgangspunt dat Evolus B.V. de verplichting had om bij het einde van de huur een bedrag van € 7.000,00 aan [huurder] terug te betalen.
3.3.
Vast staat dat Evolus B.V. op 23 maart 2023 met [bedrijf] B.V. een nieuwe huurovereenkomst is aangegaan per 1 maart 2023 voor hetzelfde pand en met dezelfde einddatum. Evolus B.V. heeft niet betwist dat zij in verband met die huurovereenkomst een afspraak heeft gemaakt met [huurder] over het terugbetalen van de borg, zoals [huurder] dat destijds schriftelijk aan haar heeft bevestigd. In die bevestiging staat onder andere:“[…] dat de borg […] blijft staan tot en met het originele contract. Dit betekent tot en met 30 september 2024 […] Graag ontvang ik uiterlijk 31 juli een lijstje van de zaken die nog moeten worden gedaan voor oplevering pand. Na controle hiervan ontvang ik de betaalde borg van € 7.000,00 binnen 8 dagen terug gestort op mijn iban […].”
3.4.
Volgens Evolus B.V. volgt hieruit dat de huurovereenkomst met [huurder] pas eindigde op 30 september 2024. En omdat Evolus B.V. het pand vanaf 1 juli 2024 heeft verkocht aan [bedrijf] B.V., is [bedrijf] B.V. volgens haar op dat moment als eigenaar van het pand automatisch de nieuwe verhuurder geworden en in die hoedanigheid de partij die de borg terug moet betalen.
3.5.
Deze uitleg is echter in strijd met de bedoeling van partijen. [huurder] wilde namelijk de huurovereenkomst juist beëindigen vanwege financiële problemen. Dat was de aanleiding om op zoek te gaan naar een nieuwe huurder. Evolus B.V. heeft dit ook erkend. Evolus B.V. heeft vervolgens met deze huurder een nieuwe huurovereenkomst gesloten, waarbij [huurder] geen partij was. Evolus B.V. heeft zelf ook aangegeven dat [bedrijf] B.V. per ingang van 1 maart 2023 huurder was en dat [huurder] geen verplichting had om huur te betalen. Niet blijkt dat [huurder] het pand daarna nog gebruikte. Daaruit volgt dat geen sprake meer was van een huurovereenkomst tussen [huurder] en Evolus B.V. De definitie van huur is immers de overeenkomst waarbij de ene partij, de verhuurder, zich verbindt aan de andere partij, de huurder, een zaak of een gedeelte daarvan in gebruik te verstrekken en de huurder zich verbindt tot een tegenprestatie (artikel 7:201 BW).
Dat er specifieke afspraken waren over het terugbetalen van de waarborg maakt dat niet anders. De borg is immers niet de tegenprestatie als bedoeld in artikel 7:201 BW. Daarnaast verhindert het (nog) niet terugbetalen van de borg niet dat een huurovereenkomst eindigt.
3.6.
Daaruit volgt dat de huurovereenkomst tussen [huurder] en Evolus B.V. is geëindigd op het moment dat de nieuwe huurovereenkomst tussen Evolus B.V. en [bedrijf] B.V. inging, zijnde 1 maart 2023. Toen [bedrijf] B.V. op 1 juli 2024 het pand van Evolus B.V. kocht, was er daarom geen sprake meer van een huurovereenkomst met [huurder] , zodat [bedrijf] B.V. ook geen verhuurder van [huurder] is geworden.
3.7.
Evolus B.V. heeft nog aangevoerd dat uit de verklaring van productie 4 blijkt dat [bedrijf] B.V. op dat moment een huurovereenkomst is aangegaan met [huurder] . Het maken van een afspraak over het betalen van bepaalde kosten maakt echter niet dat er sprake is van een huurovereenkomst. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, blijkt daarom niet dat sprake is van een huurovereenkomst tussen [huurder] en [bedrijf] B.V.
3.8.
Dit betekent dat de verplichting tot terugbetaling van de borg bij Evolus B.V. is gebleven. De datum tot wanneer de borg behouden mocht blijven, 30 september 2024, is inmiddels verstreken, zodat Evolus B.V. tekort is geschoten in haar betalingsverplichting. Daarom wijst de kantonrechter deze vordering toe.
3.9.
[huurder] vordert betaling van wettelijke rente over de hoofdsom vanaf 25 juni 2025. Op grond van artikel 6:119 BW is een partij wettelijke rente verschuldigd vanaf de dag van verzuim. Er is sprake van verzuim, zodra de betalingstermijn is verstreken zonder dat de schuldenaar heeft betaald.
[huurder] heeft Evolus B.V. op 10 juni 2025 schriftelijk verzocht om de borg terug te betalen binnen een termijn van 14 dagen. Daaraan heeft Evolus B.V. niet voldaan, zodat Evolus B.V. vanaf 25 juni 2025 in verzuim is geraakt. De wettelijke rente wordt daarom toegewezen zoals gevorderd.
3.10.
Evolus B.V. is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [huurder] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
148,04
- griffierecht
€
90,00
- salaris gemachtigde
€
720,00
(2 punten × € 360,00)
- nakosten
€
144,00
Totaal
€
1.102,04
4De beslissing
De kantonrechter
4.1.
veroordeelt Evolus B.V. om aan [huurder] te betalen een bedrag van € 7.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van 25 juni 2025 tot de dag van volledige betaling,
4.2.
veroordeelt Evolus B.V. in de proceskosten van € 1.102,04, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Evolus B.V. niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Goossens en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2026.